FVD wil het Nederlands herstellen als hoofdtaal in het hoger onderwijs en het Engelstalig onderwijs grotendeels schrappen. Ze pleiten voor het terugbrengen van het Nederlands als voertaal aan universiteiten en hogescholen, met als doel de kwaliteit van het onderwijs te verhogen en de focus te leggen op Nederlandse studenten en cultuur.
FVD vindt dat de internationalisering en het gebruik van Engels in het hoger onderwijs de kwaliteit en Nederlandse identiteit ondermijnen. Door het Nederlands weer als voertaal in te voeren, willen ze dat studenten zich op hoog niveau in hun eigen taal leren uitdrukken en dat universiteiten zich primair richten op Nederlandse studenten.
“We herstellen het Nederlands als hoofdtaal in het wetenschappelijk onderwijs, zodat studenten zich allereerst in hun eigen taal op hoog niveau leren uitdrukken.”
“We herstellen het Nederlands als hoofdtaal in het wetenschappelijk onderwijs, zodat studenten zich allereerst in hun eigen taal op hoog niveau leren uitdrukken.”
“Nederlands wordt weer de voertaal in het voortgezet en wetenschappelijk onderwijs.”
“het terugbrengen van de Nederlandse taal als voertaal in het academisch onderwijs.”
Naast het schrappen van Engelstalig onderwijs wil FVD het aantal internationale studenten sterk beperken en stoppen met actieve werving, zodat de focus weer op Nederlandse studenten komt te liggen.
JA21 wil het Nederlands weer centraal stellen als voertaal in het hoger onderwijs en het gebruik van Engels sterk beperken, met uitzondering van internationaal gerichte studies. Zij zien Engelstalig onderwijs als een oorzaak van verarming van academische vorming en als een verdienmodel dat ten koste gaat van Nederlandse studenten. Het schrappen van Engelstalig onderwijs wordt gepresenteerd als een maatregel om de kwaliteit en toegankelijkheid van het hoger onderwijs voor Nederlandse studenten te waarborgen.
JA21 pleit ervoor om het Nederlands weer de standaardtaal te maken in het universitaire en HBO-onderwijs, met uitzondering van studies die zich expliciet op de internationale markt richten. Dit moet de academische diepgang en de positie van Nederlandse studenten beschermen, en het verdienmodel van internationale studenten tegengaan.
“JA21 pleit er dan ook voor om het Nederlands weer als de academische taal centraal te stellen met uitzondering van de internationaal gerichte studies.”
“Het Nederlands weer centraal staat als de taal waarin in het onderwijs wordt gegeven op universiteit en hogeschool (uitzonderingen daargelaten).”
“Het gebruik van Engels als taal waarin het onderwijs wordt gegeven, leidt veelal tot een verarming van de academische vorming omdat studenten en docenten ondanks goede kennis van het Engels zich toch minder genuanceerd en breed kunnen uitdrukken.”
JA21 koppelt het terugdringen van Engelstalig onderwijs aan het verminderen van de instroom van buitenlandse studenten, die volgens hen vooral worden geworven vanwege het financieringsmodel. Dit zou de druk op de woningmarkt en de toegankelijkheid voor Nederlandse studenten verminderen.
“Het financieringsmodel zorgt er ook voor dat het werven van internationale studenten een verdienmodel is geworden. Dat gaat ten koste van Nederlandse studenten, bijvoorbeeld door de enorme druk op de woning- en kamermarkt.”
“Minder instroom van buitenlandse studenten en voorrang bij inschrijving en huisvesting van Nederlandse studenten;”
De SP wil het aantal Engelstalige opleidingen aan universiteiten en hogescholen fors beperken en stelt dat onderwijsinstellingen niet langer afhankelijk mogen zijn van internationale studenten als verdienmodel. Zij pleiten ervoor dat een deel van het studieaanbod, vooral bacheloropleidingen, verplicht in het Nederlands wordt gegeven en dat elke opleiding volledig in het Nederlands te volgen blijft. De kern van hun visie is dat onderwijs toegankelijk moet zijn voor iedereen in Nederland en geen exportproduct of verdienmodel mag zijn.
De SP wil dat het merendeel van het hoger onderwijs in het Nederlands wordt gegeven, met name bacheloropleidingen, om de toegankelijkheid voor Nederlandse studenten te waarborgen en de instroom van internationale studenten te reguleren. Hiermee willen ze voorkomen dat Engelstalig onderwijs een verdienmodel wordt en de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijs onder druk zet.
De SP hekelt het gebruik van Engelstalige opleidingen als middel om meer internationale studenten te trekken voor financiële motieven. Zij willen dat onderwijsinstellingen niet langer afhankelijk zijn van deze inkomsten en dat internationalisering niet langer een verdienstrategie is.
“Onderwijsinstellingen werven internationale studenten niet om de wetenschap te verrijken, maar omdat het geld oplevert. Overvolle collegezalen en Engelse opleidingen zijn voor veel universiteiten en hogescholen een verdienmodel geworden en dat gaat ten koste van de toegankelijkheid en kwaliteit van het onderwijs.”
“We moeten investeren in universiteiten en hogescholen zodat zij niet afhankelijk zijn van hun inkomsten uit het aantrekken van internationale studenten.”
“Onderwijs geen verdienmodel, internationalisering geen verdienstrategie.”
De ChristenUnie wil het Engelstalig onderwijs niet volledig schrappen, maar stelt het Nederlandstalig bacheloronderwijs als uitgangspunt. Engelstalig onderwijs blijft mogelijk voor specifieke (top)sectoren waar internationaal talent nodig is, maar het aantal internationale studenten moet worden verminderd en het financieringsmodel aangepast zodat instellingen niet afhankelijk zijn van buitenlandse studenten.
De ChristenUnie vindt dat het opleiden van Nederlandse studenten de kerntaak van universiteiten is en wil daarom het Nederlandstalig bacheloronderwijs als norm stellen. Engelstalig onderwijs wordt alleen toegestaan waar het aantoonbaar bijdraagt aan sectoren die internationaal talent nodig hebben. Hiermee wil de partij de instroom van internationale studenten beperken en de druk op voorzieningen verminderen.
De ChristenUnie wil dat er een landelijke afweging komt welke studies Engelstalig mogen blijven en voor welke studiemigratie verantwoord is. Dit gebeurt in lijn met de inzet van Universiteiten van Nederland (UNL), zodat Engelstalig onderwijs alleen wordt aangeboden waar het echt nodig is voor de arbeidsmarkt.
“Om (top)sectoren van internationaal talent te kunnen voorzien, maken we in lijn met de inzet van Universiteiten van Nederland (UNL) een landelijke afweging welke studies en bijpassende studiemigratie daarvoor verantwoord en nodig zijn.”
De ChristenUnie wil het financieringsmodel van het hoger onderwijs aanpassen zodat instellingen niet langer afhankelijk zijn van internationale studenten voor hun voortbestaan. Dit moet voorkomen dat Engelstalig onderwijs wordt ingezet als verdienmodel.
“We passen het financieringsmodel aan om te voorkomen dat internationale studenten nodig zijn voor het voortbestaan van studies of instellingen.”
NSC wil het Engelstalig onderwijs in Nederland fors terugdringen en opleidingen in het hoger onderwijs weer standaard in het Nederlands aanbieden. Uitzonderingen zijn alleen mogelijk voor specifieke masteropleidingen en tekortenstudies, maar ook daar moet het Nederlands een stevige plek krijgen. De partij stelt strenge maatregelen voor om het gebruik van Engels te beperken en wil dat het Nederlands weer de voertaal wordt in het hoger onderwijs.
NSC vindt dat de dominantie van het Engels in het hoger onderwijs heeft geleid tot vervreemding van de Nederlandse samenleving en een te grote instroom van internationale studenten. Door opleidingen weer standaard in het Nederlands aan te bieden, wil NSC de binding met Nederland versterken en het aantal internationale studenten terugdringen. Alleen in uitzonderlijke gevallen (masterfase, tekortenstudies) mag Engels worden gebruikt, maar ook dan moet het Nederlands een prominente rol spelen.
“Opleidingen worden voortaan in beginsel weer aangeboden in de Nederlandse taal. Gerichte uitzonderingen zijn mogelijk in de masterfase en voor bepaalde tekortenstudies. Ook bij die uitzonderingen krijgt Nederlands een stevige plek in het curriculum.”
“Opleidingen in het hoger onderwijs worden standaard weer in de Nederlandse taal aangeboden om het aantal internationale studenten te verminderen. Uitzonderingen voor sommige studies blijven mogelijk, maar ook dan is aandacht voor de Nederlandse taal nodig zodat internationale studenten kunnen bijdragen aan onze samenleving.”
NSC wil dat er streng toezicht komt op het daadwerkelijk terugdringen van het Engels in het hoger onderwijs. Als de omslag naar Nederlands te langzaam verloopt, moet de overheid ingrijpen, bijvoorbeeld via een taaltoets of aanpassing van de bekostiging. Het doel is dat het Nederlands weer de voertaal wordt in het hoger onderwijs.
“Er moet streng toezicht gehouden worden op het terugdringen van het gebruik van Engels in opleidingen. Als deze omslag te langzaam verloopt, moet de overheid ingrijpen, bijvoorbeeld door de invoering van een taaltoets of aanpassing in de bekostiging. Het Nederlands moet weer de voertaal zijn in het hoger onderwijs.”
Om internationale studenten te helpen integreren en actief deel te nemen aan de Nederlandse samenleving, moeten universiteiten en hogescholen gratis taallessen Nederlands aanbieden. Deze taallessen moeten toegankelijk zijn voor alle studenten.
“Universiteiten en hogescholen krijgen de opdracht om structureel voldoende capaciteit te organiseren voor gratis taallessen Nederlands voor internationale studenten. Deze taallessen moeten toegankelijk zijn voor alle studenten die actief willen deelnemen aan de Nederlandse samenleving.”
De SGP wil het Engelstalig onderwijs in het hoger onderwijs sterk beperken en de Nederlandse taal als voertaal versterken, vooral in bacheloropleidingen. Engelstalige opleidingen worden kritisch doorgelicht en waar mogelijk omgezet naar Nederlandstalige varianten, met strengere eisen voor beheersing van het Nederlands door studenten en docenten. De partij ziet het behoud van de Nederlandse taal als essentieel voor de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijs.
De SGP pleit voor een kritische evaluatie van Engelstalige opleidingen in het hoger onderwijs, met als doel deze waar mogelijk om te zetten naar Nederlandstalige opleidingen. Dit moet gebeuren via bestuurlijke afspraken met de minister. De partij ziet het terugdringen van Engelstalig onderwijs als noodzakelijk om de positie van de Nederlandse taal te versterken en de toegankelijkheid voor Nederlandse studenten te waarborgen.
“De gezamenlijke inzet van instellingen om hun Engelstalige opleidingen kritisch door te lichten en waar gepast om te zetten in Nederlandse opleidingen wordt verder versterkt door bestuurlijke afspraken met de minister.”
Naast het terugdringen van Engelstalige opleidingen wil de SGP strengere eisen stellen aan de beheersing van het Nederlands door buitenlandse studenten en docenten. Dit moet de kwaliteit van het onderwijs en de integratie van internationale studenten verbeteren.
“Er komen strengere normen voor beheersing van het Nederlands door buitenlandse studenten en docenten.”
De SGP benadrukt dat de Nederlandse taal de standaard moet zijn in het hoger onderwijs, met name in bacheloropleidingen. Dit is volgens de partij belangrijk voor de binding met de Nederlandse samenleving en het waarborgen van de onderwijskwaliteit.
BVNL spreekt zich in haar verkiezingsprogramma niet expliciet uit voor het volledig schrappen van Engelstalig onderwijs, maar pleit wel voor het sterk beperken van het aantal buitenlandse studenten en het beschermen van de Nederlandse taal en cultuur in het onderwijs. De partij wil het onderwijs weer Nederlandstalig en toegankelijk maken voor Nederlandse studenten, waarbij de nadruk ligt op basisvaardigheden en het tegengaan van internationalisering.
BVNL wil het aantal buitenlandse studenten sterk beperken om de kansen voor Nederlandse studenten te vergroten en de verengelsing van het onderwijs tegen te gaan. Dit standpunt is vooral gericht op het hoger onderwijs, waar internationalisering en Engelstalige opleidingen de toegankelijkheid en het karakter van het Nederlandse onderwijs beïnvloeden.
BVNL benadrukt het belang van de Nederlandse taal, cultuur en identiteit in het onderwijs en verzet zich tegen verdere internationalisering en verengelsing. De partij ziet het behoud van de Nederlandse taal als essentieel voor de kwaliteit en het karakter van het onderwijs.
“De Nederlandse identiteit, cultuur, burgerschap en daarbij horende kernwaarden moeten worden doorgegeven in het onderwijs.”
De PVV wil het Engelstalig onderwijs in Nederland fors terugdringen. Hun belangrijkste voorstel is dat bacheloropleidingen weer volledig in het Nederlands moeten worden gegeven, waarmee zij het schrappen van Engelstalige bachelorprogramma's bepleiten. Dit past in hun bredere visie dat het onderwijs primair voor Nederlanders is en gericht moet zijn op het versterken van de Nederlandse taal en identiteit.
De PVV vindt dat het hoger onderwijs zich moet richten op Nederlandse studenten en de Nederlandse taal, en wil daarom Engelstalige bacheloropleidingen afschaffen. Zij zien het gebruik van Engels als een oorzaak van de instroom van buitenlandse studenten en als een bedreiging voor de Nederlandse taalvaardigheid en cultuur.
De PVV wil dat op alle onderwijsniveaus, inclusief het schoolplein, uitsluitend Nederlands wordt gesproken. Dit onderstreept hun streven naar het beschermen en bevorderen van de Nederlandse taal in het onderwijs.
“Op school én op het schoolplein wordt Nederlands gesproken”
De VVD wil het aantal internationale studenten beperken tot sectoren met arbeidsmarkttekorten en stelt eisen aan het gebruik van het Engels in het hoger onderwijs, maar pleit niet voor het volledig schrappen van Engelstalig onderwijs. De partij wil dat opleidingen in principe Nederlandstalig zijn, tenzij er een aantoonbare meerwaarde is voor het gebruik van het Engels, en wil de instroom van internationale studenten in andere sectoren beperken. De kern van hun visie is dat Engelstalig onderwijs alleen toegestaan moet zijn waar het bijdraagt aan de Nederlandse economie en arbeidsmarkt.
De VVD vindt dat opleidingen in het hoger onderwijs in principe Nederlandstalig moeten zijn, tenzij er een duidelijke meerwaarde is voor het gebruik van het Engels. Dit moet de instroom van internationale studenten beperken tot sectoren waar Nederland een tekort heeft aan talent, en voorkomen dat Engelstalig onderwijs de norm wordt zonder noodzaak.
“Opleidingen zijn in principe Nederlandstalig, tenzij er een aantoonbare meerwaarde is voor het gebruik van het Engels.”
“We beperken het aantal internationale studenten in andere sectoren met inachtneming van de onderscheidende profielen van de universiteiten en hogescholen.”
“We kunnen het aantal internationale studenten niet ongericht laten groeien. Daarom moeten we dat beperken tot studenten, wetenschappers en kenniswerkers in vakgebieden waar we een tekort hebben en die we hard nodig hebben zoals technologie, bètawetenschappen, AI en wiskunde.”
Het CDA pleit niet voor het volledig schrappen van Engelstalig onderwijs, maar wil het gebruik van het Engels in het hoger onderwijs beperken en de positie van het Nederlands versterken. Ze stellen voor dat internationale studenten verplicht een cursus Nederlands volgen en willen meer regie op het aantal internationale studenten, met aandacht voor regionale verschillen en maatschappelijke impact.
Het CDA wil het aandeel Engelstalig onderwijs in het hoger onderwijs terugdringen om de positie van het Nederlands te waarborgen en de integratie van internationale studenten te bevorderen. Ze zien het beheersen van de Nederlandse taal als essentieel voor deelname aan de samenleving en willen dat internationale studenten verplicht Nederlands leren.
“Voor studenten uit het buitenland vormt een verplichte cursus Nederlands onderdeel van de propedeuse.”
Het CDA erkent dat de behoefte aan internationale studenten per regio en opleiding verschilt en wil daarom samen met het onderwijsveld een visie ontwikkelen op aantallen internationale studenten, bekostiging en hun betekenis voor regionale ecosystemen. Dit impliceert een kritische houding ten opzichte van het grootschalig aantrekken van Engelstalige studenten.
“De behoefte aan internationale studenten verschilt per regio en per opleiding. In sommige regio’s zijn internationale studenten nodig om een opleiding in stand te houden, in andere regio’s is er een hoge druk op maatschappelijke voorzieningen, huisvesting en studentengemeenschappen. Wij ontwikkelen samen met het onderwijsveld een visie op aantallen internationale studenten per regio, op bekostiging en op betekenis voor regionale ecosystemen.”
D66 wil Engelstalig onderwijs niet schrappen, maar juist ruimte geven aan onderwijsinstellingen om zelf te bepalen hoe zij omgaan met internationalisering, waaronder Engelstalig onderwijs. Ze erkennen de waarde van internationalisering voor het onderwijs en willen instellingen minder afhankelijk maken van internationale studenten voor hun financiering.
D66 vindt internationalisering, en daarmee Engelstalig onderwijs, waardevol omdat het bijdraagt aan het begrip van de wereld en rijkere debatten. Ze willen instellingen de autonomie geven om zelf keuzes te maken over het aanbieden van Engelstalig onderwijs, zonder landelijke beperkingen of een verbod.
“Internationalisering in het onderwijs is waardevol. Het helpt studenten de wereld te begrijpen. Verschillende culturen en achtergronden maken gesprekken en debatten rijker. Dat hoort bij goed onderwijs. Daarom wil D66 dat onderwijsinstellingen de ruimte hebben om zelf te bepalen hoe zij met internationalisering omgaan.”
D66 wil het bekostigingssysteem aanpassen zodat instellingen niet langer financieel afhankelijk zijn van internationale instroom, wat vaak samenhangt met Engelstalig onderwijs. Dit moet de prikkel verminderen om Engelstalige opleidingen puur om financiële redenen aan te bieden.
“Veel regionale onderwijsinstellingen leunen nu sterk op internationale studenten voor hun financiering. Dat komt deels door het huidige bekostigingssysteem, waarin het aantal studenten zwaar meetelt, terwijl het aantal studenten uit de regio daalt. D66 wil dat onderwijsinstellingen niet afhankelijk zijn van internationale instroom om financieel rond te kunnen komen. Daarom passen we het systeem aan: een groter vast bedrag per instelling en een kleiner bedrag per student.”
De Partij voor de Dieren pleit niet voor het volledig schrappen van Engelstalig onderwijs, maar wil het aantal buitenlandse studenten en Engelstalige opleidingen beter afstemmen op de beschikbare huisvesting en onderwijskwaliteit. Ze kiezen voor verantwoord beleid rondom Engelstalig onderwijs, waarbij de internationale positie van Nederlandse universiteiten behouden blijft, maar de sterke financiële prikkel om zoveel mogelijk buitenlandse studenten aan te trekken wordt verminderd.
De PvdD wil het aantal buitenlandse studenten en Engelstalige opleidingen beperken tot wat de huisvesting en onderwijskwaliteit aankunnen, zonder de internationale positie van universiteiten te schaden. Ze zijn kritisch op de huidige financiële prikkels die instellingen aanzetten tot het massaal aantrekken van buitenlandse studenten en pleiten voor verantwoord beleid op dit vlak.
“Het aantal buitenlandse studenten dat wordt aangetrokken moet worden afgestemd op beschikbare huisvesting voor studenten en het borgen van de onderwijskwaliteit. Tegelijkertijd staat het belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen in de weg als Nederlandse universiteiten hun positie binnen de internationale wetenschap verliezen en internationaal georiënteerde opleidingen hun deuren moeten sluiten. De overheid maakt in samenwerking met universiteiten en hogescholen verantwoord beleid omtrent buitenlandse studenten en Engelstalig onderwijs.”
“De sterke financiële groeiprikkel van universiteiten en hogescholen wordt daarom gereduceerd door in de bekostiging van deze instellingen het vaste deel te vergroten, en het variabele, studentgebonden deel te verkleinen.”
50PLUS wil het hoger en universitair onderwijs in principe in het Nederlands aanbieden en daarmee het Engelstalig onderwijs sterk beperken. Uitzonderingen zijn alleen mogelijk bij bijzondere redenen. Dit standpunt is onderdeel van hun bredere visie op het beschermen van de Nederlandse taal en het beperken van studiemigratie.
50PLUS vindt dat het hoger en universitair onderwijs in beginsel in het Nederlands moet worden gegeven, om de beheersing van de Nederlandse taal te waarborgen en de instroom van buitenlandse studenten te reguleren. Alleen bij bijzondere redenen mogen instellingen hiervan afwijken, waarmee het grootschalig Engelstalig onderwijs wordt ontmoedigd.
“Hoger en universitair onderwijs wordt in beginsel in het Nederlands aangeboden. Er kunnen bijzondere redenen zijn voor uitzonderingen.”
BBB wil het Nederlands als voertaal actief beschermen in het hoger onderwijs en stelt dat alle academische disciplines Nederlandstalig onderwijs moeten aanbieden. Engels mag alleen worden gebruikt als het voor de betreffende studie onontkoombaar is; volledig Engelstalig onderwijs wordt dus in principe geschrapt, behalve waar strikt noodzakelijk. Hiermee wil BBB de toegankelijkheid voor Nederlandse studenten waarborgen en de positie van het Nederlands in wetenschap en samenleving versterken.
BBB vindt dat het Nederlands de standaard voertaal moet zijn aan universiteiten en hogescholen, om de positie van de Nederlandse taal te beschermen en de toegankelijkheid voor Nederlandse studenten te waarborgen. Engelstalig onderwijs wordt alleen toegestaan als het voor de betreffende studie onontkoombaar is, waarmee BBB feitelijk het structureel aanbieden van Engelstalig onderwijs wil schrappen, behalve in uitzonderingsgevallen.
“Nederlands als norm. Hoewel Engels belangrijk is in internationale samenwerking, blijft Nederlands onze voertaal die actief wordt beschermd. Alle academische disciplines bieden Nederlandstalig onderwijs aan op universiteiten en hogescholen. Gebruik van Engels is toegestaan wanneer dit voor de betreffende studie onontkoombaar is.”
GroenLinks-PvdA pleit niet voor het volledig schrappen van Engelstalig onderwijs, maar wil de internationalisering van het hoger onderwijs beter reguleren. Ze steunen voorstellen van hogescholen en universiteiten om meer grip te krijgen op het Engelstalige onderwijsaanbod, met als doel de balans tussen internationale studenten en de kwaliteit en toegankelijkheid van het Nederlandse onderwijs te waarborgen.
GroenLinks-PvdA erkent de uitdagingen rondom de toename van Engelstalig onderwijs en de instroom van internationale studenten. Ze willen dat instellingen meer regie krijgen over het aanbod van Engelstalige opleidingen, zodat de toegankelijkheid voor Nederlandse studenten en de kwaliteit van het onderwijs niet onder druk komen te staan. Het schrappen van Engelstalig onderwijs is geen doel op zich, maar het beperken en beter sturen ervan wel.
“We steunen de voorstellen vanuit de hogescholen en universiteiten om beter te sturen op de internationalisering van het onderwijsaanbod. Stabiele en toereikende bekostiging vanuit de overheid is hierbij van groot belang zodat er minder prikkels komen om onderling te concurreren.”
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma