BVNL positioneert zich als een klassiek-liberale, economisch rechtse en cultureel conservatieve partij die zich scherp afzet tegen het collectivisme en de centralistische, progressieve koers van partijen als GroenLinks-PvdA en Volt. BVNL benadrukt individuele vrijheid, een kleine overheid, nationale soevereiniteit en verwerpt het klimaat- en EU-beleid dat door deze partijen wordt gesteund. De partij kiest voor marktwerking, deregulering en behoud van Nederlandse tradities, in tegenstelling tot de internationalistische, progressieve en regulerende benadering van GroenLinks-PvdA en Volt.
BVNL onderscheidt zich door te pleiten voor een veel kleinere overheid, minder ambtenaren en het terugdringen van bureaucratie, waar GroenLinks-PvdA en Volt juist meer centrale sturing en overheidsregie voorstaan. BVNL wil macht terugleggen bij burgers en lokale gemeenschappen, in plaats van bij de staat of supranationale organen.
“BVNL wil een kleinere overheid, minder ambtenaren en minder bureaucratie. De overheid wordt veel te groot, er zijn te veel ambtenaren, er is teveel controledrang en de bureaucratie neemt onevenredig toe.”
“Dit doen we door een groot deel van de macht weg te halen bij de Staat en weer terug te leggen bij de mensen.”
“Landelijk wordt slechts geregeld wat landelijk niet lokaal geregeld kan worden en Nederland wordt op zoveel mogelijk gebieden weer soeverein.”
In tegenstelling tot GroenLinks-PvdA en Volt, die sterk pro-EU zijn, wil BVNL de nationale soevereiniteit herstellen, EU-macht beperken en opt-outs mogelijk maken. BVNL verzet zich tegen verdere overdracht van bevoegdheden aan de EU en andere internationale organisaties.
“BVNL wil dat Nederland weer soeverein wordt. We moeten stoppen met het overhevelen van zeggenschap naar ongekozen supranationale organen zoals de WHO, de EU, de VN en de NAVO.”
“De EU moet worden omgevormd tot een confederatie van samenwerkende landen, zoals de Europese Economische Gemeenschap (EEG) oorspronkelijk bedoeld was.”
“Een bindend referendum over het EU-lidmaatschap. Economische samenwerking binnen een Europese Economische Gemeenschap (EEG) is prima en vrijwillig.”
BVNL verwerpt het klimaatbeleid, de Green Deal en het Klimaatakkoord, waar GroenLinks-PvdA en Volt juist voorstander zijn van ambitieuze klimaatmaatregelen en internationale afspraken. BVNL kiest voor kernenergie, gas en marktgedreven duurzaamheid, zonder dwang of subsidies.
“Stoppen met zinloos klimaatbeleid en waar nodig inzetten op adaptatie.”
“De Europese Green Deal en het Klimaatakkoord zeggen we op, waaronder het verbod op de verbrandingsmotor.”
“Nederland doet niet meer mee aan de Green Deal. De Green Deal is een gevaarlijke ideologie die slechts leidt tot voedseltekorten, armoede, afhankelijkheid en werkeloosheid.”
Waar GroenLinks-PvdA en Volt kiezen voor herverdeling, hogere belastingen en meer overheidsinvesteringen, kiest BVNL voor een vlaktaks, het afschaffen van toeslagen en subsidies, en een ondernemersvriendelijke vrije markteconomie.
“BVNL wil een vlaktaks invoeren van 25% op arbeidsinkomen, winst uit onderneming en winst uit vermogen, met een belastingvrije voet van €20.000,-. Tegelijkertijd worden alle andere belastingen en toeslagen afgeschaft.”
“Belang Van Nederland kiest voor een ondernemersvriendelijke koers die gestoeld is op vrijemarkteconomie, sober fiscaal beleid, lage belastingen en structurele hervormingen.”
BVNL is cultureel conservatief en wil Nederlandse tradities, taal en normen beschermen, terwijl GroenLinks-PvdA en Volt juist progressief en internationalistisch zijn op cultureel gebied.
“Nederland is geen lege huls. Onze taal, onze normen, onze geschiedenis en onze waarden zijn het fundament van wie wij zijn. Wie Nederland binnenkomt, past zich aan – niet andersom.”
“BVNL is tot slot cultureel conservatief: wij willen ons mooie Nederland en de daarbij behorende unieke Nederlandse tradities en cultuur intact houden.”
BVNL zet zich expliciet af tegen het collectivisme en 'woke-isme', wat zij als bedreiging voor Nederlandse waarden en individuele vrijheid zien. Dit contrasteert met de progressieve, inclusieve agenda van GroenLinks-PvdA en Volt.
JA21 positioneert zich als een conservatief-liberale partij die zich duidelijk afzet tegen de linkse koers van GroenLinks-PvdA en de pro-Europese, progressieve lijn van Volt. Hun belangrijkste voorstellen zijn gericht op minder EU-invloed, een kleinere overheid, streng migratiebeleid, behoud van fossiele energie en kernenergie, en het afwijzen van ideologisch gedreven klimaat- en diversiteitsbeleid. JA21 benadrukt nationale soevereiniteit, economische vrijheid en praktische oplossingen boven symbolische of ideologische maatregelen.
JA21 onderscheidt zich van GroenLinks-PvdA en Volt door te pleiten voor minder Europese inmenging en meer nationale zeggenschap, waar Volt juist sterk pro-EU is en GroenLinks-PvdA Europese samenwerking omarmt. JA21 ziet de EU vooral als een bron van beperkende regelgeving en wil nationale autonomie herstellen.
“Energiesoevereiniteit; nationale zeggenschap over de energiemix. Niet Brussel, maar Nederland bepaalt zelf hoe we energie opwekken.”
“Fiscale soevereiniteit: geen nieuwe Europese belastingen, waar mogelijk draaien we Europese heffingen terug.”
“Rigoureuze deregulering van beperkende EU-wetgeving die onze ondernemers en industrie al te lang vastzet. Alleen zo herstellen we de concurrentiekracht van Nederland en geven we ondernemerschap weer de ruimte.”
Waar GroenLinks-PvdA en Volt sterk inzetten op snelle verduurzaming en het uitfaseren van fossiele energie, kiest JA21 expliciet voor kernenergie als hoofdoplossing en wil fossiele brandstoffen behouden zolang er geen volwaardige alternatieven zijn. Ze verwerpen de "ideologisch gedreven" energietransitie van links.
“Inzetten op kernenergie en klimaatadaptatie.”
“Fossiele brandstoffen niet afschrijven zolang er geen volwaardige alternatieven zijn.”
“Ten minste 20 Gigawatt aan nieuwe kerncentrales realiseren in de komende 25 jaar.”
“Onze betrouwbare fossiele infrastructuur behouden: kolen- en aardgascentrales niet sluiten.”
JA21 verzet zich tegen wat zij zien als symboolpolitiek en ideologisch beleid op het gebied van klimaat, diversiteit en inclusie, waar GroenLinks-PvdA en Volt juist voorop lopen. Ze willen alleen duurzaamheid ondersteunen als het economisch rendeert en stoppen met diversiteits- en inclusietrainingen.
JA21 kiest voor een streng migratiebeleid en directe invloed van burgers via referenda, in tegenstelling tot de meer open en inclusieve benadering van GroenLinks-PvdA en Volt. Ze willen grenzen stellen aan migratie en burgers meer inspraak geven.
JA21 pleit voor een kleinere overheid die zich beperkt tot kerntaken, terwijl GroenLinks-PvdA en Volt juist meer overheidsregie en investeringen in publieke voorzieningen voorstaan.
“Als brede conservatief-liberale partij staan wij uniek in het politieke veld. Wij kiezen voor een kleinere overheid, grootse plannen en een open blik, zonder de menselijke maat en ons gemeenschapsgevoel uit het oog te verliezen.”
“Een overheid die zich richt op de kerntaken van veiligheid, publieke voorzieningen, woningbouw en infrastructuur.”
50PLUS onderscheidt zich van GroenLinks-PvdA en Volt door haar exclusieve focus op de belangen van ouderen, met name 50-plussers, en een uitgesproken pragmatische en behoudende benadering op thema’s als pensioen, zorg, migratie en klimaat. Waar GroenLinks-PvdA en Volt inzetten op brede, progressieve en vaak jongergerichte thema’s, kiest 50PLUS voor concrete maatregelen die direct de positie van ouderen versterken, zoals het beschermen van de AOW, het bouwen van levensloopbestendige woningen en een streng migratiebeleid. De partij verzet zich tegen nationale koppen op Europees beleid en benadrukt het belang van financiële zekerheid en waardigheid voor ouderen.
50PLUS richt zich primair op de belangen van ouderen, in tegenstelling tot GroenLinks-PvdA en Volt die een bredere doelgroep en progressieve agenda hanteren. Dit uit zich in vrijwel alle beleidsvoorstellen, die telkens de positie van ouderen centraal stellen.
“50PLUS let in het bijzonder op de belangen van mensen in de leeftijdsfase 50-plus.”
“50PLUS zal bij elk onderwerp steeds in de allereerste plaats kijken naar het belang van de huidige generatie ouderen en toekomstige generaties ouderen.”
“Onze belofte is dat wij ons inzetten voor zichtbaarheid, invloed en waardigheid van de generatie die Nederland draaiende houdt.”
In tegenstelling tot GroenLinks-PvdA en Volt, die zich richten op bredere inkomenspolitiek of hervormingen, maakt 50PLUS het beschermen en verbeteren van de AOW en pensioenen tot speerpunt.
Waar GroenLinks-PvdA en Volt doorgaans pleiten voor een humaan en inclusief migratiebeleid, kiest 50PLUS expliciet voor beperking en strengere regels, met nadruk op bescherming van sociale voorzieningen.
In tegenstelling tot de ambitieuze klimaatdoelen van GroenLinks-PvdA en Volt, kiest 50PLUS voor een meer behoudende, pragmatische koers: geen nationale koppen op Europees beleid, focus op betaalbaarheid en technologische innovatie zoals kernenergie.
50PLUS benadrukt directe democratie en burgerinspraak, waar GroenLinks-PvdA en Volt meer inzetten op representatieve democratie en Europese samenwerking.
“Verder is meer inspraak van de burger van groot belang; wij pleiten voor directe democratie.”
BIJ1 onderscheidt zich van GroenLinks-PvdA en Volt door radicaal linkse, antikapitalistische en dekoloniale standpunten, met nadruk op democratisering van economie en samenleving, volledige nationalisatie van essentiële sectoren, en directe inspraak van burgers en werkenden. Hun voorstellen zijn concreter en verdergaand dan die van GroenLinks-PvdA en Volt, bijvoorbeeld door het verplicht stellen van werknemersraden met vetorecht, het gratis maken van onderwijs en openbaar vervoer, en het onteigenen van fossiele bedrijven. BIJ1 positioneert zich als de partij die structurele machtsverhoudingen wil doorbreken, waar GroenLinks-PvdA en Volt volgens hen blijven steken in gematigde of technocratische hervormingen.
BIJ1 wil dat werknemers directe macht krijgen over bedrijfsbeslissingen, verdergaand dan de medezeggenschap die GroenLinks-PvdA en Volt voorstellen. Dit is een fundamenteel verschil: BIJ1 kiest voor structurele machtsverschuiving naar werkenden, waar andere partijen vooral inzetten op inspraak of consultatie.
“Alle grote bedrijven worden verplicht om werknemers-raden aan te stellen met gekozen vertegenwoordigers van het personeel. Die raden hebben advies- en vetorecht over belangrijke beslissingen als ontslagen, investeringen en reorganisaties.”
Waar GroenLinks-PvdA en Volt pleiten voor meer publieke regie, gaat BIJ1 verder door volledige nationalisatie van zorg, energie, openbaar vervoer en woningcorporaties te eisen. Dit betekent dat deze sectoren niet langer marktgedreven zijn, maar volledig in handen van de overheid of de gemeenschap.
“De zorg komt volledig in handen van de overheid, van ziekenhuis tot verzekeraar. Winst en markt-bureaucratie in de zorg worden zo verleden tijd.”
“Om de afbouw van fossiele brandstoffen en een rechtvaardige energietransitie vorm te geven worden de Nederlandse energievoorzieningen in publieke handen gebracht.”
“Vervolgens werken wij aan concurrentie in het ov afschaffen door ov-bedrijven volledig te nationaliseren: de NS fuseert met alle andere personenvervoerders op het spoor en ProRail samen tot één overheidsdienst die verantwoordelijk is voor het hele Nederlandse spoornetwerk.”
“Woningcorporaties komen weer volledig onder controle van de overheid en maken we democratisch. Bewonerscommissies krijgen een vooraanstaande, bindende rol in het maken van de regels.”
BIJ1 wil alle onderwijs en openbaar vervoer gratis maken, inclusief het kwijtschelden van studieschulden. Dit is een radicaler voorstel dan de plannen van GroenLinks-PvdA en Volt, die doorgaans inzetten op verlaging van kosten of gedeeltelijke tegemoetkomingen.
In tegenstelling tot GroenLinks-PvdA en Volt, die inzetten op regulering en afbouw, pleit BIJ1 voor onteigening van fossiele bedrijven en het inzetten van hun middelen voor publieke doelen. Dit is een fundamenteel antikapitalistisch standpunt.
“Vervuilende en fossiele bedrijven die sluiten worden onteigend. Hun kapitaal, machines en infrastructuur worden ingezet voor publieke doelen.”
BIJ1 wil burgers bindende inspraak geven bij grote politieke beslissingen via landelijke gespreksrondes en inspraaksessies, wat verder gaat dan de consultatieve burgerfora die Volt en GroenLinks-PvdA voorstellen.
“Burgers bepalen met landelijke gespreksrondes en inspraaksessies altijd actief mee met nieuwe wetten en regels van de overheid. Vooral bij grote politieke vraagstukken krijgt deze raadpleging een centrale, bindende rol.”
BIJ1 stelt herstelbetalingen, teruggeven van roofkunst en een dekoloniaal buitenlandbeleid centraal, wat verder gaat dan de antidiscriminatie- en diversiteitsmaatregelen van GroenLinks-PvdA en Volt.
“Nederland gaat ons koloniale verleden rechtzetten met herstelbetalingen en door roofkunst terug te geven. We voeren een dekoloniaal buitenlandbeleid van radicaal gelijke rechten en solidariteit.”
BIJ1 kiest voor harde maatregelen tegen huisjesmelkers en speculanten, inclusief bindende maximumprijzen, boetes en onteigening, waar GroenLinks-PvdA en Volt vooral inzetten op regulering en stimulering van betaalbare woningen.
“Wie een woning onnodig leeg laat staan, betaalt een boete van 2,8% van de WOZ-waarde per maand (100% van de waarde in 3 jaar). Na 3 jaar onteigenen (terugpakken) we de woning en wijzen die toe aan mensen om te wonen.”
“Kostbare bouw- en landbouwgrond hoort niet in handen van speculanten zoals ASR, die 46.000 hectare oppotten en dat gebruiken om de overheid te chanteren. Deze grond pakken we terug en gebruiken we voor de bouw van sociale woningen.”
Volt onderscheidt zich van GroenLinks-PvdA door haar uitgesproken Europese federalistische visie, haar nadruk op radicale democratische vernieuwing en transparantie, en haar focus op bestuurlijke hervormingen die verder gaan dan de traditionele progressieve agenda. Volt wil structurele veranderingen in het politieke systeem, meer burgerparticipatie en een sterkere Europese integratie, waar GroenLinks-PvdA doorgaans kiest voor nationale progressieve hervormingen binnen bestaande kaders.
Volt pleit expliciet voor een federaal Europa met een Europese grondwet en het afschaffen van het vetorecht, wat verder gaat dan de pro-Europese houding van GroenLinks-PvdA. Dit is een fundamenteel verschil in visie op Europese integratie.
“Volt strijdt in Nederland voor een sterk, democratisch, federaal Europa. We roepen het kabinet op om met andere lidstaten een Europese grondwet te schrijven om de fundamenten te leggen van een nieuw Europa.”
“De EU moet vooruit kunnen, ook als één lidstaat dwarsligt. Volt gaat het vetorecht (ook wel: het unanimiteitsvereiste) afschaffen.”
Volt stelt diepgaande hervormingen voor in het Nederlandse politieke systeem, zoals het verbieden van dubbelfuncties, het invoeren van een verplicht lobbyregister, en het versterken van burgerberaden. Dit gaat verder dan de gebruikelijke voorstellen van GroenLinks-PvdA voor democratische vernieuwing.
“Er komt een verbod op dubbelfuncties in de politiek. Op dit moment is het mogelijk om tegelijkertijd gemeenteraadslid, Provinciale Statenlid én Tweede Kamerlid te zijn. Volt vindt dat dit verboden moet worden.”
“We voeren een verplicht lobbyregister in, naar Iers model.”
“Volt is tegen een bindend correctief referendum, waarmee nieuwe wetten achteraf kunnen worden teruggedraaid. Wij vinden dat je zorgvuldig ingevoerde wetgeving niet kunt vervangen door een ja/nee-vraag.”
“Volt wil vaker visiedebatten houden over waar we op de lange termijn naartoe moeten. Zo voorkomen we een nieuwe stikstof- of woningcrisis.”
“Volt ondersteunt uitbreiding van het aantal experimenten tussen gemeenten en bewonersinitiatieven.”
Volt wil de overheid fundamenteel anders organiseren, met meer transparantie, een onafhankelijke commissaris voor de rijksdienst, en een grotere rol voor uitvoeringsorganisaties. Dit soort bestuurlijke hervormingen zijn veel radicaler en concreter dan bij GroenLinks-PvdA.
“Volt wil daarom een onafhankelijke commissaris voor de rijksdienst met het mandaat om cruciale expertise te borgen, topambtenaren te benoemen en rijksbreed organisatiebeleid te voeren.”
“Volt wil dat uitvoerders kunnen ingrijpen als beleid in strijd is met goed bestuur. Daarom pleiten we voor een ‘noodrem’ die door professionals binnen uitvoeringsorganisaties kan worden ingezet.”
“Bewindspersonen worden wettelijk verplicht hun financiële belangen openbaar te maken - inclusief eigendommen, aandelen, leningen en inkomsten uit nevenfuncties.”
Volt profileert zich als een beweging met een pan-Europese, vernieuwende partijcultuur en claimt dat traditionele partijen zoals GroenLinks-PvdA deze vernieuwingsdrang missen.
“Dit verkiezingsprogramma is tot stand gekomen dankzij de nieuwe ideeën van honderden leden in heel Europa, experts en andere betrokkenen. Een uniek proces, wat traditionele partijen niet aandurven.”
“Wij kiezen voor nieuwe onverwachte ideeën om de vastgelopen politiek definitief uit het slop te halen. Kneiterprogressieve ideeën voorbij de waan van de dag.”
BBB positioneert zich als een partij van nuchterheid, regionale verbondenheid en pragmatisme, en onderscheidt zich daarmee duidelijk van GroenLinks-PvdA en Volt, die volgens BBB meer centraal, ideologisch en stedelijk georiënteerd zijn. BBB legt de nadruk op maatwerk per regio, terughoudendheid van de overheid, en een realistisch, niet-ideologisch klimaat- en energiebeleid. De partij verwerpt centrale sturing en pleit voor beleid dat aansluit bij de praktijk en de kracht van lokale gemeenschappen.
BBB benadrukt het belang van beleid dat is afgestemd op de specifieke behoeften van regio’s, in tegenstelling tot de meer centrale en uniforme benadering van partijen als GroenLinks-PvdA en Volt. BBB vindt dat centraal beleid uit Den Haag vaak geen recht doet aan regionale verschillen en pleit voor meer zeggenschap en invloed voor lokale gemeenschappen.
“Geen aanpak van bovenaf die alles gelijk wil maken, maar maatwerk dat past bij elke regio. Want wat in Friesland werkt, werkt niet altijd in Brabant en andersom.”
“Een algemeen beleid, bedacht vanuit Haagse torens, doet daar geen recht aan.”
“We streven naar een overheid die dichtbij bestuurt.”
BBB gelooft in een terughoudende overheid die ruimte geeft aan gemeenschappen en burgers, in tegenstelling tot partijen die meer overheidssturing en regelgeving voorstaan. De partij ziet noaberschap en lokaal initiatief als fundament, en waarschuwt voor een overheid die te veel wil regelen en controleren.
“De overheid moet dat niet overnemen, maar versterken en ruimte geven.”
“De overheid is te groot geworden en bemoeit zich met te veel. Beleidsmakers verliezen de praktijk uit het oog en zien mensen als kostenpost, niet als dragers van de samenleving.”
“Dit betekent dat de overheid terughoudend optreedt. De recente politieke geschiedenis heeft laten zien dat de overheid zeer feilbaar is. Wij geloven in de kracht van gemeenschappen van mensen.”
BBB onderscheidt zich van GroenLinks-PvdA en Volt door te pleiten voor een pragmatisch, haalbaar en betaalbaar klimaatbeleid, zonder ideologische dogma’s of onrealistische ambities. De partij is kritisch op de Europese Green Deal en wil geen nationale koppen op Europees beleid, en kiest voor technologieën als kernenergie en een pauze op windenergie.
“We maken ons zorgen over de economische schade van ideologisch klimaatbeleid.”
“Klimaatbeleid moet geen religie worden, maar een nuchtere beleidsopgave waarin haalbaarheid, draagvlak en de balans met andere publieke doelen voorop staan.”
“Pauzeknop voor windenergie. Er komt een pas op de plaats bij uitbreiding van wind op land en op zee.”
“De doelstelling om in 2035 uitsluitend CO2 vrije elektriciteit op te wekken wordt niet wettelijk vastgelegd.”
“De afgelopen decennia heeft Nederland steeds meer macht overgedragen aan Brussel. In de praktijk wordt Europese wetgeving soms zo geïnterpreteerd dat deze botst met democratisch gewenst beleid of geen ruimte laat voor noodzakelijke flexibiliteit.”
NSC positioneert zich als een partij die zich onderscheidt van GroenLinks-PvdA en Volt door te kiezen voor realistische, pragmatische politiek, herstel van vertrouwen in de overheid, en het centraal stellen van de Nederlandse identiteit en cultuur. NSC benadrukt een terugkeer naar een betrouwbare overheid, meer zeggenschap voor burgers, en een kritische houding tegenover neoliberalisme en technocratie, terwijl het afstand neemt van zowel populisme als abstracte modellenpolitiek. Concrete voorstellen zijn onder andere het beperken van dichtgetimmerde coalitieakkoorden, het invoeren van een regionaal kiesstelsel, en het beschermen van landbouwgrond tegen grootschalige zonne- en windparken.
NSC onderscheidt zich door te kiezen voor een realistische, pragmatische benadering van politiek, gericht op het herstellen van vertrouwen in de overheid en het oplossen van concrete problemen, in tegenstelling tot de meer ideologisch gedreven benadering van GroenLinks-PvdA en Volt.
“We staan voor realistische politiek en een zorgzame samenleving met trotse burgers.”
“We keren ons af van het neoliberalisme, waarin het eigenbelang centraal staat en de sterksten alles krijgen. En we zijn wars van populisme, wat gouden bergen belooft maar niets waarmaakt.”
“We zijn de weg kwijtgeraakt tussen populisme en technocratie. Grote vraagstukken als woningbouw, migratie, stikstof en globalisering benaderen we eenzijdig zonder verbinding met de samenleving.”
NSC legt sterk de nadruk op het versterken van burgerzeggenschap, het herstellen van tegenmacht, en het doorbreken van de modellenwerkelijkheid, waar GroenLinks-PvdA en Volt meer technocratisch en centraal beleid voeren.
“We geven meer zeggenschap aan burgers en herstellen de tegenmacht.”
“Het beleid in Den Haag steunt te veel op een modellenwerkelijkheid waardoor besluiten objectiever alleen cijfers en niet de mensen achter die getallen.”
“We investeren in een andere politieke cultuur met meer inhoud en open debat.”
NSC pleit voor een regionaal kiesstelsel en meer regionale vertegenwoordiging, wat hen onderscheidt van GroenLinks-PvdA en Volt die vasthouden aan het huidige systeem van evenredige vertegenwoordiging.
“We willen de band tussen kiezer en Kamerlid versterken door een regionaal kiesstelsel in te voeren met meervoudige kiesdistricten.”
NSC is kritisch op grootschalige zonnevelden en windparken op landbouwgrond en natuur, in tegenstelling tot GroenLinks-PvdA en Volt die deze vormen van duurzame energie juist stimuleren.
NSC wil publieke regie op warmtenetten en sociale energietarieven, met specifieke aandacht voor betaalbaarheid en toegankelijkheid, terwijl GroenLinks-PvdA en Volt doorgaans meer marktwerking en Europese integratie benadrukken.
De Partij voor de Dieren (PvdD) onderscheidt zich van GroenLinks-PvdA en Volt door een radicaal andere prioriteit: welzijn boven welvaart, met een unieke focus op dierenrechten, natuur en het drastisch terugdringen van consumptie en economische groei. Waar GroenLinks-PvdA en Volt vooral inzetten op vergroening binnen het bestaande systeem, kiest PvdD voor systeemverandering, het stoppen van economische groei als doel op zich, en het centraal stellen van de belangen van dieren en natuur. PvdD is uitgesproken in het afwijzen van oplossingen als biomassa, megadatacenters en economische groei, en plaatst structurele grenzen aan consumptie en productie.
PvdD maakt expliciet onderscheid door welzijn (van mens, dier en natuur) centraal te stellen, in plaats van economische groei of brede welvaart zoals bij GroenLinks-PvdA en Volt. Dit is een fundamenteel andere benadering van maatschappelijke vooruitgang.
“De Partij voor de Dieren is de enige politieke partij die welzijn boven welvaart plaatst.”
“Onze visie gaat ver voorbij de eerstvolgende verkiezingen. We kiezen voor de dieren. Voor ruimte voor natuur en woningen, voor het radicaal aanpakken van de klimaatcrisis, voor gezondheid, voor medemenselijkheid en rechtvaardigheid.”
PvdD pleit voor een fundamentele economische systeemverandering, in plaats van vergroening binnen het huidige systeem. Dit betekent het loslaten van economische groei als beleidsdoel en het invoeren van alternatieve maatstaven.
PvdD is de enige partij die dierenrechten en intrinsieke waarde van natuur als uitgangspunt neemt, waar GroenLinks-PvdA en Volt vooral mensen en klimaat centraal stellen.
“De Partij voor de Dieren is de enige politieke partij die welzijn boven welvaart plaatst. Het zit diep in ónze natuur om de belangen van het kwetsbare als beginpunt te nemen, en niet de belangen van de grootvervuilers, CEO’s en mensen met het meeste geld.”
“We kiezen voor de dieren.”
PvdD wijst expliciet oplossingen af die andere partijen (deels) omarmen, zoals biomassa, megadatacenters en economische groei als doel.
“Biomassaverbranding voor energie krijgt geen subsidie meer. Het is door Europa ten onrechte gedefinieerd als hernieuwbare energie.”
“Plannen voor megadatacenters worden niet goedgekeurd, want ze gaan ten koste van stroom voor huishoudens en publieke voorzieningen zoals scholen.”
“De overheid stopt met rapporteren van economische groei.”
PvdD stelt absolute grenzen aan energie- en grondstoffengebruik, in tegenstelling tot GroenLinks-PvdA en Volt die vooral inzetten op verduurzaming van groei.
D66 positioneert zich als sociaal-liberaal en pro-Europees, met nadruk op individuele vrijheid, participatie en pragmatische oplossingen. In vergelijking met GroenLinks-PvdA (meer uitgesproken links-progressief, nadruk op collectieve voorzieningen) en Volt (pan-Europees, sterk gericht op Europese integratie), legt D66 de nadruk op een balans tussen sociale rechtvaardigheid, economische innovatie en individuele kansen. D66 onderscheidt zich door concrete voorstellen voor meer burgerparticipatie, een sterke Europese samenwerking, en een pragmatische, technologische benadering van klimaat en economie.
D66 benadrukt het belang van voortdurende burgerinvloed en transparantie, waar GroenLinks-PvdA traditioneel meer inzet op collectieve besluitvorming via instituties en Volt vooral Europese burgerparticipatie centraal stelt. D66 wil dat burgers niet alleen via verkiezingen, maar continu invloed hebben op beleid.
Waar GroenLinks-PvdA vaak kiest voor snelle, brede verduurzaming en Volt voor Europese coördinatie, kiest D66 voor een pragmatische mix van technologieën (inclusief kernenergie) en innovatie, met oog voor sociale rechtvaardigheid en betaalbaarheid.
“We blijven openstaan voor alternatieven zoals kernenergie, mits dit doelmatig is.”
“De energietransitie vraagt snelheid, maar veel van de procedures die er nu zijn, vertragen juist. Om die reden wil D66 dat procedures voor vergunningen korter en efficiënter worden.”
“We ondersteunen mensen met lage inkomens bij verduurzaming van hun woning. Denk aan subsidies, persoonlijk advies en energiecoaches.”
D66 is uitgesproken pro-Europees, maar wil tegelijkertijd dat Nederland het voortouw neemt en eigen regie houdt, in tegenstelling tot Volt dat volledige Europese integratie nastreeft en GroenLinks-PvdA die Europese samenwerking vooral als middel ziet.
“Met D66 neemt Nederland het voortouw in Europa. Te vaak verzanden we in Haagse regelruzies en blokkades. Het is tijd voor Europese oplossingen, zoals voor schone energie, innovatie, eerlijke kansen en stabiliteit in een instabiele wereld.”
“Nederland neemt het voortouw voor een sterk Europees energiesysteem. We willen samen met andere landen stroomnetwerken delen en energieopslag organiseren.”
D66 onderscheidt zich door een sociaal-liberale visie: vrijheid is pas echt als iedereen gelijke kansen heeft, in tegenstelling tot GroenLinks-PvdA (meer nadruk op collectieve gelijkheid) en Volt (Europese burgerrechten).
“Wij zijn sociaal-liberalen. Dat betekent voor ons dat vrijheid pas echt bestaat als iedereen de kansen en mogelijkheden heeft om ook echt vrij te zijn.”
“D66 wil alle vormen van uitsluiting, racisme en discriminatie doorbreken: of het nu gaat om afkomst of geloof ... seksuele oriëntatie of genderidentiteit (queerhaat) of omdat iemand een vrouw is.”
De PVV positioneert zich als een radicaal alternatief voor partijen als GroenLinks-PvdA en Volt, die zij typeren als voorstanders van klimaatbeleid, Europese integratie en overheidsbetutteling. De PVV wijst deze koers expliciet af en benadrukt nationale soevereiniteit, het stopzetten van klimaatmaatregelen, en het terugdraaien van Europese invloed. Hun belangrijkste voorstellen zijn het schrappen van klimaatbeleid, het verlagen van belastingen, en het beperken van Brusselse macht.
De PVV onderscheidt zich scherp van GroenLinks-PvdA en Volt door alle klimaatmaatregelen en de energietransitie te willen stoppen, terwijl deze partijen juist voorop lopen in klimaatambities. De PVV noemt klimaatbeleid “miljardenverspilling” en wil geen nieuwe windturbines, zonneparken of verplichte verduurzaming.
“Geen miljardenverspilling aan klimaatbeleid, maar een betaalbare energierekening. Daarom wil de PVV: Btw op energie omlaag van 21 naar 9% ... Geen verplichte warmtepomp, niet verplicht van het gas af ... Geen enkele nieuwe windturbine er meer bij; geen nieuwe zonneparken”
“Het ministerie van Klimaat en Groene Groei veranderen we in het ministerie van Betaalbare Energie: geen CO2-flauwekul, maar leveringszekerheid en lagere energielasten.”
“We stoppen met de energietransitie en gaan netcongestie oplossen: geen windturbines, geen zonneparken of andere weersafhankelijke wiebelstroom.”
Waar Volt en GroenLinks-PvdA juist pleiten voor meer Europese samenwerking en bevoegdheden, wil de PVV nationale soevereiniteit herstellen en bevoegdheden terughalen uit Brussel. De PVV is fel tegen een “Europese superstaat” en wil vetorechten behouden en inzetten.
“De PVV kiest voor een soeverein Nederland. Dat betekent: baas in eigen land, baas over eigen geld, eigen grenzen en eigen regels. ... Waar wij fel tegen zijn, is een geopolitieke Europese Unie, een Europese superstaat.”
“Dat betekent: niet nóg meer bevoegdheden en miljarden overhevelen naar Brussel, maar juist terughalen. Onze vetorechten behouden we, herstellen we in ere én zetten we in”
De PVV profileert zich als tegenstander van overheidsbetutteling en ‘woke’-beleid, waar zij GroenLinks-PvdA en Volt juist als voorstanders van zien. Ze verwerpen campagnes rond duurzaamheid, genderdiversiteit en excuses voor het verleden.
“Ook stoppen we met alle betutteling van de overheid, zoals de klimaatcampagne Zet ook de knop om: 'gebruik een herbruikbaar tasje, gebruik wasbare luiers, eet vaker vega(n), maak je eigen compost, douche korter' – de lijst met belachelijke tips is eindeloos. Waar bemoeit de overheid zich mee!”
“Handen af van onze geschiedenis, cultuur, identiteit, tradities en feesten; linkse haat tegen helden uit onze geschiedenis stoppen. Excuses voor het slavernijverleden en de politionele acties intrekken”
“Voor de PVV bestaan er slechts twee geslachten: man en vrouw. In wetten en beleid hoort het biologische geslacht weer leidend te zijn – dus geen 'X' in het paspoort. We stoppen met gesubsidieerd wokebeleid en schrappen de hokjesdenkende genderpropaganda op scholen.”
De PVV wil directe democratie via referenda en is kritisch op burgerberaden, die juist door Volt en GroenLinks-PvdA worden omarmd als participatie-instrument.
“Wij willen échte directe democratie – geen onzinnige, nietszeggende burgerberaden. Wij steunen de nu in het parlement voorliggende Grondwetswijziging voor een bindend correctief referendum.”
De SP positioneert zich als de meest uitgesproken sociale partij en onderscheidt zich van GroenLinks-PvdA en Volt door haar radicale afwijzing van het neoliberalisme, militarisering en Europese integratie zoals die nu is vormgegeven. De SP benadrukt grote, structurele veranderingen voor sociale gelijkheid, publieke zeggenschap en het stoppen van militarisering, waar zij GroenLinks-PvdA en Volt verwijt te kiezen voor compromissen en het midden. Hun kernvoorstellen zijn onder andere het nationaliseren van energie, het blokkeren van militaire uitgaven, en het terugbrengen van publieke voorzieningen in nationale handen.
De SP zet zich fel af tegen de recente militarisering en de NAVO-norm van 5% BBP voor defensie, waar GroenLinks-PvdA en Volt volgens de SP wél mee instemmen. Dit onderscheidt de SP als uitgesproken vredespartij, in tegenstelling tot de meer pro-NAVO-houding van de andere partijen.
“Partijleiders van Timmermans tot en met Wilders hebben zich gecommitteerd aan de Trumpnorm van vijf procent. Het gaat hierbij om het astronomische bedrag van 35 miljard euro per jaar extra. Dit leidt nu al en zal nog meer leiden tot bezuinigingen op onze zorg, onderwijs en sociale zekerheid. Partijen die anders beweren, houden de mensen in het land voor de gek.”
“Zo zien we hoe, in slechts enkele maanden, onze welvaartsstaat wordt omgebouwd tot een oorlogsmachine. Het maakt onze wereld niet veiliger, het verzwakt onze economie en beschadigt onze samenleving. We zullen er alles aan moeten doen om dit te stoppen.”
De SP verwijt GroenLinks-PvdA expliciet dat zij in het verleden (Rutte II) hebben meegewerkt aan ‘afbraakpolitiek’ en zich nu te veel richten op het politieke midden en compromissen, terwijl de SP kiest voor radicale, structurele sociale verandering.
“Wordt het weer de afbraakpolitiek van de VVD met spijt van de PvdA zoals in Rutte II? Wordt het weer asociaal? Óf maken we Nederland sociaal? Wij willen een sociaal Nederland.”
“Onze alternatieven vragen niet om een onsje meer of minder sociaal. De problemen in ons land zijn dermate groot, dat dit om grote veranderingen vraagt. Dat vraagt om een politiek die de sociaalste keuzes maakt en niet naar het midden schuift voor de macht.”
De SP onderscheidt zich van Volt (en in mindere mate GroenLinks-PvdA) door haar uitgesproken kritiek op de huidige Europese Unie als neoliberaal project en pleit voor het terughalen van zeggenschap naar de lidstaten, in plaats van verdere integratie.
“De EU is van een Europees vredesproject verworden tot een neoliberaal instrument van het bedrijfsleven. De SP wil af van een Europa dat werkt voor het kapitaal en naar een sociale unie. Europa mag lidstaten niet langer verplichten hun publieke voorzieningen in de uitverkoop te doen. Lidstaten moeten weer de mogelijkheid krijgen zaken als openbaar vervoer, gezondheidszorg en energie zelf en democratisch te organiseren.”
De SP kiest voor het nationaliseren van energie en andere publieke voorzieningen, waar GroenLinks-PvdA en Volt doorgaans kiezen voor regulering of publiek-private samenwerking. Dit is een fundamenteel verschil in economische visie.
“De SP nationaliseert de energievoorzieningen en maakt ze daarmee weer betaalbaar én duurzaam, met publieke zeggenschap en solidariteit als uitgangspunt.”
“Energiebedrijven komen weer in publieke of lokale handen, zodat we de kosten kunnen verlagen, de investeringen in schone energie steken en verspilling tegengaan. Winst wordt niet langer uitgekeerd aan aandeelhouders, maar teruggegeven aan mensen.”
De SP kiest voor directe inkomensverbetering (fors hogere minimumlonen, afschaffen jeugdloon) en prijsregulering van basisproducten, waar GroenLinks-PvdA en Volt doorgaans kiezen voor minder vergaande maatregelen.
“We verlagen de inkomstenbelasting fors zodat je meer overhoudt van het geld dat jij verdient. Ook verlagen we de btw op basisproducten. Door het minimumloon te verhogen en het minimumjeugdloon af te schaffen zorgen we ervoor dat iedereen die werkt een inkomen krijgt waar je goed van kunt leven.”
“Daarom moeten we de prijzen van basisproducten, zoals gezond eten, medicijnen, energie en internet, gaan controleren, reguleren en blokkeren.”
DENK positioneert zich als een partij die zich onderscheidt van GroenLinks-PvdA en Volt door een radicalere en explicietere inzet op antidiscriminatie, bescherming van religieuze en culturele minderheden, en een uitgesproken standpunt over internationale kwesties zoals Palestina. Waar GroenLinks-PvdA en Volt progressief zijn, benadrukt DENK dat zij verder gaan in het benoemen en bestrijden van racisme, het verdedigen van religieus onderwijs, en het eisen van harde sancties tegen Israël. DENK presenteert zichzelf als het noodzakelijke schild tegen extreemrechts en als de partij die consequent opkomt voor groepen die volgens hen door andere progressieve partijen onvoldoende worden beschermd.
DENK onderscheidt zich door een expliciet en ambitieus pakket tegen discriminatie en racisme, inclusief het opnemen van antifascisme in de Grondwet en het stellen van een wettelijke discriminatiedeadline. Dit gaat verder dan de algemene gelijkwaardigheid die andere progressieve partijen nastreven, en positioneert DENK als de partij die discriminatie tot nul wil reduceren en extreemrechts expliciet wil uitsluiten.
“Een discriminatiedeadline. Het wettelijke doel wordt dat in 2030 de ervaren discriminatie in de samenleving 0% is.”
“Antifascisme in de Grondwet. Nooit meer is nu: in de Grondwet wordt expliciet opgenomen dat Nederland het fascisme en extreemrechtse politiek afwijst en kiest voor een pluriforme rechtsstaat waarin iedereen gelijkwaardig is.”
DENK verdedigt zonder voorbehoud het recht op religieus en bijzonder onderwijs (artikel 23), en verzet zich tegen elke vorm van overheidscontrole op religieus onderwijs. Dit onderscheidt DENK van GroenLinks-PvdA en Volt, die kritisch(er) zijn op bijzonder onderwijs en meer nadruk leggen op seculier onderwijs.
“Volledig behoud van bijzonder en religieus onderwijs. DENK verdedigt zonder voorbehoud het recht op religieus en bijzonder onderwijs. Artikel 23 van de Grondwet blijft onaangetast.”
“Geen controle op religieus onderwijs. De wet toezicht op informeel onderwijs wordt zo snel mogelijk ingetrokken.”
DENK neemt een uitgesproken standpunt in door te spreken van genocide in Gaza en het eisen van keiharde sancties tegen Israël. Dit is een veel radicalere toon dan bij GroenLinks-PvdA en Volt, die zich wel kritisch uitlaten over Israëlisch beleid, maar doorgaans minder vergaande termen en eisen gebruiken.
DENK positioneert zichzelf als de enige partij die consequent en vanaf het begin stelling neemt tegen extreemrechts en discriminatie, en suggereert daarmee dat GroenLinks-PvdA en Volt hierin tekortschieten of te gematigd zijn.
De VVD positioneert zich duidelijk als centrum-rechts alternatief tegenover partijen als GroenLinks-PvdA en Volt, die zij als links of progressief bestempelen. De VVD benadrukt het belang van minder herverdeling, lagere lasten voor werkenden, en een kleinere overheid, terwijl zij GroenLinks-PvdA en Volt typeren als voorstanders van meer herverdeling, hogere lasten en een grotere rol voor de overheid. Hun kernvoorstel is dat werken meer moet lonen en dat de overheid niet verder moet nivelleren.
De VVD maakt expliciet onderscheid met GroenLinks-PvdA en Volt door te stellen dat deze partijen kiezen voor meer herverdeling en lastenverzwaring, terwijl de VVD juist de lasten voor werkenden wil verlagen en nivellering wil tegengaan. Dit verschil wordt als fundamenteel gepresenteerd.
“De VVD hamert daar al lange tijd op, maar partijen van links tot vermeend rechts maken steevast andere afwegingen. Het gevolg: de lasten stijgen, hard werken levert te weinig op en steeds meer mensen kunnen geen eigen huis vinden.”
“We stoppen met steeds maar weer verder nivelleren, verlagen de lasten voor middeninkomens en zetten de werkende Nederlander weer op één.”
“De VVD zet werkenden op één. Omdat zij Nederland draaiende houden. Maar daar nu te weinig waardering voor terugkrijgen. Wie werkt moet beloond worden door er meer op vooruit te gaan dan mensen die wel kunnen werken maar niet willen werken. Dat is gewoon eerlijk.”
De VVD positioneert zichzelf als voorstander van een kleinere, efficiëntere overheid, in tegenstelling tot GroenLinks-PvdA en Volt, die volgens de VVD kiezen voor een grotere, uitdijende overheid. Dit verschil wordt gekoppeld aan het betaalbaar houden van voorzieningen en het stimuleren van economische groei.
“Nederland staat voor een urgente en fundamentele keuze. Tussen een verder uitdijende overheid of een kleine en sterke overheid met een hart en die uitgaat van vertrouwen.”
“Niet door een grote, dure overheid op te tuigen en te laten herverdelen, maar door de vaste lasten te verlagen en regels die het leven duurder maken te schrappen.”
De VVD benadrukt een pragmatische aanpak van klimaatbeleid, waarbij economische groei en betaalbaarheid centraal staan, en zet zich af tegen partijen die volgens hen vooral op papier CO2 reduceren of industrie wegjagen. Hiermee onderscheiden ze zich van GroenLinks-PvdA en Volt, die doorgaans ambitieuzer klimaatbeleid voorstaan.
“We reduceren CO2 niet op papier door industrie uit Nederland weg te jagen, maar reduceren CO2 in de praktijk met pragmatisch klimaatbeleid.”
De VVD gebruikt de term "Haagse herverdelingsmachine" om het beleid van links/progressieve partijen te bekritiseren, en presenteert zichzelf als de partij die deze trend wil keren.
FVD positioneert zich als radicaal alternatief voor partijen als GroenLinks-PvdA en Volt, die zij zien als voorstanders van klimaatbeleid, Europese integratie en een grote overheid. FVD wil juist alle klimaatregels schrappen, nationale soevereiniteit herstellen en de overheid fors verkleinen, waarmee zij zich scherp afzetten tegen de progressieve, internationalistische koers van GroenLinks-PvdA en Volt.
FVD onderscheidt zich door het volledig afwijzen van het klimaatprobleem en het actief terugdraaien van klimaatmaatregelen, terwijl GroenLinks-PvdA en Volt juist voor ambitieuze klimaatdoelen en verduurzaming pleiten. FVD wil fossiele energie behouden, kerncentrales bouwen en klimaatwetgeving afschaffen.
“We schrappen alle klimaatregels, beëindigen het aardgasverbod en heropenen moderne kolen- en gascentrales.”
“Forum voor Democratie gelooft niet in het klimaatprobleem en ziet geen reden om gebruik van fossiele brandstoffen uit te faseren. Daarom stoppen we met de kostbare klimaatplannen. We trekken de Klimaatwet in en zeggen het Parijsakkoord op.”
FVD verzet zich fel tegen Europese integratie en wil nationale wetgeving altijd boven internationale verdragen stellen, in tegenstelling tot GroenLinks-PvdA en Volt die juist meer Europese samenwerking nastreven.
“We schrappen de artikelen 93 en 94 van onze Grondwet zodat de Nederlandse wet altijd boven internationale verdragen en afspraken komt te staan.”
FVD wil de overheid structureel verkleinen, minder regels en lagere belastingen, terwijl GroenLinks-PvdA en Volt juist inzetten op een actieve, sturende overheid en herverdeling.
FVD wil bindende referenda en direct gekozen bestuurders, en zet zich af tegen het 'partijkartel' dat zij bij GroenLinks-PvdA en Volt zien. Zij pleiten voor meer directe invloed van burgers, waar de genoemde partijen volgens FVD vasthouden aan het bestaande systeem.
“We voeren bindende referenda in naar Zwitsers model, zodat u direct zelf kunt beslissen over belangrijke kwesties. Burgemeesters en andere bestuurders worden niet langer benoemd door een kleine kring, maar rechtstreeks gekozen.”
“We breken het partijkartel open, stoppen partijpolitieke benoemingen en zorgen dat nieuwe ideeën en talenten weer een kans krijgen.”
GroenLinks-PvdA positioneert zich als een brede linkse volkspartij die solidariteit, sociale rechtvaardigheid en een sterke, groene overheid centraal stelt, met nadruk op publieke voorzieningen en het tegengaan van marktwerking. In tegenstelling tot Volt, dat vooral inzet op Europese integratie en pragmatische vernieuwing, legt GroenLinks-PvdA de nadruk op het herstellen van de verzorgingsstaat, het eerlijk delen van welvaart en het centraal stellen van het algemeen belang boven winst. Hun belangrijkste voorstellen richten zich op het stoppen van fossiele subsidies, het versterken van publieke sectoren en het eerlijker verdelen van lasten en kansen.
GroenLinks-PvdA onderscheidt zich door expliciet te kiezen voor het publieke belang boven marktwerking, vooral in sectoren als zorg, onderwijs en openbaar vervoer. Dit contrasteert met Volt, dat marktwerking minder expliciet afwijst en meer inzet op Europese samenwerking en innovatie.
“In de zorg, het onderwijs, de kinderopvang en het openbaar vervoer moet het algemeen belang voorop staan, niet de winst voor investeerders. We strijden tegen commerciële investeerders en private equity die de huisartsenzorg, welzijnswerk en de kinderopvang overnemen en tegen detacheringsbureaus die leraren wegkapen op scholen.”
“Opeenvolgende kabinetten kozen voor marktwerking in plaats van solidariteit. Als je de samenleving inricht als markt, komen niet mensen maar de winst centraal te staan.”
GroenLinks-PvdA legt sterk de nadruk op het eerlijker verdelen van welvaart, het aanpakken van belastingontwijking en het afschaffen van voordelen voor de rijksten. Dit is een kernverschil met Volt, dat minder expliciet inzet op herverdeling en meer op Europese harmonisatie.
“We maken een einde aan speciale belastingkortingen voor de rijkste Nederlanders en aandeelhouders van multinationals. Belastingontwijking pakken we aan. We zorgen ervoor dat werkenden juist meer overhouden van hun loon.”
GroenLinks-PvdA pleit voor een sterke, actieve overheid die naast mensen staat en investeert in publieke voorzieningen, in tegenstelling tot Volt dat meer nadruk legt op Europese samenwerking en bestuurlijke vernieuwing.
“We willen een samenleving vormen waarin we succes niet langer afmeten aan de waarde die je onttrekt, maar aan de bijdrage die je levert aan de samenleving. Waar niet de winst van de een, maar de vooruitgang van ons allen telt.”
“De komende jaren willen we bouwen aan een Nieuwe Verzorgingsstaat, gericht op de kwaliteit van ons bestaan.”
GroenLinks-PvdA kiest voor een harde aanpak van fossiele subsidies en wil dat vervuilers de prijs betalen, met een focus op groene industriepolitiek. Volt is ook groen, maar GroenLinks-PvdA is explicieter in het beëindigen van fossiele steun en het centraal stellen van sociale rechtvaardigheid in de klimaattransitie.
“We stoppen subsidies op fossiele brandstoffen en vervuilers gaan de prijs betalen voor hun uitstoot.”
“Wij kiezen voor bedrijven die toekomst hebben in Nederland. Ruimte, personeel, energie, netcapaciteit en grondstoffen zijn namelijk schaars en de wereld verandert snel. Daarom helpen we bedrijven die passen in de schone en eerlijke economie van de toekomst, samen met Europese bondgenoten.”
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma