FVD vindt dat mensen die in Nederland zijn geboren, oftewel Nederlanders, voorrang moeten krijgen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs. Ze willen de instroom van arbeidsmigranten en internationale studenten beperken, en investeren in het opleiden van Nederlandse jongeren tot vakmensen om zo arbeidsmigratie overbodig te maken. De partij pleit voor het afschaffen van voorrangsregelingen voor buitenlanders en het creëren van meer kansen voor Nederlanders op werk en huisvesting.
FVD wil dat Nederlanders, en specifiek mensen die in Nederland zijn geboren, voorrang krijgen op de arbeidsmarkt en bij toegang tot onderwijs en huisvesting. Dit doen ze door het beperken van arbeidsmigratie, het afschaffen van voorrangsregelingen voor buitenlanders, en het stimuleren van Nederlandse deelname aan vakopleidingen. Het doel is om verdringing van Nederlandse werknemers te voorkomen en de afhankelijkheid van buitenlandse arbeidskrachten te verminderen.
“We beperken het aantal internationale studenten en stoppen met actief werven, zodat Nederlandse studenten voorrang krijgen.”
“We schaffen voorrangsregelingen voor internationale studenten af en geven Nederlandse studenten juist meer toegang tot huisvesting.”
“We leiden meer Nederlandse jongeren op tot vakmensen, zodat tekorten in bouw en techniek worden opgelost en geld in Nederland blijft.”
“Door jongeren op te leiden tot vakmensen, verminderen we bovendien onze afhankelijkheid van arbeidsmigratie en zorgen we dat lonen en belastingen in Nederland blijven.”
“We stoppen de huisvesting van statushouders in sociale woningen en geven voorrang op wachtlijsten aan Nederlanders.”
“We bouwen jaarlijks 100.000 nieuwe woningen met voorrang voor Nederlanders, zodat het woningtekort verdwijnt.”
“Onze chauffeurs en bedrijven hebben te maken met oneerlijke concurrentie van onderbetaalde buitenlandse chauffeurs... Dit leidt niet alleen tot verdringing van Nederlandse werknemers...”
FVD wil arbeidsmigratie sterk beperken door een streng GreenCard-systeem in te voeren, waarbij alleen tijdelijk en onder strikte voorwaarden arbeidsmigranten worden toegelaten. Hiermee willen ze voorkomen dat buitenlandse werknemers structureel de arbeidsmarkt betreden en zo de positie van Nederlanders beschermen.
“We introduceren een streng gereguleerd Green-Card-model voor tijdelijke werkvergunningen, zodat alleen economisch waardevolle migranten - die cultureel compatibel zijn - tijdelijk kunnen bijdragen zonder uitzicht op naturalisatie.”
“We laten immigranten pas aanspraak maken op toeslagen en uitkeringen na tien jaar arbeid in Nederland, zodat Nederland niet meer aantrekkelijk is voor gelukszoekers.”
“We streven naar meer mensen die terugkeren dan dat er binnenkomen, zodat Nederland weer beheersbaar wordt voor de komende generaties.”
FVD benoemt expliciet het probleem van verdringing van Nederlandse werknemers door goedkope buitenlandse arbeidskrachten, vooral in sectoren als transport. Ze willen deze verdringing tegengaan door strengere handhaving en het aanpakken van malafide constructies.
“Onze chauffeurs en bedrijven hebben te maken met oneerlijke concurrentie van onderbetaalde buitenlandse chauffeurs... Dit leidt niet alleen tot verdringing van Nederlandse werknemers, maar ook tot oneerlijke concurrentie voor Nederlandse transportbedrijven die zich wél aan de regels houden.”
NSC wil arbeidsmigratie beperken en stelt voor om werkzoekenden die al in Nederland zijn – inclusief Nederlanders, statushouders en migranten – actiever aan het werk te helpen voordat arbeidsmigranten worden ingezet. Er wordt geen expliciete voorrang voor in Nederland geborenen geëist, maar wel beleid voorgesteld dat de inzet van buitenlandse arbeidskrachten ontmoedigt en de positie van mensen die al in Nederland wonen op de arbeidsmarkt versterkt. De partij kiest voor strengere eisen aan arbeidsmigratie, werkgeversheffingen en meer scholing voor werkzoekenden in Nederland.
NSC vindt dat arbeidsmigratie geen goedkope oplossing mag zijn voor personeelstekorten en wil eerst mensen die al in Nederland wonen (waaronder Nederlanders, statushouders en migranten) stimuleren en opleiden om deze vacatures te vervullen. Dit beleid is bedoeld om de afhankelijkheid van arbeidsmigranten te verminderen en de positie van de bestaande bevolking op de arbeidsmarkt te versterken, zonder expliciet te kiezen voor geboorterechtelijke voorrang.
“Nog genoeg werkzoekenden staan aan de kant in ons eigen land, hen willen we stimuleren en opleiden zodat ze inzetbaar worden.”
“Met de opbrengsten kunnen gemeenten mensen in Nederland aan het werk helpen die nu nog langs de kant staan, zoals statushouders en werklozen in de bijstand.”
“Werkgevers die kennis- en arbeidsmigranten naar Nederland halen, hebben een grote verantwoordelijkheid. Zij moeten actief bijdragen aan de integratie van deze werknemers in onze samenleving en ervoor zorgen dat de werknemers de Nederlandse taal leren. We voeren naar Engels voorbeeld een werkgeversheffing in voor arbeidsmigranten. Daarmee worden taalcursussen en opleidings- en ontwikkelingskosten betaald om werkzoekenden in Nederland - waaronder asielzoekers en migranten - aan het werk te helpen.”
NSC wil arbeidsmigranten van buiten de EU alleen toelaten als er binnen de EU niemand te vinden is, en stelt voor om de instroom van arbeidsmigranten te reguleren met een arbeidsmarkttoets en eventueel EU-quotum. Dit betekent dat pas als er geen geschikte kandidaten in Nederland of de EU zijn, arbeidsmigranten van buiten de EU worden toegelaten, waarmee impliciet de voorkeur uitgaat naar mensen die al in Nederland of de EU wonen.
NSC wil het voor bedrijven minder aantrekkelijk maken om goedkope arbeidsmigranten in te zetten, onder meer door een werkgeversheffing en het afschaffen van voordelen voor arbeidsmigranten. Dit beleid is bedoeld om de arbeidsmarktpositie van mensen die al in Nederland zijn te beschermen, maar noemt geen expliciete geboorterechtelijke voorrang.
“Nederland is verslaafd aan laagbetaalde arbeid. Het moet minder aantrekkelijk worden voor bedrijven om op grote schaal goedkope arbeidsmigranten hierheen te halen, die vaak onder slechte omstandigheden wonen en werken.”
“We voeren daarom naar Engels voorbeeld een werkgeversheffing in op de inzet van arbeidsmigranten.”
“We pakken misstanden en uitbuiting streng aan. Onderbetaalde arbeidsmigranten (zoals in delen van de vleessector) mogen geen verdienmodel zijn.”
Hoewel niet direct over de arbeidsmarkt, benoemt NSC expliciet voorrang voor Nederlandse studenten bij toelating tot opleidingen, wat indirect de arbeidsmarktpositie van in Nederland opgeleiden versterkt.
Volt wijst het idee af dat mensen die in Nederland zijn geboren voorrang moeten krijgen op de arbeidsmarkt. Hun beleid richt zich juist op gelijke toegang tot werk voor iedereen, inclusief migranten, asielzoekers en arbeidsmigranten, met nadruk op gelijke behandeling en het benutten van talent ongeacht afkomst of geboorteland. Volt pleit voor het afschaffen van barrières voor nieuwkomers en het bevorderen van inclusiviteit op de arbeidsmarkt.
Volt benadrukt dat iedereen, ongeacht afkomst of geboorteland, gelijke kansen moet krijgen op de arbeidsmarkt. Ze willen barrières voor migranten, asielzoekers en statushouders juist wegnemen en pleiten voor gelijke behandeling en inclusiviteit. Dit staat haaks op het idee van voorrang voor mensen die in Nederland zijn geboren.
“Onder het motto ‘recht op werk voor iedereen’, krijgen asielzoekers vanaf dag één een burgerservicenummer (BSN) en de mogelijkheid om te werken, en wordt de Tewerkstellingsvergunning afgeschaft. Ook ongedocumenteerden en derdelanders met een visum kunnen een BSN krijgen, werken en belasting betalen.”
“Arbeidsmigratie blijft belangrijk, maar moeten we eerlijker en beter regelen, met goede huisvesting en gelijke behandeling.”
“Iedereen krijgt de kans om mee te doen. Werken loont, nu en later. Ook na je loopbaan, met een goed pensioen voor iedereen.”
“We maken het gemakkelijker voor asielzoekers en statushouders om te werken of om betaalde beroepsopleidingen of ontwikkeltrajecten te volgen.”
“We bieden meer mogelijkheden voor niet-Europese migranten om een (tijdelijk) visum te krijgen voor ons land of voor een andere Europese lidstaat.”
Volt wil de arbeidsmarkt inrichten op basis van vaardigheden en potentieel, niet op basis van geboorteland of nationaliteit. Ze pleiten voor een inclusieve arbeidsmarkt waarin talent centraal staat, ongeacht achtergrond.
“Volt zet in op een arbeidsmarkt waarin vaardigheden belangrijker zijn dan diploma’s of functietitels. Zo wordt overstappen tussen sectoren eenvoudiger, benutten we verborgen talent en zorgen we voor veerkracht in onze economie.”
“Ten slotte bouwen we aan een arbeidsmarkt die uitgaat van wat mensen wél kunnen en waarin ieder talent telt.”
“We zorgen voor actieve werkbegeleiding naar kansrijke beroepen voor mensen die aan de zijlijn staan, zoals in de zorg, het onderwijs of de techniek.”
“Door hier bewust van te zijn in de werving van personeel en bij de inrichting van werkplekken, zorgen we voor een inclusievere werkomgeving en een verhoging van de productiviteit.”
BIJ1 is uitgesproken tegen het geven van voorrang aan mensen die in Nederland zijn geboren op de arbeidsmarkt. Het programma benadrukt gelijke rechten en toegang tot werk voor iedereen, ongeacht nationaliteit of verblijfsstatus, en verzet zich expliciet tegen discriminatie op basis van afkomst. BIJ1 pleit voor het openstellen van de arbeidsmarkt voor migranten, vluchtelingen en ongedocumenteerden, met gelijke arbeidsrechten voor alle werkenden.
BIJ1 vindt dat iedereen, ongeacht geboorteplaats, nationaliteit of verblijfsstatus, gelijke kansen moet hebben op de arbeidsmarkt. Het programma wijst discriminatie op basis van nationaliteit expliciet af en stelt dat migranten, vluchtelingen en ongedocumenteerden dezelfde rechten en toegang tot werk moeten krijgen als mensen die in Nederland zijn geboren. Dit standpunt is fundamenteel tegengesteld aan het idee van voorrang voor autochtonen.
“Discriminatie op basis van nationaliteit of status wordt verboden.”
“Iedereen krijgt gelijke toegang tot basisvoorzieningen, ongeacht verblijfsstatus. Mensen hebben recht op ... passend werk ...”
“Arbeidsmigranten en ongedocumenteerde mensen verdienen dezelfde rechten als elke andere werknemer.”
“Alle gevluchte mensen mogen tijdens hun procedure vanaf dag 1 onbeperkt werk zoeken en een studie beginnen. Ook ongedocumenteerde mensen mogen werken en studeren.”
“Arbeidsmigranten mogen voor meerdere werkgevers werken en mogen alle soorten werk verrichten, niet alleen werk dat niet door Nederlanders kan worden gedaan.”
“Migranten en gevluchte mensen krijgen toegang tot dezelfde rechten als Nederlanders, ongeacht hun documenten of gebrek daaraan.”
BIJ1 streeft op de lange termijn naar het volledig openstellen van grenzen en het afschaffen van verblijfsvergunningen, zodat iedereen wereldwijd gelijke toegang tot werk en rechten heeft in Nederland. Dit radicaliseert hun afwijzing van voorrang voor mensen die in Nederland zijn geboren.
“We werken toe naar een wereld waarin verblijfsvergunningen plaats maken voor universeel verblijfsrecht. Migranten en gevluchte mensen krijgen toegang tot dezelfde rechten als Nederlanders, ongeacht hun documenten of gebrek daaraan. Nederland opent de grenzen voor alle landen, versoepelt visumvoorwaarden en schaft de inkomenseis af.”
“Ieder mens moet vrij zijn om te verhuizen, te werken, te zijn waar die wil, en om overal ter wereld als volwaardig mens erkend te worden.”
D66 wijst het idee af dat mensen die in Nederland zijn geboren voorrang moeten krijgen op de arbeidsmarkt. In plaats daarvan pleit D66 voor gelijke kansen, het tegengaan van discriminatie, en het benutten van ieders talent – ongeacht afkomst of geboorteland. D66 zet in op eerlijke concurrentie, het aanpakken van uitbuiting van arbeidsmigranten, en het gericht inzetten van arbeidsmigratie waar tekorten zijn, zonder onderscheid te maken op basis van geboortegrond.
D66 benadrukt dat iedereen gelijke kansen moet krijgen op de arbeidsmarkt, ongeacht afkomst of geboorteland, en verzet zich expliciet tegen discriminatie bij werving en selectie. Het idee van voorrang voor in Nederland geborenen wordt hiermee impliciet verworpen.
“Emancipatie en inclusie zijn geen bijzaak; ze zijn het uitgangspunt voor alles wat we doen. ... vrijheid bestaat pas als écht als élke Nederlander meetelt, meedoet en zichzelf mag zijn – zonder uitzondering.”
“D66 wil alle vormen van uitsluiting, racisme en discriminatie doorbreken: of het nu gaat om afkomst of geloof (jodenhaat of moslimhaat), huidskleur (zoals anti-zwart of anti-Aziatisch racisme), leeftijd, opleidingsniveau, armoede, beperking, neurodiversiteit (zoals ADHD of autisme), seksuele oriëntatie of genderidentiteit (queerhaat) of omdat iemand een vrouw is.”
“Discriminatie en racisme op de werkvloer komen nog steeds voor. D66 wil dat bedrijven die discrimineren bestraft worden. Dit geldt voor zowel discriminatie tijdens werving- en selectieprocedures, als ongelijke kansen op de werkvloer zelf.”
D66 ziet arbeidsmigratie als noodzakelijk om tekorten op de arbeidsmarkt op te vangen, maar wil deze gericht en eerlijk inzetten. Er wordt geen onderscheid gemaakt op basis van geboortegrond; de focus ligt op vaardigheden en sectorale behoefte.
“Daarom zet D66 ook in op arbeidsmigratie: gericht, menselijk en slim. Zo houden we onze samenleving draaiend, blijven onze voorzieningen toegankelijk en onze economie sterk.”
“D66 wil arbeidsmigratie daar inzetten waar die het verschil maakt. We gaan de echte prijs betalen voor arbeidsmigratie. En we kiezen voor vakkrachten en kenniswerkers die ons vooruit helpen naar een groene en leefbare toekomst, bij bedrijven en sectoren waar innovatie en eerlijk werkgeverschap vooropstaan.”
“De overheid krijgt de regie: minder kwetsbare, laagbetaalde arbeidsmigratie, meer gerichte arbeidsmigratie voor de sectoren waar we mensen écht nodig hebben.”
D66 wil eerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt en het tegengaan van uitbuiting van arbeidsmigranten, zonder onderscheid te maken tussen mensen op basis van geboortegrond.
“We maken een einde aan oneerlijke concurrentie tussen verschillende typen werkenden, of je nu in loondienst bent of werkt als zelfstandige.”
“Te vaak werken arbeidsmigranten in slechte omstandigheden en wonen ze onder mensonterende omstandigheden. Dit is Nederland onwaardig. D66 wil dat arbeidsmigranten hier veilig en eerlijk kunnen werken en wonen.”
JA21 pleit niet expliciet voor wettelijke voorrang voor mensen die in Nederland zijn geboren op de arbeidsmarkt, maar wil arbeidsmigratie sterk beperken en het Nederlandse arbeidspotentieel beter benutten. De partij richt zich op het reguleren van arbeidsmigratie, het tegengaan van verdringing van Nederlandse werknemers, en het stimuleren van werk voor mensen die al in Nederland wonen. Concrete voorstellen zijn het beperken van laaggeschoolde arbeidsmigratie, het inzetten op scholing en activering van werklozen, en het reguleren van arbeidsmigratie per sector.
JA21 ziet arbeidsmigratie als een bedreiging voor de positie van Nederlandse werknemers en wil deze daarom beperken, vooral voor laaggeschoolde arbeid. De partij wil arbeidsmigratie alleen toestaan waar echt tekorten zijn en pleit voor meer ruimte om deze per sector te reguleren. Dit moet voorkomen dat Nederlanders worden verdrongen op de arbeidsmarkt.
“Nederland is de grip op arbeidsmigratie compleet verloren. ... Nederlandse werknemers worden uit de markt gedrukt door oneerlijke concurrentie...”
“JA21 wil arbeidsmigratie daarom beperken en reguleren en inzetten op het beter benutten van het Nederlandse arbeidspotentieel.”
“Meer ruimte binnen EU-verband om arbeidsmigratie uit andere lidstaten te reguleren op basis van vraag en aanbod per sector.”
“Geen laaggeschoolde arbeidsmigratie van buiten de EU.”
“Een rem zetten op ongerichte arbeidsmigratie. We steunen arbeidsmigratie alleen waar écht tekorten zijn en waar goede huisvesting en naleving gegarandeerd zijn.”
JA21 wil dat mensen die al in Nederland wonen, zoals werklozen en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, meer kansen krijgen op werk. Dit moet onder andere door scholing, omscholing en het aantrekkelijker maken van werken. Hiermee wil de partij het volledige arbeidspotentieel van Nederland benutten voordat naar arbeidsmigratie wordt gegrepen.
JA21 benoemt expliciet het probleem dat Nederlandse werknemers uit de markt worden gedrukt door arbeidsmigranten en wil dit tegengaan door strengere regulering en beperking van arbeidsmigratie.
“Nederlandse werknemers worden uit de markt gedrukt door oneerlijke concurrentie...”
Het CDA pleit niet expliciet voor voorrang op de arbeidsmarkt voor mensen die in Nederland zijn geboren. In plaats daarvan richt het CDA zich op het verbeteren van integratie, het stimuleren van arbeidsparticipatie van statushouders en het reguleren van arbeidsmigratie, met nadruk op fatsoenlijke behandeling en het tegengaan van misstanden. Concrete voorstellen zijn onder meer verplichte taallessen voor arbeidsmigranten, snelle toegang tot werk voor kansrijke asielzoekers, en het stimuleren van werkgevers om Nederlandse werknemers en statushouders aan het werk te helpen.
Het CDA wil dat statushouders en kansrijke asielzoekers sneller aan het werk gaan, maar spreekt zich niet uit voor expliciete voorrang voor in Nederland geborenen. De focus ligt op integratie via werk en het bieden van eerlijke kansen aan nieuwkomers, zonder onderscheid te maken op basis van geboortegrond.
“Alle kansrijke asielzoekers moeten na één maand toegang tot de arbeidsmarkt krijgen. Dat kan ook via leer-werktrajecten waarbij taallessen worden gecombineerd met een vakopleiding en werkervaring.”
“Werk is de snelste manier om de taal te leren. Asielzoekers en statushouders gaan sneller aan het werk.”
“Van de samenleving mag worden verwacht dat ze nieuwkomers eerlijke kansen geeft in het onderwijs, op een baan, en dat ze waar nodig nieuwkomers een extra zetje geeft.”
Het CDA stelt eisen aan arbeidsmigranten, zoals verplichte taallessen en integratie, maar koppelt dit niet aan het geven van voorrang aan in Nederland geborenen. Het doel is om arbeidsmigranten beter te laten participeren en misstanden te voorkomen.
Het CDA wil de afhankelijkheid van arbeidsmigranten voor laagbetaald werk verminderen, maar noemt geen expliciete voorrang voor in Nederland geborenen. De nadruk ligt op innovatie, betere arbeidsvoorwaarden en het stimuleren van Nederlandse werknemers.
GroenLinks-PvdA kiest nadrukkelijk niet voor het geven van voorrang aan mensen die in Nederland zijn geboren op de arbeidsmarkt. In plaats daarvan pleiten zij voor een inclusieve arbeidsmarkt, gelijke kansen voor iedereen en het tegengaan van discriminatie op basis van afkomst of geboorteland. Hun beleid richt zich op het verbeteren van arbeidsvoorwaarden, het beperken van uitbuiting van arbeidsmigranten en het stimuleren van integratie, zonder onderscheid te maken tussen mensen geboren in Nederland en anderen.
GroenLinks-PvdA verwerpt het idee van voorrang voor mensen die in Nederland zijn geboren en benadrukt juist het belang van gelijke kansen en een inclusieve arbeidsmarkt voor iedereen, ongeacht afkomst. Ze willen discriminatie op basis van achternaam of leeftijd tegengaan en stellen dat iedereen moet kunnen meedoen.
“Niet op gesprek gevraagd worden vanwege je achternaam of je leeftijd is onacceptabel. (Stage)discriminatie bij sollicitaties pakken we hard aan, zie hoofdstuk ‘Democratie, Rechtsstaat en Gelijke Rechten’.”
“We hebben iedereen in Nederland hard nodig. Wij staan voor een inclusieve arbeidsmarkt waar iedereen mee kan doen.”
In plaats van voorrang voor autochtonen, richt het beleid zich op het tegengaan van uitbuiting van arbeidsmigranten en het beperken van de vraag naar laagbetaalde arbeidsmigratie. Dit gebeurt door het verhogen van het minimumloon, het beperken van flexibele contracten en het aanpakken van malafide uitzendbureaus.
“Bedrijven die alleen kunnen bestaan dankzij laagbetaald werk en uitbuiting hebben in Nederland niets te zoeken.”
“Wij willen de economie zo inrichten dat de vraag naar arbeidsmigratie in laagbetaalde banen afneemt.”
“Om betere arbeidsomstandigheden te creëren en de vraag naar arbeidsmigranten te ontmoedigen, verhogen we het wettelijk minimumloon en beperken we de flexibiliteit van uitzendcontracten.”
GroenLinks-PvdA wil nieuwkomers, waaronder asielzoekers en statushouders, juist sneller toegang geven tot de arbeidsmarkt om integratie te bevorderen en arbeidsmarktkrapte te verlichten. Er wordt geen onderscheid gemaakt op basis van geboortegrond.
“Asielzoekers die meer dan zes maanden in de procedure zitten, moeten aan het werk kunnen. Als het perspectief op inwilliging eerder duidelijk is, mogen mensen binnen een maand volledig aan het werk.”
“We schrappen de noodzaak voor een tewerkstellingsvergunning, net als bij Oekraïense vluchtelingen, en brengen werkgevers met asielzoekers en vluchtelingen in contact. Zo faciliteren we de integratie van nieuwkomers én verlichten we de krapte op de arbeidsmarkt.”
De VVD pleit niet expliciet voor voorrang op de arbeidsmarkt voor mensen die in Nederland zijn geboren, maar legt de nadruk op het benutten van het binnenlands arbeidspotentieel en het stellen van strengere eisen aan arbeidsmigratie. Werkgevers moeten eerst zoeken binnen Nederland voordat arbeidsmigranten worden ingezet, en integratie via werk en taalbeheersing is essentieel. De partij wil geen directe discriminatie op afkomst, maar wel een duidelijke prioritering van mensen die al in Nederland wonen en werken.
De VVD wil dat werkgevers pas arbeidsmigranten inzetten als er geen geschikte kandidaten in Nederland te vinden zijn. Dit betekent dat mensen die al in Nederland wonen – ongeacht geboorteplaats, maar feitelijk vaak Nederlanders – prioriteit krijgen op de arbeidsmarkt. Het doel is om de afhankelijkheid van arbeidsmigratie te beperken en de kansen voor mensen in Nederland te vergroten.
“Werkgevers hebben de verantwoordelijkheid om eerst te zoeken binnen het onbenutte arbeidspotentieel in Nederland. Als zij toch arbeidsmigranten moeten inzetten, worden zij verantwoordelijk voor het welzijn van deze werknemers.”
De VVD wil arbeidsmigratie beperken tot sectoren waar echt tekorten zijn en stelt strengere eisen aan wie mag komen werken. Dit zorgt ervoor dat arbeidsmigranten alleen worden toegelaten als zij daadwerkelijk nodig zijn, waardoor de kansen voor mensen die al in Nederland zijn groter blijven.
“Daarom willen wij dat er strengere maatregelen worden genomen om juist die arbeidsmigranten naar Nederland te laten komen, waar de hele samenleving wat aan heeft. Dit betekent ook dat sommige arbeidsmigranten niet meer welkom zijn.”
“Arbeidsmigratie is essentieel om de hoogwaardige Nederlandse economie in stand te houden en levert ons veel welvaart en groei op. Goed georganiseerde kennismigratie kan bijdragen als we Nederland innovatief willen houden. Tegelijkertijd veroorzaakt arbeidsmigratie ook veel problemen.”
De VVD benadrukt dat integratie het beste plaatsvindt op de werkvloer en dat beheersing van de Nederlandse taal een basisvoorwaarde is. Dit betekent dat nieuwkomers en statushouders alleen volwaardig kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt als zij aan deze eisen voldoen, wat indirect de positie van mensen die al in Nederland zijn versterkt.
“Integreren doe je het beste op de werkvloer. Werk is het allerbelangrijkste instrument om integratie voor elkaar te krijgen en te voorkomen dat mensen afglijden in de criminaliteit of het fundamentalisme.”
“De Nederlandse taal spreken is cruciaal om vol mee te doen in onze samenleving. Daarom moet iedereen die Nederlander wil worden dat kunnen.”
De VVD wijst expliciet discriminatie op afkomst af en kijkt naar toekomst en gedrag, niet naar geboorteplaats. Er wordt geen direct beleid voorgesteld waarin mensen die in Nederland zijn geboren voorrang krijgen op de arbeidsmarkt puur op basis van geboortegrond.
BVNL pleit niet expliciet voor absolute voorrang op de arbeidsmarkt voor mensen die in Nederland zijn geboren, maar wil wel de positie van Nederlanders op de arbeidsmarkt beschermen door maatregelen die de concurrentie van nieuwkomers, expats en buitenlandse studenten beperken. De partij stelt onder meer voor om de expatregeling af te schaffen, sociale voorzieningen voor nieuwkomers te beperken en het aantal buitenlandse studenten sterk te verminderen, zodat Nederlanders meer kansen krijgen op werk en opleiding.
BVNL wil de expatregeling afschaffen omdat deze volgens de partij leidt tot oneerlijke concurrentie voor Nederlanders op de arbeidsmarkt. Hiermee beoogt BVNL de positie van in Nederland geboren werknemers te beschermen tegen arbeidsmarktvoordelen voor buitenlandse werknemers.
“De expatregeling afschaffen, deze leidt tot oneerlijke concurrentie voor Nederlanders op de arbeidsmarkt.”
BVNL wil dat nieuwkomers pas na tien jaar arbeidsverleden recht krijgen op een bijstandsuitkering en stelt aanvullende eisen aan taalbeheersing. Dit ontmoedigt volgens de partij het gebruik van sociale voorzieningen door nieuwkomers en vergroot de prikkel tot arbeidsparticipatie onder Nederlanders.
BVNL wil het aantal buitenlandse studenten sterk beperken, zodat Nederlandse studenten meer kans krijgen op een opleidingsplek en studentenwoning. Dit vermindert de concurrentie van buitenlandse studenten op de arbeidsmarkt en in het onderwijs.
Hoewel niet direct over de arbeidsmarkt, raakt dit voorstel indirect aan de kansen van Nederlanders op werk, omdat huisvesting een belangrijke randvoorwaarde is voor arbeidsdeelname. BVNL wil dat statushouders geen voorrang meer krijgen op sociale huurwoningen.
“Geen voorrang meer voor een sociale woning voor statushouders.”
DENK wijst het idee af dat mensen die in Nederland zijn geboren voorrang moeten krijgen op de arbeidsmarkt. Het programma benadrukt juist gelijke kansen, het bestrijden van discriminatie en het waarborgen van eerlijke toegang tot werk voor iedereen, ongeacht afkomst of geboorteland. DENK zet in op het tegengaan van arbeidsmarktdiscriminatie en het bevorderen van inclusiviteit.
DENK verzet zich expliciet tegen elke vorm van discriminatie op de arbeidsmarkt, inclusief het bevoordelen van mensen op basis van geboortegrond. De partij wil dat iedereen, ongeacht afkomst, gelijke kansen krijgt op werk en dat discriminatie actief wordt bestreden. Dit sluit het idee van voorrang voor in Nederland geborenen uit.
“DENK is opgericht om te strijden voor gelijke rechten voor iedereen. De strijd voor gelijkwaardigheid is ons bestaansrecht.”
“Ons doel is het compleet uitbannen van discriminatie uit onze samenleving.”
“Wij willen dat de loonkloof wordt gedicht. Wij gaan wettelijk borgen dat het verschil in beloning tussen mannen en vrouwen, en tussen mensen met en zonder een migratieachtergrond, wordt opgeheven.”
“Uitwassen in uitzendbranche gaan wij tegen met een vergunningsysteem. Zo pakken wij uitbuiting van arbeidsmigranten en discriminatie aan.”
“Het gebruik van afkomstgerelateerde kenmerken in algoritmen en risicoprofielen wordt verboden.”
In plaats van voorrang voor in Nederland geborenen, pleit DENK ervoor dat nieuwkomers, vluchtelingen en statushouders zo snel mogelijk toegang tot de arbeidsmarkt krijgen. Dit onderstreept het streven naar inclusiviteit en economische participatie voor iedereen.
“Vluchtelingen en statushouders horen zo snel mogelijk het recht te krijgen om te werken zodat ze hun eigen inkomen kunnen verdienen.”
De Partij voor de Dieren (PvdD) pleit nadrukkelijk voor gelijke behandeling van alle werknemers, ongeacht waar ze geboren zijn, en wijst het idee van voorrang voor in Nederland geborenen op de arbeidsmarkt af. Hun beleid richt zich op het beschermen van arbeidsmigranten tegen uitbuiting, het afschaffen van fiscale voordelen voor buitenlandse werknemers, en het waarborgen van gelijke rechten en lonen voor iedereen die in Nederland werkt. De kern van hun visie is dat afkomst geen rol mag spelen bij toegang tot werk; iedereen verdient gelijke kansen en bescherming.
De PvdD verwerpt het idee van voorrang voor in Nederland geborenen en benadrukt dat iedereen die in Nederland werkt recht heeft op gelijke behandeling, loon en bescherming. Het probleem van uitbuiting van arbeidsmigranten wordt aangepakt door strengere regulering van uitzendbureaus en het afschaffen van fiscale voordelen voor buitenlandse werknemers, maar nergens wordt gepleit voor arbeidsmarktvoorrang op basis van geboortegrond.
“Iedereen die in Nederland werkt – waar je ook vandaan komt – heeft recht op gelijke behandeling, goede huisvesting en bescherming tegen uitbuiting.”
“Gelijk loon en gelijke rechten voor gelijk werk wordt de norm.”
“De expatregeling en andere fiscale voordelen waarmee bedrijven buitenlandse werknemers aantrekken, schaffen we af.”
“We onderzoeken de herinvoering van tewerkstellingsvergunningen voor werknemers uit andere EU-landen, zoals die nu bestaat voor arbeidskrachten van buiten de EU.”
De partij stelt expliciet dat discriminatie op basis van afkomst, etniciteit of nationaliteit bij sollicitaties en op de werkvloer niet wordt getolereerd. Dit onderstreept dat het geven van voorrang aan in Nederland geborenen juist wordt afgewezen.
“De overheid treedt daadkrachtig op tegen alle vormen van discriminatie op basis van (vermeende) afkomst, etniciteit, seksuele geaardheid, gender, religie of levensovertuiging, handicap, leeftijd of politieke overtuiging. Dit geldt ook voor discriminatie bij sollicitaties en stages.”
“Nederland zorgt ervoor dat de rechten van migranten worden gewaarborgd, pakt discriminatie op het gebied van werk, huisvesting en gezondheidszorg aan en gaat xenofobie jegens migranten tegen.”
De SGP pleit niet expliciet voor absolute voorrang voor mensen die in Nederland zijn geboren op de arbeidsmarkt, maar wil arbeidsmigratie sterk beperken en eerst Nederlanders en Nederlandstaligen inzetten voordat arbeidsmigranten worden toegelaten. De partij stelt strikte voorwaarden aan arbeidsmigratie, stimuleert het activeren van werklozen en bijstandsgerechtigden in Nederland, en wil bedrijven minder afhankelijk maken van buitenlandse arbeidskrachten. De kern van hun visie is het beschermen van de Nederlandse arbeidsmarkt en samenleving tegen overmatige arbeidsmigratie, met nadruk op culturele aansluiting en het benutten van het eigen arbeidspotentieel.
De SGP wil arbeidsmigratie beperken en stelt dat eerst Nederlanders en Nederlandstaligen in het buitenland moeten worden geworven, pas daarna mensen met zo min mogelijk culturele afstand. Dit is bedoeld om de druk op de arbeidsmarkt en integratieproblemen te verminderen.
“Bij toelating van (arbeids)migranten wordt allereerst gekeken naar werving van Nederlanders en Nederlandstaligen in het buitenland, vervolgens naar mensen met zo min mogelijk culturele afstand tot de Nederlandse samenleving.”
“Er worden gerichte keuzes gemaakt ten aanzien van specifieke vakkrachten die in Nederland niet te vinden en op te leiden zijn, maar wel cruciaal zijn voor onze toekomstige economie.”
De SGP wil dat mensen die in Nederland aan de kant staan, zoals niet-westerse bijstandsgerechtigden en werkloze statushouders, actief aan het werk worden geholpen voordat arbeidsmigratie wordt overwogen.
De SGP wil bedrijven stimuleren om minder gebruik te maken van laagbetaalde buitenlandse medewerkers door in te zetten op arbeidsbesparende technologie en slimmer werken.
“Ondernemingen die veel gebruikmaken van laagbetaalde, veelal buitenlandse medewerkers stimuleren we in te zetten op arbeidsbesparende technologie en slimmer werken.”
De SGP stelt strikte voorwaarden en quota aan arbeidsmigratie van buiten de EU, zodat alleen noodzakelijke vakkrachten worden toegelaten en overbelasting van de arbeidsmarkt wordt voorkomen.
“Voor arbeidsmigratie van buiten de EU, en ook studiemigratie, gaan strikte voorwaarden en quota gelden om overbelasting en uitbuiting tegen te gaan.”
De PVV benoemt in haar verkiezingsprogramma niet expliciet dat mensen die in Nederland zijn geboren voorrang moeten krijgen op de arbeidsmarkt. Wel pleit de partij consequent voor het bevoordelen van Nederlanders boven statushouders en migranten bij toegang tot sociale voorzieningen, zoals woningen en onderwijs, en voor het beperken van kansen voor nieuwkomers. Concrete voorstellen over arbeidsmarktvoorrang voor autochtonen ontbreken echter.
De PVV stelt dat Nederlanders structureel worden benadeeld ten opzichte van statushouders en migranten bij toegang tot sociale huurwoningen en andere voorzieningen. De partij wil deze voorrang voor statushouders volledig afschaffen en benadrukt dat voorzieningen primair voor Nederlanders bedoeld zijn. Dit standpunt raakt indirect aan de arbeidsmarkt, maar is niet expliciet gericht op arbeidsmarktvoorrang.
“Sinds 2010 zijn er al zo’n 190.000 sociale huurwoningen mét voorrang aan statushouders weggegeven – zonder dat zij iets aan dit land hebben bijgedragen. Ondertussen staan de Nederlanders steeds langer op de wachtlijst staan: tien, vijftien, soms wel twintig jaar. Dit is pure discriminatie en onacceptabel.”
“De PVV maakt er korte metten mee. In de Tweede Kamer is het PVV-voorstel aangenomen dat ervoor zorgt dat statushouders nooit meer voorrang krijgen – ook niet met urgentie.”
“Ons onderwijs is er voor de Nederlanders, niet voor buitenlandse studenten die na hun studie weer vertrekken.”
De PVV wil de toegang tot sociale zekerheid en arbeidsmarkt voor nieuwkomers beperken, onder meer door naturalisatie te vertragen en eisen te stellen aan taalbeheersing. Dit is bedoeld om de positie van Nederlanders te beschermen, maar een expliciete arbeidsmarktvoorrang voor in Nederland geborenen wordt niet genoemd.
De SP pleit niet voor voorrang op de arbeidsmarkt voor mensen die in Nederland zijn geboren, maar zet juist in op gelijke behandeling en het tegengaan van discriminatie op de arbeidsmarkt. Hun beleid richt zich op het aanpakken van uitbuiting van arbeidsmigranten, het beperken van arbeidsmigratie en het versterken van de positie van werkenden in Nederland, ongeacht afkomst. De nadruk ligt op gelijk loon voor gelijk werk en het reguleren van arbeidsmigratie om verdringing en misstanden te voorkomen.
De SP vindt dat iedereen die in Nederland werkt, ongeacht waar iemand geboren is, recht heeft op gelijke behandeling en beloning. Discriminatie op de arbeidsmarkt wordt actief bestreden en bedrijven die zich hieraan schuldig maken worden gesanctioneerd. Dit standpunt adresseert direct het idee van voorrang op basis van geboortegrond door juist te pleiten voor gelijke kansen en rechten.
“Er moet geen onderscheid zijn tussen het loon van mensen met verschillende achtergronden die hetzelfde werk doen. Maar het betekent ook dat mensen die niet in Nederland zijn geboren niet minder betaald mogen worden of slechtere arbeids en leefomstandigheden mogen hebben.”
“Dat betekent dat er een gelijke beloning voor het werk van mannen en vrouwen moet zijn. Maar het betekent ook dat mensen die niet in Nederland zijn geboren niet minder betaald mogen worden of onder slechtere arbeids en leefomstandigheden moeten werken.”
De SP wil het aantal arbeidsmigranten fors terugdringen en strenge voorwaarden stellen aan arbeidsmigratie, maar niet door mensen die in Nederland zijn geboren expliciet voorrang te geven. Het doel is om verdringing en uitbuiting te voorkomen en de druk op voorzieningen te verlagen. Werkgevers moeten aantonen dat arbeidsmigranten echt nodig zijn en goede huisvesting bieden.
“Het maximaal aantal arbeidsmigranten wordt gebaseerd op basis van de capaciteit van de arbeidsinspectie. We moeten arbeidsmigranten weer registeren en zo snel als mogelijk werkvergunningen invoeren. Hiervoor moet het kabinet zich samen met andere landen in EU verband hard maken.”
“Werkgevers worden verplicht om aan te tonen dat zij beslist mensen uit andere landen nodig hebben en er voldoende en goede huisvesting beschikbaar is.”
De SP wil belastingvoordelen voor expats afschaffen en benadrukt dat er geen onderscheid mag zijn tussen expats en andere arbeidsmigranten. Dit beleid is gericht op het tegengaan van verdringing van Nederlandse werknemers, maar niet op het expliciet bevoordelen van mensen die in Nederland zijn geboren.
“Belastingvoordelen voor expats schaffen we af. Expats die in Nederland werken, krijgen bijna een derde van hun loon onbelast uitbetaald. ... De regeling werkt zo verdringing in de hand en is een verdienmodel van bedrijven. Bovendien willen we geen onderscheid maken tussen expats en andere arbeidsmigranten.”
50PLUS pleit niet expliciet voor voorrang op de arbeidsmarkt voor mensen die in Nederland zijn geboren, maar wil de instroom van arbeidsmigranten beperken en werkgevers verantwoordelijk maken voor de kosten van arbeidsmigratie. De partij richt zich vooral op het stimuleren van arbeidsparticipatie van ouderen en het tegengaan van leeftijdsdiscriminatie, zonder onderscheid te maken op basis van geboortegrond. Concrete voorstellen zijn gericht op strengere migratie, beperking van arbeidsmigratie en het stimuleren van werkgelegenheid voor 50-plussers.
50PLUS wil het aantal arbeidsmigranten beperken en werkgevers verantwoordelijk maken voor de kosten die arbeidsmigratie met zich meebrengt. Dit is bedoeld om de druk op de arbeidsmarkt en sociale voorzieningen te verminderen, maar er wordt geen expliciete voorrang voor in Nederland geborenen genoemd.
De partij richt zich op het vergroten van de kansen van ouderen op de arbeidsmarkt en het tegengaan van leeftijdsdiscriminatie, zonder onderscheid te maken naar geboortegrond. De focus ligt op gelijke kansen voor ouderen, niet op nationaliteit of geboorteplaats.
De ChristenUnie pleit niet voor voorrang op de arbeidsmarkt voor mensen die in Nederland zijn geboren. Hun beleid richt zich op het verbeteren van arbeidsvoorwaarden, het tegengaan van uitbuiting van arbeidsmigranten, en het stellen van integratie-eisen aan nieuwkomers, maar nergens wordt expliciet of impliciet voorrang voor autochtonen of in Nederland geborenen bepleit. De partij benadrukt vooral gelijke kansen, integratie en het aanpakken van misstanden rond arbeidsmigratie.
De ChristenUnie wil dat arbeidsmigranten beter integreren door onder andere taaleisen en inburgering, maar spreekt zich niet uit voor voorrang voor in Nederland geborenen. Het doel is een eerlijke arbeidsmarkt en succesvolle integratie, niet het bevoordelen van autochtonen.
“Arbeidsmigranten zijn nu niet verplicht Nederlands te leren en in te burgeren. In Europees verband gaan we hier het gesprek over aan en aan verblijfsvergunningen voor niet EU-arbeidsmigranten verbinden we voorwaarden aan integratie, zoals het leren van de Nederlandse taal.”
“Het beheersen van de Nederlandse taal, ook door arbeidsmigranten, is daarbij essentieel.”
De partij wil misstanden rond arbeidsmigratie aanpakken, maar dit is gericht op het verbeteren van omstandigheden voor iedereen op de arbeidsmarkt, niet op het geven van voorrang aan in Nederland geborenen.
“Er moet een einde komen aan schrijnende leefomstandigheden en uitbuiting van arbeidsmigranten, zoals inhoudingen op het loon of dakloosheid bij verlies van baan.”
“Sectoren die alleen kunnen bestaan dankzij slechte primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden hebben geen toekomst in Nederland.”
BBB pleit niet expliciet voor voorrang op de arbeidsmarkt voor mensen die in Nederland zijn geboren, maar benadrukt wel dat het arbeidspotentieel van mensen die al in Nederland wonen beter moet worden benut voordat arbeidsmigratie wordt ingezet. De partij wil arbeidsmigratie beperken tot strikt noodzakelijke sectoren en stelt dat iedereen die hier woont, naar vermogen moet meedoen en bijdragen. Er is geen direct voorstel voor wettelijke voorrang voor autochtonen, maar BBB kiest wel voor een "eigen mensen eerst" benadering in de praktijk.
BBB vindt dat Nederland eerst het arbeidspotentieel van mensen die al in Nederland wonen moet activeren en benutten, voordat arbeidsmigranten worden aangetrokken. Dit is ingegeven door zorgen over integratie, huisvesting en sociale samenhang, en de wens om de arbeidsmarkt eerlijker te maken voor huidige inwoners.
“Tegelijkertijd wordt het arbeidspotentieel van migranten die hier al verblijven zo’n 330.000 mensen onvoldoende benut. BBB vindt dat Nederland meer werk moet maken van het activeren van mensen die hier al zijn. Wie hier woont, moet naar vermogen meedoen en bijdragen.”
BBB wil arbeidsmigratie beperken tot sectoren waar structurele tekorten zijn en waar binnenlandse arbeid en EU-migratie niet volstaan. Dit betekent dat mensen van buiten Nederland alleen worden toegelaten als er geen geschikte kandidaten in Nederland of de EU zijn.
“Arbeidsmigratie moet gericht zijn op die beroepsgroepen waar structurele tekorten bestaan én waar de inzet van vakbekwame mensen bijdraagt aan duurzame economische ontwikkeling.”
“Binnenlandse arbeid en migratie binnen de EU volstaan daarvoor niet altijd. BBB wil daarom een zorgvuldig, selectief en circulair arbeidsmigratiebeleid van buiten de EU, gericht op vakmensen met aantoonbare economische en maatschappelijke meerwaarde...”