De VVD ziet nivellering als het door de overheid herverdelen van inkomens via belastingen, toeslagen en uitkeringen, waardoor verschillen tussen werkenden en niet-werkenden kleiner worden. De partij is fel tegen verdere nivellering en wil juist dat werken meer loont door het verminderen van inkomensafhankelijke regelingen, het beperken van toeslagen en het verlagen van de lasten voor de middenklasse. De VVD pleit voor het afbouwen van de "Haagse herverdelingsmachine" en het invoeren van een simpeler belastingstelsel waarin hard werken wordt beloond.
De VVD wil af van wat zij "doorgeslagen nivellering" noemt, waarbij inkomensverschillen kunstmatig worden verkleind via toeslagen, aftrekposten en heffingskortingen. Volgens de partij ontmoedigt dit hard werken en zorgt het ervoor dat werkenden te weinig profiteren van hun inspanningen. De VVD wil daarom inkomensafhankelijke regelingen verminderen, toeslagen beperken en de belastingdruk op werkenden verlagen, zodat werken altijd meer oplevert dan niet werken.
“willen we af van de doorgeslagen nivellering via toeslagen, aftrekposten en heffingskortingen.”
“We stoppen met steeds maar weer verder nivelleren, verlagen de lasten voor middeninkomens en zetten de werkende Nederlander weer op één.”
“De VVD perkt de Haagse herverdelingsmachine in.”
“We hervormen het stelsel van belastingen en toeslagen zodanig dat méér werken veel meer loont dan nu het geval is.”
“Indammen van de nivelleringsdrang: Hard werken, risico nemen en succes mogen niet bestraft worden. Dat is fundamenteel oneerlijk. We gaan stoppen met nog meer nivelleren door werken en ondernemen minder te belasten.”
“We hervormen deze lokale nivelleringsmachine door meer landelijke voorwaarden te stellen en regelingen waar nodig in te perken of landelijk te organiseren, zodat we ook bureaucratie verminderen.”
“Het mag niet meer gebeuren dat iemand door een stapeling van uitkeringen en toeslagen meer te besteden heeft dan iemand die hard werkt om rond te komen. We voeren een plafond in op de totale steun die één huishouden kan ontvangen.”
De VVD stelt dat het huidige systeem van inkomensafhankelijke toeslagen en regelingen leidt tot rondpompen van geld en onbedoelde prikkels om minder te werken. Door deze regelingen te verminderen en eenvoudiger te maken, wil de partij het aantrekkelijker maken om (meer) te werken en de koopkracht van de middenklasse versterken.
Om te voorkomen dat niet-werkenden meer te besteden hebben dan werkenden, wil de VVD een uitkeringsplafond invoeren. Dit moet ervoor zorgen dat werken altijd financieel aantrekkelijker blijft dan het ontvangen van uitkeringen en toeslagen.
“Dit uitkeringsplafond zorgt ervoor dat werken altijd loont.”
BBB verzet zich tegen nivellering als doel op zich en pleit juist voor erkenning van verschillen in talenten, regio’s en opleidingsroutes. Hun beleid richt zich op het bieden van gelijke kansen door maatwerk, waardering voor praktisch en theoretisch onderwijs, en het versterken van regionale spreiding en rechtvaardigheid. BBB wil geen kunstmatige gelijkmaking, maar streeft naar gelijkwaardigheid en het benutten van ieders unieke bijdrage aan de samenleving.
BBB vindt dat niet iedereen naar hetzelfde (theoretische) niveau moet worden gestuurd, maar dat praktische vaardigheden en verschillende talenten gelijkwaardig moeten worden gewaardeerd. Dit is een direct verzet tegen nivellering in het onderwijs en op de arbeidsmarkt.
“Te lang zijn leerlingen richting het hoogste theoretische niveau gestuurd, terwijl de samenleving juist zit te springen om vakmensen. Tijd voor erkenning en gerichte steun.”
“Mensen zonder diploma die wel de nodige kwaliteiten hebben, moeten via praktische certificering gelijkwaardig kunnen worden gekwalificeerd voor werk op basis van verworven kennis, vaardigheden en competenties.”
“BBB kiest voor een duidelijke koers: minder randzaken, meer vakmanschap, meer gelijkwaardigheid en waardering met een sterke regionale spreiding.”
BBB ziet nivellering niet als het gelijkmaken van uitkomsten, maar als het bieden van gelijke kansen door in te zetten op regionale spreiding van voorzieningen en opleidingen. Ze willen dat iedereen, ongeacht woonplaats, toegang heeft tot passende ontwikkelingsmogelijkheden.
“In alle regio’s streven we naar een zoveel mogelijk dekkend aanbod van theoretische en praktische opleidingen, zodat jongeren en volwassenen passende kansen krijgen om zich te ontwikkelen.”
“BBB streeft naar een dekkend aanbod in de regio’s voor zowel theoretische als praktische opleidingen.”
“Regio’s die economisch minder 'rendabel' lijken, leveren grote sociale waarde.”
BBB benadrukt dat beleid niet moet streven naar kunstmatige gelijkheid (nivellering), maar naar gelijkwaardigheid en het benutten van verschillen. Ze willen beleid dat mensen kansen en zekerheid geeft, zonder iedereen gelijk te maken.
“De financiële koers van Nederland moet weer gericht zijn op brede welvaart en op welzijn, niet op spreadsheet-efficiëntie alleen.”
“BBB wil een overheid die haar burgers vertrouwt in plaats van alleen controleert. Een overheid die middelen inzet voor leefbaarheid, bestaanszekerheid en gemeenschapszin.”
De Partij voor de Dieren ziet nivellering als het verkleinen van inkomensverschillen en het eerlijker verdelen van welvaart, met bijzondere aandacht voor lagere inkomens. Ze willen dit bereiken door hogere lonen en uitkeringen aan de onderkant, het afschaffen van het jeugdloon, het invoeren van een basisinkomen, het begrenzen van topinkomens en het verplicht delen van winst met werknemers. De partij koppelt deze maatregelen aan het streven naar een rechtvaardige samenleving waarin iedereen kan meedelen in de welvaart.
De PvdD wil inkomensverschillen verkleinen door lonen en uitkeringen aan de onderkant te verhogen en het minimumjeugdloon af te schaffen. Dit moet zorgen voor meer bestaanszekerheid en een eerlijker inkomensverdeling.
“Het minimumloon stijgt naar 16 euro per uur en wordt gekoppeld aan de mediane lonen, met als ondergrens 60% van het mediane inkomen. Uitkeringen zoals de AOW, WIA, Wajong en bijstand stijgen mee.”
“We schaffen het minimumjeugdloon af. Iedereen hoort een eerlijk loon te krijgen.”
“De lonen in de zorg, het onderwijs en andere publieke sectoren worden fors verhoogd. Essentieel werk verdient waardering en een eerlijk salaris.”
De partij wil experimenteren met vormen van een basisinkomen of negatieve inkomstenbelasting om bestaanszekerheid te vergroten en armoede structureel te verminderen. Dit is een directe vorm van nivellering.
“We breiden pilots met verschillende vormen van een basisinkomen, zoals een vast bedrag per maand of een negatieve inkomstenbelasting, uit.”
Om de kloof tussen hoge en lage inkomens te verkleinen, wil de PvdD topinkomens begrenzen en werknemers laten meedelen in de winst van bedrijven. Dit voorkomt buitensporige beloningen aan de top en zorgt voor een eerlijker verdeling van bedrijfswinsten.
“We breiden de balkenendenorm uit naar semi-publieke instellingen en organisaties die in opdracht van de overheid werken. Buitensporige beloningen worden hierdoor begrensd.”
“Bij winstuitkering deelt het personeel. We voeren verplichte, voor alle werknemers gelijke winstdeling in voor bedrijven vanaf 50 werknemers.”
De PvdD wil dat sociale uitkeringen gelijkwaardiger worden verdeeld, zodat mensen met een lager inkomen niet worden benadeeld ten opzichte van mensen met een hoger inkomen. Dit draagt bij aan nivellering binnen het sociale zekerheidsstelsel.
“Op dit moment hebben mensen met een hoog inkomen vaker en langer recht op een uitkering dan mensen met een lager inkomen. Dat is onrechtvaardig. Een sociaal vangnet moet iedereen gelijkwaardig behandelen.”
50PLUS spreekt zich in het verkiezingsprogramma niet expliciet uit over "nivellering" als term, maar hun standpunten en voorstellen wijzen op een voorkeur voor het stimuleren van individuele bezitsvorming en het beperken van herverdeling via belastingen. De partij wil vooral ouderen financieel beschermen en pleit voor het afschaffen van erf- en schenkbelasting, het stimuleren van sparen en het behouden van fiscale voordelen voor woningbezit. 50PLUS kiest dus niet voor verdere nivellering, maar juist voor het behouden of vergroten van financiële verschillen op basis van eigen inspanning en bezit.
50PLUS wil jongeren en ouderen stimuleren om vermogen op te bouwen en is tegen extra belasting op bezit. Dit staat haaks op nivellering, dat juist gericht is op het verkleinen van vermogensverschillen. De partij pleit voor het terugbrengen van spaarregelingen en het behouden van fiscale voordelen voor woningbezit.
“Bezitsvorming wordt gestimuleerd, zodat jongeren eerder een woning kunnen kopen.”
“Herverinvoering een ‘Zilvervloot’- spaarregeling om te bevorderen dat voor jongeren op 18 jaar een basisvermogen beschikbaar is.”
“De aftrek hypotheekrente blijft in stand.”
“De beloning op het aflossen van de hypotheek op de eigen woning (de Wet Hillen) keert terug.”
Door het afschaffen van erf- en schenkbelasting kiest 50PLUS expliciet tegen herverdeling van vermogen tussen generaties, wat een belangrijk instrument van nivellering is. Dit standpunt beschermt het doorgeven van vermogen binnen families.
“De schenk- en erfbelasting wordt afgeschaft.”
50PLUS wil het nieuwe Box 3-stelsel baseren op werkelijk behaald rendement en de overwaarde van de eigen woning niet belasten. Dit voorkomt extra nivellering via vermogensbelasting.
“Het nieuwe Box 3-stelsel wordt gebaseerd op werkelijk behaald rendement, met een algemene vermogenswinstbelasting en geen vermogensaanwasbelasting. De overwaarde van de eigen woning wordt in de toekomst niet belast als vermogen in box 3.”
BIJ1 ziet nivellering als het actief verkleinen van inkomens- en vermogensverschillen door progressieve belastingen, inkomensafhankelijke tarieven en universele basisvoorzieningen. De partij wil dat rijkdom en lasten eerlijker verdeeld worden, zodat iedereen toegang heeft tot een goed leven, ongeacht inkomen of achtergrond. Concreet stelt BIJ1 onder meer hogere belastingen op vermogen, inkomensafhankelijke tarieven voor publieke diensten en het afschaffen van inkomensgrenzen bij sociale voorzieningen voor.
BIJ1 wil inkomens- en vermogensverschillen drastisch verkleinen door hogere belastingen voor de rijksten en lagere lasten voor mensen met een lager inkomen. Dit moet leiden tot een eerlijkere verdeling van welvaart en meer bestaanszekerheid voor iedereen.
“We verlagen de inkomstenbelasting. Zodat mensen direct meer geld overhouden. Daartegenover maken we de vermogensbelasting voor de vermogenden flink hoger. Er komt een limiet op vermogen, waarboven een marginaal belastingtarief van 100% geldt.”
“Vermogens- en erfbelasting maken we drastisch hoger.”
BIJ1 wil dat tarieven voor bijvoorbeeld parkeren, verkeersboetes en belastingen afhankelijk worden van het inkomen en vermogen van mensen. Zo dragen hogere inkomens meer bij, terwijl mensen met lagere inkomens worden ontzien.
“Tarieven voor autogebruik, zoals een parkeervergunning, verkeersboetes en belasting worden afhankelijk van iemands inkomen en vermogen. Hogere inkomens betalen flink hogere tarieven dan nu. Dit zorgt voor minder auto’s op de weg en daarmee minder vervuiling, onveiligheid en ruimtegebruik. Terwijl we mensen met lagere inkomens ontzien.”
BIJ1 wil dat basisvoorzieningen zoals wonen, kinderopvang en openbaar vervoer voor iedereen toegankelijk en betaalbaar zijn, zonder inkomensgrenzen of uitsluiting. Dit draagt bij aan het verkleinen van sociale ongelijkheid.
“De inkomensgrens voor sociale huur schaffen we af. Iedereen in Nederland heeft recht om betaalbaar te wonen.”
“Wij maken kinderopvang gratis voor iedereen. Zo krijgen ouders zekerheid dat hun kinderen goed opgevangen worden, zonder zorgen over te hoge kosten of risico’s van toeslagen.”
BIJ1 streeft niet alleen naar gelijke kansen, maar naar gelijke uitkomsten voor iedereen, ongeacht achtergrond of sociaaleconomische positie. Dit is een radicale vorm van nivellering die verder gaat dan het traditionele gelijkekansenbeleid.
“Wij zetten niet in op gelijke kansen - wij eisen de kans op een gelijke uitkomst op voor iedereen. Wat je achtergrond ook is.”
D66 ziet nivellering als het verkleinen van inkomensverschillen en het vergroten van kansengelijkheid, zodat iedereen – ongeacht achtergrond of regio – gelijke kansen krijgt op een goed bestaan. De partij stelt voor om het minimumloon en de bijstand te verhogen, toeslagen te vervangen door een individueel basisbedrag, en publieke voorzieningen zoals kinderopvang bijna gratis te maken. Zo wil D66 bestaanszekerheid en gelijke kansen structureel verbeteren.
D66 wil inkomensnivellering bereiken door het minimumloon en de bijstand te verhogen, zodat werken altijd loont en iedereen een volwaardig inkomen heeft. Dit moet armoede tegengaan en de inkomensverschillen verkleinen, waardoor bestaanszekerheid voor iedereen wordt gegarandeerd.
“We verhogen het minimumloon en het minimumjeugdloon. De bijstand stijgt in verhouding mee. Vanaf 18 word je als volwassene betaald, omdat je dat dan ook bent.”
Door het complexe toeslagenstelsel te vervangen door een individueel basisbedrag, wil D66 inkomensondersteuning eenvoudiger en eerlijker maken. Dit basisbedrag zorgt ervoor dat het inkomen van mensen op peil blijft, waardoor bestaanszekerheid wordt vergroot en afhankelijkheid van ingewikkelde regelingen afneemt.
D66 wil de toegang tot kinderopvang vrijwel gratis maken voor alle kinderen, ongeacht het inkomen of de werksituatie van de ouders. Dit verkleint de verschillen in ontwikkelingskansen tussen kinderen uit verschillende inkomensgroepen en draagt bij aan kansengelijkheid.
“Op weg naar deze publieke voorziening maken we de kinderopvang bijna gratis. Elk kind krijgt toegang tot vijf dagen opvang per week. Dat geldt ook voor kinderen van wie één ouder werkt.”
D66 streeft naar nivellering tussen regio’s door extra te investeren in gebieden die achterblijven op het gebied van leefbaarheid, werkgelegenheid en bereikbaarheid. Zo wil de partij dat waar je woont geen invloed heeft op je kansen in het leven.
“Welvaart in de breedste zin – van inkomen tot gezondheid en leefomgeving – hoort overal te groeien, in de grote steden en in de regio. Of je nu in Zeeland, Limburg, de Achterhoek, Groningen, Haarlem of Breda woont: dat moet geen verschil maken voor je kansen.”
“D66 investeert in regio’s die extra aandacht verdienen. Dat doen we met name op het vlak van leefbaarheid, werkgelegenheid, bereikbaarheid en de toegang tot kunst en cultuur.”
De PVV is tegen nivellering, oftewel het gelijkmaken van inkomens door overheidsbeleid, en pleit juist voor het verlagen van lasten voor burgers en het schrappen van lastenverzwaringen. De partij wil dat Nederlanders meer geld overhouden door lagere belastingen op energie, boodschappen en huren, en verzet zich tegen maatregelen die de koopkracht van werkenden en middeninkomens aantasten. De kern van hun visie is dat de overheid niet moet herverdelen via hogere lasten, maar juist de lasten moet verlagen zodat mensen zelf meer te besteden hebben.
De PVV ziet nivellering als een negatieve ontwikkeling waarbij de overheid te veel geld herverdeelt en burgers onnodig zwaar belast. In plaats daarvan wil de partij lasten verlagen, zodat Nederlanders meer koopkracht overhouden en niet worden gestraft voor hun werk of energieverbruik. Dit standpunt richt zich op het tegengaan van inkomensgelijkheid door belastingmaatregelen en het bevorderen van economische zelfstandigheid.
“De PVV wil de economie weer een boost geven door de lasten van burgers te verlagen. Bijna de helft van wat we met zijn allen verdienen in Nederland wordt door de overheid besteed – alleen vaak aan de verkeerde dingen.”
“De PVV wil de btw op energie verlagen van 21 naar 9%.”
“De PVV wil daarom de btw op boodschappen helemaal schrappen, waardoor de boodschappenkar bijna 10% goedkoper kan worden.”
“De PVV gaat de sociale huren volgend jaar met 10% verlagen.”
De PVV koppelt nivellering ook aan lastenverzwaringen die voortkomen uit klimaatbeleid en internationale solidariteit, en verzet zich tegen het besteden van miljarden aan doelen waar 'de Nederlander niets aan heeft'. De partij ziet deze uitgaven als vormen van herverdeling die de koopkracht van Nederlanders ondermijnen.
“Miljarden worden verspild aan zaken waar de Nederlander niets aan heeft en ook helemaal niet om heeft gevraagd. Alleen al dit jaar besteden we € 9 miljard aan de opvang van asielzoekers en Oekraïners. Ook sturen we elk jaar € 7 miljard naar Afrika en doneren we € 10 miljard aan Brussel.”
“Voor 2026 voorkomen we een forse accijnsverhoging op brandstof door te snijden op de klimaatuitgaven.”
De SGP is kritisch over nivellering, oftewel het gelijk(er) maken van inkomens of voorzieningen door overheidsbeleid. De partij verzet zich tegen generieke kortingen of maatregelen die zonder onderscheid groepen gelijk behandelen, en pleit juist voor maatwerk en het erkennen van verschillen tussen mensen, regio’s en sectoren. SGP wil dat beleid recht doet aan verscheidenheid en individuele verantwoordelijkheid, en is tegen het opleggen van uniforme regels die ontwikkeling of ondernemerschap belemmeren.
De SGP wijst nivellering af als dit leidt tot het belemmeren van normale bedrijfsontwikkeling of het negeren van verschillen tussen mensen en sectoren. De partij vindt dat generieke maatregelen vaak onrechtvaardig uitpakken en pleit voor meer maatwerk.
“De spanning op de mestmarkt kan omlaag door een vorm van derogatie, volledige verrekening van gasvormige stikstofverliezen en vrijwillige opkoop- of extensiveringsregelingen, niet door een generieke korting op fosfaatrechten.”
“De afroming van productie- en fosfaatrechten bij transacties wordt ingeperkt, zodat normale bedrijfsontwikkeling niet onnodig belemmerd wordt.”
“De bekostiging van mbo wordt eerlijk en transparant, zonder sterke sturing op regionalisering en met erkenning van verscheidenheid in profiel van instellingen.”
De SGP benadrukt dat beleid rekening moet houden met verschillen tussen mensen, regio’s en instellingen, en dat individuele verantwoordelijkheid centraal moet staan in plaats van nivellering.
“Het beleid moet recht doen aan de status van nieuwkomers in het voortgezet onderwijs.”
“De overheid ondersteunt scholen die willen werken aan inclusiever onderwijs. Voor leerlingen die daarmee onvoldoende gebaat zijn, blijft de overheid echter...”
“Binnen ontwikkelingssamenwerking moet er aansluiting zijn op de lokale cultuur, religieuze gebruiken en bedrijvigheid (lokalisatie). Dit bevordert onafhankelijkheid en zorgt ervoor dat projecten ooit weer kunnen worden afgebouwd.”
De ChristenUnie ziet nivellering als het verkleinen van inkomensverschillen en het eerlijker verdelen van welvaart, vooral door het belastingstelsel te hervormen. Ze willen inkomensondersteuning eenvoudiger en rechtvaardiger maken door een verzilverbare belastingkorting en een inkomensonafhankelijke kinderbijslag, en pleiten voor het afschaffen van belasting op de eerste €30.000 inkomen. Hun visie is dat iedereen moet kunnen meedelen in de welvaart, zonder dat werken wordt ontmoedigd of mensen door complexe regels in de knel komen.
De ChristenUnie wil nivellering bereiken door het toeslagenstelsel te vervangen door een verzilverbare belastingkorting en een vaste kinderbijslag, zodat iedereen, ongeacht inkomen, een gelijk basisbedrag ontvangt. Dit voorkomt dat mensen met een lager inkomen buiten de boot vallen en maakt het systeem eenvoudiger en eerlijker.
“In plaats van toeslagen krijgt iedere Nederlander maandelijks een korting op de te betalen inkomstenbelasting. Als de korting hoger is dan het belastingbedrag, wordt het verschil uitgekeerd. Deze belastingkorting houdt rekening met de samenstelling van het huishouden (equivalentiebenadering) en is onafhankelijk van het inkomen.”
“We vormen de kinderbijslag en het kindgebonden budget om tot een inkomensonafhankelijke regeling, als onderdeel van de verzilverbare belastingkorting. Het bedrag per kind is € 4500 per jaar (€ 375 per maand).”
Door geen belasting te heffen over de eerste €30.000 aan inkomen, wil de ChristenUnie de inkomensverschillen verkleinen en werken lonender maken, zodat vooral lagere inkomensgroepen profiteren en armoedeval wordt tegengegaan.
“De belasting op inkomen uit arbeid wordt fors verlaagd. Stelregel is dat onderaan de streep niemand belasting betaalt over de eerste € 30.000 aan inkomen.”
De ChristenUnie ziet het huidige belasting- en toeslagenstelsel als te complex en oneerlijk, waardoor mensen met een laag of middeninkomen soms meer dan 100% belasting betalen over extra verdiend geld. Ze willen het stelsel hervormen zodat het eerlijker uitpakt en inkomensnivellering op een transparante manier plaatsvindt.
“Ons belastingstelsel is stuk. Door de wirwar aan schijven, inkomensafhankelijke heffingskortingen en toeslagen is het voor de meeste mensen een volslagen mysterie hoeveel belasting ze betalen. Bovendien is de belastingdruk op werk vaak onacceptabel hoog. Soms betalen mensen over een extra verdiende euro meer dan 100% aan belasting, inclusief verlies aan toeslagen.”
“Voor de ChristenUnie is dit onacceptabel.”
DENK ziet nivellering als het actief verkleinen van inkomens- en vermogensverschillen om maatschappelijke ongelijkheid tegen te gaan. De partij wil dit bereiken door belastingverlagingen voor lage en middeninkomens, hogere lasten voor de hoogste inkomens, het versterken van de verzorgingsstaat en het investeren in publieke voorzieningen zoals onderwijs, zorg en betaalbaar wonen. DENK streeft naar een rechtvaardigere inkomensverdeling en meer bestaanszekerheid voor iedereen.
DENK wil inkomensverschillen verkleinen door de belastingdruk te verlagen voor lage en middeninkomens en juist hogere bijdragen te vragen van de hoogste inkomens en vermogens. Dit moet leiden tot meer bestaanszekerheid en een eerlijker verdeling van welvaart.
“We verlagen de belasting voor lage- en middeninkomens. Mensen met een heel hoog inkomen of vermogen kunnen een extra bijdrage leveren.”
“Wij versterken de bestaanszekerheid door het invoeren van belastingverlagingen voor mensen met lage en middeninkomens en investeren in toereikende tegemoetkomingen.”
DENK wil maatschappelijke ongelijkheid fors verkleinen door meer geld te investeren in onderwijs, zorg, betaalbare woningen en andere publieke voorzieningen. Dit moet de toegang tot basisvoorzieningen verbeteren en de verschillen tussen arm en rijk verminderen.
“Wij zetten in op een overheid die de maatschappelijke ongelijkheid de komende periode fors verkleint. Wij staan daarom voor meer geld voor het onderwijs, voor betaalbare woningen, voor het openbaar vervoer, voor de zorg en voor andere publieke voorzieningen.”
DENK benoemt het verkleinen van inkomensverschillen expliciet als doel en koppelt dit aan het bestrijden van armoede en het vergroten van bestaanszekerheid.
Forum voor Democratie (FVD) ziet "nivellering" als het kunstmatig verlagen van het onderwijsniveau, waardoor kwaliteit en excellentie worden ondermijnd. FVD wil strengere toelatingseisen, stoppen met output-financiering en meer differentiatie om te voorkomen dat het onderwijsniveau verder wordt uitgehold. Hun kernvisie is dat onderwijs moet uitdagen tot het hoogste niveau, met focus op talent en kwaliteit in plaats van kwantiteit.
FVD stelt dat nivellering in het hoger onderwijs leidt tot een verlaging van het niveau en pleit daarom voor strengere toelatingseisen en selectie op motivatie en talent. Dit moet voorkomen dat universiteiten en hogescholen diploma-fabrieken worden en het niveau verder daalt.
“Het hoger onderwijs is de afgelopen decennia uitgehold door massalisering, internationalisering en nivellering. Universiteiten en hogescholen zijn steeds meer gaan functioneren als diploma-fabrieken, waar de nadruk ligt op aantallen afgestudeerden in plaats van op kwaliteit en excellentie.”
“We verhogen de toelatingseisen voor universiteiten en hogescholen, zodat alleen gemotiveerde en talentvolle studenten worden toegelaten.”
FVD ziet output-financiering als een perverse prikkel die instellingen aanzet tot nivellering, oftewel het verlagen van het onderwijsniveau om meer diploma’s te kunnen uitreiken. Door deze financieringsvorm af te schaffen, wil FVD de focus weer op kwaliteit leggen.
FVD verzet zich tegen nivellering in het voortgezet onderwijs door differentiatie naar niveau te behouden en experimenten met de middenschool af te wijzen. Hiermee willen ze voorkomen dat kwaliteit en ambitie worden uitgevlakt.
“We behouden differentiatie naar niveau, wijzen socialistische middenschool-experimenten af en beschermen categorale gymnasia, zodat kwaliteit en ambitie niet worden uitgevlakt.”
De SP ziet nivellering als het verkleinen van inkomens- en vermogensverschillen door hogere lasten voor de rijksten en lagere lasten voor de werkende klasse en mensen met een lager inkomen. Hun belangrijkste voorstellen zijn het verhogen van belastingen op grote vermogens en het afbouwen van belastingvoordelen voor de rijksten, waarbij de opbrengsten worden gebruikt om de inkomstenbelasting voor lagere inkomens te verlagen. Zo wil de SP de ongelijkheid verminderen en zorgen dat iedereen profiteert van de welvaart.
De SP wil de inkomens- en vermogensverschillen verkleinen door de hoogste inkomens en vermogens zwaarder te belasten en de opbrengsten hiervan te gebruiken om de lasten voor de werkende klasse te verlagen. Dit is gericht op het vergroten van het besteedbare inkomen van de meerderheid en het verminderen van ongelijkheid.
De SP wil belastingvoordelen voor de rijksten, zoals de hypotheekrenteaftrek voor dure woningen, afbouwen en de opbrengsten inzetten voor publieke doelen. Dit draagt bij aan nivellering door de fiscale voordelen voor hoge inkomens te beperken en de opbrengsten ten goede te laten komen aan de samenleving als geheel.
“De opbrengsten uit afbouw van de hypotheekrenteaftrek boven de 600 duizend euro en het belasten van grondspeculatie vloeien terug in het Nationaal Woonfonds.”
De SP wil publieke voorzieningen, zoals sociale huurwoningen en onderwijs, toegankelijk maken voor brede groepen in plaats van alleen de allerlaagste inkomens. Dit voorkomt uitsluiting en draagt bij aan het verkleinen van sociale en economische verschillen.
GroenLinks-PvdA ziet nivellering als het verkleinen van inkomensverschillen en het eerlijker verdelen van welvaart, zodat werken meer loont en de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. De partij stelt concrete maatregelen voor zoals het beperken van de hypotheekrenteaftrek, het verhogen van inkomensgrenzen voor sociale huur, en het beëindigen van belastingvoordelen voor de rijksten. Hun visie is gericht op een samenleving waarin iedereen kan rekenen op een fatsoenlijk bestaansminimum en betaalbare voorzieningen.
GroenLinks-PvdA wil de hypotheekrenteaftrek stapsgewijs afbouwen, omdat deze regeling vooral de rijkste huizenbezitters bevoordeelt en zo inkomensverschillen vergroot. Door deze maatregel willen ze de huizenmarkt eerlijker maken en nivellering bevorderen.
“De hypotheekrenteaftrek drijft de prijzen op en mensen met de duurste huizen profiteren het meest. Daarom gaan we de hypotheekrenteaftrek stapsgewijs afbouwen.”
Door de inkomensgrenzen voor sociale huur te verhogen en het aandeel betaalbare woningen te vergroten, wil GroenLinks-PvdA meer mensen toegang geven tot betaalbare huisvesting. Dit draagt bij aan nivellering doordat ook middeninkomens profiteren van lagere woonlasten.
“De inkomensgrenzen gaan omhoog, zodat ook de middenklasse toegang krijgt tot betaalbare woningen. Het doel is dat tweederde van de Nederlandse huishoudens tot de doelgroep behoort.”
De partij wil speciale belastingkortingen voor de rijkste Nederlanders en aandeelhouders van multinationals afschaffen, zodat de belastingdruk eerlijker wordt verdeeld en werken meer loont dan vermogen.
“We maken een einde aan speciale belastingkortingen voor de rijkste Nederlanders en aandeelhouders van multinationals.”
GroenLinks-PvdA streeft naar een samenleving waarin iedereen verzekerd is van een minimuminkomen, zodat niemand onder het bestaansminimum hoeft te leven. Dit is een directe vorm van nivellering door inkomenszekerheid te garanderen.
“Iedereen moet kunnen rekenen op een fatsoenlijk bestaansminimum.”
JA21 is uitgesproken tegen nivellering in het onderwijs en de economie, waarmee ze doelen op het kunstmatig gelijkmaken van uitkomsten of het verlagen van eisen. Ze pleiten voor het uitdagen van leerlingen en het belonen van inzet, in plaats van het verlagen van de lat of het demotiveren van werken en presteren. Hun belangrijkste voorstellen zijn het verhogen van de onderwijseisen, het afschaffen van complexe toeslagen en het belonen van werken.
JA21 verzet zich tegen het verlagen van eisen in het onderwijs, wat zij zien als een vorm van nivellering die prestaties en talentontwikkeling belemmert. Ze willen dat leerlingen worden uitgedaagd en dat de lat hoog blijft, zodat inzet en talent worden beloond in plaats van iedereen gelijk te behandelen ongeacht prestatie.
JA21 vindt dat het huidige belasting- en toeslagenstelsel werken onvoldoende beloont en juist nivellering in de hand werkt. Ze willen het systeem vereenvoudigen, het belonen van werken centraal stellen en het afschaffen van het huidige toeslagen- en heffingskortingencircus.
NSC ziet nivellering als het verkleinen van inkomens- en kansverschillen, vooral door het verhogen van het minimumloon, het verbeteren van bestaanszekerheid en het bieden van gelijke kansen in onderwijs en wonen. De partij stelt concrete maatregelen voor zoals het verhogen van het minimumloon naar €18, het verhogen van het minimumjeugdloon, het bieden van een belastingvrije stagevergoeding, en het vergroten van kansen voor leerlingen met een achterstand. NSC richt zich op het versterken van de basis voor iedereen, zodat werken loont en mensen niet buiten de boot vallen.
NSC wil inkomensverschillen verkleinen door het minimumloon stapsgewijs te verhogen naar €18, zodat werken weer loont en bestaanszekerheid wordt versterkt. Dit is een directe vorm van nivellering, omdat het de laagste inkomens omhoog trekt en zo de inkomensverdeling gelijker maakt.
“We verhogen het minimumloon stapsgewijs naar € 18 en koppelen dit aan een stelselvernieuwing, zodat het loon weer de basis is van het inkomen.”
Door het minimumjeugdloon te verhogen en uiteindelijk vanaf 18 jaar te vervangen door het minimumloon, wil NSC jongeren sneller een volwaardig inkomen geven. Dit voorkomt dat jongeren structureel achterblijven qua inkomen en draagt bij aan nivellering onder jongeren.
“We verhogen het minimumjeugdloon zodat jongeren meer gaan verdienen. We willen dat uiteindelijk het jeugdloon vanaf 18 jaar wordt vervangen door het minimumloon.”
NSC wil een verplichte belastingvrije stagevergoeding van €450 per maand voor mbo-, hbo- en wo-studenten, zodat ook stagiairs een fatsoenlijk inkomen hebben. Dit voorkomt dat studenten met minder financiële middelen worden benadeeld en draagt bij aan gelijke kansen.
“We voeren een verplichte belastingvrije stagevergoeding in voor mbo-, hbo- en wo-studenten, die € 450 per maand bedraagt. Dit is ook het minimum voor een fulltime stage.”
NSC wil de kansen vergroten van leerlingen die van huis uit minder meekrijgen of met een achterstand beginnen, door over- of onderadvisering te voorkomen en te zorgen voor een goed onderbouwd schooladvies. Dit is een vorm van sociale nivellering gericht op gelijke kansen in het onderwijs.
“We willen de kansen vergroten van leerlingen die van huis uit minder meekrijgen, met een achterstand beginnen of gewoon laatbloeier zijn. Daarom proberen we over- of onder advisering zo veel mogelijk te voorkomen met een goed onderbouwd schooladvies op basis van een eenduidige landelijke”
BVNL is uitgesproken tegen nivellering, wat zij zien als het kunstmatig gelijkmaken van kansen of uitkomsten, vooral in het onderwijs. De partij verzet zich tegen het verlagen van het onderwijsniveau en pleit voor het stoppen van onderwijsnivellering, omdat dit volgens hen leidt tot middelmatigheid en het ondermijnt van kwaliteit.
BVNL vindt dat het onderwijsniveau niet verder naar beneden mag worden bijgesteld en dat onderwijsnivellering moet stoppen. Zij zien nivellering als het bewust verlagen van het niveau om iedereen gelijk te trekken, wat volgens hen leidt tot middelmatigheid en een slechtere voorbereiding van leerlingen op de toekomst.
Het CDA wil nivellering (het verkleinen van inkomensverschillen via beleid) beperken door minder inkomensafhankelijke regelingen en het versimpelen van het belastingstelsel. Ze pleiten voor minder hoge toeslagen en minder uitzonderingen, zodat werken meer loont en de marginale druk omlaag gaat. De partij kiest voor een eerlijker, eenvoudiger systeem dat niet primair gericht is op herverdeling, maar op het stimuleren van arbeid en het verminderen van complexiteit.
Het CDA vindt dat het huidige stelsel met veel inkomensafhankelijke regelingen en hoge toeslagen leidt tot een hoge marginale druk en complexiteit, wat nivellering in de hand werkt. Ze willen dit beperken door het aantal inkomensafhankelijke regelingen te verminderen en het belastingstelsel te versimpelen, zodat werken meer loont en het systeem eerlijker en eenvoudiger wordt.
“We willen minder inkomensafhankelijke regelingen, waar minder mensen gebruik van hoeven maken en met minder hoge toeslagen, zodat de marginale druk omlaaggaat.”
“Ons belastingstelsel zit vol met allerlei fiscale uitzonderingsregelingen die het stelsel complexer en minder robuust maken. Deze moeten stapsgewijs worden aangepakt, met als uitgangspunt afschaffing of versobering.”
Volt ziet nivellering als het verkleinen van inkomens- en vermogensverschillen, onder andere door het belasten van vermogen zwaarder dan arbeid en het afbouwen van fiscale voordelen voor huiseigenaren. De partij stelt voor om de hypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait af te bouwen, de eigen woning naar box 3 te verplaatsen en gestegen lasten te compenseren met lagere inkomstenbelasting en een basisinkomen. Zo wil Volt huizenprijzen laten dalen en de belastingdruk eerlijker verdelen.
Volt wil fiscale voordelen voor huiseigenaren verminderen om vermogensverschillen te verkleinen en huizenprijzen te laten dalen. Door de eigen woning naar box 3 te verplaatsen en de hypotheekrenteaftrek af te bouwen, wordt vermogen zwaarder belast dan arbeid. Dit is een directe vorm van nivellering gericht op een eerlijkere verdeling van lasten en het tegengaan van vermogensongelijkheid.
“We bouwen de hypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait zo snel mogelijk af en verplaatsen de eigen woning stapsgewijs naar box 3. De gestegen maandlasten voor huiseigenaren worden gecompenseerd met een lagere inkomstenbelasting en een basisinkomen. Op deze manier belasten we vermogen meer dan arbeid én dalen de huizenprijzen.”