De Partij voor de Dieren wil het lerarentekort aanpakken door structureel te investeren in betere arbeidsvoorwaarden voor leraren, zoals hogere salarissen, kleinere klassen en meer vaste contracten. Ze pleiten voor het verlagen van de werkdruk, meer ontwikkelingsmogelijkheden en extra ondersteuning in de klas, zodat het beroep aantrekkelijker wordt en het lerarentekort afneemt. Hun visie is gericht op duurzame, structurele verbeteringen in plaats van tijdelijke oplossingen.
De PvdD ziet het lerarentekort als gevolg van hoge werkdruk, lage beloning en gebrek aan structurele investeringen. Ze willen dit oplossen door structureel te investeren in hogere salarissen, kleinere klassen, meer vaste contracten en extra ondersteuning, zodat het beroep aantrekkelijker wordt en leraren behouden blijven.
“De Partij voor de Dieren wil structureel in het onderwijs investeren en leraren beter belonen. We ontzorgen ze en geven leerkrachten de ruimte te doen wat ze het liefste doen: goede lessen geven en leerlingen zo goed mogelijk begeleiden.”
“We willen af van ‘plofklassen’ en werken toe naar kleinere klassen van maximaal 21 leerlingen.”
“Er komen extra klassenassistenten en ondersteunend personeel. Hiermee verlagen we de werkdruk van leraren.”
“We willen af van flexcontracten en tijdelijke aanstellingen op scholen. Onderwijspersoneel dient zicht te hebben op een vaste aanstelling.”
“Het aantal lesuren dat een leraar voor de klas moet staan gaat op termijn omlaag.”
De partij benadrukt het belang van voldoende tijd voor lesvoorbereiding, begeleiding en professionele ontwikkeling, en wil extra coaching en begeleiding voor nieuwe leraren. Dit moet de uitstroom verminderen en het vak aantrekkelijker maken.
“Leerkrachten in ieder onderwijstype ervaren een te hoge werkdruk en moeten daarom weer voldoende tijd te krijgen om lessen voor te bereiden en gemaakt werk te beoordelen, leerlingen te begeleiden en zichzelf en hun vak te ontwikkelen.”
“De uitval kan verminderd worden wanneer er meer tijd en geld is voor werkdrukverlichting, begeleiding en coaching, waardoor onze gepassioneerde leraren enthousiast blijven over hun vak.”
“Er komen meer voorzieningen voor coaching en begeleiding van nieuwe leraren. Ervaren leerkrachten krijgen de tijd en ruimte om nieuwe leerkrachten te begeleiden.”
“We maken meer tijd voor het vak van leraren, zodat er ruimte is voor het voorbereiden van lessen, coaching van leerlingen, inhoudelijke verdieping en persoonlijke ontwikkeling van leraren.”
De PvdD wil investeren in het binden en boeien van leraren en schoolleiders, en zet in op het werven en opleiden van zij-instromers om het lerarentekort tegen te gaan.
“We investeren in het binden en boeien van leerkrachten en schoolleiders. Daarnaast zetten we in op het werven en opleiden van zij-instromers voor het onderwijs.”
GroenLinks-PvdA erkent het lerarentekort als een structureel probleem dat vraagt om langdurige inzet en investeringen in de onderwijsarbeidsmarkt. De partij wil het beroep aantrekkelijker maken door betere arbeidsvoorwaarden, minder administratiedruk, hogere salarissen in achterstandswijken, meer vaste contracten, en het stimuleren van zij-instroom en terugkeer van bevoegde leraren. Hun visie is gericht op het versterken van het leraarschap, het verminderen van werkdruk en het waarborgen van voldoende en gekwalificeerd onderwijspersoneel.
GroenLinks-PvdA wil het beroep van leraar aantrekkelijker maken, vooral in achterstandswijken en het speciaal onderwijs, door hogere salarissen en betere arbeidsvoorwaarden te bieden. Dit moet helpen om leraren aan te trekken en te behouden waar de nood het hoogst is.
“In achterstandswijken waar de grootste uitdagingen liggen krijgen leraren meer salaris.”
“Leraren in het speciaal onderwijs ontvangen meer salaris, bijscholingsmogelijkheden en de administratielast gaat naar beneden.”
De partij erkent dat administratieve lasten bijdragen aan de werkdruk en het vertrek van leraren. Door deze lasten te halveren en leraren meer vertrouwen te geven, willen ze het beroep aantrekkelijker maken en de focus terugbrengen op lesgeven.
“Leraren besteden gemiddeld acht uur per week aan administratie, vooral docenten die lesgeven aan leerlingen met een ondersteuningsbehoefte. We streven ernaar dit te halveren, door leraren meer vertrouwen te geven en verantwoording te versimpelen.”
GroenLinks-PvdA wil meer stabiliteit voor leraren door sneller vaste contracten te bieden en het aantal flexibele arbeidscontracten te verminderen. Dit moet het beroep aantrekkelijker maken en het verloop terugdringen.
“Bij goed functioneren snel een vast contract moet de norm zijn in het onderwijs. Het aantal flexibele arbeidscontracten moet overal naar beneden.”
Om het lerarentekort te verminderen, zet de partij in op het aantrekkelijker maken van zij-instroom en het terughalen van bevoegde leraren die niet meer voor de klas staan. Dit gebeurt door inkomenszekerheid te bieden aan zij-instromers en betere arbeidsvoorwaarden voor de 'stille reserve'.
“Het verhogen van het aantal zij-instromers in het onderwijs kan het lerarentekort verminderen. Zij-instromers krijgen vanaf dag één van hun opleiding betaald, zodat ze niet te maken krijgen met een inkomensval.”
“Er is een grote groep mensen met een onderwijsbevoegdheid die niet meer voor de klas staat. We maken het met goede arbeidsvoorwaarden en ontwikkelmogelijkheden aantrekkelijk voor deze groep om terug te keren naar het onderwijs.”
De partij wil het hoge uitvalpercentage onder beginnende leraren tegengaan door betere begeleiding, verbeterde arbeidsomstandigheden en meer tijd voor professionalisering en doorgroeimogelijkheden.
“Eén op de vijf startende docenten verlaat na vijf jaar het onderwijs. Dat aantal brengen we naar beneden door verbeterde arbeidsomstandigheden en betere begeleiding na afstuderen.”
“We zorgen dat docenten standaard meer tijd krijgen om zich te professionaliseren. Er worden binnen de sector duidelijke afspraken gemaakt over doorgroeimogelijkheden.”
Om de werkdruk en kosten te verlagen, wil GroenLinks-PvdA scholen stimuleren om samen invalpools op te richten en zo de afhankelijkheid van dure detacheringsbureaus en zzp’ers te verminderen.
“Wij helpen scholen om samen te werken en gezamenlijke invalpools op te richten, met leraren die inspringen bij ziekte of uitval, zodat we de dure inhuur via commerciële uitzendbureaus of zzp’ers kunnen voorkomen.”
De SP wil het lerarentekort aanpakken door structureel te investeren in betere arbeidsvoorwaarden, kleinere klassen en meer zeggenschap voor leraren. Ze pleiten voor het afschaffen van lumpsumfinanciering, directe investeringen in personeel, betere begeleiding van startende docenten en extra ondersteuning in de klas. De kern van hun visie is dat goed onderwijs alleen mogelijk is als leraren worden gewaardeerd, ondersteund en centraal staan in het beleid.
De SP stelt dat het huidige lumpsumsysteem leidt tot geldverspilling aan management en reserves, terwijl leraren te weinig merken van investeringen. Door lumpsumfinanciering af te schaffen en direct te investeren in personeel, materiaal en huisvesting, moet het geld weer bij de leraar en de klas terechtkomen, wat de aantrekkelijkheid van het beroep vergroot.
“Wij schaffen de lumpsumfinanciering af en zorgen ervoor dat onderwijsgeld weer daar terechtkomt waar het hoort: in de klas. De overheid gaat opnieuw rechtstreeks investeren in personeel, materiaal en huisvesting, op basis van transparante en controleerbare afspraken.”
De SP ziet overvolle klassen en hoge werkdruk als belangrijke oorzaken van het lerarentekort. Door de maximale klassengrootte te verlagen en te investeren in extra ondersteuning, willen ze het beroep aantrekkelijker maken en het tekort terugdringen.
“We verbeteren de arbeidsomstandigheden van leraren door de klassen kleiner te maken en zorgen voor goede beloning en ondersteuning.”
“Ons doel: binnen enkele jaren maximaal 21 leerlingen per klas in het basis en voortgezet onderwijs. Kleinere klassen geven leraren meer tijd en aandacht voor hun vak en leerlingen meer ruimte om zich te ontwikkelen.”
“Het lerarentekort wordt juist gevoed door overvolle klassen en hoge werkdruk. Door klassen te verkleinen maken we het vak aantrekkelijker en keren we het tij.”
De SP wil het hoge uitvalpercentage onder startende leraren tegengaan door betere begeleiding en sneller vaste contracten te bieden. Dit moet zorgen voor behoud van jonge leraren en meer stabiliteit in het onderwijs.
“Eén op de vijf startende docenten stopt in de jaren direct na de opleiding. We gaan deze mensen beter begeleiden, zodat ze voor het onderwijs behouden blijven. Goede docenten moeten eerder een vast contract krijgen en niet gedwongen worden steeds een nieuwe school te zoeken.”
Om de werkdruk te verlagen en leraren te ontlasten, wil de SP extra ondersteuning in de klas realiseren, bijvoorbeeld door conciërges en onderwijsassistenten.
“Leerkrachten verdienen meer ruimte en tijd voor goed onderwijs. Daarom zorgen we voor extra ondersteuning in de klas, bijvoorbeeld via conciërges en onderwijsassistenten.”
De SP erkent dat het woningtekort in steden het lerarentekort verergert en wil daarom betaalbare woningbouw voor middeninkomens, waaronder leraren, stimuleren.
“Onze voorstellen voor betaalbare woningbouw voor middeninkomens zorgen er ook voor dat leraren in de steden kunnen wonen waar nu de grootste tekorten zijn.”
De SP vindt dat leraren het beste weten wat goed onderwijs is en wil hun autonomie en medezeggenschap versterken, zodat beslissingen over beleid en geld dichter bij de werkvloer komen te liggen.
“Leraren weten het beste hoe hun vak eruit moet zien. Daarom staat hun autonomie en medezeggenschap voor ons centraal bij de inrichting van het onderwijs, de lerarenopleiding en een professionele werkomgeving.”
“Beslissingen over geld en beleid moeten weer dicht bij de werkvloer genomen worden. Geef leraren de ruimte en de regie over hun onderwijs.”
NSC wil het lerarenvak aantrekkelijker maken door meer professionele autonomie, minder regeldruk, betere beloning en structurele bekostiging. Ze pleiten voor versterking van het lerarenstatuut, verbetering van lerarenopleidingen, en gerichte maatregelen om het lerarentekort aan te pakken, vooral op scholen met veel kwetsbare leerlingen. De partij ziet vertrouwen in de leraar en structurele investeringen als de sleutel tot het oplossen van het lerarentekort.
NSC vindt dat leraren meer zeggenschap moeten krijgen over de inhoud van hun werk en minder last moeten hebben van administratieve druk. Dit moet het beroep aantrekkelijker maken en bijdragen aan het behoud en de instroom van leraren.
“Leraren en docenten moeten weer de inhoud bepalen van wat er in de klas gebeurt. We geven vakverenigingen meer zeggenschap over de eindtermen, didactische methodes en lesmateriaal, zodat onderwijsinhoud voortkomt uit vakkennis en praktijkervaring. Daarnaast versterken we het lerarenstatuut, zodat hun professionele autonomie beter is beschermd.”
“De regeldruk en administratieve lasten voor de leraar moeten afnemen.”
“Nieuwe wetgeving mag de werkdruk niet verhogen. Daarom weegt de toetsing op regeldruk voortaan zwaar mee in de afweging. Wetgeving moet uitvoerbaar zijn in de praktijk en leraren/docenten niet onnodig belasten.”
NSC erkent dat een passende beloning en waardering essentieel zijn om het lerarentekort tegen te gaan. Ze willen samen met de sector onderzoeken hoe meer mensen voltijds kunnen werken en benadrukken het belang van goede arbeidsvoorwaarden.
“Een passende beloning en waardering zijn hierbij randvoorwaarden. We willen met de sector verkennen wat ervoor nodig is om meer mensen voltijds (4 tot 5 dagen per week) te laten werken.”
De partij wil af van tijdelijke potjes en pleit voor structurele financiering, met extra middelen voor scholen met veel kwetsbare leerlingen om het lerarentekort daar gericht aan te pakken.
“We zetten niet in op nieuwe ‘potjes’ (extra tijdelijke middelen), maar op structurele bekostiging waarmee scholen vooruit kunnen.”
“Bij de omgang met schaarste wordt het solidariteitsprincipe gehanteerd: scholen met het grootste aandeel kwetsbare kinderen krijgen de meeste middelen om beperkingen in onderwijsaanbod en -tijd te vermijden. We zijn voorstander van stimuleringsregelingen (financieel en/of door urgentieverklaringen in huisvesting) om goede docenten te kunnen aantrekken op scholen met veel kwetsbare leerlingen.”
NSC wil de kwaliteit van lerarenopleidingen verhogen en effectieve programma’s stimuleren die de diversiteit in het basisonderwijs vergroten. Ook deeltijd- en zijinstroomroutes krijgen aandacht.
“Het is noodzakelijk om de lerarenopleidingen te verbeteren. Ook in deze opleidingen moeten basisvaardigheden en kennis weer centraal komen te staan. We investeren in de kwaliteit van zowel de voltijdopleidingen als in deeltijd- en zijinstroomopleidingen.”
“We ondersteunen een maatwerk-leertraject om ervaren vakmensen toe te rusten met didactische vaardigheden en te enthousiasmeren voor het (v)mbo.”
BBB ziet het lerarentekort en de onaantrekkelijkheid van het leraarschap vooral als gevolg van hoge werkdruk, administratieve lasten en te veel randzaken. Hun belangrijkste voorstellen zijn het schrappen van overbodige regels en protocollen, het verlagen van administratielast, en het creëren van doorgroeikansen voor onderwijsassistenten via deelcertificaten en praktijkroutes. De kern van hun visie is: meer vertrouwen in de professional, minder bureaucratie, en meer focus op lesgeven.
BBB stelt dat de werkdruk en het lerarentekort vooral worden veroorzaakt door te veel administratieve lasten, papierwerk en protocollen. Door deze te verminderen, willen ze het vak aantrekkelijker maken en het verloop terugdringen. De partij kiest voor vertrouwen in de professional en meer tijd voor de kerntaak: lesgeven.
“Werkdruk speelt hierin een centrale rol: te weinig tijd voor kerntaken, volle klassen en toenemende administratieve lasten maken het vak minder aantrekkelijk en vergroten het verloop.”
“Verlaging van de administratielast. Dit geeft meer tijd voor de basistaak; lesgeven.”
“Overbodige regels en protocollen schrappen. We zetten in op de kennis en ervaring van onderwijzend personeel, scheppen vertrouwen en waarderen hun vakmanschap. Dit maakt het vak weer aantrekkelijker.”
“Dat de regeldruk en protocollen dwang in bijvoorbeeld de zorg en het onderwijs worden aangepakt, zodat verpleegkundigen en leraren zich weer kunnen bezighouden met verplegen en lesgeven, de reden waarom ze voor hun beroep gekozen hebben.”
Om het lerarentekort aan te pakken, wil BBB onderwijsassistenten via deelcertificaten en praktijkroutes via de PABO de mogelijkheid geven om door te groeien tot vakdocent in het primair onderwijs. Dit moet het aantal beschikbare leraren vergroten.
“Doorgroeikansen voor onderwijsassistenten via deelcertificaten en praktijkroutes via de PABO. Hiermee komen er meer vakdocenten voor het primair onderwijs beschikbaar.”
BBB wil een stop op de groei van functies van mensen die 'aan het onderwijs werken in plaats van in het onderwijs', zoals beleidsstukkenmakers en kwaliteitscontroleurs. Iedereen die mogelijk kan lesgeven, moet daadwerkelijk voor de klas staan.
“Werken in het onderwijs in plaats van aan het onderwijs. BBB zet zich de komende jaren verder in met het terugdringen van de wildgroei aan functies van mensen die aan het onderwijs werken in plaats van in het onderwijs.”
“Dit betekent in ieder geval een stop op actieprogramma’s, beleidsstukken en kwaliteitscontroleurs. De beroepsbevolking krimpt en we hebben iedereen dus nodig om daadwerkelijk onderwijs te geven in plaats van zich met processen eromheen bezig te houden.”
D66 erkent het lerarentekort als een urgent probleem en wil het leraarschap aantrekkelijker maken door hogere salarissen, betere doorgroeimogelijkheden, en meer professionele ontwikkeling. Ze investeren extra in scholen met veel achterstandsleerlingen en introduceren een vergoeding voor leraren in opleiding. D66 zet in op structurele waardering, minder werkdruk en betere opleidingsroutes om het beroep van leraar duurzaam te versterken.
D66 wil het onderwijs aantrekkelijker maken door lerarensalarissen te verhogen en meer doorgroeimogelijkheden te bieden, met als doel het lerarentekort te verminderen en de status van het beroep te verhogen.
“D66 verhoogt de lerarensalarissen en zorgt voor betere doorgroeimogelijkheden in het primair en voortgezet onderwijs en in het MBO. Door de status van leraren in onze samenleving te verbeteren, maken we het aantrekkelijker om in het onderwijs te werken en zal de kwaliteit van het onderwijs ook toenemen.”
Om meer mensen te stimuleren voor het leraarschap te kiezen, introduceert D66 een vergoeding voor leraren in opleiding.
“D66 introduceert een vergoeding voor leraren in opleiding, zodat het aantrekkelijker wordt om voor het vak van leraar te kiezen. Dat is belangrijk om het lerarentekort te verminderen.”
D66 richt extra investeringen op scholen waar het lerarentekort het grootst is, met name waar veel kinderen met een achterstand zitten.
“We investeren in scholen waar veel kinderen met een achterstand zitten. Juist daar is het tekort aan leraren het grootst.”
D66 wil dat leraren zich kunnen blijven ontwikkelen binnen werktijd en introduceert een nationale academie voor onderwijsprofessionals om werkdruk te verlagen en het beroep aantrekkelijker te maken.
“D66 wil dat scholen de onderwijstijd zo inrichten dat er binnen de school genoeg tijd is voor bijscholing en ontwikkeling. Er komt één nationale academie voor iedereen in het onderwijs, van leraren, onderwijsassistenten tot schoolleiders. Zo wordt de werkdruk voor leraren lager en kunnen zij met de beste kennis en praktijkervaring hun vakkennis opbouwen. Dit maakt het beroep aantrekkelijker, bijvoorbeeld voor jongeren en zij-instromers.”
D66 wil de werkdruk van leraren verlagen door scholen ruimte en geld te geven om ontwikkelingsprofessionals aan te nemen, zodat leraren zich kunnen richten op lesgeven.
“De leraar is geen zorgverlener. Daarom krijgen scholen ruimte en geld om ontwikkelingsprofessionals aan te nemen. Zij kunnen als deel van het schoolteam, leraren helpen om leerlingen die dat nodig hebben te ondersteunen.”
D66 wil de kwaliteit van de lerarenopleiding verhogen door landelijke eisen en versterking van de academische pabo, zodat bewezen effectieve methodes sneller de klas bereiken.
“We zorgen dat pabo’s voldoen aan landelijke kwaliteitseisen voor eindniveau en inhoud, en versterken de academische pabo zodat onderzoek en bewezen effectieve methodes sneller de klas bereiken. Dat verbetert het onderwijs en versterkt de professionele status van het leraarschap.”
D66 wil een landelijke aanpak van personeelstekorten, met specifieke aandacht voor het onderwijs als sector waar de krapte het grootst is.
“We beginnen met de zorg, het onderwijs en de techniek.”
Volt erkent het lerarentekort als een urgent probleem en wil dit aanpakken door structurele investeringen, betere aansluiting van lerarenopleidingen op de praktijk, het aantrekkelijker maken van het beroep en regionale samenwerking. Concrete voorstellen zijn onder meer het verruimen van zij-instroom, het afschaffen van collegegeld voor lerarenopleidingen, het verminderen van administratieve lasten en het faciliteren van hybride docentschap.
Volt ziet het lerarentekort als een structureel probleem dat vraagt om gezamenlijke verantwoordelijkheid en investeringen in de regio. Door samenwerking tussen scholen, gemeenten en opleidingen wil Volt het tekort terugdringen en de arbeidsmarkt voor leraren versterken.
“We willen een structurele investering in onderwijsregio’s om zo het onderwijs beschikbaar te houden en het lerarentekort terug te dringen. In onderwijsregio’s nemen partijen gezamenlijke verantwoordelijkheid voor hun regionale onderwijsarbeidsmarkt. Door samen te werken in de regio bij het werven, koppelen, opleiden, begeleiden en professionaliseren kunnen ze beter inspelen op de personeelstekorten.”
“Ook ondersteunen we het maken van regionale samenwerkingsafspraken tussen schoolbesturen, gemeenten en lerarenopleidingen over de spreiding van personeel, stageplaatsen en werkdrukverlichting.”
Volt wil de aansluiting tussen lerarenopleiding en praktijk verbeteren om de instroom en het behoud van leraren te vergroten. Praktijkgericht onderwijs, betere stagebegeleiding en aandacht voor actuele thema’s staan hierbij centraal.
“Volt zet zich in voor het beter laten aansluiten van de lerarenopleidingen op de praktijk. Veel startende leraren ervaren een ‘praktijkschok’ omdat de opleiding nog te veel focust op theorie en te weinig op wat er in de klas speelt. Volt pleit daarom voor meer praktijkgericht onderwijs vanaf het begin van de opleiding, voor betere begeleiding tijdens stages en structurele aandacht voor thema’s als kansengelijkheid, meertaligheid en digitale geletterdheid.”
Om het aantal beschikbare leraren te vergroten, wil Volt meer opleidingsplaatsen voor onderwijsassistenten en ruimere mogelijkheden voor zij-instromers.
“Daarbij zetten we in op extra opleidingsplaatsen voor onderwijsassistenten en een verruiming van zij-instroomtrajecten, zodat er voldoende handen in de klas beschikbaar komen.”
Volt wil financiële drempels voor het leraarschap verlagen door het collegegeld voor lerarenopleidingen af te schaffen.
“We beginnen met het afschaffen van het collegegeld voor opleidingen en studies die opleiden tot cruciale/vitale beroepen en sectoren, zoals ICT, techniek, bouw, onderwijs en zorg.”
Volt wil de werkdruk van leraren verlagen door onnodige administratie te schrappen en leraren meer vertrouwen en professionele ruimte te geven.
“We stoppen met onnodige administratie in het onderwijs. Leraren krijgen zo ons volste vertrouwen en we verminderen de werkdruk.”
Volt wil het aantrekkelijker maken om (deels) als docent te werken door flexibele roosters, passende contracten en samenwerking met externe werkgevers. Zo kunnen professionals uit andere sectoren bijdragen aan het onderwijs zonder hun huidige baan volledig op te geven.
“Volt faciliteert hybride docentschap door flexibele roosters mogelijk te maken, passende contractvormen te ontwikkelen en samenwerking tussen scholen en externe werkgevers te stimuleren. Zo creëren we ruimte voor professionals uit andere sectoren om structureel bij te dragen aan het onderwijs, zonder dat zij hun bestaande werk volledig hoeven op te geven.”
JA21 wil het lerarentekort aanpakken door het beroep aantrekkelijker te maken, onder meer door het gezag van de leraar te herstellen, administratieve lasten te beperken en extra te investeren in de kwaliteit van lerarenopleidingen. De partij gelooft dat meer waardering, minder regeldruk en betere opleidingen zullen zorgen voor meer instroom en behoud van leraren. Hun visie is dat goed onderwijs begint bij vakbekwame, gewaardeerde docenten die zich kunnen richten op hun kerntaak.
JA21 vindt dat het gezag van de leraar moet worden hersteld en dat leraren meer professionele ruimte en waardering moeten krijgen. Dit moet het beroep aantrekkelijker maken en bijdragen aan het oplossen van het lerarentekort, doordat meer mensen voor het vak kiezen en bestaande leraren langer blijven.
“Het gezag van de leraar herstellen en zijn advies leidend laten zijn bij het bevorderen of laten doorstromen van leerlingen.”
“Door deze maatregelen kan de docent met gezag zijn mooie vak uitoefenen en krijgt hij de waardering die hij verdient. JA21 verwacht dat dit zowel effect zal hebben op de instroom van nieuwe docenten, als op de bereidheid van huidige docenten om langer dan de pensioengerechtigde leeftijd door te gaan of niet teleurgesteld het onderwijs te verlaten.”
JA21 wil de administratieve druk op leraren fors verminderen, zodat zij zich kunnen richten op lesgeven. Door een duidelijke norm te stellen voor administratieve taken, verwacht JA21 dat het beroep aantrekkelijker wordt en het lerarentekort afneemt.
“Beperking van de maximale werktijd die door een docent mag worden besteed aan administratieve lasten (max 6%).”
“De maximale werktijd die door een docent mag worden besteed aan administratieve lasten wordt vastgesteld op 6%. Als er meer tijd nodig is, worden administratieve werkzaamheden geschrapt.”
JA21 wil extra investeren in de kwaliteit van lerarenopleidingen om zo beter gekwalificeerde en inspirerende docenten op te leiden. Dit moet bijdragen aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit en het aantrekkelijker maken van het beroep.
De VVD erkent het lerarentekort als een urgent probleem dat de kwaliteit van het onderwijs bedreigt en wil dit aanpakken door betere arbeidsvoorwaarden, meer doorgroeimogelijkheden, verplichte professionele ontwikkeling en het stimuleren van contractuitbreiding en zijinstroom. De partij zet daarnaast in op het verbeteren van de lerarenopleiding en het verminderen van administratieve lasten, zodat het leraarschap aantrekkelijker wordt en meer mensen kiezen voor het onderwijs.
De VVD wil het lerarentekort oplossen door leraren betere arbeidsvoorwaarden te bieden, intensieve begeleiding voor starters te organiseren, doorgroeimogelijkheden te creëren en leraren te stimuleren meer uren te werken. Ook wordt de regeling ‘meerurenmaatwerk’ voortgezet en waar mogelijk uitgebreid.
“We zorgen voor goede arbeidsvoorwaarden, intensieve begeleiding voor beginnende leraren en doorgroeimogelijkheden, maar willen leraren ook uitdagen om meer uren te gaan werken. Daarom gaan we door met de regeling ‘meerurenmaatwerk’ en breiden die waar mogelijk uit.”
Om het vak aantrekkelijk en toekomstbestendig te houden, maakt de VVD continue professionele ontwikkeling verplicht voor alle leraren, met speciale aandacht voor technologische ontwikkelingen en digitale vaardigheden.
“Continue professionele ontwikkeling wordt verplicht, zodat alle leraren bekend zijn met nieuwe (technologische) ontwikkelingen.”
De VVD wil het aantal leraren vergroten door contractuitbreiding en zijinstroom te stimuleren, en externe inhuur te beperken.
“We stimuleren contractuitbreiding en zijinstroom en beperken externe inhuur.”
De partij vindt dat de pabo en academische pabo van topkwaliteit moeten zijn, met meer focus op basisvaardigheden, landelijke vaststelling van de inhoud, en een centrale eindtoets voor leraren.
“De pabo en academische pabo moeten van topkwaliteit zijn om de beste leraren op te leiden. Samen met leraren en wetenschappers gaan we de inhoud van de lerarenopleiding landelijk vaststellen. We leggen meer focus op basisvaardigheden en creëren meer eenheid in opleidingen door een centrale eindtoets voor leraren te introduceren.”
De VVD wil de werkdruk van leraren verlagen door onnodige administratie en toetsdruk te verminderen en meer vertrouwen en autonomie te geven aan leraren.
“Scholen laten leraren vaak meer administreren en toetsen dan verplicht of nodig is. Die administratieve lasten brengen we omlaag. De inspectie gaat extra controleren op onnodige administratie en overbodige toetsdruk. We gaan uit van vertrouwen en autonomie.”
De VVD wil meer professionals uit de praktijk voor de klas krijgen, vooral in het vmbo en praktijkonderwijs, door voldoende praktijklerarenopleidingen en bijscholingsaanbod te organiseren.
“We zorgen voor voldoende praktijklerarenopleidingen door een goed bijscholingsaanbod. Zo zorgen we voor een betere aansluiting tussen praktijk en het onderwijs.”
BVNL vindt dat het onderwijsgeld direct ten goede moet komen aan leerlingen en leerkrachten, en wil de administratieve last voor leraren drastisch verminderen. Ze pleiten voor een betere opleiding van basisschoolleerkrachten, kleinere klassen, meer onderwijsondersteuning en een substantiële loonsverhoging voor docenten in de lagere loonschalen. Hun visie is dat minder bureaucratie, meer waardering en betere arbeidsvoorwaarden het lerarentekort moeten aanpakken.
BVNL ziet de hoge administratieve lasten als een belangrijke oorzaak van werkdruk en uitstroom onder leraren. Door deze lasten fors te schrappen en de macht van onderwijskoepels en besturen te beperken, willen ze het beroep aantrekkelijker maken en het lerarentekort tegengaan.
BVNL erkent dat het salaris van leraren in de lagere loonschalen structureel omhoog moet om het beroep aantrekkelijker te maken en het tekort terug te dringen. Ze stellen een eenmalige extra loonsverhoging van 10% voor deze groep voor.
“Essentiële ambtenaren zoals militairen, politieagenten, docenten en zorgmedewerkers moeten structureel substantieel meer gaan verdienen. Dat kunnen we doen door een eenmalige extra loonsverhoging van 10%, voor mensen die zich in de lagere loonschalen bevinden.”
BVNL wil de kwaliteit van de lerarenopleidingen verhogen door het didactische model EDI (Expliciet Directe Instructie) weer leidend te maken en de opleiding voor basisschoolleerkrachten te verbeteren. Dit moet bijdragen aan beter onderwijs en een aantrekkelijker beroep.
“Op de lerarenopleidingen wordt EDI, Expliciet Directe Instructie hersteld als het leidende didactische model.”
BVNL wil kleinere klassen en meer ondersteuning in het onderwijs, zodat leraren hun werk beter kunnen doen en de werkdruk afneemt. Dit moet het vak aantrekkelijker maken en het lerarentekort helpen oplossen.
“Kleinere klassen en meer onderwijsondersteuning.”
De PVV erkent het grote lerarentekort en de negatieve gevolgen daarvan voor de onderwijskwaliteit, maar doet nauwelijks concrete voorstellen om de onderwijsarbeidsmarkt of het lerarentekort direct aan te pakken. Hun focus ligt vooral op het terugdraaien van onderwijsvernieuwingen, het herstellen van orde en basisvaardigheden, en het waarborgen van politieke neutraliteit in het onderwijs. Structurele oplossingen voor het aantrekken of behouden van leraren blijven uit.
De PVV wijt het lerarentekort en de afname van onderwijskwaliteit aan onderwijsvernieuwingen en een gebrek aan structuur, rust en discipline. Hun oplossing is een terugkeer naar traditioneel onderwijs, met nadruk op basisvaardigheden en politieke neutraliteit van leraren, maar zonder concrete arbeidsmarktmaatregelen voor leraren.
“Steeds meer leraren verlaten het onderwijs of beginnen er niet eens meer aan. De gevolgen zijn groot: een enorm lerarentekort, vierdaagse schoolweken en een structurele afbraak van de onderwijskwaliteit.”
“Wij willen geen onderwijsvernieuwingen meer. Wij willen terug naar het gestructureerde onderwijs van weleer – met leraren die duidelijk uitleggen, begeleiden en controleren.”
“Structuur, rust en discipline worden in de klas weer de norm – met politiek neutrale leraren.”
“Geen onbevoegde leraren meer voor de klas”
De PVV wil de onderwijsbegroting anders verdelen, met een groter deel direct naar het klaslokaal. Dit zou volgens hen de werkdruk voor leraren kunnen verlichten, maar er worden geen directe maatregelen genoemd om het lerarentekort op te lossen.
“Maximaal 20% van de onderwijsbegroting naar overhead, minimaal 80% naar de klas”
De SGP vindt dat het lerarentekort structureel moet worden opgelost door meer vertrouwen en status te geven aan leraren en het onderwijsveld minder te belasten met regels en grillig beleid. Ze pleiten voor stabiel personeelsbeleid, minder overheidsbemoeienis in de dagelijkse onderwijspraktijk, en een flexibeler stelsel van onderwijsbevoegdheden. De overheid moet zich richten op het scheppen van randvoorwaarden en het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden, niet op micromanagement.
De SGP ziet het lerarentekort als een structureel probleem dat vraagt om meer vertrouwen in en waardering voor het beroep van leraar. Minder bureaucratie en meer professionele ruimte moeten het vak aantrekkelijker maken en bijdragen aan het oplossen van het tekort.
“Meer vertrouwen in professionele leerkrachten, bestuurders en ondersteuning is dus nodig. We zetten een dikke streep onder de status van hun beroep. Dat is ook onmisbaar om het lerarentekort structureel op te lossen.”
De partij stelt dat de overheid een bescheiden rol moet nemen en scholen maximale zekerheid moet bieden voor stabiel personeelsbeleid, onder andere door structurele bekostiging en minder gedetailleerde sturing.
“Voor de reguliere taken van scholen wordt alleen nog structurele bekostiging verstrekt via de lumpsum zodat scholen maximale zekerheid krijgen voor het voeren van stabiel personeelsbeleid.”
“Het onderwijs zucht onder de groeiende last van wetten, regels en verantwoording, de versnippering van de bekostiging en de grilligheid van het beleid. Het is hoog tijd dat de overheid een meer bescheiden rol vervult.”
De SGP wil het stelsel van onderwijsbevoegdheden flexibeler maken, zodat beter kan worden ingespeeld op verschillen in onderwijsbehoeften en doelgroepen, wat het beroep aantrekkelijker kan maken en het tekort kan helpen verminderen.
“Het stelsel van onderwijsbevoegdheden moet flexibeler worden. Er moet bijvoorbeeld meer recht gedaan worden aan verschillen tussen lesgeven aan het jonge en oudere kind.”
De partij vindt dat de minister meer regie moet nemen op arbeidsvoorwaarden en stagevergoedingen, wat kan bijdragen aan een aantrekkelijkere arbeidsmarkt voor leraren.
“De minister neemt meer regie als het gaat om zaken zoals de arbeidsvoorwaarden en stagevergoedingen.”
Het CDA erkent het grote lerarentekort en wil dit aanpakken door het aantrekkelijker te maken om leraar te worden, onder meer via snellere zijinstroom en betere huisvesting. Daarnaast zet het CDA in op het verminderen van administratieve lasten en het waarderen van leraren, vooral in probleemwijken. Concrete voorstellen richten zich op praktische maatregelen om het beroep toegankelijker en aantrekkelijker te maken.
Het CDA wil het lerarentekort terugdringen door zijinstromers sneller en eenvoudiger op te leiden tot bevoegd docent, met speciale aandacht voor het vmbo. Dit moet het aantal beschikbare leraren vergroten, vooral in sectoren waar het tekort het grootst is.
“Om het lerarentekort in het funderend onderwijs terug te dringen, willen we meer mogelijkheden voor het opleiden van zijinstromers in één jaar tot leraar en tot bevoegd docent in het vmbo.”
Het CDA ziet betaalbare huisvesting als een belangrijke randvoorwaarde om het lerarentekort aan te pakken, vooral in regio’s waar wonen duur is. Door gemeenten en woningcorporaties ruimte te geven om leraren te helpen aan een woning, wordt het beroep aantrekkelijker.
“Gemeenten en corporaties moeten ruimte krijgen te faciliteren in betaalbare woningen voor leraren.”
Het CDA wil het beroep van leraar aantrekkelijker maken door de administratieve druk te verlagen, zodat leraren zich meer kunnen richten op hun kerntaken en minder op bureaucratie.
“De administratieve lasten in het funderend onderwijs moeten omlaag. We dagen het onderwijs uit zelf met voorstellen te komen en voeren die uit.”
Het CDA benadrukt het belang van waardering voor leraren en erkent dat het tekort vooral nijpend is in probleemwijken, waar uitval hoger is. Extra aandacht en ondersteuning zijn hier nodig om het beroep vol te houden.
“We koesteren de mensen die werkzaam zijn in het onderwijs. Goede leerkrachten en docenten zijn allerminst vanzelfsprekend. Er is een groot lerarentekort. Leerkrachten in probleemwijken vallen vaker uit, terwijl juist hier onderwijs de gemeenschap kan versterken.”
DENK erkent het lerarentekort als een urgent probleem en wil dit aanpakken door de arbeidsvoorwaarden voor leraren te verbeteren en de instroom in het beroep te vergroten. De partij stelt voor om leraren hogere salarissen te bieden in kwetsbare wijken, de lerarenopleiding goedkoper te maken, voorrang te geven op woningen, omscholing te stimuleren en de professionele autonomie van leraren te versterken. Hiermee wil DENK het beroep aantrekkelijker maken en zo het tekort structureel terugdringen.
DENK ziet het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden, met name in kwetsbare wijken, als essentieel om het lerarentekort tegen te gaan en kansengelijkheid te bevorderen. Door hogere salarissen te bieden, wil de partij het beroep aantrekkelijker maken en leraren stimuleren om in deze wijken te werken.
Om het lerarentekort structureel aan te pakken, wil DENK de drempels voor het leraarschap verlagen. Dit doet de partij door de lerarenopleiding goedkoper te maken, voorrang te geven op woningen voor leraren, omscholing te stimuleren en de reserve aan leraren te activeren.
“Het terugdringen van het lerarentekort door voorrang op woningen, goedkopere lerarenopleiding, omscholing en het activeren van de reserve aan leraren.”
DENK vindt dat leraren meer professionele autonomie moeten krijgen, onder andere in curriculumkeuzes, toetsbeleid en schoolorganisatie. Dit moet het beroep aantrekkelijker maken en bijdragen aan het behoud van leraren.
“Versterken van de professionele autonomie van leraren, onder andere in curriculumkeuzes, toetsbeleid en schoolorganisatie.”
FVD wil het leraarschap aantrekkelijker maken door kleinere klassen, hogere salarissen voor fulltime leraren en minder bureaucratie, zodat meer mensen voor het onderwijs kiezen en het lerarentekort wordt aangepakt. Ze pleiten voor meer professionele ruimte en autonomie voor leraren, zodat zij hun vak met passie en kwaliteit kunnen uitoefenen. De partij ziet deze maatregelen als essentieel om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en het beroep van leraar weer aantrekkelijk te maken.
FVD stelt dat het verkleinen van klassen en het verlagen van de werkdruk noodzakelijk is om het beroep van leraar aantrekkelijker te maken en zo het lerarentekort tegen te gaan. Door minder leerlingen per klas en minder administratieve lasten krijgen leraren meer tijd en aandacht voor hun leerlingen.
“We verkleinen de klassen en verminderen de werkdruk, zodat leraren meer tijd en aandacht hebben voor hun leerlingen.”
“Daarom pleiten we voor kleinere klassen, hogere salarissen voor fulltime leraren en meer professionele ruimte en vertrouwen voor de leraar zelf. Zo verbeteren we de kwaliteit van het onderwijs en maken we het leraarschap weer aantrekkelijk. Ook willen we de werkdruk drastisch verlagen door bureaucratie te schrappen...”
FVD wil de salarissen van fulltime leraren verhogen om het beroep aantrekkelijker te maken en zo meer mensen te motiveren om voor het onderwijs te kiezen, wat het lerarentekort moet verminderen.
“We verhogen de salarissen van fulltime leraren, zodat het beroep aantrekkelijker wordt en meer mensen voor het onderwijs kiezen.”
De partij vindt dat leraren meer autonomie en vertrouwen moeten krijgen in de inrichting van hun lessen, zodat zij hun vak met passie en kwaliteit kunnen uitoefenen. Dit moet het beroep aantrekkelijker maken en bijdragen aan het oplossen van het lerarentekort.
“We geven leerkrachten meer autonomie en vertrouwen in de inrichting van hun lessen, zodat zij hun vak met passie en kwaliteit kunnen uitoefenen.”
50PLUS benoemt het belang van goed onderwijs en samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt, maar doet geen concrete voorstellen specifiek gericht op het lerarentekort of de arbeidsmarkt voor leraren. De partij legt vooral de nadruk op basisvaardigheden, samenwerking met bedrijven, en het voorkomen van monopolieposities bij schoolbesturen, zonder directe maatregelen voor het lerarentekort te presenteren.
50PLUS wil de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt verbeteren door samenwerking tussen beroepsonderwijs, bedrijven en overheden te stimuleren. Dit wordt gezien als een manier om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen en beter aan te sluiten op de behoeften van de arbeidsmarkt, maar er worden geen specifieke maatregelen voor het lerarentekort genoemd.
“Betere samenwerking tussen beroepsonderwijs, bedrijven en overheden.”
De partij vindt het belangrijk dat het onderwijs zich richt op het aanleren van basisvaardigheden zoals rekenen en taal. Dit wordt als topprioriteit genoemd, maar er wordt niet ingegaan op de rol van leraren of het tekort daaraan.
“Topprioriteit voor het aanleren van de basisvaardigheden rekenen en taal.”
50PLUS wil voorkomen dat schoolbesturen een monopoliepositie krijgen in bepaalde regio’s. Dit standpunt raakt aan het bestuur van onderwijsinstellingen, maar biedt geen directe oplossing voor het lerarentekort.
“Het voorkomen van de monopolypositie voor schoolbesturen in bepaalde regio’s.”
BIJ1 wil de arbeidsmarkt voor leraren structureel verbeteren door hogere salarissen, minder werkdruk, het dichten van de loonkloof tussen onderwijssectoren en het terugdringen van tijdelijke contracten. Ze pleiten voor kleinere klassen, minder administratieve lasten en meer voorbereidingstijd voor docenten, om het beroep aantrekkelijker te maken en het lerarentekort tegen te gaan. Hun visie is gericht op gelijkwaardigheid, waardering en duurzame arbeidsvoorwaarden voor alle onderwijsprofessionals.
BIJ1 ziet het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden als essentieel om het lerarentekort aan te pakken en het beroep aantrekkelijker te maken. Ze willen de loonkloof tussen verschillende onderwijssectoren dichten en pleiten voor een hoger salaris voor alle docenten.
“De arbeidsvoorwaarden van docenten verbeteren we: hoger salaris en minder werkdruk. Op hoger onderwijsinstellingen (mbo’s, hbo’s, universiteiten) werken we zo min mogelijk met tijdelijke contracten. De loonkloof tussen het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs, theoretisch onderwijs, en wetenschappelijk onderwijs dichten we. Zodat alle docenten hetzelfde verdienen.”
Om het beroep van leraar aantrekkelijker te maken en het lerarentekort te verminderen, wil BIJ1 de werkdruk verlagen door kleinere klassen, minder administratieve lasten en meer voorbereidingstijd. Ook moet de lerarenopleiding meer aandacht besteden aan werkdruk en hoe daarmee om te gaan.
“De klassen worden kleiner en we verlichten de administratieve lasten, om de werkdruk te verminderen en meer voorbereidingstijd voor docenten te creëren. Pabo’s en lerarenopleidingen gaan meer aandacht besteden aan de werkdruk in het onderwijsveld (veroorzaakt door samenleving, schoolbestuur en ouders), en hoe daarmee om moet worden gegaan.”
BIJ1 wil het aantal tijdelijke contracten in het hoger onderwijs sterk terugdringen om meer baanzekerheid te bieden aan docenten en zo de aantrekkelijkheid van het beroep te vergroten.
“Op hoger onderwijsinstellingen (mbo’s, hbo’s, universiteiten) werken we zo min mogelijk met tijdelijke contracten.”
De ChristenUnie erkent het lerarentekort als een urgent probleem en pleit voor meer waardering, betere beloning, minder werkdruk en meer professionele ruimte voor leraren. Zij willen geen afbreuk doen aan de kwaliteit door ondermaatse oplossingen, maar zetten in op goede loopbaanperspectieven en toegankelijke, maar kwalitatief sterke zij-instroomtrajecten.
De ChristenUnie ziet het lerarentekort als een structureel probleem dat vraagt om meer waardering voor onderwijsprofessionals, betere beloning, vermindering van werkdruk en meer professionele ruimte. Zij wijzen snelle, kwalitatief mindere oplossingen af en willen investeren in duurzame verbetering van het beroep.
“Het aanpakken van het lerarentekort begint bij de waardering van de onderwijsprofessional. Naast een goede beloning en vermindering van de werkdruk, gaat het om loopbaanperspectieven, regie en verantwoordelijkheid voor het onderwijs en professionele ruimte.”
“Het is geen goede werkwijze om tekorten op te vangen door vluchtig opgeleide leraren voor de klas te zetten. Ook een schoolweek van vier dagen zou een verschraling zijn voor de ontwikkeling van kinderen.”
De partij wil zij-instroom in het onderwijs stimuleren door de toegangsdrempel laag te houden, maar stelt hoge eisen aan het opleidingsniveau om de kwaliteit te waarborgen.
“Goede mogelijkheden voor zij-instromers in het onderwijs zijn belangrijk. Dat betekent een lage toegangsdrempel maar hoge eisen aan het opleidingsniveau.”