De Partij voor de Dieren (PvdD) onderscheidt zich van D66 en PvdA/GroenLinks door een radicaal andere visie op zorg en jeugd: zij willen marktwerking uit de zorg halen, het eigen risico afschaffen, en de regie bij zorgverleners en gemeenschappen leggen. PvdD pleit voor een nationaal zorgfonds, meer regionale toegankelijkheid, en een sterke focus op preventie en inclusiviteit, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen en het dichten van gezondheidsverschillen. In de jeugdzorg wil PvdD meer structurele financiering, minder verschillen tussen gemeenten, en meer samenwerking tussen onderwijs, gemeenten en jeugdzorg.
PvdD wil de marktwerking in de zorg beëindigen en de macht van zorgverzekeraars drastisch beperken, in tegenstelling tot D66 en PvdA/GroenLinks die marktwerking deels behouden of slechts willen beperken. De partij streeft naar een nationaal zorgfonds en het afschaffen van het eigen risico.
“Zorgverzekeraars verliezen hun sturende rol. Tot het zorgfonds volledig is ingevoerd, beperken we hun invloed op zorginkoop, selectie en controle.”
“We weren marktwerking in de zorg en willen ervoor zorgen dat zorgprofessionals fatsoenlijk betaald worden.”
“Het eigen risico wordt afgeschaft. De inkomensafhankelijke bijdrage gaat omhoog. De zorgtoeslag wordt op deze manier overbodig en het mijden van zorg door de angst voor te hoge kosten wordt tegengegaan.”
PvdD legt sterk de nadruk op regionale toegankelijkheid, preventie, en het versterken van zorgzame gemeenschappen, met integratie van sociaal werk en eerstelijnszorg op buurtniveau. Dit is fundamenteler en lokaler dan de voorstellen van D66 en PvdA/GroenLinks.
“De zorg blijft regionaal toegankelijk, lokale ziekenhuizen blijven overeind.”
“We zetten vol in op preventie, gezond leven en gezond eten. Zorg, begeleiding en ondersteuning zijn passend en maatwerk en niet duren niet langer dan noodzakelijk. De zorg is geen markt, maar een basisvoorziening.”
“Wanneer mensen met psychische of fysieke klachten snel bij een sociaal werker of huisarts in hun eigen wijk terecht kunnen, voorkomt dat erger.”
PvdD wil structureel meer geld voor jeugdzorg, het dichten van verschillen tussen gemeenten, en meer samenwerking tussen onderwijs, gemeenten en jeugdzorg. Dit is concreter en centraler dan de vaak decentralere benadering van D66 en PvdA/GroenLinks.
“De jeugdzorg is na de decentralisatie naar gemeentes achteruitgegaan. Gemeenten krijgen daarom voldoende geld om goede jeugdzorg aan te bieden.”
“Verschillen tussen gemeenten in aanbod en kwaliteit van jeugdhulp zijn onaanvaardbaar. We zorgen dat elke gemeente voldoende middelen heeft voor een goed en gelijkwaardig georganiseerde lokale en bovenregionale jeugdzorg.”
“De verbinding tussen onderwijs, gemeenten en jeugdzorg wordt versterkt en gefaciliteerd, zodat leerlingen tijdig passende ondersteuning kunnen krijgen.”
PvdD wil zorgverleners beter belonen, administratieve lasten verlagen, en hen meer zeggenschap geven over hun werk. Dit is explicieter en verdergaand dan de voorstellen van D66 en PvdA/GroenLinks.
“We investeren flink in zorgverleners door ruimte voor (bij)scholing, goede arbeidsvoorwaarden en een salaris waar goed van rond te komen is.”
“Zorgverleners moeten de ruimte krijgen om hun werk goed te doen. We verlagen de administratieve lasten, zodat meer tijd over blijft voor de patiënt.”
PvdD benadrukt inclusiviteit en bestrijding van discriminatie in de zorg, met specifieke aandacht voor diversiteit in behandelingen en opleidingen, en identiteitsgebonden zorg.
“Er komt meer aandacht voor diversiteit binnen zorgopleidingen, zorgbehandelingen en bij medicijnontwikkeling.”
“Identiteitsgebonden aanbod van zorg wordt ondersteund. Bijvoorbeeld zorginstellingen die rekening houden met LHBTIQA+-personen, mensen met verschillende culturele achtergronden, neurodivergente personen en mensen met een handicap.”
NSC kiest in zorg en jeugd voor minder marktwerking, meer solidariteit en het centraal stellen van de menselijke maat, met nadruk op stabiliteit, eenvoud en het voorkomen van bureaucratie. Ze willen jeugdzorg hervormen met wettelijke rechten voor kinderen, regionale samenwerking en minder uithuisplaatsingen, en pleiten voor het terugdringen van financiële prikkels en marktwerking in de zorg. Dit onderscheidt zich van D66 (meer marktwerking, nadruk op keuzevrijheid) en PvdA/GroenLinks (sterkere publieke regie, meer collectieve voorzieningen), door de combinatie van terughoudendheid richting markt én decentralisatie, met focus op uitvoerbaarheid en rechtszekerheid.
NSC verzet zich expliciet tegen marktwerking en financiële prikkels in de zorg, en benadrukt solidariteit en het belang van de zorgprofessional. Dit onderscheidt zich van D66, die marktwerking en keuzevrijheid traditioneel meer omarmt, en van PvdA/GroenLinks, die weliswaar ook minder marktwerking willen, maar sterker inzetten op publieke regie en collectieve voorzieningen.
“We willen een solidair systeem voor zorgverzekeringen. We maken ons zorgen over de financiële prikkels in de zorg die concurrentie aanwakkeren en die samenwerking en passende zorg belemmeren.”
“De zorgverzekeraar heeft een dienende rol en mag niet op de stoel van de zorgprofessional zitten. Het oordeel van de arts/verpleegkundige is leidend.”
“We keren ons tegen de tendens van steeds verdere concentratie en schaalvergroting in de zorg waardoor systemen leidend zijn in plaats van de menselijke maat.”
“Beperken van het eigen risico tot circa € 50 per behandeling, zodat behandeling niet direct het volledige eigen risico opslokt.”
NSC wil het jeugdzorgstelsel fundamenteel hervormen met focus op stabiliteit, eenvoud, wettelijke rechten voor kinderen en het voorkomen van uithuisplaatsingen. Dit is onderscheidend ten opzichte van D66 (meer nadruk op preventie en keuzevrijheid) en PvdA/GroenLinks (meer collectieve voorzieningen en publieke regie), doordat NSC sterk inzet op rechtszekerheid, minder bureaucratie en regionale/provinciale samenwerking.
“We willen het jeugdstelsel hervormen, met focus op stabiliteit, eenvoud en herstel.”
“Onze prioriteit is om wettelijk vast te leggen waarop een kind met een jeugdbeschermingsmaatregel minimaal recht heeft.”
“Gemeenten krijgen een wettelijke opdracht om uithuisplaatsingen te voorkomen.”
“De stem van het kind moet worden gehoord en meegewogen in alle besluiten die over het kind en het gezin gaan.”
“De noodzakelijke transformatie van (hoog) specialistische jeugdzorg naar zo ambulant mogelijke zorg vergt langdurig (financieel) commitment van gemeenten. Landelijke sturing op dit proces is nodig om deze transitie kans van slagen te geven.”
“Provinciale inkoop heeft onze voorkeur boven gemeentelijke of regionale inkoop; deze keuze is onderdeel van de gewenste bezinning op de verdeling van verantwoordelijkheden en democratische controle.”
NSC wil de bureaucratie in de zorg drastisch verminderen en de zorgprofessional centraal stellen, wat afwijkt van de meer systeemgerichte benadering van D66 en PvdA/GroenLinks.
“Het tekort aan zorgprofessionals in de directe zorg zal de komende jaren alleen maar toenemen. Door de bureaucratie drastisch terug te dringen, willen we onze zorgprofessionals minder buiten de directe zorg laten werken en hen juist meer ruimte geven om bezig te zijn met waar hun hart ligt: de echte zorg aan het bed.”
“Ons doel is om de zorgbureaucratie in vijf jaar tijd te halveren, conform de aanbevelingen van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving in het rapport ‘Is dit wel verantwoord?’ (2023).”
De PVV onderscheidt zich van D66 en PvdA/GroenLinks door te kiezen voor een volledig afschaffen van het eigen risico, het terugbrengen van de tandarts in het basispakket, het stoppen van marktwerking in de acute zorg en het behouden van regionale ziekenhuizen met overheidssteun. De partij legt de nadruk op minder bureaucratie, meer zeggenschap voor zorgverleners en financiële waardering voor mantelzorgers, en verzet zich tegen centralisatie en marktwerking in de zorg. Jeugdbeleid wordt nauwelijks uitgewerkt, behalve een afwijzing van 'woke-indoctrinatie' en een pleidooi voor ouderlijke opvoedingsvrijheid.
De PVV wil het eigen risico in de zorg volledig afschaffen en de tandarts terugbrengen in het basispakket, zonder verhoging van de premie. Dit is een fundamenteel verschil met D66 en PvdA/GroenLinks, die doorgaans kiezen voor verlaging of inkomensafhankelijke aanpassing van het eigen risico, maar niet voor volledige afschaffing. De PVV stelt dat financiële drempels tot zorg onacceptabel zijn.
“Daarom schaffen wij het eigen risico volledig af, zodat niemand zorg mijdt door geldzorgen. De PVV zorgt ervoor dat de ziektekostenpremie hierdoor niet zal stijgen. We gaan zorgverzekeraars volledig compenseren.”
“De tandarts komt weer in het basispakket, omdat een gezond gebit geen luxe is.”
De PVV wil dat de overheid zeggenschap krijgt over het openhouden van regionale ziekenhuizen en dat acute zorg uit de marktwerking wordt gehaald. Dit contrasteert met D66 en PvdA/GroenLinks, die marktwerking willen beperken maar niet zo ver gaan als volledige overheidsgarantie en directe financiële steun aan specifieke zorginstellingen.
“Wij vinden dat deze afdelingen nooit vanwege financiële problemen afgeschaald of gesloten mogen worden. De overheid krijgt hierover weer zeggenschap. Zodra een zorgafdeling in geldnood zit, moet de overheid wat ons betreft bijspringen.”
“Acute zorg uit de marktwerking halen”
“Regionale ziekenhuizen behouden met spoedeisende hulp, intensive care en geboortezorg – indien nodig met financiële steun”
De PVV wil bureaucratie en managementlagen schrappen, zorgverleners meer zeggenschap geven en mantelzorgers financieel belonen. Dit is een scherpere en meer directe benadering dan de voorstellen van D66 en PvdA/GroenLinks, die wel inzetten op minder regeldruk en meer waardering, maar minder expliciet zijn over structurele bonussen en belastingkortingen.
“We schrappen bureaucratie en managementlagen die de zorg duurder en ingewikkelder hebben gemaakt.”
“Zorgverleners krijgen meer zeggenschap over hun eigen werk.”
“De PVV wil hen financieel belonen met een mantelzorgbonus: wie acht uur per week of meer onbetaalde mantelzorg verleent, krijgt een belastingkorting.”
“Mantelzorgbonus voor mantelzorgverleners”
De PVV profileert zich op het gebied van jeugd vooral door zich te verzetten tegen wat zij zien als 'woke-indoctrinatie' en door opvoeding expliciet bij de ouders te leggen. Dit verschilt van D66 en PvdA/GroenLinks, die juist inzetten op inclusiviteit, seksuele voorlichting en diversiteit in het onderwijs.
FVD onderscheidt zich van D66 en PvdA/GroenLinks door te pleiten voor minder bureaucratie, meer keuzevrijheid en het terugdraaien van schaalvergroting in de zorg en jeugdzorg. Ze willen onder andere regionale ziekenhuizen heropenen, de jeugdzorg centraliseren bij het Rijk, en perverse financiële prikkels rondom uithuisplaatsingen aanpakken. FVD benadrukt kleinschaligheid, vrije artsenkeuze en het beperken van de invloed van verzekeraars en farmaceutische industrie.
FVD wil de regeldruk en macht van zorgverzekeraars fors verminderen en de vrije artsenkeuze behouden, in tegenstelling tot D66 en PvdA/GroenLinks die meer nadruk leggen op centrale sturing en samenwerking. FVD ziet bureaucratie als een belangrijke oorzaak van problemen in de zorg en wil dat zorgprofessionals meer autonomie krijgen.
“We snijden bureaucratie weg, zodat zorgverleners met passie hun werk ongestoord kunnen doen, en we behouden de vrije artsenkeuze voor patiënten.”
“Forum voor Democratie wil dat zorgprofessionals weer de ruimte krijgen om naar eigen inzicht behandelingen voor te stellen, zonder dat verzekeraars of managers hen tegenhouden.”
“We beperken de invloed van de verzekeraars en de farmaceutische industrie.”
FVD verzet zich tegen schaalvergroting en het sluiten van streekziekenhuizen, terwijl D66 en PvdA/GroenLinks doorgaans inzetten op regionale samenwerking en concentratie van zorg. FVD wil juist regionale ziekenhuizen heropenen en zorg dichtbij de patiënt brengen.
“FVD kiest voor kleinschaligheid: regionale ziekenhuizen moeten worden heropend”
“Het sluiten van (streek)ziekenhuizen en het alsmaar opschalen van de zorg wordt stop gezet en zoveel mogelijk ongedaan gemaakt.”
“We houden kleine streekziekenhuizen open, de recent gesloten ziekenhuizen gaan we heropenen, zodat zorg dichtbij en toegankelijk blijft.”
FVD wil de jeugdzorg centraliseren bij het Rijk (in plaats van bij gemeenten, zoals nu), en perverse financiële prikkels rondom uithuisplaatsingen aanpakken. Dit contrasteert met D66 en PvdA/GroenLinks, die decentralisatie en samenwerking tussen gemeenten vaak als uitgangspunt nemen.
“We hervormen het jeugdzorgstelsel en pakken vooral de perverse prikkels van (gedwongen) uithuisplaatsingen aan, zodat kinderen beter beschermd worden. Ruttes decentralisatie moet worden teruggedraaid, Jeugdzorg gaat terug naar het Rijk.”
“We hervormen de jeugdzorg door (perverse) financiële prikkels rondom uithuisplaatsingen aan te pakken.”
FVD wil de zorgpremies verlagen en basiszorg uitbreiden met onder andere fysiotherapie, anticonceptie en tandzorg. Dit is een concreet verschil met D66 en PvdA/GroenLinks, die doorgaans inzetten op het huidige basispakket en inkomensafhankelijke premies.
JA21 onderscheidt zich van D66 en PvdA/GroenLinks door te pleiten voor minder bureaucratie, meer regionale en lokale regie, en een focus op uitkomstgerichte en betaalbare zorg zonder extra bezuinigingen op maatschappelijke ondersteuning. De partij wil terug naar bejaardentehuizen, meer investeren in de ggz, en de jeugdzorg lokaal organiseren met minder administratieve lasten. Hun visie legt nadruk op menselijke maat, decentralisatie en het schrappen van overbodige behandelingen.
JA21 wil af van het huidige systeem waarin zorg wordt afgerekend op productie en pleit voor bekostiging op basis van zorguitkomsten en toegankelijkheid. Dit is een duidelijk verschil met D66 en PvdA/GroenLinks, die doorgaans meer nadruk leggen op centrale sturing en preventie. JA21 wil bureaucratie verminderen en overbodige behandelingen schrappen.
JA21 wil de terugkeer van bejaardentehuizen om ouderen een schaalbare en sociale woonomgeving te bieden, in tegenstelling tot het beleid van de afgelopen jaren waarbij veel verzorgingshuizen zijn gesloten. Dit onderscheidt zich van D66 en PvdA/GroenLinks, die doorgaans inzetten op langer zelfstandig wonen met ondersteuning aan huis.
JA21 wil de administratieve druk in de zorg fors verminderen en stelt vertrouwen in de zorgprofessional centraal. Dit is een kritiek op het huidige systeem, dat volgens JA21 te veel tijd en middelen verspilt aan verantwoording en kwaliteitssystemen.
“Door het mes te zetten in administratieve- en kwaliteitssystemen waarvan niet of nauwelijks bewezen is dat ze bijdragen aan betere zorg, kunnen we veel tijd en geld besparen.”
“JA21 hanteert het uitgangspunt van vertrouwen in de zorgprofessional; daar bevindt zich immers de echte kennis.”
JA21 wil dat de regie en het budget voor jeugdzorg zo lokaal mogelijk worden ingericht en dat gemeenten meer ruimte krijgen voor passende uitvoering zonder extra bezuinigingen. Dit verschilt van de centralistische benadering van D66 en PvdA/GroenLinks, die vaak pleiten voor landelijke kwaliteitsnormen en centrale sturing.
“Wat JA21 betreft wordt de samenwerking in de jeugdzorgregio’s steviger aangezet en dienen de regie en dus het budget zo lokaal mogelijk te worden ingericht.”
“Gemeenten meer ruimte geven voor passende uitvoering van verplichtingen op lokaal niveau, zonder extra bezuinigingen vanuit het Rijk.”
“Geen Wmo-bezuinigingen als gemeenten de Wmo-taken goed uitvoeren.”
JA21 wil extra investeren in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en de gehandicaptenzorg, met name om de capaciteit te vergroten en wachtlijsten te verkorten. Dit is een reactie op de huidige tekorten en lange wachttijden, en legt de nadruk op directe zorgverlening in plaats van systeemveranderingen.
D66 legt in haar zorg- en jeugdbeleid sterk de nadruk op systeemverandering, preventie, inclusiviteit en het centraal stellen van de patiënt of het kind, met behoud van het eigen risico en een focus op maatwerk en autonomie. In vergelijking met PvdA/GroenLinks onderscheidt D66 zich door het niet halveren van het eigen risico, het expliciet willen versimpelen van zorgwetten tot één loket, en een uitgesproken focus op individuele keuzevrijheid en diversiteit in de zorg. D66 kiest voor minder marktwerking, meer vertrouwen in professionals, en een integrale benadering van jeugdzorg waarbij het systeem en de omgeving van het kind centraal staan.
D66 kiest ervoor het eigen risico in de zorg niet te halveren, in tegenstelling tot PvdA/GroenLinks die dit wel willen. D66 stelt dat een algemene halvering leidt tot hogere premies en langere wachtlijsten, en kiest voor een gerichte aanpak waarbij het eigen risico voor chronisch zieken en mensen met een beperking juist lager wordt.
“Het eigen risico blijft, zodat de zorg toegankelijk en betaalbaar blijft. Een algemene halvering klinkt goed, maar leidt tot langere wachtlijsten en hogere premies. En dat moeten mensen uiteindelijk zelf ophoesten. D66 kiest daarom voor een gerichte aanpak. We verhogen het eigen risico van €385 euro niet en je betaalt niet meer dan €150 euro per behandeling. Mensen die een groot deel van hun inkomen aan zorg moeten uitgeven, bijvoorbeeld vanwege een chronische ziekte of een beperking, gaan een veel lager eigen risico betalen.”
D66 wil de vijf belangrijkste zorgwetten samenvoegen tot één loket en één indicatie, zodat mensen niet tussen wal en schip vallen. Dit is een concreet voorstel dat D66 onderscheidt van PvdA/GroenLinks, die vooral inzetten op betere samenwerking maar niet expliciet deze versimpeling en centralisatie voorstellen.
“D66 wil de vijf wetten in de zorg versimpelen. Dat zijn de Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Wet publieke gezondheid (Wpg) en de Jeugdwet. Via één loket en met één indicatie kunnen mensen voor alle zorg terecht, zodat niemand tussen wal en schip valt.”
D66 legt de nadruk op het veranderen van het systeem rondom jeugdzorg in plaats van het kind zelf. De partij wil een brede aanpak gericht op de omgeving van het kind, minder labeling, en meer ruimte voor scholen en gemeenten om preventief te werken. Dit verschilt van PvdA/GroenLinks, die doorgaans meer inzetten op extra middelen en landelijke regie, terwijl D66 decentralisatie en domeinoverstijgend werken benadrukt.
“D66 kiest voor een andere koers: weg van de bestrijding van symptomen, naar een brede aanpak voor het hele, diepere probleem. Want niet het kind, maar het systeem moet veranderen. Daarom willen we niet alleen aandacht voor de problemen van het kind zelf, maar ook voor de omgeving van het kind,”
“Geen kind ontwikkelt hetzelfde. Niet alles wat anders is, is een zorgvraag. Veel kan op school worden opgelost als scholen hiervoor de ruimte, tijd en geld krijgen. D66 wil scholen die ruimte geven”
“We werken aan beleid voor jeugd en gezinnen dat domeinen overstijgt, bij alle ministeries en bestuurslagen: van wonen tot onderwijs, van sociale zekerheid tot jeugdcriminaliteit.”
D66 benadrukt het belang van inclusieve zorg die rekening houdt met verschillen in cultuur, etniciteit, gender en sociaaleconomische achtergrond. Dit is een expliciete prioriteit in het programma, met aandacht voor onderzoek, opleidingen en meldpunten tegen discriminatie. PvdA/GroenLinks noemen inclusiviteit ook, maar D66 operationaliseert dit concreter in beleid.
“D66 vindt dat zorgopleidingen extra aandacht moeten geven aan verschillen tussen patiënten, zoals verschillen in cultuur, etniciteit en gender.”
“Er is geen plaats voor racisme en discriminatie in de zorg. Daarop grijpen we in, bijvoorbeeld via meldpunten voor patiënten en professionals.”
“Inclusieve zorg betekent dat iedereen gelijke toegang heeft tot goede en passende zorg. Ongeacht wat je geslacht, gender, religie, seksuele oriëntatie, etniciteit of culturele achtergrond is. Deze zorg houdt rekening met verschillen en voorkeuren.”
D66 stelt de autonomie van de patiënt en het vertrouwen in de professional centraal, met minder regels en meer ruimte voor maatwerk. Dit is een terugkerend thema dat D66 onderscheidt van PvdA/GroenLinks, die vaker kiezen voor landelijke sturing en collectieve oplossingen.
“D66 maakt ruimte voor zorg die past bij wat mensen nodig hebben: toegankelijk, persoonlijk en klaar voor de toekomst. Zorg die begrijpt dat niet alles wat kan, ook móet. Want soms is kwaliteit van leven belangrijker.”
“We organiseren zorg en financiering rondom het gezin, in plaats van uit te gaan van het aanbod. Professionals krijgen meer ruimte voor hun werk en minder registratiedruk. We gaan uit van vertrouwen.”
50PLUS onderscheidt zich van D66 en PvdA/GroenLinks door een sterke focus op ouderenzorg, met voorstellen als een aparte Ouderenzorgwet, meer ondersteuning voor mantelzorgers en het versterken van eerstelijnszorg. Waar D66 en PvdA/GroenLinks vaak inzetten op brede preventie, jeugdzorg en stelselwijzigingen, legt 50PLUS de nadruk op rechten en voorzieningen specifiek voor ouderen, met expliciete aandacht voor waardigheid, kleinschalige zorg en het verminderen van bureaucratie. Hun visie is dat ouderen een centrale, beschermde positie in het zorgstelsel verdienen, vergelijkbaar met de rechten van jongeren in de Jeugdzorgwet.
50PLUS pleit voor een aparte Ouderenzorgwet die ouderen vergelijkbare rechten geeft als jongeren in de Jeugdzorgwet, een benadering die D66 en PvdA/GroenLinks niet expliciet hanteren. Dit benadrukt hun unieke focus op juridische bescherming en gelijkwaardigheid voor ouderen binnen het zorgstelsel.
“We pleiten voor de invoering van een Ouderenzorgwet, waarin aan ouderen vergelijkbare rechten worden toegekend met de rechten van jongeren volgens de Jeugdzorgwet.”
In tegenstelling tot de bredere zorgvisies van D66 en PvdA/GroenLinks, richt 50PLUS zich op structurele investeringen specifiek in ouderenzorg, verpleeghuizen en het versterken van de eerstelijnszorg, met als doel ouderen langer zelfstandig te laten wonen.
“We pleiten daarom voor het versterken van de eerstelijnszorg, betere ondersteuning van mantelzorgers en structurele investeringen in ouderenzorg en verpleeghuizen.”
“We gaan ons inzetten voor behoud en uitbreiding van kleinschalige zorgvoorzieningen in de wijken, zodat ouderen langer in hun vertrouwde omgeving blijven wonen met passende zorg dichtbij huis.”
50PLUS erkent de overbelasting van mantelzorgers en wil specifieke vergoedingen en verlofregelingen, een concreet voorstel dat verder gaat dan de algemene waardering die D66 en PvdA/GroenLinks vaak uitspreken.
Waar D66 en PvdA/GroenLinks pleiten voor verlaging of afschaffing van het eigen risico, benadrukt 50PLUS dat een verlaging vooral mensen met een laag inkomen daadwerkelijk meer moet opleveren.
“Een verlaging van het eigen risico zorg, op een manier die mensen met een laag inkomen ook werkelijk meer oplevert.”
50PLUS wil minder bureaucratie en meer tijd voor echte zorg, met nadruk op zeggenschap voor zorgprofessionals en cliënten, een punt dat bij D66 en PvdA/GroenLinks minder expliciet centraal staat.
“Wij willen zeggenschap voor zorgprofessionals en cliënten, minder bureaucratie en meer tijd voor de echte zorgbehoefte.”
50PLUS is voorstander van het verruimen van de mogelijkheden tot euthanasie bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden, een standpunt dat bij D66 ook leeft, maar bij PvdA/GroenLinks doorgaans voorzichtiger wordt geformuleerd.
“De mogelijkheden tot euthanasie worden verruimd als er sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden.”
50PLUS vraagt expliciet aandacht voor dementie met een nationaal programma, een thema dat bij D66 en PvdA/GroenLinks minder prominent is.
“Dementievriendelijk Nederland. Nederland telt 290.000 mensen met dementie, in 2050 zijn dat er 620.000. Een Nationaal Dementieprogramma is onmisbaar.”
DENK onderscheidt zich van D66 en PvdA/GroenLinks door een sterke focus op het volledig afschaffen van het eigen risico, het uitbreiden van het basispakket (inclusief mondzorg en fysiotherapie), en het expliciet weren van medische transitiebehandelingen voor minderjarigen. Daarnaast legt DENK nadruk op cultuursensitieve en inclusieve zorg, en kiest het voor een meer behoudende lijn rond abortus en euthanasie. Hun visie is gericht op betaalbare, toegankelijke zorg voor iedereen, met bijzondere aandacht voor culturele diversiteit en ethische vraagstukken.
DENK wil het eigen risico volledig afschaffen en de zorgpremie verlagen, vooral voor lage- en middeninkomens. Dit is een duidelijk verschil met D66 en PvdA/GroenLinks, die doorgaans kiezen voor verlaging of aanpassing, maar niet voor volledige afschaffing. DENK ziet zorg als een mensenrecht en wil financiële drempels wegnemen.
DENK wil het basispakket uitbreiden met mondzorg, tandheelkundige controles en fysiotherapie. Dit gaat verder dan de meeste voorstellen van D66 en PvdA/GroenLinks, die vaak pleiten voor gedeeltelijke uitbreiding of specifieke doelgroepen.
“Wij breiden het basispakket uit. Mondzorg, tandheelkundige controles en fysiotherapie komen terug in het pakket.”
DENK is expliciet tegen puberteitsremmers, hormonale of chirurgische behandelingen bij minderjarigen in het kader van geslachtsverandering. Dit is een scherp onderscheid met D66 en PvdA/GroenLinks, die doorgaans transzorg voor jongeren ondersteunen.
“Wij zijn daarom geen voorstander van puberteitsremmers, hormonale of chirurgische behandelingen bij minderjarigen die toegepast worden in het kader van geslachtsverandering.”
DENK kiest voor een verplichte bedenktermijn en wil de abortusgrens meer in lijn brengen met buurlanden, wat een restrictievere koers is dan D66 en PvdA/GroenLinks, die juist voor meer keuzevrijheid en het schrappen van de bedenktermijn zijn.
“Wij zijn voor een verplichte bedenktermijn en raadgeving bij abortus en willen de wekengrens meer in lijn brengen met onze buurlanden.”
DENK wil geen verruiming van de euthanasiewetgeving en zet in op het voorkomen van de wens tot levensbeëindiging, bijvoorbeeld door aanpak van depressie en eenzaamheid. D66 en PvdA/GroenLinks zijn juist voorstander van meer keuzevrijheid rond euthanasie.
“Wij willen geen verruiming van de mogelijkheden voor euthanasie. Wij willen inzetten op meer maatregelen om de wens tot het beëindigen van het leven te voorkomen, bijvoorbeeld door de aanpak van depressie en eenzaamheid.”
DENK wil een Taskforce Inclusieve Zorg oprichten en cultuursensitieve zorg als uitgangspunt nemen. Dit is een sterker geprofileerde inzet op culturele diversiteit dan bij D66 en PvdA/GroenLinks, die inclusiviteit wel benoemen maar minder expliciet institutionaliseren.
DENK wil extra investeren in jeugdzorg en de GGZ, met als doel de kwaliteit te verhogen en wachtlijsten terug te dringen. Dit is een gedeeld doel met D66 en PvdA/GroenLinks, maar DENK koppelt dit aan bredere sociale en culturele inclusiviteit.
“Wij willen investeren in de jeugdzorg en de GGZ. De kwaliteit van de zorg moet omhoog en de wachtlijsten moeten teruggedrongen worden.”
Volt onderscheidt zich van D66 en PvdA/GroenLinks door sterk in te zetten op wetenschappelijk onderbouwde jeugdzorg, het loslaten van de leeftijdsgrens van 18 jaar in de jeugdzorg, gratis ggz voor jongeren tot 25 jaar, en structurele aandacht voor mentale gezondheid in onderwijs en samenleving. Hun visie is gericht op preventie, het versterken van gezinszorg, en het wegnemen van financiële en organisatorische drempels in de zorg, met nadruk op collectieve financiering en het centraal stellen van de jongere en het gezin.
Volt pleit voor een fundamentele hervorming van de jeugdzorg, waarbij de jongere en het gezin centraal staan en beleid gebaseerd is op wetenschappelijk onderzoek. Dit onderscheidt zich van de meer pragmatische of decentralisatiegerichte benaderingen van D66 en PvdA/GroenLinks.
“Jeugdzorg wordt gezinszorg met de jongere als uitgangspunt. Dit betekent dat er breed gekeken wordt naar wat een gezin nodig heeft en dat medezeggenschap voor de betrokken jongere goed geregeld is.”
“Volt pleit voor een meer wetenschappelijk onderbouwde beleidsontwikkeling jeugdzorg en meer professionaliteit vooraan in de zorglijn, met betere toegang op wijkniveau en meer regionale of landelijke regie voor de meer complexe problemen.”
Volt wil de harde leeftijdsgrens van 18 jaar in de jeugdzorg afschaffen, zodat jongeren langer begeleid kunnen worden richting zelfstandigheid. Dit is een concreet verschil met D66 en PvdA/GroenLinks, die doorgaans vasthouden aan bestaande leeftijdsgrenzen.
“Volt laat de leeftijdsgrens van 18 jaar los in de jeugdzorg met verblijf, zoals gezinshuizen en gesloten jeugdzorg.”
“Volt wil dat jongeren voldoende hulp krijgen bij deze transitie in de vorm van begeleiding naar een stabiele basis waarin school, werk, inkomen, welzijn en support geregeld zijn.”
Volt maakt geestelijke gezondheidszorg voor jongeren tot 25 jaar gratis en structureel toegankelijk, met nadruk op preventie en integratie in onderwijs. Dit is een onderscheidend en concreet voorstel dat verder gaat dan de plannen van D66 en PvdA/GroenLinks.
“We zorgen dat de geestelijke gezondheidszorg (ggz) beter toegankelijk wordt en voor jongeren tot 25 jaar gratis is.”
“Volt investeert in langlopende programma’s voor mentale gezondheid van jongeren en van kwetsbare groepen, die structureel zijn ingebed in het onderwijs, de zorg en de leefomgeving. Mentale gezondheid krijgt een vaste plek in het curriculum.”
Volt wil de zorgkosten meer uit collectieve middelen betalen en de nominale zorgpremie naar nul euro verlagen, terwijl het eigen risico blijft bestaan. Dit is een duidelijk verschil met D66 en PvdA/GroenLinks, die minder ver gaan in het collectiveren van zorgkosten.
“De zorgkosten moeten voor een groter deel uit de collectieve middelen betaald worden. Zo kunnen we de nominale zorgpremie naar nul euro verlagen en neemt het besteedbaar inkomen van uitkeringsgerechtigden toe. Het eigen risico blijft bestaan.”
Volt legt sterk de nadruk op preventie, het aanpakken van sociale oorzaken van gezondheidsproblemen, en het versterken van burgerinitiatieven. Dit is een bredere en meer structurele benadering dan bij D66 en PvdA/GroenLinks.
BBB kiest voor een zorg- en jeugdbeleid dat inzet op centralisatie van complexe jeugdzorg, minder marktwerking en bureaucratie, en meer nadruk op lokale nabijheid en menselijke maat. Opvallend zijn hun pleidooi voor landelijke regie bij jongeren met multiproblematiek, het terugbrengen van verzorgingshuizen, en een tijdelijke stop op medische transitie voor minderjarigen. Deze standpunten onderscheiden zich duidelijk van de doorgaans decentralistische, inclusieve en marktgerichte benadering van D66 en PvdA/GroenLinks.
BBB wil de zorg voor jongeren met ernstige psychische problemen uit de gemeentelijke verantwoordelijkheid halen en weer landelijk organiseren, om versnippering en ongelijkheid te voorkomen. Dit staat haaks op het decentralisatiebeleid dat D66 en PvdA/GroenLinks doorgaans voorstaan, waarbij gemeenten juist meer regie krijgen.
“Onderzocht moet daarom worden of dit uit de Jeugdwet kan worden gehaald en het weer landelijk kan worden geregeld.”
“Daarmee kiezen we voor centralere aansturing, een eenduidiger indicatiestelling en betere grip op de uitgaven. Zo blijft zorg beschikbaar voor wie het echt nodig heeft en voorkomen we versnippering en ongelijkheid in toegang.”
BBB pleit voor een tijdelijke stop op medische transitie bij minderjarigen totdat de behandelrichtlijnen zijn herzien, een standpunt dat sterk afwijkt van het inclusieve beleid van D66 en PvdA/GroenLinks, die doorgaans juist toegang tot genderzorg voor jongeren verdedigen.
“Om deze reden willen wij een stop op medische transitie voor minderjarigen, tot de richtlijnen zorgvuldig herzien zijn.”
BBB wil verzorgingshuizen in nieuwe stijl terugbrengen en de toegang tot de Wet langdurige zorg (Wlz) voor ouderen met lichte zorgzwaarte herstellen. Dit is een concreet pleidooi voor meer collectieve, nabij georganiseerde ouderenzorg, terwijl D66 en PvdA/GroenLinks vaker inzetten op langer zelfstandig wonen en wijkzorg.
“We kijken daarom naar wat nodig is om het concept van het verzorgingshuis, maar dan in nieuwe stijl en afgestemd op woonwensen en leefstijlen van de ouderen van nu, weer terug te brengen.”
“Herstel toegang Wet langdurige zorg (Wlz) voor ouderen met lichte zorgzwaarte. Sinds 2015 zijn ouderen met een lichte zorgzwaarteindicatie (VV2 en VV3) uitgesloten van de Wlz. Daardoor komen zij vaak in de knel: te veel zorg voor zelfstandig wonen, te weinig voor intramurale opname. BBB wil deze toegang herstellen.”
BBB wil marktwerking in de GGZ heroverwegen, managementlagen beperken en bureaucratie terugdringen, met meer zeggenschap voor zorgprofessionals. Dit contrasteert met het beleid van D66 en PvdA/GroenLinks, die marktwerking weliswaar willen beperken, maar minder expliciet inzetten op centralisatie en het terugdraaien van marktmechanismen.
“De marktwerking in de ggz moet opnieuw worden beoordeeld, zodat de behandeling van complexere problematiek niet langer wordt ontmoedigd.”
“Ten eerste moeten managementlagen worden verminderd, zodat zorgprofessionals zelfsturend kunnen zijn in plaats van te worden aangestuurd.”
“We maken een einde aan dubbele audits en registraties bij zorginstellingen, bijvoorbeeld bij jaarverantwoording en kwaliteitscontrole. Haal de bezem door overbodige regels en indicatieprocedures.”
BVNL onderscheidt zich van D66 en PvdA/GroenLinks door te pleiten voor maximale individuele regie in de zorg, het afschaffen van zorg in natura, het terugdraaien van de decentralisatie in de jeugdzorg, en een sterke reductie van bureaucratie en overheidsbemoeienis. De partij wil landelijke uniformiteit in zorg, een persoonsgebonden budget voor iedereen, en ziet preventie en keuzevrijheid als kernwaarden, waar D66 en PvdA/GroenLinks juist meer collectieve sturing, solidariteit en publieke regie voorstaan. BVNL is kritisch op overheidsdwang, wil geen inkomensafhankelijke zorgbijdragen, en legt de nadruk op individuele autonomie en minder centrale overheidsrol.
BVNL wil alle zorg aanbieden via een PGB, zodat mensen volledige regie krijgen over hun zorgtraject. Dit staat haaks op de visie van D66 en PvdA/GroenLinks, die juist publieke regie, solidariteit en collectieve inkoop van zorg benadrukken. BVNL ziet minder overheidsbemoeienis en meer individuele autonomie als oplossing voor bureaucratie en inefficiëntie.
“Zorg in natura wordt afgeschaft en alle zorg gaat worden aangeboden via een Persoonsgebonden Budget (PGB). Dit geeft zorgbehoevenden regie over hun zorgtraject, vermindert bureaucratie en sluit aan bij het streven van BVNL naar minder overheidsbemoeienis en meer individuele autonomie.”
BVNL wil landelijke richtlijnen voor WMO-zorg, zodat de ondersteuning overal hetzelfde is. Dit contrasteert met het huidige systeem (en de visie van D66/PvdA/GL) waarin gemeenten beleidsvrijheid hebben en lokaal maatwerk leveren.
“Er moeten landelijke richtlijnen komen zodat de zorg en ondersteuning die gemeenten via de WMO leveren overal hetzelfde is.”
BVNL wil de decentralisatie van de jeugdzorg terugdraaien en de regie bij het Rijk leggen, in tegenstelling tot D66 en PvdA/GroenLinks die juist inzetten op versterking van lokale jeugdzorg en samenwerking met gemeenten. BVNL ziet decentralisatie als oorzaak van perverse prikkels en inefficiëntie.
“De decentralisatie wordt teruggedraaid. Het uit huis plaatsen van kinderen is alleen incidenteel en onder uitzonderlijke situaties mogelijk, en dient vooral te worden voorkomen. Hoogcomplexe zorg voor kinderen en gezinnen gaat terug naar het Rijk.”
BVNL wil dat iedereen een eigen bijdrage per behandeling betaalt, ongeacht inkomen. Dit verschilt fundamenteel van het solidariteitsprincipe van D66 en PvdA/GroenLinks, die inkomensafhankelijke bijdragen en solidariteit in de zorgpremie voorstaan.
“Iedereen betaalt een eigen bijdrage, per behandeling, die niet inkomensafhankelijk is.”
BVNL verwerpt elke vorm van overheidsdwang of drang rond medische handelingen, inclusief vaccinatie. Dit is een scherp verschil met D66 en PvdA/GroenLinks, die publieke gezondheid soms boven individuele keuze stellen.
“Er vindt geen enkele vorm van (vaccinatie-)dwang of drang plaats, iedereen beslist zelf over zijn of haar eigen lichaam.”
BVNL wil jeugdzorg reorganiseren met focus op het gezin zelfredzaam maken en perverse prikkels uit het systeem halen. Dit is een andere benadering dan de meer collectieve, preventieve en inclusieve aanpak van D66 en PvdA/GroenLinks.
“Jeugdzorg wordt grondig gereorganiseerd zodat alle perverse prikkels en verkeerde incentives uit het systeem verdwijnen. Jeugdzorg moet gericht zijn op het in stand houden en zo snel mogelijk weer zelfredzaam maken van het gezin.”
BVNL ziet bureaucratie als een van de grootste problemen in de zorg en wil fors dereguleren, waar D66 en PvdA/GroenLinks juist meer centrale regie en kwaliteitsbewaking willen.
“Structurele aanpak van de bureaucratie in de zorg, er moet voornamelijk gewerkt worden in de zorg, in plaats van aan de zorg.”
“Samen met zorgverleners wordt bekeken waar verspilling zit, waar wet- en regelgeving efficiëntie in de weg staat en waar deregulering mogelijk is. Deze regels worden aangepast als ze goedkopere, betere of slimmere zorg in de weg staan.”
Het CDA kiest in zorg en jeugd voor een combinatie van meer eigen verantwoordelijkheid, regionale samenwerking en het versterken van de sociale basis rondom gezinnen. In tegenstelling tot D66 en PvdA/GroenLinks, die meer nadruk leggen op landelijke regie, solidariteit en het wegnemen van financiële drempels, wil het CDA lichte jeugdzorg deels privatiseren via eigen bijdragen, de huisarts als poortwachter inzetten en zware jeugdzorg regionaal organiseren. De partij benadrukt het belang van gemeenschappen, verenigingen en mantelzorgers als fundament van het zorgstelsel.
Het CDA wil een eigen bijdrage invoeren voor lichte jeugdzorg, met uitzondering voor kansarme gezinnen. Dit onderscheidt zich van PvdA/GroenLinks en D66, die juist pleiten voor het wegnemen van financiële drempels in de jeugdzorg. Het CDA ziet eigen bijdragen als middel om de zorg betaalbaar te houden en lichte hulpvragen meer in de eigen omgeving op te lossen.
“Het CDA wil de eigen bijdrage die wordt ingevoerd vooral toepassen bij lichte jeugdzorg. Dit mag niet ten koste gaan van het gebruik van jeugdzorg door kansarme gezinnen.”
Het CDA kiest ervoor om zware jeugdzorg regionaal te organiseren, zowel qua inkoop als aansturing. Dit is een duidelijk verschil met D66 en PvdA/GroenLinks, die meer landelijke regie en centrale sturing willen. Het CDA verwacht dat regionale organisatie leidt tot betere afstemming en kwaliteit.
“We hervormen de jeugdzorg. Zware jeugdzorg organiseren we regionaal, zowel inkoop als aansturing.”
Het CDA wil dat de huisarts de rol van poortwachter krijgt bij jeugdzorg, waarmee lichte hulpvragen in de eigen omgeving worden opgepakt. Dit is een andere benadering dan de meer laagdrempelige toegang die PvdA/GroenLinks en D66 voorstaan.
“De huisarts heeft de rol van poortwachter. Als er andere hulp nodig is, wordt het kind via een versterkte eerste lijn naar andere passende hulp doorverwezen.”
Het CDA legt sterk de nadruk op het versterken van de sociale basis, zoals verenigingen, maatschappelijke werk en informele netwerken, als fundament voor preventie en lichte zorg. Dit verschilt van de meer institutionele benadering van D66 en PvdA/GroenLinks.
“We investeren in verenigingen, maatschappelijk werk en andere ondersteunende instanties.”
Het CDA vraagt mensen meer bij te dragen aan de kosten van hun gezondheid en zorg, en wil het zorgstelsel toekomstbestendig maken door een balans te zoeken tussen collectieve en individuele verantwoordelijkheid. D66 en PvdA/GroenLinks leggen juist meer nadruk op solidariteit en collectieve financiering.
Het CDA wil mantelzorgers meer ondersteunen door respijtzorg wettelijk te regelen en mantelzorgwoningen vergunningsvrij te maken. Dit sluit aan bij hun visie op een zorgzame samenleving met een sterke rol voor informele zorg, waar D66 en PvdA/GroenLinks meer institutionele oplossingen zoeken.
“Mantelzorgwoningen mogen vergunningsvrij op eigen erf worden gebouwd. Mantelzorgers krijgen meer respijtzorg, zoals logeeropvang, zodat zij de zorg voor hun geliefden kunnen volhouden.”
“We regelen wettelijk dat gemeenten actief meer passende respijtzorg aanbieden aan mantelzorgers, zoals logeeropvang of inzet van vrijwilligers.”
De SP onderscheidt zich van D66 en PvdA/GroenLinks door een uitgesproken pleidooi voor het afschaffen van marktwerking en bureaucratie in de zorg, landelijke financiering van specialistische jeugdzorg, en het bieden van gratis, universele voorzieningen zoals kinderopvang en schoolmaaltijden. De partij legt sterk de nadruk op publieke regie, gelijke toegang en het voorkomen van financiële drempels voor gezinnen en jongeren. Hun visie is radicaal sociaal: zorg en jeugdvoorzieningen moeten collectief, toegankelijk en zonder winstoogmerk georganiseerd zijn.
De SP wil specialistische jeugdzorg weer landelijk financieren en de marktwerking en bureaucratie uit de jeugdzorg halen, in tegenstelling tot D66 en PvdA/GroenLinks die doorgaans meer ruimte laten voor lokale invulling en samenwerking met private partijen. Dit moet zorgen voor gelijke toegang en het voorkomen van wachtlijsten.
De SP pleit voor gratis, universele voorzieningen zoals kinderopvang en schoolmaaltijden, waarmee ze verder gaan dan PvdA/GroenLinks en D66, die doorgaans kiezen voor inkomensafhankelijke regelingen of gedeeltelijke gratis voorzieningen. Dit beleid is gericht op het verkleinen van kansenongelijkheid en het ondersteunen van alle gezinnen, ongeacht inkomen.
De SP wil alle eigen bijdragen in de zorg afschaffen en gemeenten voldoende middelen geven voor ondersteuning, terwijl D66 en PvdA/GroenLinks doorgaans kiezen voor het verlagen of beperken van eigen bijdragen, maar niet voor volledige afschaffing. Dit verlaagt de financiële drempel voor toegang tot zorg.
De SP kiest voor structurele investeringen in preventieve zorg, begeleiding van gezinnen en ondersteuning van jonge ouders, met als doel problemen vroegtijdig te voorkomen. Dit is een meer collectieve en preventiegerichte benadering dan de vaak individuele of marktgerichte oplossingen van D66 en PvdA/GroenLinks.
De VVD kiest voor een kleinere, efficiëntere en betaalbare zorg met meer eigen bijdragen, een kleiner basispakket en strenge aanpak van fraude, in tegenstelling tot D66 en PvdA/GroenLinks die doorgaans inzetten op een ruimer basispakket, lagere eigen bijdragen en meer publieke regie. Voor jeugd en jeugdzorg legt de VVD nadruk op eigen verantwoordelijkheid van ouders, minder etikettering en meer prioritering, terwijl D66 en PvdA/GroenLinks juist pleiten voor brede toegankelijkheid en versterking van publieke voorzieningen.
De VVD wil het basispakket beperken tot de meest effectieve behandelingen en sluit niet uit dat het eigen risico verder wordt verhoogd om de zorgpremies betaalbaar te houden. Dit staat haaks op de lijn van D66 en PvdA/GroenLinks, die het basispakket juist willen uitbreiden en het eigen risico willen verlagen of afschaffen.
“De VVD wil het basispakket beperken tot de meest effectieve behandelingen, zodat de patiënt altijd de meest passende zorg krijgt. Om dit te bereiken, toetsen we steviger op wat er in het basispakket komt. Dit leidt tot een kleiner basispakket, maar vooral tot betere zorg.”
“We draaien de verlaging van het eigen risico terug. Dit zorgt er nu voor dat de maandelijkse premie omlaaggaat. We bekijken of een verdere verhoging van het eigen risico nodig is om de premies betaalbaar te houden, waarbij we rekeninghouden met de draagkracht van bijvoorbeeld mensen die chronisch ziek”
“Meer bij defensie en veiligheid, minder naar sociale zekerheid en zorg: De VVD kiest voor investeren in onze veiligheid... Dat betekent wel dat we keuzes zullen moeten maken in de zorg en de sociale zekerheid, zoals een kleiner basispakket, meer eigen bijdragen, een efficiënter zorgstelsel...”
De VVD legt sterk de nadruk op het aanpakken van zorgfraude met hogere straffen en een zwarte lijst, en wil onnodige regels en administratieve lasten voor zorgverleners schrappen. D66 en PvdA/GroenLinks richten zich meer op vertrouwen in professionals en investeren in kwaliteit, minder op repressie en bezuinigingen.
“We kiezen daarom voor het stevig aanpakken van zorgfraude, met hogere straffen voor fraudeurs en een zwarte lijst bij de Kamer van Koophandel van veroordeelde zorgfraudeurs.”
“We vertrouwen op hun expertise en schrappen onnodige regels en administratie. We geven zorgverzekeraars en zorgkantoren daar een sturende rol.”
“Het is onuitlegbaar dat veel zorgverleners de helft van de tijd bezig zijn met administratie. We vragen verzekeraars flink te schrappen in verantwoordingseisen, verbieden dubbele uitvragen door toezichthouders, kiezen voor meer geautomatiseerde gegevensuitwisseling en lichten wet- en regelgeving door op noodzaak.”
De VVD wil in de jeugdzorg prioriteren, voorkomen dat kinderen onnodig een etiket krijgen en verwacht bij lichtere problematiek meer inzet van ouders. D66 en PvdA/GroenLinks kiezen juist voor brede toegankelijkheid en versterken van de jeugdzorg.
“We voorkomen dat kinderen onnodig een etiket opgeplakt krijgen en zorgen dat jongeren met ernstige problemen als eerste passend worden geholpen. Bij lichtere problematiek is het de verwachting dat ouders als eerste aan zet zijn. Lokale teams kunnen daarbij ondersteunen.”
De VVD wil huishoudelijke hulp alleen nog beschikbaar houden voor mensen met een zware zorgbehoefte en niet meer standaard via de Wmo, terwijl D66 en PvdA/GroenLinks deze hulp juist breed toegankelijk willen houden.
“We houden huishoudelijke hulp beschikbaar voor mensen met een zware zorgbehoefte en voor mensen die dit zelf niet kunnen betalen. Huishoudelijke hulp wordt niet meer standaard onderdeel van de Wmo.”
De ChristenUnie onderscheidt zich van D66 en PvdA/GroenLinks door sterk te focussen op het versterken van gezinnen, lokale pedagogische netwerken en het terugdringen van medicalisering in de jeugdzorg. Ze pleiten voor minder marktwerking, geen eigen bijdrage in de jeugdzorg, en meer samenwerking tussen ouders, scholen, kerken en buurtorganisaties. Hun visie is gericht op het voorkomen van zorgvragen door te investeren in de sociale basis en het gezin, in plaats van het uitbreiden van individuele professionele zorg.
De ChristenUnie is expliciet tegen het invoeren van een eigen bijdrage in de jeugdzorg, terwijl D66 en PvdA/GroenLinks hierover minder uitgesproken zijn of ruimte laten voor discussie. Dit standpunt benadrukt de toegankelijkheid van jeugdzorg voor alle kinderen, ongeacht het inkomen van hun ouders.
“De ChristenUnie is tegen de invoering van een eigen bijdrage in de jeugdzorg.”
De ChristenUnie legt de nadruk op het versterken van de pedagogische basis rondom jeugd, met samenwerking tussen ouders, scholen, kerken en buurtorganisaties. Dit is een duidelijk verschil met D66 en PvdA/GroenLinks, die doorgaans meer inzetten op professionele zorgstructuren en minder op de rol van religieuze of lokale gemeenschappen.
“We investeren in nabije zorg die pedagogische relaties rond jeugd versterkt. Geen losse programma’s, maar samenwerking tussen ouders, scholen, kerken en buurtorganisaties.”
De ChristenUnie wil voorkomen dat maatschappelijke problemen te snel worden geproblematiseerd of gemedicaliseerd, en pleit voor minder individuele zorgtrajecten en meer collectieve ondersteuning binnen de school en het gezin. Dit contrasteert met de meer zorgprofessionals-gedreven benadering van D66 en PvdA/GroenLinks.
De ChristenUnie wil alle kinderopvangorganisaties non-profit maken en private equity uit de sector weren, terwijl D66 en PvdA/GroenLinks doorgaans minder ver gaan in het volledig weren van marktwerking.
“Alle kinderopvangorganisaties worden daarom non-profit. Dit betekent ook een einde van private equity partijen in de kinderopvang.”
De ChristenUnie benadrukt het belang van het gezin en het recht op gezinsleven, en ziet uithuisplaatsing als een uiterst middel. Dit is een meer behoudende benadering dan bij D66 en PvdA/GroenLinks, die doorgaans meer nadruk leggen op het belang van het kind los van het gezin.
De SGP onderscheidt zich van D66 en PvdA/GroenLinks door sterk te focussen op het versterken van gezinnen, het normaliseren in plaats van medicaliseren van jeugdproblematiek, en het beperken van de rol van de overheid in zorg en jeugd. Waar D66 en PvdA/GroenLinks doorgaans kiezen voor meer professionalisering, centralisering en overheidsregie, legt de SGP juist nadruk op informele zorg, lokale beleidsvrijheid en het terugdringen van medicalisering. Belangrijke voorstellen zijn het wettelijk afbakenen van de jeugdhulpplicht, het investeren in gezinnen en het beperken van overheidsbemoeienis bij kinderopvang.
De SGP wil voorkomen dat gedrag van jongeren te snel wordt geproblematiseerd of gemedicaliseerd, en pleit voor meer aandacht voor de context van het kind, zoals het gezin. Dit staat haaks op de meer professionele, zorggerichte benadering van D66 en PvdA/GroenLinks, die vaker kiezen voor uitbreiding van jeugdzorg en GGZ.
“De SGP vindt het belangrijk dat de overheid bijdraagt aan het normaliseren in plaats van medicaliseren en het problematiseren van gedrag. Ook het voorkomen van problemen krijgt meer aandacht.”
“Jeugdhulp gaat zich meer richten op de context van de jeugdige. Vaak houdt jeugdhulp verband met de gezinssituatie, zoals schulden, ggz- of relatieproblemen van ouders.”
De SGP vindt dat de overheid zich niet primair moet richten op het faciliteren en financieren van kinderopvang en wil de jeugdhulpplicht wettelijk afbakenen. Dit contrasteert met D66 en PvdA/GroenLinks, die juist pleiten voor meer centrale regie, universele kinderopvang en ruimere toegang tot jeugdzorg.
De SGP ziet het gezin, familie en het sociale netwerk als de primaire plek voor zorg en ondersteuning, en investeert in het versterken van deze structuren. D66 en PvdA/GroenLinks leggen meer nadruk op professionele zorg en collectieve voorzieningen.
“Er wordt geïnvesteerd in krachtige huwelijken, relaties en gezinnen.”
“Elk kind heeft behoefte aan liefde, aandacht en nabijheid, aan gewoon meedoen en erbij horen. Dat gebeurt niet allereerst door inzet van professionele hulp, maar door de inzet van alle betrokkenen uit het netwerk van het kind.”
De SGP wil dat gemeenten meer beleidsvrijheid behouden en is kritisch op landelijke sturing en standaardisering, terwijl D66 en PvdA/GroenLinks juist vaak pleiten voor landelijke kwaliteitsnormen en centrale regie.
“De voorwaarden die de regering stelt aan een stabiel aanbod van specialistische jeugdhulp mogen niet afdoen aan de beleidsvrijheid en democratische legitimiteit van gemeenten.”
BIJ1 onderscheidt zich van D66 en PvdA/GroenLinks door te pleiten voor volledige publieke zorg, het afschaffen van marktwerking en eigen risico, en het garanderen van zorg op basis van behoefte in plaats van kosten. In de jeugdzorg wil BIJ1 de harde leeftijdsgrens bij 18 jaar afschaffen en meer zelfbeschikking en continuïteit bieden, met bijzondere aandacht voor jongeren die uit beeld raken. Hun visie is radicaal gericht op gelijkheid, toegankelijkheid en het centraal stellen van de mens boven financiële belangen.
BIJ1 wil de zorg volledig nationaliseren, marktwerking en winstoogmerk uitbannen, en het eigen risico afschaffen. Dit gaat verder dan de plannen van D66 en PvdA/GroenLinks, die marktwerking willen beperken maar niet volledig afschaffen. BIJ1 stelt de mens centraal en verwerpt financiële prikkels in de zorg.
“De zorg komt volledig in handen van de overheid, van ziekenhuis tot verzekeraar. Winst en markt-bureaucratie in de zorg worden zo verleden tijd. Het ‘eigen risico’ en rekeningen aan de balie schaffen we af.”
“We hebben de zorg lange tijd overgelaten aan de verwoestende vrije markt. ... Daarom brengen we de zorg weer in publieke handen en zetten we ons in voor een betaalbaar, toegankelijk en rechtvaardig zorgsysteem.”
BIJ1 wil de zogeheten 'harde knip' bij 18 jaar in de jeugdzorg afschaffen, zodat jongeren niet abrupt uit de zorg vallen. Dit is een duidelijk verschil met D66 en PvdA/GroenLinks, die doorgaans pleiten voor betere overgangsregelingen maar de leeftijdsgrens niet principieel willen opheffen.
“De ‘harde knip’ wanneer je 18 wordt, moet uit de Jeugdzorg. De jeugdzorg moet doorlopen tot de zogeheten Big 5 van bestaanszekerheid in het leven van jongeren is gegarandeerd.”
BIJ1 legt sterk de nadruk op zelfbeschikking voor cliënten, inclusief een verbod op vrijheidsbeperkende maatregelen in instellingen. Dit is radicaler dan de voorstellen van D66 en PvdA/GroenLinks, die vooral inzetten op het verminderen van dwang en drang.
“Iedereen krijgt de vrijheid te kiezen bij welke hulpverlener zij geholpen willen worden. ... Vrijheidsbeperkende maatregelen in instellingen worden verboden.”
BIJ1 wil een fundamentele verandering in de GGZ en jeugdzorg, met minder bureaucratie, geen separeercellen, en meer inzet van ervaringsdeskundigen. De partij stelt de menselijke maat centraal en wil af van doorgeschoten diagnostisering en wachtlijsten.
“We zetten ons in voor een GGZ zonder doorgeslagen diagnostisering, lange wachtlijsten, personeelstekorten, separeercellen en burn-outs onder medewerkers. Naar een GGZ waar de menselijke maat centraal staat.”
BIJ1 wil dat mensen met een zorgvraag altijd één plan en één regisseur hebben, ongeacht onder welke zorgwet hun vraag valt. Dit is een concreet voorstel voor betere coördinatie, waar D66 en PvdA/GroenLinks minder expliciet in zijn.
“‘Eén plan, één regisseur’ wordt de basis van hulp voor mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag, onder welke zorgwet die vraag ook valt.”
GroenLinks-PvdA kiest in zorg en jeugd voor sterke publieke voorzieningen, brede toegankelijkheid en het centraal stellen van het gezin en de rechten van jongeren. Ze willen de zorg minder marktgericht maken, investeren in mentale gezondheid van jongeren, en de gesloten jeugdzorg afbouwen. Dit verschilt van D66, dat doorgaans meer inzet op innovatie, keuzevrijheid en samenwerking met private partijen in de zorg, en minder expliciet de marktwerking wil terugdringen.
GroenLinks-PvdA wil de zorg en jeugdzorg nadrukkelijk als publieke taak organiseren en commerciële partijen weren, terwijl D66 marktwerking en keuzevrijheid meer omarmt. Dit is een fundamenteel verschil in visie op de organisatie van zorg.
“In de zorg, het onderwijs, de kinderopvang en het openbaar vervoer moet het algemeen belang voorop staan, niet de winst voor investeerders. We strijden tegen commerciële investeerders en private equity die de huisartsenzorg, welzijnswerk en de kinderopvang overnemen...”
GroenLinks-PvdA zet stevig in op het afbouwen van gesloten jeugdzorg en het vergroten van de zeggenschap van jongeren over hun behandeling. D66 is hier minder uitgesproken over en legt meer nadruk op innovatie en maatwerk.
“We zetten voortaan het gezin centraal. › Afbouw gesloten jeugdzorg. Generieke vrijheidsbeperkende maatregelen willen we zo min mogelijk. We zetten de afbouw van gesloten jeugdzorg voort”
“Jongeren krijgen meer zeggenschap over hun behandeling en krijgen recht op een vertrouwenspersoon.”
GroenLinks-PvdA wil een landelijk actieplan mentale gezondheid voor jongeren, met meer personeel in de GGZ en minder administratieve lasten. D66 benoemt mentale gezondheid ook, maar minder concreet en zonder zo'n breed actieplan.
“We starten een landelijk actieplan mentale gezondheid voor jongeren om de mentale problematiek onder jongeren terug te dringen. Ook gaan we meer personeel werven voor de GGZ, verminderen we de administratieve lasten en maken we het beroep aantrekkelijker.”
GroenLinks-PvdA benadrukt het belang van toegankelijke, betaalbare zorg dichtbij huis, inclusief huisarts, tandarts en fysiotherapeut, ongeacht inkomen. D66 legt meer nadruk op innovatie en digitalisering, en minder op het expliciet publiek maken van deze voorzieningen.
“Iedereen in Nederland moet terecht kunnen bij de huisarts – gewoon bij een vertrouwd gezicht in de buurt. Ook de tandarts en fysiotherapeut moeten bereikbaar zijn voor iedereen, ongeacht de dikte van je portemonnee. En wie zorg nodig heeft, moet die snel kunnen krijgen...”