DENK ziet onderwijs als de sleutel tot kansengelijkheid en een sterke arbeidsmarkt, en pleit voor structurele investeringen in onderwijs en betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. De partij wil onder meer stagediscriminatie hard aanpakken, stagegaranties invoeren, lerarentekorten terugdringen en mbo-studenten gelijke kansen bieden als hbo/wo-studenten. DENK richt zich op het wegnemen van financiële en sociale drempels, zodat iedereen optimaal kan deelnemen aan onderwijs en werk.
DENK wil gelijke kansen op de arbeidsmarkt bevorderen door stagediscriminatie streng te bestrijden en een landelijke stagegarantie te bieden. Hiermee wordt het probleem van ongelijke toegang tot stages aangepakt, wat essentieel is voor een eerlijke start op de arbeidsmarkt.
“Stagediscriminatie keihard aanpakken, met mysteryguest onderzoeken, sancties voor bedrijven en naming & shaming bij bewezen discriminatie.”
“Een stageplek, geregeld via een landelijke stagegarantie.”
“Er komt een wettelijk recht op passende stagevergoeding. Studenten krijgen recht op €750 bij een fulltime stage.”
DENK wil dat mbo-studenten dezelfde kansen krijgen als studenten in het hbo en wo, door te investeren in het mbo en doorstroommogelijkheden te verbeteren. Dit moet de positie van mbo’ers op de arbeidsmarkt versterken en discriminatie tegengaan.
“Erkenning van het MBO door de investeringen hierin op peil te houden, betere doorstroomkansen en mbo studenten zo veel mogelijk dezelfde kansen als hbo’ers en wo’ers te bieden.”
Om de kwaliteit van het onderwijs en daarmee de aansluiting op de arbeidsmarkt te waarborgen, wil DENK het lerarentekort aanpakken en de arbeidsvoorwaarden voor leraren verbeteren, vooral in kwetsbare wijken.
“Het terugdringen van het lerarentekort door voorrang op woningen, goedkopere lerarenopleiding, omscholing en het activeren van de reserve aan leraren.”
“Hogere salarissen voor leraren in de kwetsbare wijken.”
“Leraren krijgen meer zeggenschap, betere arbeidsvoorwaarden en structurele ondersteuning.”
DENK wil financiële drempels voor onderwijs wegnemen en investeren in kansengelijkheid, zodat iedereen toegang heeft tot goed onderwijs en daarmee tot de arbeidsmarkt.
DENK benadrukt dat investeren in onderwijs essentieel is voor een hoogwaardige arbeidsmarkt en een sterke economie. Goed onderwijs moet jongeren voorbereiden op de arbeidsmarkt van de toekomst.
“Niet alleen zorgen we hiermee voor een samenleving met meer gelijkwaardigheid, ook blijft Nederland hiermee een sterke economie met een hoogwaardige arbeidsmarkt.”
“Alleen door onze investeringen in het onderwijs op peil te houden, kan Nederland de kenniseconomie blijven die wij nu zijn.”
NSC wil de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt versterken door meer nadruk te leggen op praktijkgericht beroepsonderwijs, een leven lang ontwikkelen en het gericht inzetten van scholingsbudgetten. Ze pleiten voor persoonlijke ontwikkelbudgetten voor werkenden, betere samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven, en het terugdringen van flexwerk ten gunste van vaste contracten. De partij ziet het beroepsonderwijs als volwaardige route en wil dat onderwijsinstellingen hun aanbod beter afstemmen op de behoeften van de arbeidsmarkt.
NSC wil dat alle werkenden een persoonlijk ontwikkelbudget krijgen om zich blijvend te kunnen ontwikkelen, met als doel duurzame inzetbaarheid en betere aansluiting op de arbeidsmarkt. Dit budget moet gevuld worden door werkgevers en kan worden gebruikt voor omscholing, verdieping en begeleiding, waarbij ook transitievergoedingen hierin gestort worden.
“Alle werkenden krijgen daarom een persoonlijk ontwikkelbudget, dat hen in staat stelt om zich persoonlijk te blijven ontwikkelen. Dit vraagt om een leercultuur binnen bedrijven en instellingen en om concrete afspraken hoe de pot voor het persoonlijke ontwikkelbudget voor training en scholing wordt gevuld.”
“Transitievergoedingen worden gebruikt waarvoor ze bedoeld zijn, te weten de transitie van werk naar werk. Daarom moeten ze worden gestort in het persoonlijk ontwikkelbudget van werkenden.”
“Het ontslagrecht wordt toekomstbestendig en rechtszekerheid geborgd voor werkenden en werkgevers. ... De transitievergoeding wordt meer gericht op het mogelijk maken van een overstap naar een nieuwe baan of scholing, en daarom voortaan gestort in het persoonlijk ontwikkelbudget van werkenden.”
NSC wil het beroepsonderwijs herwaarderen en positioneren als een volwaardige route naast de academische lijn. Ze pleiten voor een betere aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt, meer praktijkgerichte trajecten, en samenwerking met het bedrijfsleven voor voldoende stages en leerwerkplekken.
“Het beroepsonderwijs moet zich meer richten op wat de arbeidsmarkt nodig heeft, zo nodig met sterkere regie van de overheid. In alle regio’s moet een vmbo-techniek en mbo-techniek aanwezig zijn.”
“We willen het beroepsonderwijs als een volwaardige beroepsroute naast de academische lijn positioneren. Dit betekent dat er een vloeiende overstap mogelijk moet zijn van het vmbo naar mbo, en van mbo/havo/vwo naar hbo en de beroepspraktijk.”
“Samen met het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven, zowel landelijk, sectoraal als regionaal, maken we afspraken voor doelmatig en kansrijk opleiden en ontwikkelen van meer beroeps- en praktijkgerichte (Ad-)trajecten. Met de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) maken we actieplannen voor voldoende stages en leerwerkplekken.”
NSC wil dat ‘een leven lang ontwikkelen’ de norm wordt, zodat werkenden hun vakkennis en vaardigheden blijven bijhouden. Dit vraagt om een leercultuur en een breed scholingsaanbod dat aansluit op de werkvloer, waarbij ook mbo, hbo en universiteiten een rol krijgen in om- en bijscholing.
“‘Een leven lang ontwikkelen’ wordt de nieuwe norm: werkenden moeten hun vakkennis bijhouden en vaardigheden verbeteren. We hebben iedereen nodig, daarom zorgen we dat werkenden duurzaam inzetbaar blijven.”
“Het beroepsonderwijs moet een scholingsaanbod ontwikkelen dat goed aansluit op de behoefte van de werkvloer.”
“MBO-instellingen hebben nu al een belangrijke rol in om- en bijscholing. Hogescholen en universiteiten moeten zich daar de komende jaren ook op gaan richten.”
Voor werkzoekenden die onvoldoende persoonlijk ontwikkelbudget hebben, wil NSC gerichte inzet van scholingsvouchers en sectorale ontwikkelpaden, met extra aandacht voor sectoren met personeelstekorten.
“Scholingsvouchers van het UWV/gemeenten kunnen gericht worden ingezet als het persoonlijk ontwikkelbudget niet toereikend is.”
“Het UWV en gemeentelijke diensten stellen geld beschikbaar voor de zogeheten ‘sectorale ontwikkelpaden’ (die zijn opgesteld voor beroepen in sectoren die schreeuwen om personeel) als het persoonlijk ontwikkelbudget van werkzoekenden onvoldoende is.”
NSC wil de nadelen van de flexibele arbeidsmarkt terugdringen door vaste contracten weer de norm te maken, flexwerk te beperken tot uitzonderingen, en de behandeling van werknemers, uitzendkrachten en zelfstandigen gelijk te trekken.
“Arbeidscontracten moeten weer de norm worden. Flexwerkers worden ook in de zorg louter voor ‘piek en ziek’ ingezet.”
“Dit betekent dat normale dienstverbanden de norm worden. Uitzendarbeid is uitsluitend om ‘piekte en ziekte’ op te vangen en zelfstandigen krijgen duidelijkheid over de kaders waarbinnen zij kunnen ondernemen.”
De SGP wil de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt versterken door het beroepsonderwijs (mbo/hbo) aantrekkelijker te maken, praktijkgericht leren te stimuleren en bedrijven nauwer te betrekken bij opleidingen. Ze pleiten voor meer regionale samenwerking, betere stagevergoedingen, en het tegengaan van arbeidsmigratie door eigen vakmensen op te leiden. De partij ziet het oplossen van arbeidsmarktkrapte vooral in investeren in technologie, het aantrekkelijk maken van technische beroepen en het stimuleren van leven lang leren.
De SGP vindt dat het beroepsonderwijs (mbo/hbo) de ruggengraat van de arbeidsmarkt is en wil dat jongeren vaker kiezen voor technische en praktische opleidingen. Ze willen praktijkgericht onderwijs stimuleren, de status van het mbo verhogen, en samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven versterken om beter aan te sluiten op de vraag van de arbeidsmarkt.
“Overheid en bedrijfsleven zetten actief in op de werving van jongeren voor het middelbaar beroepsonderwijs. De maakindustrie moet momenteel enorm veel moeite doen om nog geschikte medewerkers aan te trekken, mede ook doordat studeren aan een HBO-instelling maatschappelijk gezien nog steeds te veel wordt gestimuleerd ten koste van het MBO. Werken in de maakindustrie moet op alle mogelijke manieren aantrekkelijker worden gemaakt en gestimuleerd, ook door de overheid.”
“Bedrijven worden gestimuleerd en ondersteund om langjarige samenwerking aan te gaan met het beroepsonderwijs.”
“Alle studenten verdienen een fatsoenlijke stagevergoeding.”
“Begeleiding van stages op niveau 1 en 2 in het mbo krijgt extra aandacht.”
“Leven lang leren wordt opgenomen als wettelijke opdracht voor het mbo en hbo. Het kan een bijdrage leveren aan het oplossen van uitdagingen en knelpunten op de arbeidsmarkt en biedt studenten en werkenden kansen om zich verder te scholen.”
De SGP wil dat hogescholen en het regionale mkb meer samenwerken aan praktijkgericht onderzoek, met meer overheidsfinanciering. Dit moet innovatie en aansluiting op de regionale arbeidsmarkt bevorderen.
“Er komt meer geld voor praktijkgericht onderzoek door hogescholen in samenwerking met het regionale mkb. De overheid draagt voortaan 50% bij aan publiek-private samenwerking in plaats van 30%.”
“De rol van het mbo en hbo in de regio moet duidelijk erkend worden, bijvoorbeeld door goede verankering binnen regionale programma’s van de overheid.”
De SGP wil minder afhankelijk zijn van arbeidsmigranten door bedrijven te stimuleren arbeidsbesparende technologie toe te passen en meer eigen vakmensen op te leiden. Arbeidsmigratie wordt alleen toegestaan als het echt noodzakelijk is.
“Ondernemingen die veel gebruikmaken van laagbetaalde, veelal buitenlandse medewerkers stimuleren we in te zetten op arbeidsbesparende technologie en slimmer werken.”
“Er worden gerichte keuzes gemaakt ten aanzien van specifieke vakkrachten die in Nederland niet te vinden en op te leiden zijn, maar wel cruciaal zijn voor onze toekomstige economie.”
De SGP wil dat de academische bacheloropleiding relevanter wordt voor de arbeidsmarkt, onder meer door praktische stageminors en het niet automatisch doorstromen naar een master.
“De academische bacheloropleiding wordt steeds meer als relevante eindopleiding voor de arbeidsmarkt gepositioneerd. Het volgen van een academische master is geen automatisme, maar bedoeld voor degenen die zich wetenschappelijk verder willen ontwikkelen. Bij de academische bacheloropleiding wordt de mogelijkheid geboden om een praktische stageminor te volgen in samenwerking met het hbo. Zo wordt de bacheloropleiding relevanter voor de arbeidsmarkt.”
De SGP wil een werkoffensief om mensen aan het werk te krijgen, arbeidskrapte te bestrijden door technologische vooruitgang, en het vaste contract aantrekkelijker maken.
“Een werkoffensief moet ervoor zorgen dat mensen die in deze krappe arbeidsmarkt aan de kant zitten weer aan het werk gaan.”
“Om de arbeidskrapte tegen te gaan, wil de SGP de publieke sector verkleinen, regeldruk verminderen en technologische vooruitgang en concurrentiekracht aanjagen.”
“Het vaste contract wordt aantrekkelijker gemaakt, onder andere door werkgeverslasten te verlichten en meer ruimte te bieden voor tussenvormen.”
JA21 wil de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt versterken door hogere eisen te stellen aan onderwijs, meer te investeren in vakmanschap en leraren, en arbeidsmigratie te beperken ten gunste van het Nederlandse arbeidspotentieel. Ze pleiten voor minder administratieve lasten, meer focus op basisvaardigheden, en het stimuleren van scholing en omscholing om personeelstekorten op te lossen. Arbeidsmigratie wordt alleen geaccepteerd waar echte tekorten zijn, met prioriteit voor Nederlandse werknemers en studenten.
JA21 vindt dat het onderwijs beter moet aansluiten op de behoeften van de arbeidsmarkt door hoge eisen te stellen aan leerlingen en studenten, te investeren in vakmanschap, en opleidingen te richten op maatschappelijke en economische relevantie. Ze willen minder "pretstudies", meer focus op basisvaardigheden, en een financieringsmodel dat kwaliteit en impact beloont.
“JA21 is van oordeel dat de kwaliteit van het onderwijs wordt gediend door hoge en heldere eisen aan leerlingen en studenten te stellen. Zij moeten weer worden uitgedaagd te presteren.”
“Het Rijk moet sturen door de bekostiging afhankelijk te maken van of voldaan wordt aan een maatschappelijke behoefte of vraag vanuit het bedrijfsleven.”
“Deze zogenaamde ‘pretstudies’ vinden nauwelijks aansluiting op de beroepspraktijk in een Nederlandse economische sector.”
“Extra aandacht geven aan basisvaardigheden.”
“Extra investeringen in opleidingen die de kwaliteit van de leraren verbeteren.”
JA21 wil het volledige arbeidspotentieel benutten door vol in te zetten op scholing, omscholing en het activeren van mensen die aan de kant staan. Volwassenen die hun werk verliezen moeten via passende opleidingsstructuren tot de pensioengerechtigde leeftijd actief blijven op de arbeidsmarkt.
“Ons volledige arbeidspotentieel te benutten door vol in te zetten op scholing, omscholing, en het activeren van mensen die aan de kant staan.”
“Volwassenen die hun werk hebben zien verdwijnen en die moeten worden omgeschoold zijn niet op hun plek in het MBO. Een opleidingsstructuur die past bij hun achtergrond en levensfase, kan ervoor zorgen dat zij tot de pensioengerechtigde leeftijd op de arbeidsmarkt actief blijven.”
JA21 wil arbeidsmigratie beperken en reguleren, met prioriteit voor het benutten van het Nederlandse arbeidspotentieel. Arbeidsmigratie wordt alleen toegestaan waar echt tekorten zijn, en laaggeschoolde arbeidsmigratie van buiten de EU wordt uitgesloten.
“JA21 wil arbeidsmigratie daarom beperken en reguleren en inzetten op het beter benutten van het Nederlandse arbeidspotentieel.”
“Geen laaggeschoolde arbeidsmigratie van buiten de EU.”
“We steunen arbeidsmigratie alleen waar écht tekorten zijn en waar goede huisvesting en naleving gegarandeerd zijn.”
JA21 wil dat docenten zich kunnen richten op hun kerntaak door de administratieve lasten te beperken tot maximaal 6% van hun werktijd, zodat meer tijd overblijft voor onderwijs en begeleiding van leerlingen.
“De maximale werktijd die door een docent mag worden besteed aan administratieve lasten wordt vastgesteld op 6%. Als er meer tijd nodig is, worden administratieve werkzaamheden geschrapt.”
JA21 wil minder instroom van buitenlandse studenten en voorrang bij inschrijving en huisvesting voor Nederlandse studenten, om de druk op de woningmarkt te verlichten en de aansluiting met de Nederlandse arbeidsmarkt te verbeteren.
“Minder instroom van buitenlandse studenten en voorrang bij inschrijving en huisvesting van Nederlandse studenten;”
De VVD wil het onderwijs sterker laten aansluiten op de arbeidsmarkt door meer te sturen op het aantal studenten in kansrijke richtingen, opleidingen af te rekenen op arbeidsmarktperspectief, en praktijkgericht leren te stimuleren. Ze pleiten voor financiële prikkels zoals een kortstudeerbonus, lagere collegegelden voor tekortsectoren, en meer samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Hun visie is dat onderwijs vooral moet opleiden voor banen waar vraag naar is, zodat studenten sneller en kansrijker aan het werk komen.
De VVD wil dat de overheid actiever stuurt op het aantal studenten in opleidingen met goede arbeidsmarktperspectieven en dat bekostiging deels afhankelijk wordt van het succes op de arbeidsmarkt. Opleidingen die niet aansluiten bij de arbeidsmarkt worden beperkt, terwijl studies in tekortsectoren aantrekkelijker worden gemaakt.
“Om de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren gaat de overheid meer sturen op de verdeling van aantallen studenten over opleidingen. De bekostiging moet gebaseerd worden op de capaciteit.”
“We stimuleren hogescholen en universiteiten om op te leiden voor de arbeidsmarktbehoefte en laten een deel van de bekostiging afhangen van het baanperspectief van afgestudeerde studenten.”
“We beperken de studieplaatsen van studies waar evident geen (goed) arbeidsmarktperspectief is.”
“We maken studies in tekortsectoren zoals onder andere tech, zorg, onderwijs, veiligheid en klimaat aantrekkelijker door het collegegeld te verlagen.”
Om studenten sneller te laten afstuderen en sneller de arbeidsmarkt op te krijgen, introduceert de VVD een kortstudeerbonus voor nominaal afstuderen en een vertragingsbijdrage voor instellingen met veel langstudeerders.
De VVD wil meer praktijkgericht onderwijs, vooral in sectoren met personeelstekorten. Ze stimuleren samenwerking met het bedrijfsleven, bedrijfsscholen, en flexibele leerwegen zodat studenten direct praktijkervaring opdoen.
“We stimuleren bedrijven die investeren in eigen, gespecialiseerde opleidingen en gaan dergelijke bedrijfsscholen deels bekostigen.”
“We geven voorrang aan praktijkleren voor sectoren met structurele personeelstekorten: waar mogelijk volgen studenten de beroepsbegeleidende leerweg (BBL), zodat ze meteen in de praktijk ervaring opdoen.”
“We stimuleren mbo-instellingen om beter aan te sluiten op de regionale arbeidsmarktbehoefte.”
De VVD wil het aantal internationale studenten beperken tot sectoren met arbeidsmarkttekorten en stelt een internationale talentstrategie op om gericht talent aan te trekken en te behouden.
“Daarom moeten we dat beperken tot studenten, wetenschappers en kenniswerkers in vakgebieden waar we een tekort hebben en die we hard nodig hebben zoals technologie, bètawetenschappen, AI en wiskunde.”
“Door een nauwe samenwerking met het bedrijfsleven te stimuleren en de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren, willen we internationaal talent in Nederland houden.”
De VVD vindt bij- en omscholing essentieel en wil dat publiek bekostigde instellingen hun aanbod verplicht openstellen voor volwassenen, met prioriteit voor tekortberoepen.
“Bij- en omscholing zijn essentieel voor persoonlijke ontwikkeling en economische groei. Publiek bekostigde instellingen worden verplicht om hun onderwijsaanbod beschikbaar te stellen aan volwassenen en werkenden. De prioriteit ligt bij tekortberoepen, mbo en mkb.”
De SP wil de onderwijsarbeidsmarkt versterken door te investeren in leraren, kleinere klassen, betere arbeidsvoorwaarden en meer zeggenschap voor onderwijsmedewerkers. Ze pleiten voor structurele verbeteringen zoals vaste contracten, hogere lonen, begeleiding van startende docenten en het tegengaan van marktwerking en bureaucratie. De kern van hun visie is dat goed onderwijs alleen mogelijk is met tevreden, goed ondersteunde en gewaardeerde leraren en vakmensen.
De SP ziet het lerarentekort en de hoge werkdruk als grote problemen en wil deze aanpakken door te investeren in personeel, kleinere klassen, betere begeleiding en vaste contracten. Ze willen de zeggenschap teruggeven aan leraren en de arbeidsomstandigheden structureel verbeteren.
“We pakken het lerarentekort aan. Ieder kind verdient een goede, bevoegde leerkracht voor de klas. We verbeteren de arbeidsomstandigheden van leraren door de klassen kleiner te maken en zorgen voor goede beloning en ondersteuning. Eén op de vijf startende docenten stopt in de jaren direct na de opleiding. We gaan deze mensen beter begeleiden, zodat ze voor het onderwijs behouden blijven. Goede docenten moeten eerder een vast contract krijgen en niet gedwongen worden steeds een nieuwe school te zoeken.”
“Kleinere klassen, betere leraren. Te grote klassen zorgen voor hoge werkdruk, uitval van leraren en dalende leerprestaties. Dat moet anders. Daarom voeren we de kleine klassenstrijd. We verlagen de maximale klassengrootte,”
“We steunen leraren en schoolleiders. Leraren weten het beste hoe hun vak eruit moet zien. Daarom staat hun autonomie en medezeggenschap voor ons centraal bij de inrichting van het onderwijs, de lerarenopleiding en een professionele werkomgeving.”
De SP wil dat beslissingen over onderwijs weer dicht bij de werkvloer worden genomen en dat docenten en studenten formele inspraak krijgen. Ze willen een einde aan topdown-hervormingen en overbodig management.
“Onderwijshervormingen met inspraak van docenten en studenten. Grote onderwijshervormingen worden nooit meer topdown over de hoofden van docenten en scholieren doorgevoerd. We regelen formele inspraak en instemming via de medezeggenschap, zodat onderwijsvernieuwing altijd gedragen wordt door de mensen in de klas.”
“Meer zeggenschap, minder bureaucratie. Zeggenschap op de werkvloer maakt een einde aan de uitholling die plaatsvindt doorschijnzelfstandigheid, flexcontracten en bullshitbanen. Zeggenschap maakt ook een einde aan de verstikkende bureaucratie in de zorg en het onderwijs, die ertoe leidt dat veel starters in het begin van hun carrière stoppen of dat mensen die wel onderwijsbevoegd zijn uiteindelijk niet meer in het onderwijs werken.”
De SP vindt dat vakmanschap en mbo-opleidingen volwaardig moeten worden gewaardeerd, met betere financiering, meer praktijkplekken en het tegengaan van het stigma op beroepsonderwijs. Ze willen investeren in nieuwe vakopleidingen en een leven lang leren stimuleren.
“Het mbo is volwaardig onderwijs. Wij erkennen het mbo als volwaardige onderwijsroute, met trots en gelijke rechten. Dat betekent: betere financiering, goed lesmateriaal en voldoende praktijkplekken.”
“Vakmanschap verdient bescherming. We stoppen de afbraak van ambachtelijke opleidingen en investeren in nieuwe vakopleidingen. Jongeren moeten weer kunnen kiezen voor een vak, zonder stigma en zonder hindernissen.”
“Leren stopt niet na je diploma. We maken het makkelijker om je bij te scholen of om te scholen. Voor iedereen en op elke leeftijd. Een leven lang leren wordt de norm, met publieke instellingen als basis.”
De SP wil dat stages echte leerplekken zijn en geen goedkope arbeid. Ze pleiten voor een minimale stagevergoeding en aanpak van stagediscriminatie.
“Iedere jongere verdient een stageplek om écht een vak te leren, niet om uitgebuit te worden als goedkope arbeidskracht. We werken aan kleinschalige vakscholen en meer stageplaatsen samen met het bedrijfsleven. Stagiairs krijgen voortaan een minimale stagevergoeding, zodat zij geen schulden hoeven te maken.”
“Stagiairs zijn geen gratis werknemers. Stagiairs moeten een eerlijke vergoeding krijgen zodat zij zich niet in de schulden hoeven te steken. Ook mogen ze niet misbruikt worden als goedkope arbeidskrachten.”
“Stagediscriminatie pakken wij aan. Er komt een zwarte lijst met bedrijven die discrimineren. Deze bedrijven krijgen geen orders meer vanuit de overheid en worden beboet. Het mag niet van je achternaam afhangen of je wel of niet wordt aangenomen op je stage.”
FVD wil het onderwijs veel sterker laten aansluiten op de arbeidsmarkt door praktijk- en beroepsonderwijs te herwaarderen, jongeren gericht op te leiden tot vakmensen en de samenwerking met bedrijven te intensiveren. Ze pleiten voor meer praktische leerwegen, ambachtstitels, en het beperken van arbeidsmigratie door Nederlandse jongeren op te leiden voor sectoren met tekorten. Ook willen ze het hoger onderwijs exclusiever maken en de aansluiting met de arbeidsmarkt verbeteren.
FVD ziet het tekort aan vakmensen als een groot probleem en wil het beroepsonderwijs opnieuw inrichten met meer praktische leerwegen, samenwerking met bedrijven en herinvoering van ambachtstitels. Dit moet jongeren direct inzetbaar maken in sectoren als zorg, techniek en bouw, en de afhankelijkheid van arbeidsmigratie verminderen.
“We laten onderwijsprogramma’s mede invullen door ervaren vakmensen en regionale bedrijven, zodat opleidingen aansluiten op de arbeidsmarkt.”
“We leiden meer Nederlandse jongeren op tot vakmensen, zodat tekorten in bouw en techniek worden opgelost en geld in Nederland blijft.”
“Juist praktijkgerichte beroepen zijn toekomstbestendig en onmisbaar. Daarom wil FVD het beroepsonderwijs opnieuw inrichten met duidelijke praktische leerwegen, meer rol voor meester/gezel formules en nauwe samenwerking met bedrijven.”
“We brengen ambachtstitels terug, zodat vakopleidingen meer aanzien krijgen en vakmanschap weer wordt gewaardeerd.”
“We richten het (V)MBO in met specifieke vakgerichte leerwegen, zodat praktisch ingestelde leerlingen écht een vak leren en het aantal schooluitvallers daalt.”
FVD wil dat praktijkonderwijs niet alleen vakmanschap, maar ook ondernemerschap en moderne technologie (zoals AI) integreert, zodat jongeren toekomstbestendig zijn en direct kunnen bijdragen aan de economie.
“We leggen in de praktische leerweg de nadruk op vakmanschap en ondernemerschap, zodat jongeren direct inzetbaar zijn in zorg, techniek en bouw.”
“We integreren nieuwe technologie en AI in beroepsopleidingen, zodat vakmensen leren werken met moderne tools en hun positie op de arbeidsmarkt wordt versterkt.”
FVD vindt dat het hoger onderwijs te massaal en te algemeen is geworden en wil strengere toelatingseisen, minder internationalisering en meer samenwerking met het bedrijfsleven, zodat afgestudeerden direct inzetbaar zijn en het HBO een volwaardig beroepsgericht traject wordt.
“HBO-opleidingen moeten nauwer samenwerken met het bedrijfsleven en regionale instellingen, zodat afgestudeerden direct inzetbaar zijn in de praktijk.”
“Forum voor Democratie wil dat hogescholen weer echte beroepsopleidingen worden, waar kwaliteit en specialisatie vooropstaan.”
“We verhogen de toelatingseisen voor universiteiten en hogescholen, zodat alleen gemotiveerde en talentvolle studenten worden toegelaten.”
GroenLinks-PvdA wil de onderwijsarbeidsmarkt versterken door het lerarentekort structureel aan te pakken, betere arbeidsvoorwaarden te bieden en de instroom en het behoud van docenten te vergroten. Ze zetten in op vaste contracten, minder administratiedruk, meer professionalisering en het aantrekkelijker maken van zij-instroom. Ook investeren ze in een leven lang leren en betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.
GroenLinks-PvdA erkent het lerarentekort als een urgent en structureel probleem en wil dit oplossen door betere arbeidsvoorwaarden, hogere salarissen in achterstandswijken en een lange termijn Onderwijsagenda. Het doel is voldoende en goed opgeleid onderwijspersoneel te werven en te behouden.
“Het lerarentekort is niet snel en gemakkelijk op te lossen, maar vraagt om langdurige inzet om goed personeel aan te trekken, op te leiden en te behouden. We starten met een Onderwijsagenda 2035 waar we met een blik op de lange termijn zorgen dat er voldoende opgeleid onderwijspersoneel is. In achterstandswijken waar de grootste uitdagingen liggen krijgen leraren meer salaris.”
Om stabiliteit en aantrekkelijkheid van het onderwijsberoep te vergroten, wil de partij snel vaste contracten bij goed functioneren en het aantal flexibele arbeidscontracten terugdringen.
“Bij goed functioneren snel een vast contract moet de norm zijn in het onderwijs. Het aantal flexibele arbeidscontracten moet overal naar beneden. Leraren en leerlingen verdienen stabiliteit.”
De partij wil de overstap naar het onderwijs vergemakkelijken door zij-instromers direct te betalen en de 'stille reserve' van bevoegde leraren te activeren met goede arbeidsvoorwaarden en ontwikkelmogelijkheden.
“Zij-instromers krijgen vanaf dag één van hun opleiding betaald, zodat ze niet te maken krijgen met een inkomensval. Dit maakt de overstap naar het onderwijs aantrekkelijker.”
“We maken het met goede arbeidsvoorwaarden en ontwikkelmogelijkheden aantrekkelijk voor deze groep om terug te keren naar het onderwijs.”
GroenLinks-PvdA wil dat docenten standaard meer tijd krijgen voor professionalisering en dat er duidelijke afspraken komen over doorgroeimogelijkheden binnen de sector.
“We zorgen dat docenten standaard meer tijd krijgen om zich te professionaliseren. Er worden binnen de sector duidelijke afspraken gemaakt over doorgroeimogelijkheden.”
Om het beroep aantrekkelijker te maken en werkdruk te verlagen, wil de partij de administratielast voor leraren halveren.
“Leraren besteden gemiddeld acht uur per week aan administratie, vooral docenten die lesgeven aan leerlingen met een ondersteuningsbehoefte. We streven ernaar dit te halveren, door leraren meer vertrouwen te geven en verantwoording te versimpelen.”
De partij zet in op een leerrecht voor om- en bijscholing gedurende het hele werkzame leven, met een ontwikkelbudget en erkenning van brancheopleidingen, om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren.
“Er komt een leerrecht voor iedere Nederlander voor om- en bijscholing. Ook vaardigheden die buiten het directe beroep liggen komen daarvoor in aanmerking.”
“In samenwerking met het bedrijfsleven zorgt de overheid voor een ontwikkelbudget. Zo kan het hele werkzame leven ingezet worden op het volgen van opleidingen en cursussen. Ook om- en bijscholing vallen binnen het budget.”
Om de overgang van onderwijs naar arbeidsmarkt eerlijker te maken, wil GroenLinks-PvdA een eerlijke stagevergoeding, duidelijke rechten voor stagiairs en harde aanpak van stagediscriminatie.
“Stagiairs verdienen ongeacht hun opleidingsniveau een eerlijke stagevergoeding van 750 euro per maand bij fulltime dienstverband. We verduidelijken hun rechten zodat ze niet tussen onderwijs- en arbeidswetgeving in vallen.”
“Stagebedrijven die discrimineren verliezen hun erkenning. Er wordt op onderwijsinstellingen verplicht gewerkt met stagematching, waar studenten een stageplek krijgen toegewezen.”
Volt wil de onderwijsarbeidsmarkt versterken door diploma-erkenning binnen de EU te verbeteren, tekorten in cruciale sectoren als onderwijs en techniek gericht aan te pakken, en overstappen tussen sectoren te vergemakkelijken via om- en bijscholing. Ze pleiten voor structurele samenwerking in onderwijsregio’s, het afschaffen van collegegeld voor studies richting vitale beroepen, en het stimuleren van hybride docentschap en zij-instroom. De kern van hun visie is een flexibele, inclusieve arbeidsmarkt waarin vaardigheden centraal staan en iedereen gelijke kansen krijgt om bij te dragen.
Volt ziet wederzijdse erkenning van diploma’s als essentieel om personeelstekorten in het onderwijs en andere vitale sectoren aan te pakken en mobiliteit binnen de EU te vergroten. Dit moet het makkelijker maken om in andere EU-landen te werken en talent beter te benutten.
Volt wil dat de overheid meer mensen opleidt en omschoolt naar beroepen waar grote tekorten zijn, zoals onderwijs, techniek en ICT. Scholingsbudgetten en begeleiding moeten gericht worden ingezet om mensen naar deze sectoren te leiden.
“De overheid leidt meer mensen op voor beroepen waar veel vraag naar is.”
“We stimuleren om- en bijscholing naar cruciale sectoren zoals zorg, ICT, onderwijs en techniek door hiervoor gericht scholingsbudgetten in te zetten.”
“We willen dat mensen die langs de kant staan beter worden begeleid naar maatschappelijk cruciale beroepen.”
Volt pleit voor regionale samenwerking tussen scholen en andere partijen om het lerarentekort aan te pakken en de onderwijsarbeidsmarkt beter te organiseren. Door gezamenlijke verantwoordelijkheid kunnen personeelstekorten effectiever worden bestreden.
“We willen een structurele investering in onderwijsregio’s om zo het onderwijs beschikbaar te houden en het lerarentekort terug te dringen. In onderwijsregio’s nemen partijen gezamenlijke verantwoordelijkheid voor hun regionale onderwijsarbeidsmarkt.”
Om opleidingen in sectoren met grote tekorten aantrekkelijker te maken, wil Volt het collegegeld afschaffen voor studies die opleiden tot vitale beroepen zoals onderwijs, techniek en zorg.
“We beginnen met het afschaffen van het collegegeld voor opleidingen en studies die opleiden tot cruciale/vitale beroepen en sectoren, zoals ICT, techniek, bouw, onderwijs en zorg.”
Volt wil het makkelijker maken voor professionals uit andere sectoren om (deels) in het onderwijs te werken, bijvoorbeeld via flexibele roosters en passende contracten. Ook willen ze meer opleidingsplaatsen en verruiming van zij-instroomtrajecten.
“Volt faciliteert hybride docentschap door flexibele roosters mogelijk te maken, passende contractvormen te ontwikkelen en samenwerking tussen scholen en externe werkgevers te stimuleren.”
“We beginnen op scholen in kansarme wijken waar de onderwijsdruk het hoogst is. Daarbij zetten we in op extra opleidingsplaatsen voor onderwijsassistenten en een verruiming van zij-instroomtrajecten, zodat er voldoende handen in de klas beschikbaar komen.”
Volt wil een arbeidsmarkt waarin vaardigheden zwaarder wegen dan diploma’s, zodat overstappen tussen sectoren eenvoudiger wordt en verborgen talent beter wordt benut.
“Volt zet in op een arbeidsmarkt waarin vaardigheden belangrijker zijn dan diploma’s of functietitels. Zo wordt overstappen tussen sectoren eenvoudiger, benutten we verborgen talent en zorgen we voor veerkracht in onze economie.”
BBB wil het onderwijs en de arbeidsmarkt beter op elkaar laten aansluiten door meer waardering en versterking van praktijk- en beroepsonderwijs, het verminderen van administratieve lasten voor leraren, en het stimuleren van regionale samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. De partij pleit voor doorgroeikansen voor onderwijsassistenten, praktische certificering voor vakmensen zonder diploma, en meer focus op scholing en innovatie die aansluit bij regionale behoeften. BBB ziet vakmanschap en praktische vaardigheden als essentieel voor het oplossen van tekorten op de arbeidsmarkt en het versterken van de regionale economie.
BBB vindt dat het praktijkonderwijs en vakmanschap jarenlang zijn ondergewaardeerd, terwijl juist daar de vakmensen worden opgeleid die hard nodig zijn op de arbeidsmarkt. De partij wil een verticale leerlijn van praktijkonderwijs via VMBO, MBO tot en met HBO, en meer samenwerking tussen onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven om jongeren beter voor te bereiden op werk.
“Niet iedereen hoeft een theoretisch diploma te behalen. Timmerlieden, elektriciens, koks, zorgverleners en andere vakmensen zijn onmisbaar voor onze samenleving. Jarenlang is het praktijkonderwijs ondergewaardeerd, terwijl juist daar de vakmensen”
“Een verticale leerlijn is een opbouw van leerstof waarbij leerlingen stap voor stap verder leren over hetzelfde onderwerp. Dit gaat van eenvoudiger naar moeilijker door verschillende schooltypen heen. Dit maakt een doorgaande ontwikkeling mogelijk van praktijkonderwijs via VMBO, MBO tot en met HBO.”
“Versterking van beroepsonderwijs. Het beroepsonderwijs kan worden versterkt met leermeesters, stages en regionale samenwerking tussen Praktijkonderwijs, VMBO, MBO, werkgevers en gemeenten.”
BBB stelt dat de werkdruk in het onderwijs te hoog is door administratieve lasten en randzaken, wat het vak onaantrekkelijk maakt en bijdraagt aan het lerarentekort. De partij wil dat leraren zich weer kunnen richten op hun kerntaak: lesgeven.
“Dat de regeldruk en protocollen dwang in bijvoorbeeld de zorg en het onderwijs worden aangepakt, zodat verpleegkundigen en leraren zich weer kunnen bezighouden met verplegen en lesgeven, de reden waarom ze voor hun beroep gekozen hebben.”
“Verlaging van de administratielast. Dit geeft meer tijd voor de basistaak; lesgeven. Overbodige regels en protocollen schrappen. We zetten in op de kennis en ervaring van onderwijzend personeel, scheppen vertrouwen en waarderen hun vakmanschap. Dit maakt het vak weer aantrekkelijker.”
BBB wil doorgroeikansen voor onderwijsassistenten via deelcertificaten en praktijkroutes, en praktische certificering voor mensen zonder diploma maar met relevante vaardigheden. Zo wil de partij meer vakdocenten en vakmensen beschikbaar maken voor de arbeidsmarkt.
“Doorgroeikansen voor onderwijsassistenten via deelcertificaten en praktijkroutes via de PABO. Hiermee komen er meer vakdocenten voor het primair onderwijs beschikbaar.”
“Mensen zonder diploma die wel de nodige kwaliteiten hebben, moeten via praktische certificering gelijkwaardig kunnen worden gekwalificeerd voor werk op basis van verworven kennis, vaardigheden en competenties.”
BBB vindt dat scholing en innovatie moeten aansluiten bij de behoeften van de regio en het lokale arbeidspotentieel. De partij wil meer aandacht voor vakmanschap, praktisch onderwijs en samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven om regionale economische groei te stimuleren.
“Scholing en innovatie moeten aansluiten bij de behoeften van de regio én de kracht van mensen.”
“Daarnaast zorgen meer mogelijkheden voor praktisch onderzoek voor het bedrijfsleven, instellingen en organisaties voor een stimulans van de regionale economie.”
De ChristenUnie benadrukt het belang van een sterke verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarkt, met speciale aandacht voor vakmensen, praktijkgericht onderwijs en samenwerking tussen onderwijsinstellingen en werkgevers. Ze willen jongeren stimuleren om te kiezen voor het vmbo en mbo, investeren in techniekonderwijs en zorgen voor kwalitatief goede stageplaatsen. Ook pleiten ze voor het toegankelijker maken van het mbo en het stimuleren van ondernemerschap vanuit het onderwijs.
De ChristenUnie ziet een tekort aan vakmensen als een groot probleem voor de arbeidsmarkt en wil daarom het imago en de toegankelijkheid van praktijkgericht onderwijs verbeteren. Ze willen jongeren stimuleren om te kiezen voor het vmbo en mbo, investeren in techniekhavo’s en zorgen voor goede stageplaatsen in samenwerking met werkgevers.
“We zetten in op positieve beeldvorming en stimuleren jongeren om vol vertrouwen te kiezen voor het vmbo en het mbo. Er komt gericht beleid voor meer praktisch gericht onderwijs, bijvoorbeeld de techniekhavo.”
“Het mbo moet toegankelijk zijn voor instromers zonder startkwalificatie na beoordeling door de opleiding. De samenwerking tussen mbo-instellingen en werkgevers wordt versterkt, zodat elke jongere verzekerd is van een kwalitatief goede stageplaats, inclusief stagevergoeding.”
“We investeren volop in het beroepsonderwijs en geven ruimte aan jonge ondernemers. Dat is nodig, nu veel kennis met pensioen gaat. Elke provincie verdient een techniekhavo en technasia. Bedrijven worden via samenwerkingen actief betrokken bij het onderwijs, zowel in het voortgezet als vervolgonderwijs.”
De ChristenUnie wil ondernemerschap en innovatie bevorderen door samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven te versterken, onder andere via afspraken over intellectueel eigendom en praktijkgericht onderzoek.
“We stimuleren ondernemerschap vanuit het hoger en wetenschappelijk onderwijs, bijvoorbeeld door het mogelijk maken van afspraken over het intellectueel eigendom van tijdens een studie ontwikkelde innovaties.”
“We investeren blijvend in praktijkgericht onderzoek op hogescholen en bevorderen de samenwerking binnen het hoger onderwijs door geschikte fondsen en subsidies.”
De partij vindt dat het opleiden van Nederlandse studenten de kerntaak van universiteiten moet zijn en wil het aantal studiemigranten beperken. Ze willen voorkomen dat onderwijsinstellingen afhankelijk worden van internationale studenten voor hun voortbestaan.
“Het opleiden van Nederlandse studenten vormt de kerntaak van Nederlandse universiteiten; we zetten daarom in op vermindering van het aantal studiemigranten.”
“We passen het financieringsmodel aan om te voorkomen dat internationale studenten nodig zijn voor het voortbestaan van studies of instellingen.”
De ChristenUnie wil het lerarentekort aanpakken door de waardering, beloning en loopbaanperspectieven van onderwijsprofessionals te verbeteren en zij-instromers beter te faciliteren.
“Het aanpakken van het lerarentekort begint bij de waardering van de onderwijsprofessional. Naast een goede beloning en vermindering van de werkdruk, gaat het om loopbaanperspectieven, regie en verantwoordelijkheid voor het onderwijs en professionele ruimte.”
“Goede mogelijkheden voor zij-instromers in het onderwijs zijn belangrijk. Dat betekent een lage toegangsdrempel maar hoge eisen aan het opleidingsniveau.”
BVNL wil de onderwijsarbeidsmarkt versterken door het onderwijs te focussen op basisvaardigheden, politieke neutraliteit en minder buitenlandse studenten, zodat Nederlandse studenten meer kansen krijgen. Tegelijkertijd pleit BVNL voor het aantrekkelijker maken van werken in het onderwijs door minder bureaucratie, hogere lonen voor docenten in lagere schalen en het terugdringen van administratieve lasten. Hun visie is dat onderwijs en arbeidsmarkt beter op elkaar moeten aansluiten, met meer ruimte voor Nederlandse studenten en meer waardering voor onderwijspersoneel.
BVNL ziet het grote aantal buitenlandse studenten als een probleem voor de kansen van Nederlandse studenten op de onderwijs- en woningmarkt. Door het aantal buitenlandse studenten te beperken, willen ze de concurrentie verminderen en de druk op studentenhuisvesting verlagen.
“Scholen en universiteiten zetten in op minder buitenlandse studenten die met Nederlandse studenten concurreren voor een opleidingsplek en studentenkamer.”
“Door een sterke beperking van het aantal buitenlandse studenten, krijgen Nederlandse studenten veel meer kans op een studentenwoning.”
“Minder buitenlandse studenten, waardoor Nederlandse studenten meer kans krijgen op een opleidingsplek of een studentenkamer.”
BVNL wil het onderwijs depolitiseren en terugbrengen naar basisvaardigheden, zodat leerlingen en studenten beter worden voorbereid op de arbeidsmarkt. Ze verzetten zich tegen ideologische beïnvloeding en willen dat het onderwijs zich richt op vaardigheden als rekenen, lezen en schrijven.
“Het hele onderwijs, van basisschool tot en met universiteit, wordt gevrijwaard van politiek-ideologische vorming van welke stroming of richting dan ook.”
“Het curriculum van het basisonderwijs richt zich grotendeels op belangrijke basisvaardigheden zoals rekenen, schrijven en lezen en de kwaliteit hiervan wordt verbeterd.”
“Woke-isme en ideologische indoctrinatie moet verdwijnen uit het hoger onderwijs, waar waarheidsvinding, kritisch nadenken, discussie en vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel moeten staan.”
Om het beroep van docent aantrekkelijker te maken en de kwaliteit van het onderwijs te verhogen, wil BVNL de administratieve lasten voor leerkrachten drastisch verminderen en de lonen voor docenten in lagere schalen structureel verhogen.
“We schrappen de administratielast voor leerkrachten drastisch en verbeteren de opleiding voor basisschoolleerkrachten.”
“Essentiële ambtenaren zoals militairen, politieagenten, docenten en zorgmedewerkers moeten structureel substantieel meer gaan verdienen. Dat kunnen we doen door een eenmalige extra loonsverhoging van 10%, voor mensen die zich in de lagere loonschalen bevinden.”
De PVV ziet het onderwijs als een springplank naar de arbeidsmarkt, met nadruk op het belang van het mbo voor de economie en het herstel van basisvaardigheden. Ze willen het onderwijs terugbrengen naar traditionele waarden, met meer structuur, discipline en focus op vakmanschap, en pleiten voor beperking van buitenlandse studenten en volledige Nederlandstaligheid van opleidingen. De partij verzet zich tegen onderwijsvernieuwingen, woke- en klimaatonderwijs, en wil politieke neutraliteit van leraren waarborgen.
De PVV beschouwt het mbo als essentieel voor de Nederlandse economie en arbeidsmarkt, omdat hier vakmensen worden opgeleid die onmisbaar zijn voor diverse sectoren. Ze willen het mbo versterken door vakmanschap, discipline en trots centraal te stellen, zodat het een springplank blijft voor jongeren richting werk.
“Het mbo is het kloppend hart van onze economie. Hier worden onze vakmensen opgeleid: de bouwers, verzorgers, monteurs, chauffeurs, koks, beveiligers, kappers, technici en zoveel meer. Zonder mbo geen draaiend Nederland. De PVV draagt het mbo een warm hart toe: een mbo waar vakmanschap, discipline en trots centraal staan. Zo houden we het mbo dé springplank die jongeren en Nederland vooruitbrengt.”
De PVV wil af van onderwijsvernieuwingen en terug naar gestructureerd onderwijs, met nadruk op basisvaardigheden als lezen, schrijven, rekenen en geschiedenis. Dit moet de aansluiting op de arbeidsmarkt verbeteren door functioneel analfabetisme te bestrijden en de onderwijskwaliteit te verhogen.
“Wij willen geen onderwijsvernieuwingen meer. Wij willen terug naar het gestructureerde onderwijs van weleer – met leraren die duidelijk uitleggen, begeleiden en controleren. Geen onderwijs over gender, klimaat of andere linkse indoctrinatie, maar terug naar de basisvaardigheden: rekenen, taal, geschiedenis.”
“Herstel van basisvaardigheden: leer kinderen lezen, schrijven en rekenen”
De PVV wil dat bacheloropleidingen volledig in het Nederlands worden gegeven en het aantal buitenlandse studenten maximaal beperken. Dit moet de arbeidsmarktpositie van Nederlandse studenten versterken en studiemigratie tegengaan.
“Bacheloropleidingen volledig in het Nederlands”
“Maximale beperking van het aantal buitenlandse studenten”
“De PVV wil een maximale inperking van studiemigratie naar ons land. Ons onderwijs is er voor de Nederlanders, niet voor buitenlandse studenten die na hun studie weer vertrekken. Bacheloropleidingen moeten weer volledig in het Nederlands worden gegeven.”
Om de kwaliteit van het onderwijs en daarmee de voorbereiding op de arbeidsmarkt te verbeteren, wil de PVV dat alleen bevoegde leraren voor de klas staan en dat minimaal 80% van het onderwijsbudget direct naar het klaslokaal gaat.
De Partij voor de Dieren wil het onderwijs beter laten aansluiten op een duurzame en toekomstbestendige arbeidsmarkt, met meer waardering voor praktijkgericht en middelbaar beroepsonderwijs. Ze pleiten voor eerlijke stagevergoedingen, structurele investeringen in onderwijs, en het stimuleren van leer-werktrajecten om vakmensen op te leiden voor maatschappelijke uitdagingen. Hun visie is gericht op gelijke kansen, minder financiële druk voor studenten, en het tegengaan van kansenongelijkheid op de arbeidsmarkt.
De PvdD wil dat alle studenten, ongeacht opleidingsniveau, een eerlijke stagevergoeding ontvangen om uitbuiting te voorkomen en gelijke kansen te bevorderen. Dit moet de toegankelijkheid van stages verbeteren en bijdragen aan een rechtvaardige arbeidsmarkt.
“Werkgevers worden verplicht een stagevergoeding te betalen aan hun stagiairs van minimaal 500 euro per maand bij een stage in voltijd en naar rato bij deeltijd. Dit geldt voor zowel mbo-, hbo-, als wo-studenten.”
De partij vindt dat het onderwijs gericht moet zijn op het opleiden van mensen voor een toekomstbestendige en duurzame arbeidsmarkt, met speciale aandacht voor circulaire ambachten en praktijkgericht mbo. Dit moet voorkomen dat essentiële vakkennis verloren gaat en bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen.
“Het onderwijs moet beter aansluiten op toekomstige behoeften, waardoor mensen worden opgeleid voor een toekomstbestendige en duurzame arbeidsmarkt. Hierdoor gaan circulaire ambachten die juist heel hard nodig zijn, zoals reparatie of houtbewerking, niet verloren door vergrijzing. We investeren in praktijkgericht middelbaar beroepsonderwijs waardoor er ook in de toekomst voldoende vakmensen zijn.”
“Het opleiden (en omscholen) van vakmensen in onder andere duurzame energie, duurzaam bouwen en duurzaam voedsel, is van cruciaal belang. Door leer-werk-onderwijs te stimuleren, zijn nieuwe vakmensen meteen klaar om aan de slag te gaan.”
Om de aantrekkelijkheid van het onderwijs als werkgever te vergroten en de uitstroom van personeel te beperken, wil de PvdD structureel investeren in het onderwijs en af van flexcontracten. Dit moet zorgen voor meer continuïteit, minder werkdruk en betere arbeidsvoorwaarden voor onderwijsprofessionals.
“We willen af van flexcontracten en tijdelijke aanstellingen op scholen. Onderwijspersoneel dient zicht te hebben op een vaste aanstelling.”
“Investeringen in het onderwijs worden structureel, in plaats van tijdelijke en steeds wisselende subsidies. Hierdoor kunnen scholen zelf langetermijnbeleid ontwikkelen dat kwalitatief en inclusief onderwijs ten goede komt.”
De partij wil de financiële druk op studenten verminderen door de basisbeurs te verhogen, het collegegeld te verlagen en de ov-kaart als gift te behouden. Dit moet de toegankelijkheid van het hoger onderwijs vergroten en kansenongelijkheid op de arbeidsmarkt tegengaan.
“De basisbeurs is veel te laag om zonder druk te kunnen studeren. Daarom verhogen we de basisbeurs naar minimaal 500 euro per maand voor uitwonende studenten en 130 euro per maand voor thuiswonende studenten.”
“Het collegegeld wordt fors verlaagd en voor alle studenten en opleidingen hetzelfde bedrag. Dit geldt ongeacht leeftijd, het aantal eerder gevolgde studies of behaalde diploma’s.”
“De ov-kaart voor studenten (mbo, hbo en universiteit) wordt omgezet in een gift en blijft geldig zolang de student studeert.”
50PLUS wil dat ouderen volwaardig kunnen blijven deelnemen aan de arbeidsmarkt en het onderwijs, met nadruk op het tegengaan van leeftijdsdiscriminatie en het stimuleren van een leven lang leren. Ze pleiten voor concrete maatregelen zoals scholingsprogramma’s voor oudere werknemers, financiële stimulansen voor werkgevers om ouderen aan te nemen, en laagdrempelige bijscholing voor ouderen. Hun visie is dat ervaring en kennis van ouderen beter benut moeten worden en dat onderwijs en arbeidsmarkt beter op elkaar aansluiten, ook voor mensen in de derde levensfase.
50PLUS ziet het als essentieel dat ouderen zich kunnen blijven ontwikkelen om hun positie op de arbeidsmarkt te versterken. Ze willen speciale scholingsprogramma’s voor oudere werknemers en een Nationaal Programma Leven Lang Leren, met laagdrempelige en betaalbare scholing, digitale vaardigheidstraining en lokale leerpunten.
“Speciale scholingsprogramma’s voor oudere werknemers om hun vaardigheden up-to-date te houden en kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.”
“Een Nationaal Programma Leven Lang Leren, met betaalbare en laagdrempelige scholing, digitale vaardigheidstraining en culturele vorming voor ouderen.”
“Lokale leerpunten in bibliotheken, buurthuizen en seniorenverenigingen waar ouderen terecht kunnen om te oefenen met taal, rekenen en digitale toepassingen.”
50PLUS wil dat ervaring telt op de arbeidsmarkt en dat leeftijdsdiscriminatie wordt bestreden. Ze pleiten voor financiële stimulansen voor bedrijven om ouderen aan te nemen en maatregelen om vroegtijdige uitval van 50-plussers te voorkomen.
“Bedrijven worden financieel gestimuleerd om ouderen in dienst te nemen, bijvoorbeeld door belastingvoordelen of subsidies voor de aanpassing van werkplekken.”
“Maatregelen om te zorgen dat 50-plussers niet vroegtijdig uitvallen door ziekte of ontslag, om de arbeidsparticipatie van ouderen te verhogen.”
“Leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt is onlogisch, oneconomisch en verwerpelijk.”
50PLUS vindt dat het beroepsonderwijs, bedrijven en overheden beter moeten samenwerken om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren, zodat ook ouderen en andere doelgroepen betere kansen krijgen.
“Betere samenwerking tussen beroepsonderwijs, bedrijven en overheden.”
BIJ1 wil de onderwijsarbeidsmarkt structureel hervormen door betere arbeidsvoorwaarden voor docenten, het dichten van loonkloof tussen onderwijssectoren, en het verplichten van eerlijke stagevergoedingen. Ze pleiten voor minder werkdruk, meer vaste contracten, en het aanpakken van discriminatie bij stages en op de arbeidsmarkt. Hun visie is gericht op gelijkwaardigheid, inclusiviteit en het wegnemen van structurele ongelijkheid in het onderwijs en de aansluiting op werk.
BIJ1 vindt dat docenten beter beloond en ondersteund moeten worden, met minder werkdruk, meer vaste contracten en gelijke beloning tussen onderwijssectoren. Dit moet het beroep aantrekkelijker maken en ongelijkheid tussen onderwijsniveaus tegengaan.
“De arbeidsvoorwaarden van docenten verbeteren we: hoger salaris en minder werkdruk. Op hoger onderwijsinstellingen (mbo’s, hbo’s, universiteiten) werken we zo min mogelijk met tijdelijke contracten. De loonkloof tussen het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs, theoretisch onderwijs, en wetenschappelijk onderwijs dichten we. Zodat alle docenten hetzelfde verdienen.”
“De klassen worden kleiner en we verlichten de administratieve lasten, om de werkdruk te verminderen en meer voorbereidingstijd voor docenten te creëren.”
BIJ1 wil dat alle stagiairs minimaal het minimumloon ontvangen en dat bedrijven die discrimineren bij stageplaatsen worden uitgesloten van overheidsopdrachten en subsidies. Hiermee willen ze ongelijkheid en uitbuiting van studenten tegengaan.
“Er komt een verplichte stagevergoeding voor studenten van alle onderwijsniveaus. Stagiairs verdienen minimaal een minimumloon voor gewerkte uren. Bedrijven die discrimineren in hun selectie voor stagiairs krijgen boetes en sluiten we uit van overheidsopdrachten en subsidies.”
BIJ1 wil dat onderwijsinstellingen volledig toegankelijk worden voor leerlingen met een handicap en dat extra ondersteuning wordt geboden, zodat iedereen kan deelnemen aan regulier onderwijs en de arbeidsmarkt.
“Scholen moeten volledig toegankelijk worden voor leerlingen met een handicap en we maken extra budget vrij voor de ondersteuning van deze leerlingen. We vormen het onderwijs zo om dat zoveel mogelijk kinderen met een handicap aan het reguliere onderwijs kunnen meedoen.”
BIJ1 pakt discriminatie bij stages en op de arbeidsmarkt aan door strengere inspecties, boetes en het erkennen van buitenlandse diploma’s. Ze willen dat diversiteit en inclusiviteit structureel worden bevorderd.
“Stagediscriminatie pakken we streng aan.”
“We pakken het grootschalige racisme op de arbeidsmarkt aan. Zo investeren we in de aanpak van arbeidsmarktdiscriminatie door de Inspectie SZW. We passen organisatiestructuren zo aan dat bedrijven en organisaties daadwerkelijk inclusief worden en diversiteit hanteren en behouden. Ook erkennen we diploma’s uit niet-westerse landen.”
BIJ1 investeert in scholingsprogramma’s voor werkzoekenden en wil dat iedereen op aanvraag geaccrediteerde cursussen en opleidingen kan volgen, zonder verplichte tegenprestaties of sancties.
“We steken meer geld in scholingsprogramma’s voor mensen zonder werk. De norm wordt: op aanvraag geaccrediteerde cursussen en opleidingen kunnen volgen. Dit bieden we zoveel mogelijk aan.”
D66 ziet een sterke verbinding tussen onderwijs en de arbeidsmarkt en wil dat mensen zich hun hele leven kunnen ontwikkelen, met een betere aansluiting tussen onderwijs en werk. Ze stellen concrete maatregelen voor zoals een persoonlijk leerbudget, hogere waardering voor praktijkvaardigheden, een nationale academie voor onderwijsprofessionals, en een wettelijke minimum stagevergoeding.
D66 wil dat iedereen zich een leven lang kan ontwikkelen, met een goede aansluiting tussen onderwijs en werk. Dit moet helpen om personeelstekorten op te lossen en mensen voor te bereiden op de arbeidsmarkt van de toekomst.
“Leven lang ontwikkelen vraagt een goede aansluiting tussen onderwijs en werk. Het vraagt daarnaast om méér leren op de werkvloer. Daarom wil D66 een persoonlijk leerbudget...”
“Zo bouwen we aan onderwijs waar mensen altijd blijven leren, op een manier die bij ze past, van nul tot honderd jaar.”
Om het lerarentekort aan te pakken en de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren, investeert D66 in betere arbeidsvoorwaarden, meer tijd voor bijscholing en een nationale academie voor onderwijsprofessionals.
“D66 verhoogt de lerarensalarissen en zorgt voor betere doorgroeimogelijkheden in het primair en voortgezet onderwijs en in het MBO.”
“Er komt één nationale academie voor iedereen in het onderwijs, van leraren, onderwijsassistenten tot schoolleiders. Zo wordt de werkdruk voor leraren lager en kunnen zij met de beste kennis en praktijkervaring hun vakkennis opbouwen.”
D66 wil meer waardering voor praktijkgerichte vaardigheden en gelijke kansen voor mbo, hbo en wo-studenten, onder andere door gelijke beurzen en een wettelijke minimum stagevergoeding.
“We versterken het vmbo en geven extra steun aan de groep kwetsbare leerlingen, vooral in de basisberoepsgerichte leerweg. We versterken de basisvaardigheden. We zorgen ook voor meer waardering van vaardigheden die gericht zijn op de praktijk.”
“Wij willen een eerlijke stagevergoeding voor elke student. Daarom komt er een wettelijke minimum stagevergoeding, die werkgevers betalen. Er mag geen verschil bestaan tussen stages in het mbo, hbo en wo.”
D66 wil mensen actief stimuleren om te kiezen voor beroepen waar grote tekorten zijn, zoals in de zorg, het onderwijs en de techniek.
“D66 wil een landelijke krapteaanpak. Samen met werkenden, ondernemers en de overheid stimuleren we mensen om over te stappen naar beroepen waar de krapte het grootst is. We beginnen met de zorg, het onderwijs en de techniek.”
Het CDA ziet een sterke koppeling tussen onderwijs en arbeidsmarkt, waarbij het onderwijs beter moet aansluiten op de vraag naar vakmensen en duurzame banen. Ze willen nauwere samenwerking tussen onderwijsinstellingen en werkgevers, meer waardering voor vakonderwijs, en flexibele leer- en ontwikkeltrajecten voor een leven lang leren. Concrete voorstellen zijn onder meer een nieuw mbo-pact, wettelijke stagevergoeding, leerrechten voor werkenden, en afspraken over het aantal studenten dat na hun studie in Nederland blijft werken.
Het CDA wil het mbo structureel versterken door samenwerking met het bedrijfsleven, langjarige bekostiging en een grotere rol voor leven lang ontwikkelen. Dit moet zorgen voor meer vakmensen en een betere aansluiting van opleidingen op de arbeidsmarkt.
“We zetten in op een nieuw mbo-pact voor langjarige zekerheid met een verbeterde bekostiging, meer samenwerking met het bedrijfsleven en werkgevers en een grotere rol op het gebied van leven lang ontwikkelen. Bekostiging van het mbo wordt meer langjarig, minder gestuurd op studentenaantallen en meer gebaseerd op samenwerking tussen instellingen met een grotere rol op het gebied van een leven lang ontwikkelen en een betere aansluiting op de arbeidsmarkt.”
Om de overgang van onderwijs naar arbeidsmarkt te verbeteren, wil het CDA stages aantrekkelijker maken met een wettelijke stagevergoeding en een speciaal fonds voor tekortsectoren.
“Er komen afspraken met brancheorganisaties voor baangaranties en een publiek-privaat stagefonds specifiek voor tekortsectoren. Daarnaast voeren we een wettelijke stagevergoeding in voor stages in het mbo en hoger onderwijs.”
Het CDA pleit voor leerrechten voor werkenden en werkzoekenden, wettelijke erkenning van deelopleidingen, en meer flexibele, vraaggerichte scholing om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren gedurende het hele werkzame leven.
“Er komen leerrechten voor werkenden en werkzoekenden. Deze zijn bij alle erkende opleidingen te besteden. We willen meer flexibel en vraaggericht aanbod en wettelijke erkenning van deelopleidingen en duale trajecten op het hbo en wo.”
Het CDA wil samen met onderwijsinstellingen en werkgevers sturen op het aantal studenten, met name internationale studenten, dat na afstuderen in Nederland blijft werken, om zo tekorten op de arbeidsmarkt te adresseren.
“We maken met het onderwijsveld en werkgevers afspraken over het aantal studenten dat in Nederland na hun studie blijft werken.”
Het CDA wil de arbeidsmarkt flexibeler maken door minder te focussen op diploma’s en meer op vaardigheden, zodat mensen makkelijker kunnen overstappen tussen sectoren.
“We leggen de focus op kennis en vaardigheden van werkenden in plaats van diploma’s. Dat maakt het gemakkelijker om over te stappen naar een andere sector of beroepsgroep.”