BBB wil het tarief van de vennootschapsbelasting niet verhogen en streeft naar een stabiel fiscaal beleid voor bedrijven. Ze benadrukken het belang van een concurrerend vestigingsklimaat en willen voorkomen dat Nederlandse bedrijven op achterstand komen ten opzichte van Europese concurrenten. Concrete voorstellen voor verlaging of verhoging van het vennootschapsbelastingtarief ontbreken; het uitgangspunt is handhaving van het huidige niveau.
BBB wil het tarief van de vennootschapsbelasting niet verhogen en pleit voor stabiliteit en voorspelbaarheid in het fiscale beleid voor bedrijven. Dit moet het Nederlandse vestigingsklimaat beschermen en voorkomen dat bedrijven vertrekken of op achterstand raken ten opzichte van buitenlandse concurrenten.
“Voor bedrijven een stabiel fiscaal beleid en we handhaven de bedrijfsopvolgingsfaciliteit, deelnemingsvrijstelling, innovatiebox en andere maatregelen die innovatie stimuleren zoals de expatregeling.”
“We vinden het belangrijk dat de Nederlandse bedrijven niet verder op achterstand komen ten opzichte van hun concurrenten in Europa en dat er geen verdere nationale koppen op Europese fiscale maatregelen komen.”
“De belastingen op sparen in box 3 en op ondernemen in box 2 niet verhogen.”
BBB verzet zich tegen extra nationale lastenverzwaringen bovenop Europese afspraken, waaronder verhogingen van de vennootschapsbelasting of aanvullende beperkingen zoals renteaftrekbeperkingen. Dit moet het concurrentievermogen van Nederlandse bedrijven beschermen.
“Dus geen verdere beperkingen van de renteaftrek en geen Nederlandse koppen op de Europese CO2-heffing.”
“BBB verzet zich tegen eenzijdige lastenverzwaring vanuit OESO of EU-afspraken die het mkb disproportioneel raken.”
JA21 wil het huidige tweeschijvenstelsel in de vennootschapsbelasting vervangen door één vast tarief van 20% voor alle ondernemingen. Ze pleiten voor een eenvoudiger, transparanter en voorspelbaarder systeem, waarbij uitzonderingen en complexe regelingen worden afgeschaft en investeringen direct aftrekbaar worden. Hun visie is gericht op het stimuleren van ondernemerschap, het verminderen van regeldruk en het aantrekkelijker maken van investeren in Nederland.
JA21 wil het huidige systeem met twee tarieven (19% en 25,8%) vervangen door één helder tarief van 20% voor alle bedrijven. Dit moet het systeem eenvoudiger, eerlijker en voorspelbaarder maken, en de administratieve lasten voor ondernemers verlagen. De partij ziet het als een manier om innovatie en werkgelegenheid te stimuleren en Nederland aantrekkelijker te maken voor ondernemerschap.
“Een eenvoudige vennootschapsbelasting voor alle ondernemingen door het huidige tweeschijvenstelsel (19% en 25,8%) te vervangen door één helder tarief van 20% voor alle ondernemingen.”
“JA21 wil een fundamentele hervorming van de vennootschapsbelasting die eenvoud en eerlijkheid centraal stelt.”
Naast het vaste tarief wil JA21 de complexiteit van het systeem verminderen door uitzonderingen en regelingen af te schaffen. Ook willen ze overstappen van een belasting op boekhoudkundige winst naar een belasting op netto kasstromen, en investeringen in kapitaalgoederen direct volledig aftrekbaar maken. Dit moet investeren aantrekkelijker maken en het systeem verder vereenvoudigen.
“Een einde maken aan de grote hoeveelheid uitzonderingen en regelingen die het huidige systeem zo complex maken.”
“Een kasstroombelasting invoeren waarin we overstappen van een belasting op boekhoudkundige winst naar een belasting op netto kasstromen.”
“Investeringen in kapitaalgoederen volledig aftrekbaar maken in het jaar van investering, in plaats van gespreid afschrijven over meerdere jaren.”
BIJ1 wil de belastingdruk voor bedrijven, met name multinationals en bedrijven met hoge winsten, fors verhogen door strengere winstbelastingen en het aanpakken van belastingontwijking. Ze pleiten voor het zwaar belasten van onredelijke winsten, het verplichten van alle bedrijven om winstbelasting te betalen, en het stoppen van gunstige belastingconstructies. Hun visie is dat bedrijven eerlijk moeten bijdragen aan de samenleving en dat Nederland geen belastingparadijs meer mag zijn voor multinationals.
BIJ1 wil dat bedrijven, vooral multinationals en bedrijven met hoge winsten, meer winstbelasting gaan betalen en dat belastingontwijking wordt aangepakt. Ze richten zich op het belasten van onredelijke winsten, het verplichten van alle bedrijven om winstbelasting te betalen, en het stoppen van voordelige belastingconstructies voor beursgenoteerde bedrijven. Het doel is om Nederland te veranderen van een belastingparadijs voor multinationals naar een land waar bedrijven eerlijk bijdragen.
“Onredelijke winsten van bedrijven gaan we zwaar belasten. Er komen wettelijke maximummarges op alle levensmiddelen voor bedrijven in de hele keten. Er wordt een substantiële windfall tax ingesteld, zodat bedrijven belasting betalen over stijgende inkomsten door iets waarvoor zij niet verantwoordelijk zijn.”
“Alle private bedrijven die in Nederland hun producten verkopen, gaan daarover winstbelasting betalen. We stoppen voordelige belastingconstructies voor beursgenoteerde bedrijven.”
BIJ1 wil dat Nederland zich inzet voor internationale afspraken om de belasting op winst voor bedrijven te verhogen en belastingconcurrentie tussen landen te stoppen. Dit moet belastingontwijking tegengaan en zorgen voor een eerlijkere verdeling van belastingdruk.
“Nederland zet zich in voor een internationaal minimum deel belasting voor bedrijven. Landen voelen hierdoor niet langer de druk om belastingen voor bedrijven lager te maken om investeringen aan te trekken. De belasting op vermogen, winst en vervuiling gaat in internationaal verband omhoog, zodat we extreem ongelijke rechten en klimaatvervuiling aanpakken.”
BIJ1 wil Nederland veranderen van een belastingparadijs voor multinationals naar een land waar belastingontwijking wordt bestreden en bedrijven eerlijk belasting betalen. Ze willen brievenbusfirma’s aanpakken, belastingtarieven op vermogen verhogen en een exit tax invoeren.
“We bestrijden de vele brievenbusfirma’s in Nederland door belastingtarieven op vermogen te verhogen. En we introduceren een 'exit tax' voor bedrijven. Zo veranderen we Nederland van een belastingparadijs voor rijke multinationals naar een paradijs van gratis basisvoorzieningen voor de mensen.”
BVNL wil het tarief van de vennootschapsbelasting fors verlagen en uiteindelijk vervangen door een vlaktaks van 25% op winst. Dit moet het vestigingsklimaat verbeteren en Nederland aantrekkelijker maken voor bedrijven, terwijl belastingontwijking door multinationals wordt aangepakt.
BVNL pleit voor een forse verlaging van de vennootschapsbelasting en wil uiteindelijk een vlaktaks van 25% invoeren op winst uit ondernemingen. Dit moet het vestigingsklimaat verbeteren, bedrijven stimuleren om in Nederland te blijven en ondernemen aantrekkelijker maken. Tegelijkertijd wil BVNL belastingontwijking tegengaan zodat ook multinationals hun "fair share" betalen.
“Mede daarom pleit BNVL voor de afschaffing van de dividendbelasting en een forse verlaging van de vennootschapsbelasting.”
“Het vestigingsklimaat moet worden verbeterd door lagere belastingen (vlaktaks van 25%) in te voeren...”
“Invoeren van een vlaktaks met een vast percentage van circa 25% op arbeid en winst...”
“BVNL wil een vlaktaks invoeren van 25% op arbeidsinkomen, winst uit onderneming en winst uit vermogen...”
De ChristenUnie doet in haar verkiezingsprogramma geen concrete uitspraken over het verhogen of verlagen van het tarief van de vennootschapsbelasting. Wel pleit de partij voor een eerlijker Europees fiscaal speelveld en meer stabiliteit in belastingtarieven, zodat Nederlandse bedrijven niet worden benadeeld ten opzichte van buitenlandse concurrenten. Specifieke tariefvoorstellen voor de vennootschapsbelasting ontbreken.
De ChristenUnie benadrukt het belang van voorspelbaarheid en stabiliteit in belastingtarieven voor ondernemers, waaronder de vennootschapsbelasting. Dit moet zorgen voor meer zekerheid en een gezond vestigingsklimaat, maar er wordt geen expliciet voorstel gedaan om het tarief te verhogen of te verlagen.
“Regels en belastingtarieven moeten daarom voor langere periodes worden vastgesteld. Dat leidt tot meer zekerheid en draagt bij aan een gezond vestigingsklimaat.”
De partij wil belastingconcurrentie tussen Europese landen tegengaan en pleit voor Europese ondergrenzen en duidelijke kaders, zodat Nederlandse bedrijven niet worden benadeeld door hogere nettarieven, waaronder de vennootschapsbelasting.
“Er komen Europese ondergrenzen en een vergelijkbaar én mondiaal aantrekkelijk Europees (fiscaal) speelveld met duidelijke en handhaafbare kaders voor nationale staatssteun.”
“Nederlandse bedrijven ervaren momenteel geen gelijk Europees speelveld, bijvoorbeeld als het gaat om staatssteun of Nederlandse nettarieven die hoger zijn dan in buurlanden.”
DENK wil het tarief van de vennootschapsbelasting verhogen voor grote bedrijven, zodat zij een eerlijker deel bijdragen aan de samenleving. De partij richt zich expliciet op het verhogen van de winstbelasting voor grote bedrijven en het aanpakken van ondoelmatige belastingvoordelen, met als doel de maatschappelijke ongelijkheid te verkleinen en publieke voorzieningen te financieren.
DENK vindt dat grote bedrijven die flinke winsten maken, een groter en eerlijker deel moeten bijdragen aan het sociale stelsel. Door de winstbelasting voor deze bedrijven te verhogen en belastingvoordelen die ongelijkheid vergroten af te schaffen, wil DENK extra middelen genereren voor publieke investeringen en een rechtvaardigere verdeling van de lasten realiseren.
“Wij verhogen daarom de winstbelasting voor grote bedrijven en schaffen ondoelmatige belastingvoordelen die de ongelijkheid vergroten af.”
“Grote bedrijven die flinke winsten maken, gaan een eerlijker deel bijdragen.”
“Op fiscaal gebied kan dekking worden gerealiseerd door een eerlijkere bijdrage uit de winsten van grote bedrijven en van de superrijken.”
GroenLinks-PvdA wil het tarief van de vennootschapsbelasting verhogen voor de meest winstgevende bedrijven, zodat zij een grotere bijdrage leveren aan de samenleving. De partij vindt dat bedrijven die veel winst maken, meer moeten bijdragen aan collectieve voorzieningen en dat de financiële bijdrage van het bedrijfsleven de afgelopen decennia te veel is afgenomen. Concrete voorstellen over het exacte tarief ontbreken, maar de richting is duidelijk: hogere lasten voor winstgevende bedrijven.
GroenLinks-PvdA stelt dat bedrijven die veel winst maken, een grotere financiële bijdrage moeten leveren aan de samenleving. Dit wordt gemotiveerd door het feit dat het bedrijfsleven profiteert van publieke voorzieningen en dat hun bijdrage de afgelopen decennia is afgenomen. De partij wil daarom het tarief voor de meest winstgevende bedrijven verhogen.
“We vinden dat bedrijven die winst maken, meer kunnen bijdragen aan onze collectieve voorzieningen. Ook het bedrijfsleven profiteert van veilige straten, goede spoorverbindingen en investeringen in onderwijs en onderzoek. Daarom verhogen we de bijdrage van de meest winstgevende bedrijven.”
Naast het verhogen van het tarief wil GroenLinks-PvdA ook een einde maken aan speciale belastingkortingen voor aandeelhouders van multinationals, waarmee het effectieve belastingtarief voor grote bedrijven omhooggaat.
“We maken een einde aan speciale belastingkortingen voor de rijkste Nederlanders en aandeelhouders van multinationals.”
De partij wil agressieve belastingconstructies illegaal maken en belastingontwijking door bedrijven harder aanpakken, zodat bedrijven niet langer via ontwijking hun effectieve belastingdruk verlagen.
“Wij gaan belastingontwijking daarom harder aanpakken en maken dergelijke agressieve constructies illegaal.”
De SGP wil het tarief van de vennootschapsbelasting (winstbelasting) voor het bedrijfsleven verlagen, met speciale aandacht voor het mkb en familiebedrijven. Tegelijkertijd benadrukt de partij dat grote ondernemingen, zoals multinationals, een eerlijke bijdrage moeten blijven leveren en dat mazen in het fiscale stelsel worden gedicht. De SGP streeft naar een rechtvaardig belastingklimaat dat investeren en werkgelegenheid stimuleert, zonder bedrijven te "uitmelken".
De SGP wil de winstbelasting voor het bedrijfsleven en de werkgeverslasten verlichten, vooral gericht op het mkb, familiebedrijven en ondernemingen die zorgen voor veel werkgelegenheid. Dit moet het investeren in de economie aantrekkelijker maken en de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven versterken.
“De winstbelasting voor het bedrijfsleven en de werkgeverslasten worden verlicht, vooral gericht op het mkb. Vaak zijn dit familiebedrijven, ondernemingen in de maakindustrie en andere bedrijven die zorgen voor veel werkgelegenheid.”
Hoewel de SGP de lasten voor het mkb wil verlagen, vindt de partij dat grote ondernemingen, met name multinationals, niet mogen wegkomen met het ontwijken van belasting. De partij wil daarom fiscale mazen dichten zodat deze bedrijven een eerlijke bijdrage leveren aan de belastingopbrengst.
“Grote ondernemingen blijven een eerlijke bijdrage aan de totale belastingopbrengst leveren. Bijvoorbeeld bij multinationals blijkt nog te vaak dat ze nauwelijks belasting in Nederland afdragen. De mazen in ons fiscale stelsel worden gedicht.”
De SGP wil dat kringloopwinkels waarvan de opbrengst uitsluitend aan goede doelen wordt besteed, worden vrijgesteld van vennootschapsbelasting.
“Kringloopwinkels waarvan de opbrengst uitsluitend aan goede doelen wordt besteed, hoeven geen omzet- en vennootschapsbelasting te betalen.”
De VVD wil het tarief van de vennootschapsbelasting niet verhogen en streeft op termijn zelfs naar verlaging van de belastingdruk op ondernemerschap. De partij ziet een te hoge belasting als schadelijk voor het ondernemersklimaat en de internationale concurrentiepositie van Nederland. Concrete voorstellen over het tarief zelf ontbreken, maar de VVD positioneert zich duidelijk tegen verhogingen en voor lastenverlichting voor bedrijven.
De VVD wil het tarief van de vennootschapsbelasting niet verhogen en op termijn verlagen, om ondernemerschap te stimuleren en te voorkomen dat bedrijven Nederland verlaten. De partij ziet een evenwichtige belastingdruk als essentieel voor een aantrekkelijk ondernemersklimaat.
“wil de VVD geen verhogingen van de belastingen op sparen, beleggingen en overige bezittingen (box 3), ondernemen (box 2) en geen hogere erf- en schenkbelasting. We vinden het van belang dat de belastingdruk op arbeid en ondernemerschap in evenwicht is. Op termijn willen we de tarieven verlagen...”
De VVD kiest ervoor om overheidsuitgaven te beperken in plaats van belastingen voor ondernemers te verhogen, om zo het ondernemersklimaat te beschermen.
“Om het huishoudboekje van de overheid op orde te houden, kiest de VVD voor minder uitgeven in plaats van hogere belastingen. Zo leggen we de rekening niet bij hardwerkende Nederlanders of ondernemers neer, maar bij de overheid zelf.”
De VVD wil geen strengere nationale regels of hogere lasten dan in andere EU-landen, om te voorkomen dat Nederlandse bedrijven op achterstand komen.
“Dit betekent ook geen strengere nationale koppen bovenop EU-beleid. We beschermen onze ondernemers tegen oneerlijke concurrentie...”
Het CDA doet in haar verkiezingsprogramma geen concrete uitspraken over het tarief van de vennootschapsbelasting. Het programma richt zich vooral op het behouden van fiscale regelingen voor bedrijven, het vereenvoudigen van het belastingstelsel en het creëren van een aantrekkelijk investeringsklimaat, maar noemt nergens expliciet verhoging, verlaging of handhaving van het vennootschapsbelastingtarief.
Het CDA benoemt nergens in het programma een concreet voorstel om het tarief van de vennootschapsbelasting te verhogen, te verlagen of ongewijzigd te laten. Wel wordt ingezet op het behouden van fiscale stabiliteit en het aantrekkelijk houden van Nederland voor bedrijven, maar zonder directe koppeling aan het tarief.
“We voeren actief economisch en fiscaal beleid om bedrijven en investeringen aan te trekken en te behouden. We behouden de expatregeling, de innovatiebox en de (uitgebreide) WBSO, scherpen de renteaftrekbeperking niet verder aan en komen niet aan de inkoop van eigen aandelen. Rust, reinheid en regelmaat is het uitgangspunt.”
“We vereenvoudigen en vervangen de versnipperde fiscale regelingen en herinvesteren dit in effectieve ondernemersregelingen gericht op investeren, innoveren en werkgeverschap.”
FVD wil het vennootschapsbelastingstelsel aanpassen door de grens voor het hoge tarief van de vennootschapsbelasting (VPB) te verhogen naar €1 miljoen, zodat vooral het MKB minder snel het hoge tarief betaalt. Het programma bevat geen voorstellen over het verlagen of verhogen van het tarief zelf, maar focust op het verhogen van de drempel voor het hoge tarief om ondernemerschap te stimuleren en bedrijven niet te bestraffen voor winst.
FVD stelt voor om de grens waarboven het hoge tarief van de vennootschapsbelasting geldt te verhogen naar €1 miljoen. Hiermee wil de partij voorkomen dat bedrijven, met name het MKB, sneller het hogere tarief moeten betalen als ze winst maken. Dit moet ondernemerschap stimuleren en het aantrekkelijker maken om te groeien.
NSC doet geen concrete uitspraken over het algemene tarief van de vennootschapsbelasting voor bedrijven in het algemeen. Wel stelt NSC voor om fiscale heffingen voor woningcorporaties te verlagen of af te schaffen en noemt het de mogelijkheid van een herbestedingsreserve binnen de vennootschapsbelasting. Er zijn geen voorstellen gevonden over verhoging, verlaging of aanpassing van het algemene tarief voor reguliere bedrijven.
NSC wil de investeringscapaciteit van woningcorporaties vergroten door fiscale heffingen die bedoeld zijn voor commerciële partijen te verlagen of af te schaffen. Dit moet het bouwen van sociale en middenhuurwoningen stimuleren. De partij noemt ook de optie om met een herbestedingsreserve binnen de vennootschapsbelasting te werken.
“Om ervoor te zorgen dat woningcorporaties ook in de toekomst kunnen investeren in duurzame woningbouw worden voor corporaties fiscale heffingen die bedoeld zijn voor commerciële partijen, op korte termijn verlaagd of afgeschaft. Ook is een optie om met een herbestedingsreserve binnen de vennootschapsbelasting te werken.”
NSC signaleert dat de ramingen van de vennootschapsbelasting vaak niet kloppen en wil tussentijdse rapportages om de inkomstenkant beter te monitoren. Dit is echter een administratieve maatregel en geen beleidswijziging van het tarief zelf.
“Met name de ramingen van de vennootschapsbelasting kloppen meestal niet. We willen daarom dat er tussentijdse rapportages komen die een beter beeld geven van de inkomstenkant.”
De PVV wil de vennootschapsbelasting (winstbelasting) voor woningcorporaties volledig schrappen om sociale huurwoningen betaalbaar te houden en de bouwopgave niet in gevaar te brengen. Voor het algemene bedrijfsleven worden geen concrete wijzigingen aan het tarief van de vennootschapsbelasting voorgesteld; de partij richt zich vooral op het schrappen van fiscale subsidies.
De PVV stelt voor om de winstbelasting voor woningcorporaties volledig af te schaffen. Dit moet woningcorporaties compenseren voor lagere sociale huren en ervoor zorgen dat zij voldoende middelen behouden om nieuwe woningen te bouwen. Het voorstel is specifiek gericht op het betaalbaar houden van sociale huur en het stimuleren van woningbouw.
“De PVV verlaagt volgend jaar de sociale huren met 10%. Woningcorporaties worden gecompenseerd: door voor hen de winstbelasting te schrappen, komt de bouwopgave niet in gevaar.”
“De PVV gaat de sociale huren volgend jaar met 10% verlagen. Woningcorporaties compenseren we door voor hen de winstbelasting te schrappen, zodat de bouwopgave niet in gevaar komt.”
De Partij voor de Dieren wil het tarief van de vennootschapsbelasting hervormen door een progressieve winstbelasting in te voeren, waarbij de tarieven afhankelijk zijn van de CO2-uitstoot van bedrijven. Daarnaast wil de partij fiscale voordelen voor grote bedrijven terugdraaien, zoals het ongedaan maken van de versoepeling van de renteaftrekbeperking. De kern van hun visie is dat bedrijven die meer vervuilen en buitensporige winsten maken, zwaarder belast moeten worden om zo bij te dragen aan klimaatdoelen en een eerlijkere samenleving.
De PvdD wil af van het huidige vlakke tarief in de vennootschapsbelasting en voert een progressieve winstbelasting in, waarbij bedrijven met hogere CO2-uitstoot een hoger tarief betalen. Dit moet buitensporige winsten afromen, vervuiling ontmoedigen en de vervuiler financieel verantwoordelijk maken.
“We voeren een progressieve winstbelasting in waarbij de tarieven afhankelijk zijn van de CO2-uitstoot, in lijn met de Groene Belastinggids. Zo worden buitensporige winsten afgeroomd, vervuiling ontmoedigd en wordt de vervuiler financieel verantwoordelijk gemaakt.”
De partij wil fiscale "cadeautjes" aan het grootkapitaal van vorige kabinetten terugdraaien, waaronder het terugdraaien van de versoepeling van de renteaftrekbeperking in de vennootschapsbelasting. Dit moet belastingontwijking en oneerlijke voordelen voor grote bedrijven tegengaan.
“We draaien cadeautjes aan het grootkapitaal van het vorige kabinet terug. Inkoop van eigen aandelen door bedrijven wordt belast. De versoepeling van de renteaftrekbeperking in de vennootschapsbelasting wordt teruggedraaid.”
De SP wil het tarief van de vennootschapsbelasting (winstbelasting) voor grote bedrijven verhogen naar minimaal het niveau van de inkomstenbelasting voor gewone mensen. Hiermee wil de partij zorgen dat grote bedrijven eerlijk bijdragen aan de samenleving en de belastingdruk eerlijker verdelen, zodat de lasten voor gewone mensen omlaag kunnen.
De SP vindt dat grote bedrijven te weinig belasting betalen ten opzichte van gewone mensen en wil daarom het tarief van de vennootschapsbelasting verhogen tot minimaal het niveau van de inkomstenbelasting. Dit moet zorgen voor een eerlijkere bijdrage van bedrijven aan de samenleving en de financiering van publieke voorzieningen.
“Daarom verhogen we de winstbelasting naar ten minste het niveau van de inkomstenbelasting die gewone mensen betalen.”
Om belastingontwijking tegen te gaan en internationale concurrentie op belastingtarieven te voorkomen, pleit de SP voor een minimumwinstbelasting voor bedrijven, ook in internationaal verband.
“Daarnaast steunen we de inzet voor een mondiale minimumbelasting voor miljonairs en miljardairs, als ook een minimum belasting voor bedrijfswinsten.”
Volt spreekt zich niet expliciet uit over het verhogen of verlagen van het tarief van de vennootschapsbelasting. In plaats daarvan pleit Volt voor een eenvoudiger en eerlijker belastingstelsel waarin het niet uitmaakt of inkomsten uit arbeid, onderneming, winst uit een vennootschap of vermogen komen, en voor het tegengaan van belastingontwijking door bedrijven. Volt wil op Europees niveau een uniforme winstbelasting invoeren om belastingconcurrentie tussen lidstaten te voorkomen.
Volt wil een belastingstelsel waarin het tarief niet afhangt van de bron van inkomsten, dus ook niet van winst uit een vennootschap. Dit moet boxhoppen voorkomen en zorgen voor een eerlijkere belastingdruk.
“Daarbij maakt het niet uit voor het belastingtarief of inkomsten worden verkregen uit arbeid, onderneming, winst uit een vennootschap of winst uit vermogen. Dit voorkomt ‘boxhoppen’. We belasten daadwerkelijke inkomsten.”
Volt wil een Europese winstbelasting invoeren als aanvulling op de eigen middelen van de EU, om te voorkomen dat landen elkaar beconcurreren met lage vennootschapsbelastingtarieven.
“We willen één Europese winstbelasting als aanvulling op de eigen middelen van de EU. Zo voorkomen we een race to the bottom, waarin lidstaten tegen elkaar uitgespeeld worden door grote multinationals.”
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma