BVNL onderscheidt zich van de VVD door te pleiten voor een vergaande deregulering van de woningmarkt, het terugdringen van overheidsbemoeienis en het afschaffen van huurregulering en sociale voorrangsregels. De partij wil dat woningbouw vooral door de markt en woningcorporaties wordt opgepakt, met minder regels, snellere procedures en meer vrijheid voor splitsen, optoppen en woningdelen. BVNL ziet immigratiebeperking en het schrappen van duurzaamheidseisen als essentiële voorwaarden om het woningtekort in gemeenten als Huizen op te lossen.
BVNL wil dat de overheid zich grotendeels terugtrekt uit de woningmarkt, in tegenstelling tot de VVD die doorgaans regulering en sturing niet volledig loslaat. Dit betekent het afschaffen van huurregulering, minder bouwvoorschriften en het vergemakkelijken van splitsen en optoppen van woningen.
“De overheid trekt zich terug uit de woningmarkt.”
“De Wet betaalbare huur wordt afgeschaft.”
“Contracten worden weer vrij en tijdelijke huurovereenkomsten worden weer toegestaan.”
“Maak het splitsen van grote woningen in kleinere woningen vergunningsvrij.”
“Pas landelijk bestemmingsplannen aan, zodat extra verdiepingen op bestaande gebouwen kunnen worden gebouwd (het zogenaamde optoppen) en bouw überhaupt meer in de hoogte om kostbare ruimte te besparen.”
BVNL wil het vergunningsproces voor woningbouw sterk vereenvoudigen en gemeenten verbieden om aanvullende eisen te stellen bovenop landelijke regels. Dit is een duidelijk verschil met de VVD, die doorgaans niet zo ver gaat in het beperken van gemeentelijke autonomie.
BVNL wil geen voorrang meer voor statushouders bij sociale huur en wil scheefwoners aanpakken, wat strenger is dan het VVD-standpunt. Dit raakt direct aan de verdeling van sociale woningen in gemeenten als Huizen.
BVNL ziet het beperken van immigratie als een noodzakelijke maatregel om het woningtekort op te lossen, een standpunt dat verder gaat dan de VVD en direct impact heeft op de woningmarkt in gemeenten als Huizen.
BVNL wil stoppen met het huidige stikstofbeleid en duurzaamheidseisen, zodat sneller en goedkoper gebouwd kan worden. Dit is een duidelijk verschil met de VVD, die doorgaans vasthoudt aan (een deel van) deze eisen.
“Stop met het onnodige stikstofbeleid en geef weer vergunningen af.”
“Door alle beperkende overheidsmaatregelen, zoals de bureaucratische stikstofbouwstop, de CO2-paniek, duurzaamheidseisen, de exorbitante uitbreiding van de bouwvoorschriften in de afgelopen 25 jaar, verplichte warmtepompen, gasloos bouwen, en de 40/40/20-verplichting werden er in de afgelopen jaren te weinig woningen gebouwd waardoor het aanbod achterbleef op de vraag.”
Het CDA wil voor de Gemeente Huizen (en vergelijkbare gemeenten) meer landelijke regie op woningbouw, met nadruk op betaalbaarheid, doorstroming en lokale binding, en pleit voor minder juridische belemmeringen en meer ruimte voor maatwerk. In tegenstelling tot de VVD, die doorgaans meer marktwerking en minder landelijke sturing voorstaat, kiest het CDA voor stevige overheidsregie, het afbouwen van de hypotheekrenteaftrek en het vergemakkelijken van bouwen voor specifieke doelgroepen zoals starters, ouderen en lokale inwoners. De kern van hun visie is een toegankelijke, betaalbare woningmarkt met oog voor leefbaarheid en lokale gemeenschap.
Het CDA wil landelijke regie op woningbouw, met duidelijke afspraken over aantallen en segmenten, en minder ruimte voor lokale verschillen. Dit verschilt van de VVD, die doorgaans meer lokale autonomie en marktwerking voorstaat. Het CDA vindt dat landelijke sturing nodig is om betaalbaarheid en toegankelijkheid te waarborgen, ook in gemeenten als Huizen.
“We willen een stabiele productie van minimaal honderdduizend woningen per jaar. Het uitgangspunt is twee derde betaalbaar waarvan 30 procent sociale huur. Zo is er in elke gemeente altijd een derde vrije ruimte voor dure huur- en koopwoningen.”
“In regionaal verband maken we strakke afspraken over aantallen sociale huurwoningen, middensegment en vrije sector.”
“We schrappen bovenwettelijke eisen vanuit gemeentes, willen duidelijkere standaardisatie, modernisering van bouwregels en meer fabrieksmatig bouwen.”
“We willen daarom in overleg met gemeenten komen tot vereenvoudiging en een basisniveau van gemeentelijke regelingen, met mogelijkheden voor maatwerk.”
Het CDA wil gemeenten stimuleren om nieuwbouwwoningen te reserveren voor eigen inwoners of specifieke doelgroepen zoals leraren, agenten en zorgmedewerkers. Dit is een duidelijk verschil met de VVD, die doorgaans minder voorrang voor lokale binding bepleit en meer inzet op vrije markttoewijzing.
“We stimuleren gemeenten met de Huisvestingswet een deel van de nieuwbouwwoningen te reserveren voor eigen inwoners of voor specifieke doelgroepen, zoals leraren, agenten en zorgmedewerkers.”
“Het principe van ‘straatje erbij’ wordt uitgebreid tot een volwaardig programma voor ‘buurtje erbij’ of ‘wijkje erbij’, zodat jongeren in hun eigen dorp kunnen blijven wonen en we niet alleen huizen, maar ook gemeenschappen bouwen.”
Het CDA kiest voor een geleidelijke afbouw van de hypotheekrenteaftrek om de woningmarkt eerlijker en toegankelijker te maken, met de opbrengst direct gebruikt voor verlaging van de inkomstenbelasting. De VVD is traditioneel tegen afbouw van de hypotheekrenteaftrek. Dit is een fundamenteel verschil in visie op de woningmarkt.
“Daarom bouwen we de hypotheekrenteaftrek geleidelijk af. De opbrengsten gebruiken we een op een om de inkomstenbelasting te verlagen.”
“De geleidelijke afbouw vindt plaats over een lange transitieperiode van dertig jaar, zodat huiseigenaren die met de aftrek rekening hebben gehouden in hun financiële planning, niet in de knel komen.”
Het CDA wil bezwaarprocedures verkorten, het belang van woningzoekenden wettelijk vastleggen en het moeilijker maken om woningbouw juridisch te vertragen. Dit is een concreet verschil met de VVD, die weliswaar ook snellere procedures wil, maar minder inzet op wettelijke bescherming van woningzoekenden als belanghebbenden.
“We verkorten bezwaarprocedures door de Omgevingswet aan te passen, om het stapelen van bezwaar op bezwaar tegen te gaan.”
“We leggen wettelijk het belang van woningzoekenden vast, zodat zij belanghebbenden worden in woningbouwprocedures en dit expliciet wordt meegewogen.”
“We verhogen de drempels voor bezwaar en beroep die uitsluitend zijn gebaseerd op beperkt individueel nadeel, zoals verlies van uitzicht.”
Het CDA wil vergunningsvrij bouwen van mantelzorgwoningen mogelijk maken en de kostendelersnorm afschaffen, zodat volwassenen zonder boete een huis kunnen delen. Dit is een sociaal onderscheidend punt ten opzichte van de VVD, die minder nadruk legt op deze sociale maatregelen.
BIJ1 kiest radicaal voor volkshuisvesting en het terugdringen van marktwerking in het woonbeleid, in scherpe tegenstelling tot de VVD die inzet op marktmechanismen en minder overheidsingrijpen. BIJ1 wil huren verlagen, sociale woningbouw fors uitbreiden, huisjesmelkers aanpakken en private beleggers buitenspel zetten, terwijl de VVD doorgaans inzet op vrije sector, minder regulering en stimulering van koopwoningen. De kern van BIJ1’s visie is: wonen is een recht, niet een verdienmodel.
BIJ1 wil huren structureel verlagen, huurprijzen bevriezen en de vrije huursector afschaffen, terwijl de VVD de vrije sector juist wil behouden en minder regulering nastreeft. Dit is een fundamenteel verschil: BIJ1 kiest voor maximale huurregulering en brede toegang tot sociale huur, waar de VVD marktwerking en differentiatie verdedigt.
“We maken huren veel goedkoper. Dit doen we door huurtoeslag hoger te maken, huurtoeslag onafhankelijk van de manier van wonen te maken, en door alle huurprijzen onmiddellijk te bevriezen.”
“De ‘vrije’ huursector schaffen we af. Alle huurwoningen vallen onder een bindend en algemeen puntensysteem dat de maximale huur bepaalt op basis van de kwaliteit van een woning. Ook bestaande contracten.”
“De inkomensgrens voor sociale huur schaffen we af. Iedereen in Nederland heeft recht om betaalbaar te wonen.”
BIJ1 wil huisjesmelkers en grote private beleggers hard aanpakken, inclusief onteigening en strafrechtelijke vervolging bij misstanden. De VVD kiest doorgaans voor minder strenge regulering en bescherming van eigendomsrechten. Dit verschil raakt direct het lokale beleid in gemeenten als Huizen, waar de aanpak van verhuurders en beleggers actueel is.
“We gaan huisjesmelkers stevig aanpakken en huurders tegen hen beschermen. We voeren een verhuurvergunning met strenge kwalificatie-eisen in, die kan worden afgenomen bij overtredingen.”
“Makelaars, tussenpersonen of verhuurders die discrimineren, verliezen het recht om deze functies te beoefenen, en zal de rechter vervolgen. En hun bezit van grond of gebouwen terugpakken.”
“We beginnen met grond en gebouwen terugpakken van de grootste private beleggers en particuliere huisjesmelkers.”
BIJ1 wil een nationaal, publiek bouwbedrijf oprichten dat zonder winstoogmerk grootschalig sociale huurwoningen bouwt, met democratische zeggenschap van bewoners. De VVD kiest voor samenwerking met marktpartijen en minder overheidsbouw. Dit raakt direct de woningvoorraad en nieuwbouw in gemeenten als Huizen.
“De overheid richt een nationaal publiek bouwbedrijf op dat zich volledig toelegt op de grootschalige bouw van kwalitatieve, duurzame sociale huurwoningen. Dit bouwbedrijf werkt zonder winstoogmerk en blijft permanent in publieke handen, met democratische zeggenschap van bewoners en huurdersorganisaties.”
“Een Nationaal Bouwbedrijf bouwt woningen voor mensen, niet voor winst. Zo zetten wij de projectontwikkelaars die weigeren om betaalbaar te bouwen, omdat ze alleen verdienen aan te dure koopwoningen, buitenspel.”
BIJ1 wil leegstand zwaar beboeten en speculatief grondbezit verbieden, met onteigening als ultiem middel. De VVD is hier veel terughoudender in en beschermt eigendomsrechten sterker. Dit verschil is relevant voor gemeenten met leegstand en speculatieproblemen.
“Wie een woning onnodig leeg laat staan, betaalt een boete van 2,8% van de WOZ-waarde per maand (100% van de waarde in 3 jaar). Na 3 jaar onteigenen (terugpakken) we de woning en wijzen die toe aan mensen om te wonen.”
“Grondspeculatie wordt onmogelijk gemaakt: er komt een hoge planbatenheffing, speculatief grondbezit wordt verboden, en gemeenten of het Rijk onteigenen private grond in woningbouwgebieden tegen sociale gebruikswaarde.”
BIJ1 wil woningcorporaties nationaliseren en democratiseren, met bindende zeggenschap voor bewoners. De VVD wil corporaties meer marktgericht laten werken en minder overheidsbemoeienis. Dit raakt direct het lokale woningaanbod en de invloed van bewoners in Huizen.
“Alle bestaande woningcorporaties worden genationaliseerd.”
“Woningcorporaties komen weer volledig onder controle van de overheid en maken we democratisch. Bewonerscommissies krijgen een vooraanstaande, bindende rol in het maken van de regels. Inclusief recht op instemmen met begrotingen en investeringen.”
De Partij voor de Dieren (PvdD) kiest radicaal voor wonen als grondrecht en verzet zich tegen het behandelen van huizen als handelswaar, in tegenstelling tot de VVD die de woningmarkt meer aan marktwerking overlaat. PvdD wil fors meer sociale huur, strenge regulering van beleggers en huisjesmelkers, en een groene, duurzame invulling van woningbouw, met nadruk op betaalbaarheid en het tegengaan van speculatie. Voor de gemeente Huizen betekent dit: minder markt, meer volkshuisvesting, meer sociale huur en een groene, inclusieve woonomgeving.
PvdD stelt dat wonen losgekoppeld moet worden van de markt en verzet zich tegen het idee dat huizen handelswaar zijn, terwijl VVD traditioneel marktwerking en investeerders meer ruimte geeft. Dit leidt tot fundamenteel andere keuzes voor woningbouw en verdeling in gemeenten als Huizen.
PvdD wil minimaal 40% sociale huur in nieuwbouw, geen verkoop van sociale huurwoningen zonder vervanging, en meer regulering van huurprijzen. Dit staat haaks op het VVD-beleid dat inzet op meer koopwoningen en minder regulering.
“Er komen meer betaalbare woningen: minimaal 40% van de nieuwbouwwoningen is sociale huur.”
“Er worden geen sociale huurwoningen meer verkocht, tenzij deze minstens een-op-een vervangen worden in dezelfde gemeente.”
“De huren worden voor de komende vijf jaar bevroren. Ook in de vrije sector worden de maximale huurprijzen beperkt.”
PvdD wil het aantal panden voor particuliere verhuur beperken, een heffing op leegstand invoeren, en beleggers zwaarder belasten. Dit contrasteert met het VVD-standpunt dat investeerders en particuliere verhuurders meer ruimte biedt.
“We beperken het aantal panden dat een particuliere verhuurder mag verhuren.”
“Een heffing op leegstand en braakliggende grond bij (woning)bouwprojecten maakt het onaantrekkelijk om panden leeg te laten staan en te speculeren met bouwgrond.”
“De overdrachtsbelasting blijft gedifferentieerd: beleggers betalen meer, bewoners betalen minder.”
PvdD stelt duurzaamheid en vergroening centraal bij woningbouw, met eisen aan energieneutraliteit, groene daken en behoud van natuur. VVD legt minder nadruk op deze groene randvoorwaarden.
PvdD wil terug naar sterke overheidsregie en volkshuisvesting, waar VVD juist marktwerking en particulier initiatief stimuleert. Dit betekent voor Huizen: meer centrale sturing, minder afhankelijkheid van marktpartijen.
DENK kiest radicaal voor een sterke overheidsrol op de woningmarkt, met focus op betaalbaarheid, sociale huur en bescherming van huurders, wat sterk contrasteert met het marktgerichte beleid van de VVD. DENK wil meer sociale huurwoningen, strengere huurregulering, afschaffing van belemmerende regels en extra investeringen in lokale woonvoorzieningen. Hun visie draait om volkshuisvesting als fundamenteel recht, met nadruk op rechtvaardigheid en toegankelijkheid voor iedereen, ook in gemeenten als Huizen.
DENK wil fors meer sociale huurwoningen bouwen, inkomensgrenzen verruimen en huren reguleren, terwijl de VVD traditioneel inzet op minder overheidsbemoeienis en meer marktwerking. Dit standpunt adresseert direct het tekort aan betaalbare woningen in gemeenten als Huizen en wil de toegang tot sociale huur verbreden.
“Wij willen meer investeren in sociale huur. Dat betekent dat woningcorporaties meer budget krijgen. Heffingen voor woningcorporaties, zoals de ATAD, worden afgeschaft. Meer mensen komen in aanmerking voor een sociale huurwoning. De inkomensgrenzen worden verruimd.”
“Wij staan voor regulering van de huren. De huren worden bevroren indien de huurstijgingen te veel op de koopkracht van mensen drukken. Op de langere termijn mogen de huren niet harder stijgen dan het inkomen van mensen, zodat huurstijgingen niet drukken op de portemonnee. De overheid krijgt de bevoegdheden om dit te bewaken.”
In tegenstelling tot de VVD, die inzet op private partijen, wil DENK dat de overheid via een Rijksbouwbedrijf en een Rijkswoningbouwfonds direct verantwoordelijk wordt voor woningbouw. Dit is relevant voor gemeenten als Huizen waar woningbouw stagneert; DENK wil landelijke sturing en versnelling.
“We richten een Rijksbouwbedrijf op dat de verantwoordelijkheid krijgt om woningbouwprojecten te ontwikkelen.”
“Er komt een Rijkswoningbouwfonds waarin we meer geld reserveren om de bouw van betaalbare woningen te stimuleren.”
“Er komt een fulltime Minister van Volkshuisvesting. Deze Minister krijgt verregaande bevoegdheden, zoals het bindend kunnen aanwijzen van locaties waar woningbouw gerealiseerd moet worden.”
DENK wil regels die woningdelen en doorstroming belemmeren afschaffen, zoals de kostendelersnorm, om meer woningruimte te creëren. Dit staat haaks op het VVD-standpunt dat minder inzet op collectieve woonoplossingen. In gemeenten als Huizen kan dit leiden tot meer beschikbare woningen voor starters en ouderen.
“We schaffen de kostendelersnorm af en andere regels die woningdelen belemmeren worden ook afgeschaft. Hiermee komt er meer woningruimte beschikbaar.”
“We bevorderen de doorstroming op de woningmarkt, door bijvoorbeeld verhuisbegeleiding en hulp aan ouderen die de behoefte hebben om kleiner te gaan wonen. Hiermee maken we effectiever gebruik van de woningruimte.”
DENK wil huurprijsbescherming uitbreiden en investeren in lokale huurteams en de Huurcommissie, zodat huurders in gemeenten als Huizen beter beschermd zijn tegen te hoge huren en uitbuiting. De VVD kiest doorgaans voor minder regulering en minder overheidsinterventie.
“Wij willen dat de huurprijsbescherming wordt behouden en uitgebreid. Dit betekent dat wij willen dat alle huurders kunnen afdwingen dat zij een rechtvaardige huur betalen. Uitbuiting door te hoge huren wordt verleden tijd.”
“Wij investeren meer in de Huurcommissie en lokale huurteams, zodat huurders laagdrempelige hulp kunnen krijgen.”
DENK wil dat de overheid rentevrije hypotheken (halalhypotheken) en huurkoopconstructies breed beschikbaar maakt, om het kopen van een huis toegankelijker te maken voor iedereen, inclusief starters en mensen met een migratieachtergrond. De VVD steunt dergelijke ingrepen niet.
“Om ervoor te zorgen dat een koopwoning voor iedereen beschikbaar is, gaat de overheid er zorg voor dragen dat er ook rentevrije hypotheken beschikbaar komen. Deze rentevrije – of halalhypotheek wordt voor iedereen beschikbaar.”
“Wij nemen ook maatregelen om de huurkoopconstructie beter beschikbaar te maken op de woningmarkt, zodat meer mensen van deze variant gebruik kunnen maken om een woning te verkrijgen.”
GroenLinks-PvdA wil de woningmarkt in gemeenten als Huizen fundamenteel anders inrichten dan de VVD, met nadruk op betaalbaarheid, publieke regie en het tegengaan van speculatie. Hun belangrijkste voorstellen zijn het bouwen van meer betaalbare (sociale) woningen, het beperken van marktwerking en speculatie, en het geven van voorrang aan woningzoekenden en lokale binding. De kern van hun visie is dat wonen een recht is, geen marktproduct, en dat gemeenten meer instrumenten krijgen om woningen eerlijk te verdelen en betaalbaar te houden.
GroenLinks-PvdA wil fors meer betaalbare woningen bouwen en de regie teruggeven aan de overheid, in tegenstelling tot de VVD die meer aan de markt overlaat. Ze willen bouwen voor iedereen, niet alleen voor wie het kan betalen, en gemeenten krijgen meer zeggenschap over waar en voor wie gebouwd wordt.
“Met GroenLinks-PvdA wordt volkshuisvesting een topprioriteit. Met het grootste investeringsprogramma in decennia gaan we ruim 100.000 woningen per jaar bouwen.”
“Wij maken de markt nu juist minder dominant. Bouwen wordt niet alleen in woord maar ook in daad een publieke taak.”
“We brengen de regie op grond weer in publieke handen, zodat we samen bepalen hoe ons landschap eruitziet in plaats van speculanten die uit zijn op winst.”
In tegenstelling tot de VVD, die speculatie minder streng aanpakt, wil GroenLinks-PvdA speculatie met woningen en grond stevig bestrijden. Ze voeren opkoopbescherming in, pakken leegstand aan en investeren speculatiewinsten in woningbouw.
“Huizen zijn om in te wonen, niet om winst mee te maken. Vandaag verdienen profiteurs aan de woningnood door speculatie met grond en vastgoed. Dat moet stoppen.”
“De winsten van grondspeculanten gaan we afromen en inzetten voor woningbouw.”
“In het hele land komt er een opkoopbescherming die starters beschermt.”
GroenLinks-PvdA wil gemeenten als Huizen meer ruimte geven om woningen toe te wijzen aan mensen met lokale binding, terwijl de VVD hier terughoudender in is. Dit moet jongeren en starters helpen in hun eigen gemeente te blijven wonen.
“We maken het makkelijker voor gemeenten om mensen met binding met de stad of het dorp een woning toe te wijzen.”
Waar de VVD marktwerking en flexibiliteit voorstaat, kiest GroenLinks-PvdA voor strenge huurprijsregulering, bescherming tegen woekerhuren en het behoud van vaste huurcontracten. Dit moet huurders in gemeenten als Huizen meer zekerheid en betaalbaarheid bieden.
“De wettelijke bescherming tegen woekerhuren gaat gelden voor alle huurwoningen.”
“De vaste huurovereenkomst blijft de norm, zoals we hebben afgesproken in de Wet vaste huurcontracten.”
“We willen ervoor zorgen dat de lonen harder stijgen dan de huren. In tijden van hoge inflatie mogen de huren dan niet te hard stijgen. Om explosieve huurstijgingen te voorkomen, komt er een wettelijke bovengrens aan de toegestane huurstijging.”
GroenLinks-PvdA wil bezwaarprocedures bij nieuwbouw versnellen en het belang van woningzoekenden zwaarder laten wegen, terwijl de VVD doorgaans meer ruimte laat voor bezwaar van omwonenden en ontwikkelaars.
“We willen het belang van woningzoekenden zwaar wegen. Daarom willen we juridische procedures verkorten, zodat we sneller kunnen bouwen. Gemeenten en de Raad van State krijgen meer capaciteit om bezwaar- en beroepsprocedures versneld te behandelen.”
50PLUS onderscheidt zich van de VVD door sterk te focussen op het bouwen van levensloopbestendige woningen voor ouderen en het stimuleren van doorstroming, zodat jongeren ook meer kans krijgen op een woning. Hun visie voor de Gemeente Huizen draait om het herstellen van sociale volkshuisvesting, het terugbrengen van bejaardenhuizen in moderne vormen, en het stimuleren van innovatieve woonvormen specifiek gericht op ouderen. De partij ziet bouwen voor ouderen als dé oplossing voor de woningnood onder jongeren en pleit voor landelijke en lokale maatregelen die ouderen centraal stellen in het woonbeleid.
50PLUS legt de nadruk op het bouwen van woningen die geschikt zijn voor ouderen, zodat zij kunnen doorstromen en er woningen vrijkomen voor jongeren. Dit staat haaks op het VVD-standpunt, dat doorgaans inzet op meer bouwen in het algemeen en minder op specifieke doelgroepen. 50PLUS ziet het gebrek aan seniorenhuisvesting als een direct gevolg van falend beleid en wil dit herstellen met concrete bouwdoelstellingen en innovatieve woonvormen.
“Bouwen voor oud is de komende jaren de oplossing voor woningnood onder jongeren.”
“50PLUS denkt dat de oplossing gevonden wordt om te bouwen voor de oudere generatie die naar levensbestendige woningen gaan en die past bij de inwoner.”
“Bejaardenhuizen komen in moderne vorm en in allerlei varianten weer terug, waaronder woonzorg complexen voor ouderen.”
“De doelstelling van 290.000 levensloopbestendige woningen wordt gefaseerd gerealiseerd met oog voor netcongestie en bouwcapaciteit om de doorstroming weer écht op gang te krijgen.”
“Innovatieve woonvormen worden gestimuleerd: levensloopbestendige woningen en kleinschalige woonhofjes waar zorg, gemeenschap en zelfstandigheid worden gecombineerd.”
50PLUS bekritiseert het afbreken van de sociale volkshuisvesting en wil deze herstellen, in tegenstelling tot de VVD die vaak inzet op marktwerking en minder regulering. Voor de Gemeente Huizen betekent dit meer aandacht voor betaalbare woningen en het tegengaan van het tekort aan seniorenhuisvesting.
“Het afbreken van de sociale volkshuisvesting en het niet regelen van seniorenhuisvesting in de afgelopen decennia, is een voorbeeld van falend overheidsbeleid.”
Door ouderen te laten doorstromen naar passende woningen, wil 50PLUS de bestaande woningvoorraad efficiënter benutten. Dit is een andere benadering dan de VVD, die doorgaans minder inzet op doorstroming als beleidsinstrument. 50PLUS pleit ook voor meer-generatiewoningen en hofjeswoningen.
“Als ouderen kunnen doorstromen naar geschikte, levensbestendige en betaalbare huisvesting op de juiste locaties, dan kan de bestaande woningvoorraad efficiënter worden benut.”
“Meer bouwen voor 50-plussers. Nadruk op meer-generatiewoningen. Meer oog voor hofjeswoningen en aanleunwoningen.”
Naast het ouderenbeleid wil 50PLUS jongeren helpen sneller een woning te kopen, onder andere door bezitsvorming te stimuleren en een spaarregeling in te voeren. Dit is een nuanceverschil met de VVD, die vooral inzet op het vergroten van het totale woningaanbod.
De SP kiest radicaal voor volkshuisvesting en stelt het recht op betaalbaar wonen centraal, in tegenstelling tot de VVD die meer inzet op marktwerking en particuliere investeerders. De SP wil gemeenten als Huizen veel meer regie, middelen en bevoegdheden geven om betaalbare woningen te bouwen, huren te reguleren en huisjesmelkers aan te pakken. Hun visie draait om woningen als recht voor iedereen, niet als handelswaar, met concrete voorstellen als huurbevriezing, meer sociale huur, en het verbieden van beleggerswinsten.
De SP wil dat gemeenten als Huizen veel meer zeggenschap krijgen over woningbouw, toewijzing en aanpak van misstanden, terwijl de VVD traditioneel meer marktwerking en minder gemeentelijke inmenging voorstaat. Dit verschil raakt direct aan de lokale mogelijkheden om betaalbare woningen te realiseren en huisjesmelkers te bestrijden.
“Gemeenten krijgen weer de regie over woningbouw, zodat er gericht gebouwd kan worden voor de samenstelling van gezinnen in de buurt.”
“Bij misstanden moeten gemeenten direct kunnen ingrijpen, en zij moeten daarvoor de juiste middelen krijgen, zoals bijvoorbeeld de Wet Bibob.”
“Gemeenten krijgen de mogelijkheid om dit soort deelverhuur volledig te verbieden of streng te beperken, zodat huizen weer beschikbaar komen voor mensen die er echt in willen wonen.”
De SP wil huren bevriezen en sociale huur toegankelijk maken voor middeninkomens, terwijl de VVD doorgaans vrije marktwerking en minder regulering van huren bepleit. Dit betekent in Huizen concreet lagere woonlasten en meer sociale huurwoningen voor een grotere groep inwoners.
“Om het tij te keren bevriezen wij daarom de huren.”
“We draaien de inperkingen van minister Blok terug en herstellen het recht op betaalbaar wonen voor velen. Zo zorgen we ervoor dat politieagenten, leraren, zorgverleners en andere mensen met een normaal inkomen niet langer vastzitten aan torenhoge huren op de vrije markt.”
De SP wil huisjesmelkers hard aanpakken en woningen onttrekken aan beleggers, terwijl de VVD doorgaans minder streng is voor particuliere verhuurders en investeerders. Dit verschil bepaalt of Huizen meer grip krijgt op misstanden en speculatie.
“Huisjesmelkers verliezen hun vergunning. Geen woekerwinst meer over de rug van huurders.”
“We stoppen met bouwen voor de winst van beleggers en beginnen met bouwen voor de samenleving.”
“Woningen zijn er voor mensen, niet voor beleggers. We voeren een landelijke woonplicht in.”
De SP wil huurders en bewoners meer macht geven over hun woning en buurt, onder andere via wooncoöperaties, terwijl de VVD traditioneel minder inzet op collectieve zeggenschap. Dit betekent in Huizen meer invloed voor bewoners op renovatie, sloop en nieuwbouw.
De VVD wil landelijk de regie nemen over woningbouw, minder regels en meer betaalbare koop- en huurwoningen realiseren, en gemeenten beperken in hun mogelijkheden om lokale lasten te verhogen of woningbouw te vertragen. Voor de gemeente Huizen betekent dit dat VVD-beleid verschilt van lokaal beleid door landelijke sturing, het schrappen van lokale belemmeringen en het tegengaan van erfpacht en extra belastingen op woningen.
De VVD wil dat het Rijk bepaalt waar, hoeveel en welke woningen gebouwd worden, en dat gemeenten zoals Huizen minder ruimte krijgen om woningbouw te vertragen of te beperken. Dit verschilt van lokaal beleid waar gemeenten vaak zelf de regie voeren.
“Ruimtelijke ordening kan niet langer alleen bij gemeenten liggen, want er zijn meer locaties nodig dan nu beschikbaar komen. Wij kiezen voor meer regie, meer doorstroming, meer huizen, maar minder regels.”
“Daarom gaan we vanuit het Rijk grote woonwijken met betaalbare huizen aanwijzen... via een tijdelijke nationale wet leggen we vast waar, welke en hoeveel woningen moeten worden gerealiseerd en op welke termijnen.”
“Het Rijk krijgt de regie op de ruimtelijke ordening en bouwproductie terug.”
De VVD wil voorkomen dat gemeenten, zoals Huizen, het eigen huis zwaarder belasten of erfpacht opleggen, tenzij het de betaalbaarheid ten goede komt. Dit is een duidelijk verschil met gemeenten die erfpacht of hogere OZB inzetten als inkomstenbron.
“Jouw koophuis is geen melkkoe voor de gemeente. Daarom begrenzen we de onroerendezaakbelasting, maar houden we rekening met de verantwoordelijkheden van gemeenten.”
“Daarom kiezen wij bij nieuwe woningen in principe niet meer voor de erfpacht. Erfpacht bij nieuwe woningen mag alleen als dit de betaalbaarheid ten goede komt en mag niet gebruikt worden als melkkoe voor gemeenten.”
De VVD wil landelijke standaardisering en het schrappen van lokale regels die woningbouw vertragen, zoals welstandscommissies, vergunningseisen en bezwaarprocedures. Dit verschilt van gemeenten die veel lokale regels hanteren.
“We willen dat er veel meer private huurwoningen worden gebouwd, zodat de huurprijs omlaaggaat. We schrappen de Wet betaalbare huur, de lokale zelfbewoningsplicht en het verbod op tijdelijke contracten.”
“We willen een gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitskader, waardoor de welstandscommissie overbodig wordt en frustrerende willekeur verdwijnt.”
“Als een gemeente te laat is met het verlenen van een bouwvergunning, worden de leges (kosten voor de vergunningaanvraag) kwijtgescholden.”
De VVD wil dat gemeenten geen voorrang meer geven aan statushouders bij sociale huurwoningen, in tegenstelling tot de huidige wettelijke taakstelling die gemeenten zoals Huizen nu uitvoeren.
“We verbieden de voorrang voor statushouders. Voor statushouders kan met flexwoningen tijdelijke woonruimte worden aangeboden om een eerste stap uit het azc te zetten. Gemeenten behouden het recht om eigen inwoners voorrang te geven op een huurwoning.”
“Daarom schaffen wij de wettelijke taakstelling van gemeenten om statushouders te moeten huisvesten af, en stellen wij een verbod op voorrang voor statushouders in.”
BBB onderscheidt zich van de VVD door sterk in te zetten op het versoepelen van regels voor woningbouw en het splitsen van woningen, het geven van voorrang aan lokale woningzoekenden, en het beschermen van agrarische grond. De partij wil gemeenten zoals Huizen meer ruimte geven voor maatwerk, minder landelijke regeldruk en meer mogelijkheden voor bouwen in dorpen en aan de rand van steden. BBB pleit voor het afschaffen van belemmerende landelijke wetgeving en het verhogen van het aandeel betaalbare woningen, met bijzondere aandacht voor lokale binding en doorstroming.
BBB wil het splitsen van woningen en het ombouwen van bestaande panden tot woningen sterk vereenvoudigen, in tegenstelling tot de VVD die doorgaans meer waarde hecht aan lokale regie en bestaande regelgeving. Dit moet het woningaanbod in gemeenten als Huizen vergroten en de doorstroming bevorderen.
“Vergunningsvrij splitsen. BBB zet in op het vergunningsvrij delen en splitsen van woningen die zich daarvoor lenen. Bijbouwen moet gemakkelijker worden. BBB wil verhuur aantrekkelijker maken, ook kamerverhuur. Regels die daarvoor belemmerend werken, horen te worden afgeschaft.”
“Ombouwen tot woningen, zoals voormalige boerderijen, kantoren en fabrieken, moet makkelijker worden. Bouwen op eigen erf kan sinds de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting. Dit moet maximaal worden benut en gemeenten moeten hiervoor duidelijke instructies krijgen.”
BBB wil bij de toewijzing van woningen expliciet voorrang geven aan mensen met een lokale binding, urgentie of maatschappelijke functie. Dit is een duidelijk verschil met de VVD, die doorgaans minder ver gaat in het formaliseren van lokale voorrang.
“Bij de toewijzing van koop en huurwoningen geven we voorrang aan mensen met een lokale binding, urgentie of mensen die een belangrijke bijdrage leveren aan de gemeenschap, denk aan onderwijzers, zorgpersoneel en politiemensen. Dit kan nu al voor 50 procent van de woningen (nieuwbouw). Voor BBB mag dit hoger worden.”
BBB wil niet alleen bouwen in steden, maar juist ook in dorpen en aan de rand van steden, om de leefbaarheid en voorzieningen in kleinere kernen te behouden. Dit is onderscheidend ten opzichte van de VVD, die vaker inzet op bouwen binnen bestaande stadsgrenzen.
“Niet alleen in steden, maar ook in kleine dorpen moeten er woningen bijkomen. BBB wil door woningbouw in de stad en op het platteland ook de voorzieningen zoals huisartsen, scholen en openbaar vervoer overal in Nederland beschikbaar en bereikbaar houden. Daarvoor is woningbouw nodig op een schaal die past bij het karakter van de regio.”
“We beschermen kostbaar boerenland, maar willen wel woningbouw in buurtschappen, aan de rand van dorpen en steden mogelijk maken.”
BBB wil de Wet betaalbare huur afschaffen en verhuurregels versoepelen, omdat zij vinden dat deze wet het aanbod van huurwoningen juist vermindert. Dit is een duidelijk verschil met de VVD, die deze wet wel wil aanpassen maar niet volledig wil schrappen.
BBB wil agrarische grond beschermen tegen woningbouw, maar maakt expliciet ruimte voor bouwen aan de rand van dorpen en steden, mits dit de landbouw niet belemmert. Dit is een nuanceverschil met de VVD, die doorgaans minder nadruk legt op bescherming van landbouwgrond.
“Om vruchtbare landbouwgrond te beschermen mogen nieuwe woningen in het buitengebied geen belemmering vormen voor omliggende agrarische bedrijven.”
“De beleidsmatige obstakels voor bouwen die provincies opwerpen door landschappen een beschermde waarde toe te kennen, moeten worden weggenomen.”
De SGP onderscheidt zich van de VVD door sterk te pleiten voor een grotere rol van de overheid in de woningmarkt, met nadruk op betaalbaarheid, sociale woningbouw en lokale regie. De partij wil volkshuisvesting niet overlaten aan de markt, maar ziet het als een kerntaak van de overheid, met veel ruimte voor gemeenten zoals Huizen om lokaal maatwerk te leveren. Concrete voorstellen zijn onder meer het stimuleren van sociale en betaalbare woningen, het beperken van marktwerking, en het verruimen van mogelijkheden voor lokale initiatieven en woonvormen.
De SGP vindt dat de woningmarkt niet aan de vrije markt kan worden overgelaten en dat de overheid een centrale rol moet spelen, in tegenstelling tot de VVD die meer marktwerking voorstaat. Dit is relevant voor Huizen, waar de druk op betaalbare woningen groot is en lokale sturing belangrijk wordt gevonden.
“Jarenlang is volkshuisvesting als een markt gezien. De SGP ziet dat de markt helaas niet alles even goed oppakt. Zo is er een groot tekort aan betaalbare (huur)woningen. Volkshuisvesting wordt daarom weer echt een verantwoordelijkheid van de overheid, uiteraard samen en met hulp van alle andere betrokkenen.”
“De SGP vindt dat de Rijksoverheid regie moet hebben, maar provincies en gemeenten houden nadrukkelijk ruimte voor zelfstandige afwegingen, waarbij provincies ruimhartig faciliteren.”
De SGP wil prioriteit geven aan de bouw van sociale en betaalbare woningen, met extra aandacht voor starters, senioren en middeninkomens. Gemeenten als Huizen krijgen veel ruimte om lokaal te bepalen waar de grootste behoefte ligt, wat afwijkt van het VVD-standpunt dat meer op marktwerking en minder op sturing inzet.
“De meeste aandacht gaat daarbij eerst uit naar het segment waar de nood het hoogst is. Ook de bouw van sociale huurwoningen verdient meer urgentie. De Rijksoverheid moet bijspringen met extra budget.”
“De SGP vindt dat het lokale bestuur een grote rol heeft in de woningbouwopgave. Zij krijgen daarom veel ruimte voor lokale initiatieven, gebaseerd op lokale behoeften.”
De SGP wil regels en procedures rondom woningbouw vereenvoudigen, maar met behoud van inspraak voor woningzoekenden en ruimte voor lokale eisen. Dit verschilt van de VVD, die doorgaans vooral inzet op deregulering zonder extra waarborgen voor woningzoekenden.
De SGP stimuleert nieuwe woonvormen zoals mantelzorgwoningen, splitsen, optoppen en tijdelijke woningen, en wil leegstaande panden benutten. Dit is relevanter voor gemeenten als Huizen met beperkte ruimte en een diverse bevolking, en wijkt af van het VVD-standpunt dat minder inzet op dergelijke vormen van overheidssturing.
“De SGP wil dat we de bestaande woningvoorraad veel beter gaan benutten door optoppen, splitsen en hospitaverhuur mogelijk te maken.”
“Op erven en in achtertuinen liggen veel mogelijkheden voor de bouw van bijvoorbeeld mantelzorg- en familiewoningen. Die kansen worden benut, zo mogelijk vergunningvrij.”
“Tijdelijke woningen, tiny houses en flexwoningen zijn een oplossing om op korte termijn de krapte op te vangen.”
FVD onderscheidt zich van de VVD door te pleiten voor minder sociale huurwoningen, het afschaffen van bouwdwang voor sociale woningen, en het geven van absolute voorrang aan Nederlanders bij woningtoewijzing. Daarnaast wil FVD gemeenten als Huizen maximale beleidsvrijheid geven, zonder landelijke dwang of fusies, en pleit het voor het schrappen van duurzaamheidseisen en het versnellen van nieuwbouw zonder milieuregels. De kern van hun visie is een vrije woningmarkt met minder overheidsbemoeienis en meer lokale autonomie.
FVD wil het aandeel sociale huurwoningen verkleinen en de verplichting voor projectontwikkelaars om sociale woningen te bouwen afschaffen, in tegenstelling tot de VVD die doorgaans inzet op behoud of uitbreiding van sociale huur. Dit moet de woningmarkt gezonder maken en bouwen rendabeler.
FVD wil dat Nederlanders altijd voorrang krijgen op sociale huurwoningen, en statushouders geen voorrang meer krijgen. Dit is een duidelijk verschil met de VVD, die doorgaans geen absolute nationale voorrang hanteert.
FVD wil alle verplichte duurzaamheidseisen en milieuregels bij nieuwbouw schrappen, om bouwen sneller en goedkoper te maken. De VVD steunt doorgaans (beperkte) verduurzaming en milieuregels.
FVD wil dat gemeenten als Huizen volledige vrijheid krijgen om eigen beleid te voeren, ook op het gebied van wonen en belastingen, zonder landelijke dwang of fusies. Dit verschilt van de VVD, die vaak landelijke kaders en schaalvergroting steunt.
“We geven gemeenten de vrijheid om eigen beleid te voeren, inclusief op gebied van belastingen, zodat lokaal maatwerk mogelijk wordt en gemeenten onderling gaan concurreren op de vestiging van bedrijven en gezinnen.”
“Geen gedwongen samenvoegingen van gemeenten; fusies kunnen alleen na een referendum.”
Volt wil dat gemeenten zoals Huizen veel meer betaalbare en sociale woningen bouwen dan de VVD, met strenge landelijke normen en actieve rol van de overheid. Volt pleit voor afdwingbare afspraken, meer gemeentelijke regie, en het beperken van speculatie en leegstand, terwijl de VVD doorgaans inzet op meer marktwerking, minder regulering en lagere sociale woningbouwquota. Volt kiest voor centrale sturing, betaalbaarheid en duurzaamheid als kern van het woonbeleid.
Volt stelt harde landelijke eisen aan het aandeel betaalbare en sociale woningen bij nieuwbouw, wat veel verder gaat dan het VVD-standpunt dat gemeenten meer vrijheid geeft en lagere quota voorstaat. Dit betekent dat in Huizen onder Volt veel meer sociale en betaalbare woningen gebouwd moeten worden dan onder de VVD.
Volt wil dat gemeenten als Huizen actiever grond aankopen en ontwikkelen, ondersteund door extra middelen, terwijl de VVD dit doorgaans aan de markt overlaat. Dit vergroot de gemeentelijke regie en verkleint de invloed van projectontwikkelaars.
“Gemeenten worden financieel in staat gesteld om actiever grondbeleid te voeren, door vaker grond aan te kopen en meer gebruik te maken van hun voorkeursrecht.”
Volt wil leegstand en speculatie met bouwgrond fiscaal ontmoedigen, wat de VVD meestal niet doet. Dit zorgt ervoor dat woningen sneller beschikbaar komen en prijzen minder stijgen.
“Volt pleit daarom voor de Vlaamse aanpak, een methode waarbij leegstand wordt aangepakt met een jaarlijks stijgende gemeentelijke belasting.”
“Dat doen we door de waardevermeerdering van bijvoorbeeld landbouwgrond die voor bouwgrond bestemd wordt fiscaal te belasten, waardoor grond naar verwachting eerder beschikbaar komt voor een lagere prijs.”
Volt wil de huurregulering uitbreiden naar het middensegment en gemeenten verplichten tot actieve handhaving, terwijl de VVD dit juist wil beperken. Dit maakt huren in Huizen betaalbaarder onder Volt dan onder de VVD.
“Volt is voorstander van de uitbreiding van de huurregulering naar het middensegment. Volt wil meer controles op eerlijke huurprijzen, ook als er wordt gewisseld van huurder. De gemeente moet proactief controles uitvoeren en boetes uitdelen als verhuurders de maximale huurprijzen niet respecteren.”
Volt wil landelijke regie en uniforme bouwregels, zodat gemeenten als Huizen minder vrijheid hebben om eigen (vaak minder sociale) keuzes te maken, in tegenstelling tot de VVD die lokale autonomie benadrukt.
“Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening stelt langetermijnbeleid op voor een stabiele en proactieve sturing op een toekomstbestendig en blijvend passend woningbestand in Nederland.”
“Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening harmoniseert waar mogelijk gemeentelijke bouw- en omgevingsregels om transities te versnellen, of stelt samen met gemeenten kaders daarvoor op. Zo creëren we één landelijk stelsel van uniforme spelregels voor de (ver-)bouw van nieuwe en bestaande woningen, waarop maar heel beperkt uitzonderingen mogelijk zijn.”
D66 kiest voor een actieve rol van de overheid en gemeenten om de woningmarkt eerlijker en betaalbaarder te maken, met nadruk op sociale huur, verduurzaming en het tegengaan van speculatie. In tegenstelling tot de VVD, die doorgaans minder overheidsregie en meer marktwerking voorstaat, wil D66 juist wettelijke quota voor sociale huur, meer zeggenschap voor gemeenten en strengere regels voor beleggers. Voor de gemeente Huizen betekent dit dat D66 inzet op meer sociale en betaalbare woningen, meer gemeentelijke regie en bescherming van huurders.
D66 wil dat elke gemeente, dus ook Huizen, verplicht wordt om minstens 30% sociale huur te realiseren bij nieuwbouw. Dit is een duidelijk verschil met de VVD, die doorgaans minder nadruk legt op wettelijke quota en meer op marktwerking. D66 ziet dit als noodzakelijk om gemengde wijken en betaalbaarheid te waarborgen.
“We leggen wettelijk vast dat bij nieuwbouw in elke gemeente minstens 30% sociale huur komt, zodat gemeenschappen in wijken gemengd blijven.”
D66 wil gemeenten meer macht geven om grond te kopen, te ontwikkelen en speculatie tegen te gaan. Dit is een duidelijk verschil met de VVD, die vaak minder gemeentelijke inmenging voorstaat. D66 vindt dat gemeenten zo beter kunnen sturen op betaalbaarheid en leefbaarheid.
“Gemeenten meer ruimte om zelf grond te kopen en te ontwikkelen. Ook krijgen gemeenten meer mogelijkheden om grondspeculaties te voorkomen en te zorgen dat er niet alleen huizen komen, maar ook speelplaatsen en groen.”
D66 wil beleggers zwaarder belasten en het belastingvoordeel van woningbezit (zoals hypotheekrenteaftrek) afbouwen. Dit is een fundamenteel verschil met de VVD, die deze fiscale voordelen meestal wil behouden. D66 wil hiermee de woningmarkt eerlijker maken en prijsstijgingen afremmen.
“We bouwen het belastingvoordeel van woningbezit af en gaan beleggers meer belasten.”
“We verkleinen de verschillen in fiscale voordelen tussen huurders en mensen met een koopwoning. Dit doen we onder andere via de afbouw van de hypotheekrenteaftrek, verlaging van het btw-tarief op nieuwbouw en aanscherping van het eigenwoningforfait voor de duurste huizen.”
D66 wil huurders meer rechten geven, zowel qua bescherming als bij verduurzaming. Dit contrasteert met de VVD, die doorgaans minder regulering voor huurders voorstaat. D66 ziet dit als noodzakelijk voor een eerlijke woningmarkt.
“Huurders krijgen meer bescherming en zeggenschap over verduurzaming.”
D66 wil bezwaarprocedures bij woningbouw versnellen en de macht van bezwaarmakers beperken, zodat het recht op wonen zwaarder weegt. Dit is een verschil met de VVD, die vaak meer waarde hecht aan rechtsbescherming van individuele burgers.
JA21 onderscheidt zich van de VVD door sterk te pleiten voor het beperken van bevolkingsgroei via migratiebeperking als structurele oplossing voor de woningnood, en door het afschaffen van voorrang voor statushouders bij sociale huurwoningen. Daarnaast wil JA21 meer regie voor gemeenten, minder landelijke dwang (zoals de Spreidingswet), en concrete maatregelen om de doorstroming en het woningaanbod voor eigen inwoners te verbeteren. Hun visie legt de nadruk op het eerst bedienen van de lokale bevolking en het aanpakken van migratie als hoofdoorzaak van het woningtekort.
JA21 ziet migratie als de belangrijkste oorzaak van de woningnood en wil de bevolkingsgroei beperken, in tegenstelling tot de VVD die doorgaans inzet op bouwen en doorstroming zonder harde migratieplafonds. Dit is een fundamenteel verschil in visie op de woningmarkt, ook relevant voor de Gemeente Huizen.
“JA21 wil dat de overheid een beleid gaat ontwikkelen om de bevolkingsgroei van Nederland te beperken. Dat betekent onder meer het juridisch verankeren van migratie plafonds en scherpe selectie van arbeidsmigratanten en gezinshereniging. Alleen zo is zicht op een oplossing van de structurele woningnood.”
“Minstens de helft van de nieuw te bouwen woningen is nu nodig om de bevolkingsgroei door migratie bij te houden. Dit is een onhoudbare situatie.”
JA21 wil af van de landelijke verplichting om statushouders voorrang te geven op sociale huurwoningen, terwijl de VVD deze taakstelling doorgaans accepteert of slechts wil aanpassen. Dit raakt direct de woningverdeling in gemeenten als Huizen.
“Afschaffen voorrangsregeling en wettelijke taakstellingen voor gemeenten met betrekking tot de huisvesting van statushouders.”
JA21 verzet zich tegen landelijke dwangmaatregelen zoals de Spreidingswet en wil gemeenten meer zeggenschap geven over hun woningbeleid, waar de VVD vaker landelijke afspraken steunt. Dit is relevant voor lokale besluitvorming in Huizen.
JA21 wil doorstroming bevorderen door onder andere de overdrachtsbelasting af te schaffen en ouderen te stimuleren te verhuizen, met als doel woningen vrij te maken voor jonge gezinnen en lokale inwoners. De VVD richt zich ook op doorstroming, maar JA21 koppelt dit expliciet aan het beperken van migratie en het prioriteren van eigen inwoners.
“De overdrachtsbelasting voor particuliere woningen geheel afschaffen, hetgeen ook de doorstroming zal bevorderen.”
“Doorstroming faciliteren wanneer ouderen grotere woningen willen verlaten en deze geschikt maken voor meer één – en tweepersoonshuishoudens. Dit bijvoorbeeld door weer bejaardenhuizen te bouwen en moderne vormen van ouderenhuisvesting te stimuleren...”
NSC onderscheidt zich van de VVD door sterk in te zetten op meer regie van de overheid en gemeenten bij woningbouw, met nadruk op betaalbaarheid, sociale huur en lokale toewijzing. Voor de gemeente Huizen betekent dit dat NSC pleit voor meer sociale en betaalbare woningen, striktere regulering van verhuur, en meer mogelijkheden voor gemeenten om woningen toe te wijzen aan mensen met een lokale of maatschappelijke binding. De kern van hun visie is dat wonen geen marktproduct alleen is, maar een publieke verantwoordelijkheid waarbij gemeenten meer instrumenten krijgen om lokale woonproblemen aan te pakken.
NSC wil dat gemeenten, waaronder Huizen, verplicht meer sociale huur en betaalbare koop/middenhuur realiseren, in tegenstelling tot de VVD die doorgaans meer aan de markt overlaat. Dit moet de wooncrisis aanpakken en starters, ouderen en middeninkomens betere kansen geven.
“we streven naar een aandeel van 30% sociale huur en van 2/3de betaalbare koop en midden-huur.”
“Het is nodig om jaarlijks 100.000 woningen te bouwen (waarvan 30% sociaal en 2/3de betaalbaar, maatwerk per regio).”
“Regio’s die minder sociale huurwoningen hebben dan het landelijk gewenste gemiddelde moeten in hun nieuwbouwprogramma minstens 30% sociale huur opnemen.”
NSC wil dat gemeenten als Huizen woningen kunnen toewijzen aan mensen met een lokale of maatschappelijke binding, wat verder gaat dan het VVD-standpunt dat meer marktwerking en minder sturing voorstaat.
“We steunen de wijziging van de Huisvestingswet die gemeenten de ruimte geeft om een deel van de beschikbare huur- of koopwoningen toe te wijzen aan mensen met bepaalde beroepen (bijvoorbeeld verpleegkundigen of agenten) of met een sociale binding aan de gemeente.”
NSC pleit voor strengere handhaving op verhuurders, een landelijk huurregister en het tegengaan van misbruik, terwijl de VVD traditioneel minder regulering wil. Dit beschermt huurders in gemeenten als Huizen tegen excessen.
“We zorgen voor voldoende gemeentelijke handhavingscapaciteit zodat deze wetten effect hebben in de praktijk. Ook komt er een landelijk huurregister waarin gemeenten in elk geval kunnen zien wie actief zijn op de particuliere huurmarkt, welke huizen ze verhuren en wat de punten van deze huizen zijn.”
“Misbruik van het puntensysteem bij kamerverhuur, met torenhoge huurprijzen tot gevolg, moet worden tegengegaan. Een huurder kan eenvoudiger een lagere huur afdwingen als de verhuurder zich niet aan het puntensysteem houdt.”
NSC wil dat gemeenten woningen kunnen reserveren voor mensen met beroepen die van belang zijn voor de lokale gemeenschap, wat bij de VVD minder prioriteit heeft.
“Gemeenten de ruimte geeft om een deel van de beschikbare huur- of koopwoningen toe te wijzen aan mensen met bepaalde beroepen (bijvoorbeeld verpleegkundigen of agenten) of met een sociale binding aan de gemeente.”
De PVV onderscheidt zich van de VVD door een veel strengere houding ten aanzien van de huisvesting van statushouders, het schrappen van gemeentelijke taakstellingen voor deze groep, het verlagen van sociale huren, en het versoepelen van bouw- en verbouwregels. Voor de gemeente Huizen betekent dit dat de PVV inzet op meer en snellere woningbouw voor Nederlanders, minder verplichtingen rond statushouders, en lagere huren, terwijl de VVD doorgaans vasthoudt aan bestaande taakstellingen en marktwerking. De kern van de PVV-visie is: woningen eerst voor Nederlanders, minder regels en lagere lasten voor huurders, en geen extra duurzaamheidseisen.
De PVV wil dat statushouders nooit meer voorrang krijgen op sociale huurwoningen en dat gemeenten, zoals Huizen, niet langer verplicht zijn om statushouders te huisvesten. Dit is een duidelijk verschil met de VVD, die doorgaans de landelijke taakstelling volgt.
De PVV wil sociale huren met 10% verlagen en de inkomensgrenzen voor betaalbare huurwoningen verhogen, zodat meer mensen in aanmerking komen. Dit is een direct financieel voordeel voor huurders in Huizen, waar de VVD meestal kiest voor marktconforme huren.
De PVV pleit voor snellere vergunningverlening, minder bezwaar- en beroepsmogelijkheden tegen woningbouw, en het schrappen van extra duurzaamheidseisen. Dit betekent concreet dat in Huizen sneller en goedkoper gebouwd kan worden, terwijl de VVD doorgaans vasthoudt aan bestaande procedures en duurzaamheidseisen.
“Kortere en snellere vergunningverlening en procedures; tijdelijk beperken van de mogelijkheden tot bezwaar en beroep tegen woningbouw waar een omgevingsplan vastligt”
“Schrappen en vereenvoudigen van bouweisen; geen nieuwe duurzaamheidseisen, geen verplichte warmtepomp, niet verplicht van het gas”
De PVV wil dat permanent wonen in recreatiewoningen volledig wordt toegestaan, wat een extra oplossing biedt voor het woningtekort in gemeenten als Huizen. De VVD is hier doorgaans terughoudender in.
“Permanent wonen in recreatiewoningen moet volledig worden toegestaan.”
De ChristenUnie kiest voor een actieve rol van de overheid en gemeenten om de woningmarkt eerlijker en betaalbaarder te maken, met nadruk op het bouwen van betaalbare en sociale woningen, het mengen van inkomens in wijken, en het tegengaan van grondspeculatie. In tegenstelling tot de VVD, die doorgaans meer marktwerking en minder overheidsregie voorstaat, pleit de ChristenUnie voor stevige publieke regie, meer sociale huur, en het afbouwen van fiscale voordelen voor huiseigenaren. Voor de gemeente Huizen betekent dit: meer betaalbare woningen, gemengde wijken, en een grotere rol voor de gemeente in grondbeleid en woningtoewijzing.
De ChristenUnie wil dat gemeenten, waaronder Huizen, verplicht worden om vooral betaalbare woningen te bouwen, met een groot aandeel sociale huur. Dit verschilt van de VVD, die doorgaans minder nadruk legt op sociale huur en meer op vrije sector en koopwoningen.
“We willen dat wonen weer betaalbaar wordt voor iedereen. Daarom zorgen we dat minstens twee derde van de nieuw te bouwen huizen betaalbaar is, waaronder 30 procent sociale huur.”
De ChristenUnie wil dat gemeenten actief sturen op gemengde wijken, zodat mensen met verschillende inkomens samenleven. Dit staat haaks op het VVD-standpunt, dat minder nadruk legt op sturing en mengen en meer op vrije keuze en marktwerking.
“Om dat aan te moedigen bouwen we in alle dorpen en steden twee derde betaalbare koop- en huurwoningen, waaronder 30 procent sociale huur. We zorgen voor gemengde wijken, waar mensen met verschillende achtergronden en inkomens samenleven. Gemeenten krijgen de opdracht om dit niet alleen op papier, maar juist op wijkniveau in te vullen.”
De ChristenUnie wil dat gemeenten als Huizen actiever hun grond inzetten en grondspeculatie tegengaan, inclusief een belasting op waardestijging van bouwgrond. Dit is een duidelijk verschil met de VVD, die doorgaans minder ingrijpen in de grondmarkt voorstaat.
“Gemeenten moeten actiever met hun grond omgaan. Ze hebben al middelen om invloed uit te oefenen – zoals het voorkeursrecht of regels uit de Omgevingswet – maar die worden nog te weinig ingezet. Wij stimuleren dat gemeenten hier krachtiger mee aan de slag gaan.”
“Daarom zijn we voor een belasting op de winst die ontstaat als grond bouwgrond wordt (planbatenheffing), we pakken hiermee ook grondspeculatie aan.”
De ChristenUnie wil de hypotheekrenteaftrek geleidelijk afbouwen om de fiscale ongelijkheid tussen huurders en kopers te verminderen. De VVD verdedigt traditioneel juist het behoud van deze regeling.
“In het kader van haar algehele herziening van het belastingstelsel, wil de ChristenUnie deze regeling de komende decennia geleidelijk afbouwen.”
De ChristenUnie wil regelgeving versoepelen om wooncoöperaties en collectieve woonvormen te stimuleren, wat afwijkt van het VVD-standpunt dat minder nadruk legt op deze vormen.
“We geven maximaal ruimte aan wooncoöperaties, gemeenschappelijke woonvormen of vormen van collectief particulier opdrachtgeverschap, door regelgeving daarvoor te vereenvoudigen.”