BIJ1 ziet migratie, inclusief kennis- en arbeidsmigratie, als een verrijking voor de samenleving en pleit voor gelijke rechten en kansen voor alle migranten, ongeacht hun achtergrond of verblijfsstatus. De partij wil barrières voor kennis- en arbeidsmigratie wegnemen, diploma’s uit niet-westerse landen erkennen, en arbeidsmigranten volledige toegang geven tot de arbeidsmarkt en sociale voorzieningen. BIJ1 streeft naar een wereld waarin mensen vrij kunnen wonen, werken en studeren, en benadrukt het belang van diversiteit en het tegengaan van discriminatie.
BIJ1 wil dat kennis- en arbeidsmigranten dezelfde rechten en kansen krijgen als Nederlandse burgers, inclusief toegang tot werk, studie en sociale voorzieningen. De partij erkent buitenlandse diploma’s, wil het recht op werk en studie vanaf dag één, en pleit voor het afschaffen van belemmerende regelingen zoals de 30%-regeling voor expats.
“Migratie is van alle tijden en draagt bij aan diversiteit, culturele verrijking, economische waarde en het verlichten van personeelstekorten in essentiële sectoren.”
“Alle gevluchte mensen mogen tijdens hun procedure vanaf dag 1 onbeperkt werk zoeken en een studie beginnen. Ook ongedocumenteerde mensen mogen werken en studeren.”
“Arbeidsmigranten mogen voor meerdere werkgevers werken en mogen alle soorten werk verrichten, niet alleen werk dat niet door Nederlanders kan worden gedaan. Ze kunnen zelfstandig woningen huren of gemeentelijke opvang gebruiken en hebben recht op sociale voorzieningen, gelijk loon, gelijke contracten en arbeidsrechten.”
“Ook erkennen we diploma’s uit niet-westerse landen.”
“De 30%-regeling wordt afgeschaft: buitenlandse werknemers met hoogbetaalde banen gaan net zoveel belasting betalen als ieder ander.”
BIJ1 streeft naar een wereld zonder migratiebeperkingen, waarin verblijfsvergunningen worden vervangen door universeel verblijfsrecht. Dit betekent dat kennis- en arbeidsmigranten vrij kunnen kiezen waar ze willen wonen en werken, zonder discriminatie op basis van nationaliteit of status.
“We werken toe naar een wereld waarin verblijfsvergunningen plaats maken voor universeel verblijfsrecht. Migranten en gevluchte mensen krijgen toegang tot dezelfde rechten als Nederlanders, ongeacht hun documenten of gebrek daaraan. Nederland opent de grenzen voor alle landen, versoepelt visumvoorwaarden en schaft de inkomenseis af.”
“Ieder mens moet vrij zijn om te verhuizen, te werken, te zijn waar die wil, en om overal ter wereld als volwaardig mens erkend te worden. Discriminatie op basis van nationaliteit of status wordt verboden.”
BIJ1 benadrukt het belang van het erkennen van de kennis, ervaring en bijdrage van migranten, onder andere door het dekoloniseren van onderwijs en het erkennen van niet-westerse kennis en diploma’s.
“We zetten ons actief in voor het dekoloniseren van het onderwijs door structureel meer aandacht te besteden aan de koloniale geschiedenis... Ook erkennen we diploma’s uit niet-westerse landen.”
“Nederland erkent haar koloniale verleden en besteedt structureel publieke aandacht aan de geschiedenis, de wereldwijde migratie, vrijwillig en gedwongen, en de bijdrage daarvan aan het opbouwen van samenlevingen.”
De SP wil het aantal kennis- en studiemigranten fors beperken om de druk op voorzieningen en integratie te beheersen. Ze zijn kritisch op het huidige verdienmodel van universiteiten en bedrijven rond internationale studenten en expats, en pleiten voor strengere taaleisen en meer Nederlands in het hoger onderwijs. Kennis- en studiemigratie moet alleen plaatsvinden als het bijdraagt aan de samenleving en niet als commercieel verdienmodel.
De SP vindt dat de sterke toename van kennis- en studiemigratie de druk op huisvesting, zorg en onderwijs vergroot en de integratie bemoeilijkt. Ze willen het migratiesaldo terugbrengen naar 40.000 per jaar, waarbij kennis- en studiemigratie fors omlaag moet. Dit is nodig om voorzieningen op peil te houden en sociale samenhang te waarborgen.
“Minder arbeids-, kennis- en studiemigratie. Om menswaardige opvang te bieden en tegelijkertijd grip te hebben op integratie binnen onze samenleving, streven we naar een migratiesaldo van 40 duizend per jaar. ... Het overgrote deel hiervan ligt in de sterke toename van arbeids, kennis en studiemigratie. Dit zal dus flink omlaag moeten.”
“Door de uit de hand gelopen groei van arbeids, kennis en studiemigratie structureel aan te pakken zorgen we ervoor dat migratie humaan en houdbaar wordt en bieden we ruimte aan de samenleving om goede integratie mogelijk te maken.”
“Mocht dit aantal toch onverwachts snel stijgen, dan zullen arbeids, kennis en studiemigratie verder omlaag moeten.”
De SP is fel tegen het gebruik van internationale studenten als inkomstenbron voor universiteiten en hogescholen. Ze willen dat een deel van het studieaanbod verplicht in het Nederlands wordt gegeven en dat instellingen niet langer afhankelijk zijn van buitenlandse studenten voor hun financiering.
“Onderwijsinstellingen werven internationale studenten niet om de wetenschap te verrijken, maar omdat het geld oplevert. Overvolle collegezalen en Engelse opleidingen zijn voor veel universiteiten en hogescholen een verdienmodel geworden en dat gaat ten koste van de toegankelijkheid en kwaliteit van het onderwijs. Wij stoppen met deze doorgeschoten marktlogica.”
“Daarnaast moet een deel van het studieaanbod, vooral wat betreft bacheloropleidingen, verplicht in het Nederlands gegeven worden.”
“We moeten investeren in universiteiten en hogescholen zodat zij niet afhankelijk zijn van hun inkomsten uit het aantrekken van internationale studenten.”
De SP wil dat kennisinstellingen verantwoordelijk worden voor taallessen voor kennismigranten en dat iedereen die naar Nederland komt, vanaf dag één Nederlands leert. Dit moet de integratie bevorderen en de zelfredzaamheid van nieuwkomers vergroten.
“Bedrijven en kennisinstellingen dragen de zorg voor taallessen voor arbeids en kennismigranten die zij hier zelf naartoe halen. Iedereen moet toewerken naar taalniveau B1.”
“Daarom is het belangrijk dat iedereen die naar Nederland komt en hier komt wonen, ongeacht of je vluchteling, expat, arbeids, kennis of studiemigrant bent, vanaf dag één de taal leert.”
De SP wil het onderscheid tussen expats en andere arbeids- of kennismigranten opheffen en de belastingvoordelen voor expats afschaffen, omdat deze leiden tot verdringing en een verdienmodel voor bedrijven vormen.
“Belastingvoordelen voor expats schaffen we af. Expats die in Nederland werken, krijgen bijna een derde van hun loon onbelast uitbetaald. ... De regeling werkt zo verdringing in de hand en is een verdienmodel van bedrijven. Bovendien willen we geen onderscheid maken tussen expats en andere arbeidsmigranten.”
De ChristenUnie erkent het belang van kennismigratie voor de Nederlandse economie en innovatie, maar wil het aantal internationale studenten en kennismigranten beperken tot wat noodzakelijk is voor specifieke sectoren. De partij stelt dat het opleiden van Nederlandse studenten de kerntaak van universiteiten blijft en pleit voor strengere selectie, meer Nederlandstalig onderwijs en betere integratie van buitenlandse kenniswerkers en studenten.
De ChristenUnie vindt dat de instroom van internationale studenten en kennismigranten te groot is geworden en wil deze beperken tot sectoren waar daadwerkelijk behoefte aan is. Dit moet druk op voorzieningen verminderen en voorkomen dat universiteiten afhankelijk worden van buitenlandse studenten voor hun financiering.
“Het opleiden van Nederlandse studenten vormt de kerntaak van Nederlandse universiteiten; we zetten daarom in op vermindering van het aantal studiemigranten.”
“Nederland verwelkomt talent uit het buitenland, maar is geen (bekostigde) opleidingsplaats voor iedere student die zich meldt.”
“We maken in lijn met de inzet van Universiteiten van Nederland (UNL) een landelijke afweging welke studies en bijpassende studiemigratie daarvoor verantwoord en nodig zijn.”
“We passen het financieringsmodel aan om te voorkomen dat internationale studenten nodig zijn voor het voortbestaan van studies of instellingen.”
De ChristenUnie benadrukt dat succesvolle kennismigratie alleen mogelijk is als internationale kenniswerkers en studenten goed integreren, met nadruk op het leren van de Nederlandse taal en deelname aan de samenleving.
“We stimuleren integratie van studenten via verplichte taallessen en meer studentenkamers in traditionele studentenhuizen, georganiseerd door de ontvangende onderwijsinstellingen.”
“Het beheersen van de Nederlandse taal, ook door arbeidsmigranten, is daarbij essentieel.”
“Werkgevers dragen bij aan integratie door te investeren in taallessen.”
D66 ziet kennis- en arbeidsmigratie als essentieel voor het draaiend houden van de economie en het stimuleren van innovatie, maar wil deze gericht inzetten op vakkrachten en kenniswerkers die bijdragen aan een duurzame toekomst. De partij stelt strenge voorwaarden aan werkgevers, wil uitbuiting tegengaan en zet in op betere registratie en begeleiding van arbeidsmigranten, met bijzondere aandacht voor integratie en het benutten van talent.
D66 wil arbeidsmigratie vooral inzetten voor sectoren waar innovatie en eerlijk werkgeverschap centraal staan, en kiest expliciet voor vakkrachten en kenniswerkers die bijdragen aan een groene en leefbare toekomst. Hiermee wil de partij de economie versterken en maatschappelijke uitdagingen zoals vergrijzing en personeelstekorten aanpakken, zonder de negatieve gevolgen van laagbetaalde arbeidsmigratie te vergroten.
“We kiezen voor vakkrachten en kenniswerkers die ons vooruit helpen naar een groene en leefbare toekomst, bij bedrijven en sectoren waar innovatie en eerlijk werkgeverschap vooropstaan.”
“De overheid krijgt de regie: minder kwetsbare, laagbetaalde arbeidsmigratie, meer gerichte arbeidsmigratie voor de sectoren waar we mensen écht nodig hebben.”
D66 stelt strenge eisen aan werkgevers die arbeidsmigranten inzetten, met nadruk op fatsoenlijke huisvesting, arbeidsvoorwaarden en het voorkomen van uitbuiting. De partij wil dat arbeidsmigranten veilig en eerlijk kunnen werken en wonen, en baseert zich op de aanbevelingen van de commissie-Roemer.
“We stellen strenge voorwaarden aan werkgevers als die arbeidsmigranten inzetten. Als zij niet zorgen voor fatsoenlijke huisvesting en arbeidsvoorwaarden kunnen ze hun vergunning kwijtraken.”
“D66 wil dat arbeidsmigranten hier veilig en eerlijk kunnen werken en wonen. De aanbevelingen van de commissie-Roemer zijn de basis, maar ook daarbovenop zet D66 fors in op verbetering van de kwetsbare positie van arbeidsmigranten.”
D66 vindt het belangrijk dat arbeidsmigranten niet alleen werken, maar ook integreren door kennis te maken met de Nederlandse taal en samenleving. Dit moet hun positie versterken en bijdragen aan succesvolle kennis- en arbeidsmigratie.
“We zorgen dat bedrijven en uitzendbureaus hun verantwoordelijkheid nemen voor huisvesting en dat arbeidsmigranten kennis maken met de Nederlandse taal en maatschappij.”
Om kennis- en arbeidsmigratie effectief te kunnen sturen, wil D66 de registratie en monitoring van arbeidsmigranten verbeteren. Dit moet zorgen voor beter beleid en meer inzicht in de effecten van migratie.
“We kunnen arbeidsmigratie alleen gericht sturen als we er voldoende informatie over hebben. Daarom verbeteren we de registratie van arbeidsmigranten.”
De VVD ziet kennis- en kennismigratie als belangrijk voor de Nederlandse economie en innovatie, maar wil deze strenger en selectiever maken. Alleen internationaal toptalent en kenniswerkers in schaarste-sectoren zijn welkom; misbruik en ongerichte instroom worden actief tegengegaan. De partij stelt scherpere toelatingseisen, wil een gerichte ‘Toptalentenregeling’ en beperkt het aantal internationale studenten tot sectoren waar tekorten zijn.
De VVD wil alleen internationaal talent toelaten dat essentieel is voor de kenniseconomie, met strengere eisen en beperking tot schaarste-sectoren. Hiermee wil de partij misbruik tegengaan en de instroom van internationale studenten en kenniswerkers beheersbaar houden.
“Om groei en innovatie te realiseren hebben we soms naast alle knappe koppen in Nederland ook toptalent uit het buitenland nodig. Daarom is de kennismigrantenregeling belangrijk. Tegelijkertijd komt het nog te vaak voor dat malafide bedrijven de regeling misbruiken. We bouwen de regeling daarom om tot een Toptalentenregeling, gericht op buitenlands talent dat essentieel is voor onze kennisintensieve economie en groeitechnologieën. We laten de 27%-regeling in stand en scherpen de toelatingseisen aan, bijvoorbeeld via een aanvullende opleidingseis.”
“We kunnen het aantal internationale studenten niet ongericht laten groeien. Daarom moeten we dat beperken tot studenten, wetenschappers en kenniswerkers in vakgebieden waar we een tekort hebben en die we hard nodig hebben zoals technologie, bètawetenschappen, AI en wiskunde.”
“We beperken het aantal internationale studenten in andere sectoren met inachtneming van de onderscheidende profielen van de universiteiten en hogescholen.”
De VVD wil voorkomen dat gevoelige kennis in verkeerde handen valt door strengere screening van internationale onderzoekers en samenwerkingen, met speciale aandacht voor landen met verhoogd risico.
“Gevoelige kennis mag niet in verkeerde handen vallen. Universiteiten, kennisinstellingen, veiligheidsdiensten en de overheid moeten samenwerken om Nederland veilig te houden. We screenen waar nodig onderzoekers en internationale samenwerkingen zodat militaire of dual-use-kennis nooit in verkeerde handen valt. Hierbij ligt de nadruk op landen met een verhoogd risico.”
De VVD wil dat internationaal talent vooral wordt aangetrokken en behouden in sectoren en regio’s waar het economisch noodzakelijk is, door samenwerking met het bedrijfsleven en betere aansluiting op de arbeidsmarkt.
“Door een nauwe samenwerking met het bedrijfsleven te stimuleren en de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren, willen we internationaal talent in Nederland houden.”
“Wel blijft er ruimte voor internationaal talent in regio’s waar dat van cruciaal belang is voor regionale economie.”
Volt ziet kennis- en arbeidsmigratie als een kans om tekorten op de arbeidsmarkt op te lossen en innovatie te stimuleren, mits deze eerlijk, transparant en menswaardig wordt geregeld. De partij pleit voor het vergemakkelijken van legale migratiekanalen voor hoogopgeleiden, het wederzijds erkennen van diploma’s (ook van buiten de EU), en het bieden van meer mogelijkheden voor visa aan kenniswerkers, afgestudeerden en ondernemers. Volt wil misstanden en uitbuiting tegengaan en zet in op betere begeleiding, informatievoorziening en gelijke behandeling van kennis- en arbeidsmigranten.
Volt wil legale migratiekanalen voor kenniswerkers en afgestudeerden uit binnen- en buiten-EU-landen verbeteren, om zo tekorten op de arbeidsmarkt aan te pakken en innovatie te stimuleren. Dit gebeurt door het versoepelen van visumprocedures, het opzetten van een Europese talent pool en het bieden van meer mogelijkheden voor tijdelijke visa voor recent afgestudeerden en ondernemers.
“We bieden meer mogelijkheden voor niet-Europese migranten om een (tijdelijk) visum te krijgen voor ons land of voor een andere Europese lidstaat. Dat helpt hen, het land van herkomst en ook onze economie en maatschappij. Denk aan visa voor recent afgestudeerden of startende ondernemers.”
“We bouwen een Europese job-tinder (Europese talent pool) zodat arbeidsmigranten van buiten de EU een goed overzicht hebben van de beschikbare banen in de EU. Dankzij een matchingsysteem worden werkgevers en werkzoekenden aan elkaar gekoppeld.”
Volt wil dat diploma’s en kwalificaties, met name in tekortsectoren, sneller en breder erkend worden binnen de EU en waar mogelijk ook van buiten de EU. Dit verlaagt drempels voor kennis- en arbeidsmigratie en zorgt dat talenten sneller kunnen bijdragen aan de arbeidsmarkt.
“We willen meer wederzijdse erkenning van diploma’s en kwalificaties voor alle beroepen in de EU, met name voor beroepen in sectoren waarin een tekort is, zoals onderwijs, zorg, ICT en technische beroepen. Waar mogelijk standaardiseren we ook de erkenning van diploma’s van buiten de EU.”
Volt benadrukt het belang van eerlijke behandeling, goede informatievoorziening en begeleiding van kennis- en arbeidsmigranten, om uitbuiting te voorkomen en hun potentieel optimaal te benutten. Dit omvat het bieden van taalcursussen, het actief begeleiden naar kansrijke beroepen en het betrekken van migranten bij beleidsvorming.
“We investeren in taalcursussen en faciliteren deze beter. Zo verbeteren we de arbeidsomstandigheden op de werkvloer.”
“We geven arbeidsmigranten een plek aan tafel bij beleidsmakers. De belangen van arbeidsmigranten moeten worden vertegenwoordigd door de arbeidsmigranten zelf. Zo verhogen we de zichtbaarheid en verkleinen we de barrières.”
“We zorgen voor actieve werkbegeleiding naar kansrijke beroepen voor mensen die aan de zijlijn staan, zoals in de zorg, het onderwijs of de techniek.”
FVD wil immigratie beperken tot uitsluitend hoogopgeleide, economisch waardevolle migranten met specifieke vaardigheden waar Nederland behoefte aan heeft, en stelt voor om een streng gereguleerd GreenCard-systeem in te voeren. Zij verwerpen brede kennis- of arbeidsmigratie en willen alleen tijdelijke toelating van migranten die aantoonbaar bijdragen aan de Nederlandse economie en cultuur. Permanente vestiging of naturalisatie wordt uitgesloten voor deze groep.
FVD wil uitsluitend ruimte bieden aan hoogopgeleide, Westerse migranten met specifieke vaardigheden die Nederland nodig heeft, en alleen op tijdelijke basis. Zij stellen een streng GreenCard-systeem voor, waarbij migranten hun nut en noodzaak periodiek moeten aantonen en geen uitzicht hebben op naturalisatie. Dit beleid is bedoeld om de economische baten van kennis- en arbeidsmigratie te maximaliseren, zonder de nadelen van permanente immigratie.
“We willen ruimte laten voor hoogopgeleide, Westerse migranten met specifieke vaardigheden waaraan wij behoefte hebben”
“We introduceren een streng gereguleerd GreenCard-model voor tijdelijke werkvergunningen, zodat alleen economisch waardevolle migranten - die cultureel compatibel zijn - tijdelijk kunnen bijdragen zonder uitzicht op naturalisatie.”
“Mensen die een tijdelijke verblijfsvergunning verkrijgen moeten iedere vijf jaar hun nut en noodzaak voor de Nederlandse samenleving bewijzen (vergelijkbaar met het Amerikaanse GreenCard systeem), zodat we hier alleen migranten krijgen die iets komen brengen en niet alleen iets komen halen.”
FVD verwerpt het idee van permanente kennis- of arbeidsmigratie en wil geen permanente verblijfsvergunningen verstrekken aan migranten, ongeacht hun opleidingsniveau. Dit standpunt is bedoeld om te voorkomen dat tijdelijke arbeidsmigratie alsnog leidt tot structurele immigratie en integratieproblemen.
JA21 staat positief tegenover hoogopgeleide kennismigratie die economische en maatschappelijke meerwaarde heeft voor Nederland, maar wil deze streng selecteren en beperken tot waar daadwerkelijk behoefte aan is. Laaggeschoolde arbeidsmigratie van buiten de EU wordt uitgesloten, en de partij pleit voor een fundamentele discussie over welk type migratie nog van meerwaarde is voor Nederland. De nadruk ligt op regulering, strenge selectie en het afstemmen van kennismigratie op de behoeften van de samenleving.
JA21 wil kennismigratie beperken tot hoogopgeleide migranten die aantoonbare economische en maatschappelijke meerwaarde bieden voor Nederland. De partij ziet gereguleerde kennismigratie als acceptabel, maar wijst op de noodzaak om deze strikt te selecteren en af te stemmen op de behoeften van de Nederlandse samenleving en arbeidsmarkt. Laaggeschoolde arbeidsmigratie van buiten de EU wordt expliciet uitgesloten.
“Voor gereguleerde arbeidsmigratie moet ruimte blijven, net als voor hoogopgeleide kennismigratie, maar de huidige aantallen leiden tot grote problemen in veel van onze steden.”
“Voor hoogopgeleide kennismigratie waar onze samenleving behoefte aan heeft, blijft uiteraard plaats in Nederland.”
“Hoogopgeleide kennismigranten met economische en maatschappelijke meerwaarde voor Nederland welkom heten.”
“Geen laaggeschoolde arbeidsmigratie van buiten de EU.”
JA21 benadrukt dat arbeids- en kennismigratie beter gereguleerd moeten worden, met meer ruimte voor nationale sturing en tijdelijke beperkingen per sector. Het doel is om migratie te laten aansluiten op de daadwerkelijke vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, zodat alleen noodzakelijke en waardevolle kennismigratie plaatsvindt.
“Meer ruimte binnen EU-verband om arbeidsmigratie uit andere lidstaten te reguleren op basis van vraag en aanbod per sector. Lidstaten moeten afspraken kunnen maken over tijdelijke beperkingen en gerichte regulering, zodat arbeidsmigratie beter aansluit op de arbeidsmarkt.”
NSC wil de instroom van kennismigranten (kenniswerkers/expats) fors beperken en de fiscale voordelen voor deze groep versoberen. Alleen specialisten met kennis die onvoldoende in Nederland aanwezig is, mogen nog komen, en bedrijven moeten deze migranten eerlijk belonen zonder extra belastingkortingen. Het doel is om de negatieve effecten op de woningmarkt en sociale samenhang te beperken en de komst van kennismigranten te richten op daadwerkelijke innovatie en toegevoegde waarde.
NSC wil alleen kennismigranten toelaten als zij beschikken over kennis en expertise die onvoldoende in Nederland aanwezig is. Hiermee wil de partij voorkomen dat de voordelen van kennismigratie doorschieten en de woningmarkt of sociale samenhang verstoren. Het beleid wordt selectiever en strenger, met als doel alleen echte tekorten op te vullen.
“De instroom van kennismigranten (expats) voor bedrijven wordt beperkt tot specialisten die kennis en expertise hebben die onvoldoende in Nederland aanwezig is.”
NSC vindt dat de huidige belastingvoordelen voor kennismigranten te ruimhartig zijn en wil deze fors inperken. Bedrijven moeten zelf hun buitenlandse medewerkers passend belonen, zonder dat de samenleving opdraait voor extra kosten of verstoringen op de woningmarkt.
“We versoberen de regelingen die kennismigranten fiscaal bevoordelen en de woningmarkt verstoren.”
“Voor kennismigranten zijn de voordelen in het verleden doorgeschoten. We willen die gouden belastingregels versoberen en de toelatingseisen aanscherpen. De forse belastingkorting op een groot deel van hun inkomen moet eerlijker. Bedrijven moeten zelf hun buitenlandse medewerkers passend belonen, zij verdienen er immers aan.”
“Verdere versobering van de voordelen voor kennismigranten. Bedrijven moeten zelf kennismigranten eerlijk belonen en hun komst moet de innovatie in Nederland stimuleren.”
NSC legt de verantwoordelijkheid voor integratie en taalverwerving van kennismigranten expliciet bij de werkgevers. Dit moet bijdragen aan betere integratie en het voorkomen van parallelle samenlevingen.
“Werkgevers die kennis- en arbeidsmigranten naar Nederland halen, hebben een grote verantwoordelijkheid. Zij moeten actief bijdragen aan de integratie van deze werknemers in onze samenleving en ervoor zorgen dat de werknemers de Nederlandse taal leren.”
50PLUS wil de instroom van kennis- en studiemigranten beperken door universiteiten en hogescholen medeverantwoordelijk te maken voor het aantal en de huisvesting van buitenlandse studenten, en door het hoger onderwijs in principe in het Nederlands aan te bieden. Tegelijkertijd erkent de partij dat gerichte arbeidsmigratie voor de zorgsector noodzakelijk is vanwege het groeiende personeelstekort. Hun beleid is streng en selectief, met uitzonderingen alleen waar het maatschappelijk onmisbaar is.
50PLUS vindt dat het aantal studiemigranten moet worden beperkt om overbelasting van systemen te voorkomen. Universiteiten en hogescholen krijgen een grotere verantwoordelijkheid voor het aantal buitenlandse studenten en hun huisvesting, en het onderwijs wordt in principe in het Nederlands gegeven. Dit moet leiden tot een "gezonde beperking" van kennis- en studiemigratie.
“Bij studiemigratie zijn de universiteiten en hogescholen medeverantwoordelijk. Dat zal leiden tot een gezonde beperking van het aantal arbeids- en studiemigranten.”
“Hoger en universitair onderwijs wordt in beginsel in het Nederlands aangeboden. Er kunnen bijzondere redenen zijn voor uitzonderingen.”
“Onderwijsinstellingen zijn medeverantwoordelijk dat buitenlandse studenten gehuisvest worden in de omgeving.”
Hoewel het beleid streng is, maakt 50PLUS een expliciete uitzondering voor kennis- en arbeidsmigratie in de zorgsector vanwege het dreigende personeelstekort. Dit wordt als noodzakelijk gezien om de zorg voor ouderen te waarborgen.
“Gerichte arbeidsmigratie voor de zorg. Het personeelstekort in de zorg groeit naar 240.000 mensen in 2030. Zonder actie krijgen ouderen straks geen zorg meer. 50PLUS erkent dat dit vraagt om een uitzondering op ons strenge migratiebeleid.”
BVNL is kritisch over kennis- en arbeidsmigratie en wil het aantal buitenlandse studenten en kenniswerkers sterk beperken. De partij ziet buitenlandse studenten en expats vooral als concurrentie voor Nederlandse studenten en werknemers, en stelt voor om hun instroom te verminderen en fiscale voordelen af te schaffen.
BVNL wil het aantal buitenlandse studenten en kenniswerkers fors terugdringen, omdat zij volgens de partij de kansen van Nederlandse studenten op een opleidingsplek en studentenwoning verkleinen en oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt veroorzaken. Dit beleid is bedoeld om de positie van Nederlandse studenten en werknemers te beschermen en de druk op de woningmarkt te verlichten.
“Scholen en universiteiten zetten in op minder buitenlandse studenten die met Nederlandse studenten concurreren voor een opleidingsplek en studentenkamer.”
“Door een sterke beperking van het aantal buitenlandse studenten, krijgen Nederlandse studenten veel meer kans op een studentenwoning.”
“Minder buitenlandse studenten, waardoor Nederlandse studenten meer kans krijgen op een opleidingsplek of een studentenkamer.”
“De expatregeling afschaffen, deze leidt tot oneerlijke concurrentie voor Nederlanders op de arbeidsmarkt.”
De Partij voor de Dieren ziet migratie vooral als een gevolg van mondiale ongelijkheid en wil de grondoorzaken aanpakken, onder meer door het delen van kennis en middelen met landen van herkomst. Hun beleid richt zich op het verbeteren van toekomstperspectief in vluchtelingenregio’s en het waarborgen van humane opvang, waarbij kennisuitwisseling en capaciteitsopbouw expliciet worden genoemd als instrumenten.
De PvdD wil migratie terugdringen door de leefomstandigheden en het toekomstperspectief in landen van herkomst te verbeteren, onder andere via kennisdeling en capaciteitsopbouw. Dit moet mensen in staat stellen in hun eigen regio een menswaardig bestaan op te bouwen en voorkomt dat zij uit noodzaak migreren.
“Humanitaire hulp moet gebaseerd zijn op twee pijlers: het verbeteren van de directe leefomstandigheden en het creëren van toekomstperspectief.”
“Nederland werkt mee aan het verbeteren van de leefomstandigheden en het creëren van een toekomstperspectief voor mensen in vluchtelingenkampen. Nederland stelt daar geld en kennis voor beschikbaar.”
“trainingen en capaciteitsopbouw en ondersteunen democratiseringsprocessen.”
De partij pleit voor een eerlijke verdeling van vluchtelingen en benadrukt dat Nederland kennis en middelen moet inzetten om opvang en integratie menswaardig te maken, zowel in Nederland als in de regio.
“Een eerlijke verdeling van vluchtelingen naar draagkracht zou het uitgangspunt moeten zijn.”
BBB erkent het belang van arbeidsmigratie voor specifieke sectoren met tekorten, maar wil deze strikt selectief en tijdelijk houden, gericht op vakmensen met aantoonbare economische en maatschappelijke meerwaarde. Voor kenniswerkers wil BBB de bestaande fiscale regeling handhaven, maar verder wordt academische kennis niet apart gestimuleerd boven praktisch vakmanschap. De partij benadrukt dat arbeidsmigratie alleen mag plaatsvinden waar het structureel noodzakelijk is en moet bijdragen aan duurzame economische ontwikkeling.
BBB wil arbeidsmigratie beperken tot strikt noodzakelijke gevallen, gericht op vakmensen die aantoonbaar bijdragen aan de economie en maatschappij. De partij maakt geen onderscheidende stimulans voor kenniswerkers boven praktisch vakmanschap, maar erkent beide als waardevol. Arbeidsmigratie moet circulair zijn (tijdelijk), en alleen plaatsvinden waar binnenlandse en EU-arbeid niet volstaat.
“Gerichte en doelmatige arbeidsmigratie. Voor sommige sectoren, zoals de bouw, techniek, zorg en horeca, zijn arbeidsmigranten noodzakelijk. Binnenlandse arbeid en migratie binnen de EU volstaan daarvoor niet altijd. BBB wil daarom een zorgvuldig, selectief en circulair arbeidsmigratiebeleid van buiten de EU, gericht op vakmensen met aantoonbare economische en maatschappelijke meerwaarde; van verpleegkundigen tot elektriciens en van lassers tot gespecialiseerde koks. Ambacht en praktisch vakmanschap verdienen net zoveel erkenning als academische kennis.”
“Arbeidsmigratie moet gericht zijn op die beroepsgroepen waar structurele tekorten bestaan én waar de inzet van vakbekwame mensen bijdraagt aan duurzame economische ontwikkeling.”
BBB kiest ervoor de bestaande fiscale regeling voor kenniswerkers te behouden, omdat deze als effectief wordt gezien. Er worden geen voorstellen gedaan om deze regeling uit te breiden of te beperken; het beleid blijft zoals het is.
“Handhaving van de huidige fiscale regeling voor kenniswerkers. Deze regeling werkt goed en is als doeltreffend en doelmatig beoordeeld.”
Het CDA erkent het belang van kennismigranten voor de Nederlandse economie en samenleving, maar wil de instroom streng reguleren en misbruik van regelingen tegengaan. Ze pleiten voor een selectief toelatingsbeleid, gekoppeld aan duidelijke voorwaarden en handhaving, en willen afspraken maken over het aantal internationale studenten dat na hun studie in Nederland blijft werken.
Het CDA ziet kennismigranten als noodzakelijk voor bepaalde sectoren, maar wil de instroom beperken tot wat de economie nodig heeft en misbruik van regelingen voorkomen. De partij koppelt toelating aan strikte voorwaarden en benadrukt het belang van handhaving.
“Om onze economie en samenleving draaiende te houden kunnen we niet zonder bepaalde kennismigranten. Ook voor onze industrie en vakkrachten zijn we deels afhankelijk van mensen van buiten de EU. We pakken misbruik van de kenniswerkersregeling streng aan.”
Het CDA wil de instroom van internationale studenten regionaal afstemmen en afspraken maken over hun bijdrage aan de Nederlandse arbeidsmarkt na afstuderen. Dit om de balans te bewaren tussen economische meerwaarde en druk op voorzieningen.
“De behoefte aan internationale studenten verschilt per regio en per opleiding. In sommige regio’s zijn internationale studenten nodig om een opleiding in stand te houden, in andere regio’s is er een hoge druk op maatschappelijke voorzieningen, huisvesting en studentengemeenschappen. Wij ontwikkelen samen met het onderwijsveld een visie op aantallen internationale studenten per regio, op bekostiging en op betekenis voor regionale ecosystemen.”
“We maken met het onderwijsveld en werkgevers afspraken over het aantal studenten dat in Nederland na hun studie blijft werken.”
DENK benoemt het belang van legale migratieroutes en internationale samenwerking op migratie, maar noemt nergens expliciet "kennis migratie" of beleid gericht op het aantrekken van hoogopgeleide migranten of kennismigranten. Concrete voorstellen over kennis- of arbeidsmigratie ontbreken; het programma richt zich vooral op humane opvang, legale migratiekanalen en het tegengaan van misstanden rond arbeidsmigratie.
DENK pleit voor het creëren van legale migratieroutes en samenwerking met andere landen om migratie menswaardig te maken. Dit standpunt richt zich op het tegengaan van illegale migratie en mensenhandel, maar noemt geen specifiek beleid voor kennis- of kennismigratie.
“De oplossing ligt niet in een Europa dat zichzelf afsluit achter muren, maar in het creëren van legale migratieroutes...”
“We werken internationaal samen op migratie. We sluiten menswaardige deals met andere landen om het verdienmodel van mensenhandelaren tegen te gaan, legale mogelijkheden voor migratie te scheppen...”
DENK wil misstanden rond arbeidsmigranten bestrijden, maar noemt geen beleid om kenniswerkers of hoogopgeleide migranten aan te trekken. De focus ligt op bescherming tegen uitbuiting en discriminatie.
“De negatieve effecten van de uitbuiting van arbeidsmigranten op kwetsbare wijken te kenteren. Misstanden zoals overbewoning, schijnhuurcontracten en uitbuiting worden bestreden...”
De SGP is zeer kritisch over kennis- en studiemigratie en wil deze sterk beperken. Alleen als het gaat om specifieke vakkrachten die niet in Nederland te vinden zijn en cruciaal zijn voor de economie, is beperkte toelating mogelijk onder strikte voorwaarden en quota. De partij ziet kennis- en studiemigratie niet als structurele oplossing voor arbeidsmarkt- of vergrijzingsproblemen.
De SGP wil het aantal arbeids- en studiemigranten van buiten de EU fors beperken en stelt strenge voorwaarden en quota. Alleen voor cruciale vakkrachten die niet in Nederland op te leiden zijn, wordt een uitzondering gemaakt, waarbij het belang van de sector en de noodzaak zwaar meewegen. De partij ziet het als ongezond om mensen te halen voor het in stand houden van de Nederlandse welvaart, terwijl zij beter kunnen bijdragen aan hun eigen land.
“Voor arbeidsmigratie van buiten de EU, en ook studiemigratie, gaan strikte voorwaarden en quota gelden om overbelasting en uitbuiting tegen te gaan.”
“Er worden gerichte keuzes gemaakt ten aanzien van specifieke vakkrachten die in Nederland niet te vinden en op te leiden zijn, maar wel cruciaal zijn voor onze toekomstige economie. Duur van het verblijf, belang van de sector en noodzaak spelen bij deze afweging een belangrijke rol.”
De SGP verwerpt het idee dat migratie, inclusief kennis- en studiemigratie, een structurele oplossing is voor de vergrijzing. In plaats daarvan pleit de partij voor verhoging van het geboortecijfer en een bovengrens aan het migratiesaldo.
“Omdat migratie niet de oplossing is voor de vergrijzing wordt een rem op migratie gezet. Om niet nog verder te vergrijzen op de lange termijn moet het geboortecijfer echt omhoog.”
GroenLinks-PvdA wil kennismigratie beperken tot echte vakkrachten en strengere eisen stellen aan de toelating van kennismigranten. Ze willen misbruik van de kennismigrantenregeling tegengaan, de expatregeling afbouwen en alleen werkgevers die daadwerkelijk op zoek zijn naar hooggekwalificeerde kenniswerkers toegang geven tot deze regeling.
GroenLinks-PvdA vindt dat de kennismigrantenregeling te vaak wordt misbruikt en wil deze aanscherpen zodat alleen echte kennismigranten worden toegelaten. De partij wil voorkomen dat werkgevers de regeling gebruiken voor goedkope arbeidskrachten en bouwt daarom de belastingkorting voor kennismigranten (expatregeling) af. Dit moet misstanden en oneigenlijk gebruik tegengaan en ervoor zorgen dat alleen hooggekwalificeerde kenniswerkers worden toegelaten.
“We scherpen de kennismigrantenregeling voor arbeidsmigranten buiten de EU aan. Alleen werkgevers op zoek naar echte kennismigranten krijgen een vergunning. Zo gaan we misstanden en oneigenlijk gebruik tegen. De belastingkorting voor kennismigranten, de expatregeling, bouwen we af.”
De PVV is uitgesproken tegen kennis- en studiemigratie en wil deze maximaal beperken. Zij stellen dat het Nederlandse onderwijs primair bedoeld is voor Nederlanders en willen het aantal buitenlandse studenten drastisch terugdringen, onder meer door bacheloropleidingen volledig in het Nederlands te geven. De partij ziet kennis- en studiemigratie niet als een verrijking, maar als een ongewenste belasting voor het onderwijs en de samenleving.
De PVV wil het aantal buitenlandse studenten en kenniswerkers dat naar Nederland komt fors beperken. Zij stellen dat het onderwijs bedoeld is voor Nederlanders en niet voor buitenlandse studenten die na hun studie weer vertrekken. Dit standpunt is ingegeven door de wens om de druk op het onderwijs en de samenleving te verminderen en om de Nederlandse taal en cultuur te beschermen.
“De PVV wil een maximale inperking van studiemigratie naar ons land. Ons onderwijs is er voor de Nederlanders, niet voor buitenlandse studenten die na hun studie weer vertrekken. Bacheloropleidingen moeten weer volledig in het Nederlands worden gegeven.”