JA21 erkent dat vrouwenrechten, zoals bescherming tegen huiselijk geweld, eerwraak en genitale verminking, onder druk staan, vooral binnen bepaalde migrantengemeenschappen. De partij richt zich primair op nationale maatregelen om vrouwen te beschermen, zoals strengere aanpak van daders, uitreisverboden bij dreiging van genitale verminking, en het actief uitdragen van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw in het onderwijs. Internationale vrouwenrechten worden niet expliciet als zelfstandig thema behandeld; de focus ligt op binnenlandse bescherming en het moderniseren van internationale verdragen met het oog op nationale soevereiniteit.
JA21 wil vrouwen in Nederland beter beschermen tegen huiselijk geweld, eerwraak, genitale verminking en seksuele intimidatie, met bijzondere aandacht voor gesloten migrantengemeenschappen. De partij pleit voor concrete maatregelen zoals het uit huis plaatsen van daders, uitreisverboden bij dreiging van genitale verminking, en het intrekken van verblijfsvergunningen bij huiselijk geweld.
“Voor veel vrouwen staat hun vrijheid en zelfbeschikking onder druk. Denk aan seksuele straatintimidatie, migrantenvrouwen die slachtoffer zijn van eerwraak en genitale verminking, toenemend partnergeweld of jonge meisjes die in handen vallen van loverboys.”
“Een wettelijke grondslag creëren waardoor rechters een uitreisverbod op kunnen leggen bij vermoedens van genitale verminking, conform de motie Eerdmans.”
“Blijvende aandacht en een gerichte aanpak tegen groepen – met name gesloten gemeenschappen met een migratieachtergrond – waar veelvuldig sprake is van eerwraak, huwelijksdwang, eergerelateerd geweld en/of genitale verminking.”
“Dat huiselijk geweld als grond kan worden gebruikt voor intrekking van de verblijfsvergunning.”
JA21 vindt het belangrijk dat de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw actief wordt onderwezen op scholen, om weerbaarheid tegen seksueel misbruik, geweld en discriminatie te vergroten. Dit wordt gezien als essentieel voor het bevorderen van vrouwenrechten op nationaal niveau.
“De gelijkwaardigheid tussen man en vrouw actief uitdragen in ons onderwijs en kinderen op de basisschool en middelbare school weerbaarder maken tegen seksueel misbruik, geweld, pesten en het aanzetten tot crimineel gedrag.”
“Aandacht in het onderwijs voor essentiële Nederlandse waarden en vrijheden, zoals de vrijheid van meningsuiting en gelijkwaardigheid tussen man en vrouw. Ongeoorloofde afwezigheid tijdens lessen die hierop betrekking hebben wordt gesanctioneerd.”
JA21 wil internationale mensenrechtenverdragen, zoals het EVRM en het VN Vluchtelingenverdrag, moderniseren om nationale democratische beslissingen en draagvlak te versterken. De partij noemt internationale verdragen vooral in het kader van migratiebeperking, niet expliciet ter versterking van internationale vrouwenrechten.
“Internationale verdragen en met name het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens moderniseren, zodat we nationaal genomen democratische beslissingen en het draagvlak voor de rechtspraak versterken.”
“Het VN Vluchtelingenverdrag uit 1951 moderniseren door toespitsing op opvang in de eigen regio.”
De PVV verzet zich tegen internationale en nationale ontwikkelingen die volgens hen vrouwenrechten ondermijnen, met name door transgenderbeleid en islamitische invloeden. Hun belangrijkste voorstellen zijn het strikt hanteren van het biologische geslacht in beleid en wetgeving, het weren van (transgender)mannen uit vrouwensporten en -voorzieningen, en het invoeren van een algeheel boerkaverbod. De partij koppelt vrouwenrechten vooral aan het beschermen van vrouwen tegen wat zij zien als bedreigingen door genderideologie en islamitische gebruiken.
De PVV stelt dat vrouwenrechten worden bedreigd door genderideologie en het toelaten van transgenderpersonen tot vrouwensporten en -voorzieningen. Zij willen het beleid terugbrengen naar uitsluitend man/vrouw op basis van biologisch geslacht, en verzetten zich tegen genderneutraliteit en transgenderrechten. Dit wordt gepresenteerd als bescherming van vrouwenrechten.
“Voor de PVV bestaan er slechts twee geslachten: man en vrouw. In wetten en beleid hoort het biologische geslacht weer leidend te zijn – dus geen “X” in het paspoort.”
“Geen (transgender)mannen in vrouwensporten, -gevangenissen, -toiletten en -kleedkamers”
“Vrouwenrechten worden overboord gegooid. De PVV maakt hier een eind aan. Wij kiezen voor feiten, niet voor ideologie.”
De PVV koppelt vrouwenrechten aan het bestrijden van islamitische gebruiken die volgens hen vrouwen onderdrukken, zoals het dragen van de boerka. Zij willen een algeheel boerkaverbod en verbieden islamitische hoofddoekjes in overheidsgebouwen, met als argument dat deze praktijken vrouwenrechten schaden.
“We voeren een algeheel boerkaverbod in”
“Verbod op het dragen van islamitische hoofddoekjes in alle overheidsgebouwen inclusief de Staten-Generaal”
“In de islam is alles en iedereen ondergeschikt aan de sharia. Vrouwen zijn tweederangsburgers die moeten zwijgen en gehoorzamen aan mannen.”
De PVV wil vrouwen in staat stellen zichzelf beter te beschermen tegen geweld door het legaliseren van pepperspray. Dit wordt gepresenteerd als een maatregel om de veiligheid van vrouwen te vergroten.
“Verder wil de PVV pepperspray legaliseren. Het kan niet zo zijn dat bijna de helft van de vrouwen ’s avonds met een sleutelbos in de hand als wapen over straat loopt, omdat ze bang zijn slachtoffer te worden van een misdrijf. Vrouwen moeten zich altijd kunnen verdedigen!”
Volt zet zich in voor internationale vrouwenrechten door het actief bestrijden van geweld tegen vrouwen, het dichten van de genderloonkloof en het waarborgen van seksuele en reproductieve rechten, zowel nationaal als in Europees en internationaal verband. De partij pleit voor structurele maatregelen zoals het ratificeren van internationale verdragen, transparantie over gendergelijkheid bij werkgevers, en het opnemen van vrouwenrechten in het Europese beleid. Volt ziet vrouwenrechten als fundamenteel onderdeel van mensenrechten en streeft naar concrete wetgeving en internationale samenwerking om deze rechten te beschermen en te bevorderen.
Volt erkent geweld tegen vrouwen, inclusief femicide, als een wereldwijd maatschappelijk probleem en pleit voor een integrale, internationale aanpak. De partij wil structurele preventie, bescherming van slachtoffers en samenwerking tussen landen en instanties, en benadrukt dat dit niet als een privéprobleem mag worden gezien.
“Volt wil dat geweld tegen vrouwen niet gezien wordt als privéprobleem, maar als een maatschappelijk probleem en dat de overdracht van huiselijk geweld na één generatie stopt.”
“Femicide is de meest extreme vorm van structureel geweld tegen vrouwen en vraagt om daadkrachtig en samenhangend beleid. Volt zet structureel in op de preventie van (ex-)partnergeweld en bescherming van (potentiële) slachtoffers, met een integrale aanpak als uitgangspunt.”
Volt wil dat seksuele en reproductieve rechten, waaronder het recht op abortus, anticonceptie en genderbevestigende zorg, internationaal worden vastgelegd en beschermd. De partij pleit voor opname van deze rechten in Europese en internationale verdragen, zodat vrouwenrechten niet afhankelijk zijn van nationale politieke wispelturigheid.
“Volt verankert het recht op lichamelijke autonomie als fundamenteel grondrecht in de Grondwet. Volt pleit voor opname van dat recht in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Handvest van de Grondrechten van de EU.”
“Abortus gaat uit het Wetboek van Strafrecht. Op deze manier wordt abortus definitief uit de criminaliteit gehaald, naar het voorbeeld van onder andere Mexico, Cuba, Uruguay, Guyana en Argentinië.”
Volt wil dat bedrijven en overheden verplicht worden om transparant te zijn over gendergelijkheid en de loonkloof, en dat zij actief moeten werken aan het dichten van deze kloof. Dit beleid sluit aan bij internationale richtlijnen en draagt bij aan het wereldwijd bevorderen van vrouwenrechten op de arbeidsmarkt.
“Werkgevers moeten aantonen dat er géén sprake is van loondiscriminatie, de bewijslast komt bij de werkgever te liggen. Alle middelgrote tot grote bedrijven en overheidsorganisaties worden verplicht om het genderevenwicht en de loonkloof tussen mannen en vrouwen in hun organisatie openbaar te maken en erover te rapporteren.”
Volt pleit voor het ratificeren van internationale verdragen tegen geweld en intimidatie op het werk en zoekt actief naar internationale oplossingen voor grensoverschrijdende problemen zoals massaspermadonatie. Hiermee onderstreept Volt het belang van internationale samenwerking voor vrouwenrechten.
De SGP verzet zich tegen internationale uitbreiding van vrouwenrechten zoals die vaak worden opgevat in het internationale beleid, met name op het gebied van abortus, draagmoederschap en gendergelijkheid. De partij pleit voor een restrictief beleid ten aanzien van abortus en draagmoederschap, en keert zich expliciet tegen een feministisch buitenlandbeleid en internationale genderideologie. De SGP wil dat Nederland zich internationaal inzet voor het beschermen van vrouwen tegen uitbuiting, maar verzet zich tegen internationale afspraken die volgens hen indruisen tegen hun morele uitgangspunten.
De SGP is expliciet tegen het voeren van een feministisch buitenlandbeleid en tegen internationale genderideologie. Zij willen dat Nederland zich in internationale gremia verzet tegen deze ontwikkelingen en geen subsidies verstrekt aan organisaties die wereldwijd abortus promoten. Dit standpunt is ingegeven door hun visie op het beschermen van het leven en traditionele waarden.
“Nederland voert geen feministisch buitenlandbeleid en verzet zich in internationale gremia tegen genderideologie.”
“De bescherming van het leven en de klassieke vrijheden worden prioriteiten van het buitenlandbeleid. Nederland steunt hulporganisaties die het leven beschermen. (Europese) subsidies aan organisaties die wereldwijd abortus promoten, worden beëindigd.”
De SGP wil wereldwijd een einde maken aan (commercieel) draagmoederschap, omdat zij dit zien als uitbuiting van vrouwen. Zij pleiten voor een internationaal verbod en willen dat Nederland zich hiervoor inzet.
“Nederland spant zich in om een einde te maken aan de praktijk in landen waar (commercieel) draagmoederschap nu wel is toegestaan en waar vrouwen worden uitgebuit. De SGP zet zich in voor een internationaal verbod op draagmoederschap.”
De SGP benadrukt het belang van bescherming van vrouwen en meisjes tegen uitbuiting, mensenhandel, vrouwenbesnijdenis en eerwraak, zowel nationaal als internationaal. Dit wordt echter vooral vanuit een beschermende, niet-emancipatoire benadering geformuleerd.
De SGP wil dat Nederlandse abortusklinieken geen activiteiten in het buitenland ontplooien, waarmee zij zich verzetten tegen het internationaal bevorderen van abortusrechten.
“De SGP legt activiteiten van Nederlandse abortusklinieken in het buitenland aan banden.”
De VVD erkent het belang van vrouwenrechten wereldwijd, met bijzondere aandacht voor de positie van meisjes en vrouwen in het buitenland en het tegengaan van schadelijke praktijken. Hun concrete voorstellen richten zich vooral op het beschermen van vrouwen tegen geweld, het bevorderen van economische zelfstandigheid en het waarborgen van vrouwenrechten in internationale samenwerking. De partij koppelt vrouwenrechten aan bredere mensenrechten en benadrukt het belang van gelijke behandeling, ook in internationale verdragen en relaties.
De VVD benoemt expliciet het belang van vrouwenrechten in het buitenland, vooral bij samenwerking met andere landen en in internationale instituties. Ze willen dat mensenrechten, inclusief vrouwenrechten, leidend zijn in het buitenlandbeleid en bij de samenstelling van internationale raden.
De VVD wil internationaal en nationaal optreden tegen schadelijke praktijken zoals genitale verminking, huwelijksdwang en eerwraak, die vaak een grensoverschrijdend karakter hebben. Ze pleiten voor preventieve maatregelen en samenwerking om vrouwen en meisjes te beschermen, ook tegen internationale dreigingen.
“De VVD wil dat de rechter de mogelijkheid krijgt om jonge meisjes een tijdelijk uitreisverbod op te leggen als er risico is op genitale verminking of huwelijksdwang in het buitenland.”
“Vrouwenhaat- en homohaat die hier (vaak online) wordt aangewakkerd vanuit streng conservatief christelijke en islamitische hoek en bronnen rond het Kremlin, wordt in kaart gebracht en aangepakt.”
De VVD wil internationale verdragen, zoals het Vluchtelingenverdrag en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, moderniseren. Daarbij benadrukken ze het belang van mensenrechten, waaronder vrouwenrechten, maar willen ze ook meer nationale controle en aanpassing aan de huidige tijd.
“Verdragen als het Vluchtelingenverdrag, de WTO-verdragen en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) worden herzien om bij de tijd te blijven.”
“Het VN-Vluchtelingenverdrag wordt gemoderniseerd, onder andere door opvang in de regio, tijdelijke bescherming, onderscheid tussen economische en politieke vluchtelingen, de mogelijkheid van terugkeer en democratische controle als uitgangspunten te nemen.”
D66 zet zich internationaal expliciet in voor vrouwenrechten, met nadruk op steun aan vrouwenrechtenbewegingen, gendergelijkheid in vredesmissies en het centraal stellen van vrouwenrechten in ontwikkelingssamenwerking en internationale handel. De partij wil dat Nederland en Europa wereldwijd actief opkomen voor gelijke rechten voor vrouwen, onder meer door concrete steun aan organisaties en het integreren van gendergelijkheid in buitenlands beleid.
D66 erkent dat vrouwenrechten wereldwijd onder druk staan en wil daarom expliciet vrouwenrechtenbewegingen en voorvechters van vrouwenrechten internationaal steunen. Dit gebeurt vanuit de overtuiging dat versterking van deze bewegingen essentieel is voor democratie, mensenrechten en gelijke kansen.
“Expliciet steunen we vrouwenrechtenbewegingen en dappere voorvechters die opkomen voor vrouwen- en LHBTIQA+-rechten.”
D66 wil dat gendergelijkheid structureel wordt meegenomen in vredesmissies, diplomatie en defensie, zowel nationaal als in EU- en NAVO-verband. Dit is gebaseerd op het belang van de VN-resolutie 1325 over vrouwen, vrede en veiligheid, waarmee D66 inzet op een grotere rol en bescherming van vrouwen in conflictgebieden.
“D66 wil dat gendergelijkheid een vast onderdeel is van vredesmissies, diplomatie en defensie, in Nederland en in EU en NAVO-verband. Daarom maakt Nederland zich hard voor de implementatie van resolutie 1325 van de Verenigde Naties die gaat over vrouwen, vrede en veiligheid.”
D66 stelt dat ontwikkelingssamenwerking en internationale handel expliciet rekening moeten houden met de positie en rechten van vrouwen. Dit betekent dat investeringen en handelsrelaties worden getoetst op hun impact op vrouwenrechten, en dat vrouwen centraal staan in het beleid voor armoedebestrijding en internationale samenwerking.
D66 benoemt expliciet de noodzaak om slachtoffers van gendergerelateerd geweld, met name in conflictgebieden, internationale bescherming te bieden. Dit standpunt richt zich op de meest kwetsbare vrouwen wereldwijd die vaak geen toegang hebben tot hulp of asiel.
“Juist de mensen in de meest kwetsbare situaties hebben nauwelijks toegang tot internationale bescherming, zoals slachtoffers van verkrachtingen in conflictgebieden als Sudan...”
BIJ1 pleit voor een radicale, internationale aanpak van vrouwenrechten, waarbij het Vrouwenrechtenverdrag rechtstreeks in het Nederlandse recht wordt opgenomen en gender als aparte vervolgingsgrond in het asielbeleid wordt erkend. Ze willen concrete bescherming van vrouwenrechten in migratie, asiel en gezondheidszorg, met nadruk op toegang tot abortus, bescherming tegen gendergerelateerd geweld en naleving van internationale verdragen. Hun visie is dat vrouwenrechten universeel, onvoorwaardelijk en juridisch afdwingbaar moeten zijn, zowel nationaal als internationaal.
BIJ1 wil dat internationale vrouwenrechtenverdragen, zoals het Vrouwenrechtenverdrag (CEDAW), direct afdwingbaar zijn in Nederland. Dit moet juridische bescherming bieden aan vrouwen en genderdiverse personen, en discriminatie structureel tegengaan.
“Alle mensenrechtenverdragen↗, zoals het Kinderrechtenverdrag, het Vrouwenrechtenverdrag en het VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap, krijgen rechtstreekse werking in het Nederlandse recht.”
BIJ1 erkent gender als een specifieke grond voor vervolging in het asielbeleid, met verplichte traumatrainingen voor asielketenmedewerkers. Dit is bedoeld om vrouwen en genderdiverse vluchtelingen beter te beschermen tegen seksueel geweld en gendergerelateerd gevaar.
“Gender wordt als aparte vervolgingsgrond opgenomen in het Nederlandse asielbeleid. Er worden verplichte trainingen ingesteld over trauma bij slachtoffers van seksueel geweld, voor de organisaties in de asielketen.”
BIJ1 wil dat verblijfsvergunningen voor slachtoffers van huiselijk en seksueel geweld volledig in lijn worden gebracht met het Istanbul Verdrag. Dit betekent betere toegang tot bescherming en eerlijke procedures voor internationale vrouwen in Nederland.
“De verblijfsvergunning op humanitaire gronden voor slachtoffers van huiselijk en seksueel geweld moet in lijn worden gebracht met het Istanbul Verdrag. Dit omvat een definitie van huiselijk geweld, een eerlijke verdeling van de bewijslast, toegankelijkheid van procedures, en duidelijke informatie over de rechtspositie van slachtoffers.”
BIJ1 wil het Feministisch Buitenlandbeleid direct opnieuw invoeren, waarmee internationale vrouwenrechten en gendergelijkheid centraal komen te staan in het Nederlandse buitenlandse beleid, met extra inzet op bescherming van vrouwen en genderdiverse groepen in Europa.
“Het Feministisch Buitenlandbeleid voeren we direct opnieuw in.”
Het CDA erkent vrouwenrechten expliciet als fundamentele mensenrechten en wil deze centraal stellen in het Nederlandse buitenlandbeleid. De partij pleit voor structurele steun aan internationale programma’s die vrouwenrechten bevorderen en benadrukt het belang van gelijke participatie van vrouwen in defensie, veiligheid en internationale besluitvorming.
Het CDA beschouwt vrouwenrechten als een essentieel onderdeel van het Nederlandse en Europese buitenlandbeleid, met nadruk op bescherming en gelijke rechten wereldwijd. Dit standpunt adresseert de noodzaak om vrouwenrechten niet alleen nationaal, maar ook internationaal actief te bevorderen en te beschermen, mede als reactie op wereldwijde schendingen en ongelijkheid.
Het CDA wil dat vrouwen volwaardig kunnen meebeslissen en mee-ontwerpen in de defensie- en veiligheidssector. Dit standpunt onderstreept het belang van inclusiviteit en gendergelijkheid in internationale veiligheidsstructuren, waarmee het CDA inspeelt op de achtergestelde positie van vrouwen in deze sectoren wereldwijd.
“Vrouwen moeten volwaardig kunnen meebeslissen en mee-ontwerpen in de defensie- en veiligheidssector.”
Het CDA zet in op structurele steun aan internationale programma’s die democratie en vrouwenrechten bevorderen. Hiermee erkent de partij dat duurzame vooruitgang op het gebied van vrouwenrechten internationale samenwerking en langdurige inzet vereist.
“We zetten ons in voor meer structurele steun aan internationale democratie bevorderende programma’s.”
De ChristenUnie erkent internationaal geweld tegen vrouwen en zet zich in voor de verbetering van vrouwenrechten, vooral op het gebied van gezondheid, veiligheid en bescherming tegen geweld. Hun beleid richt zich concreet op betere moeder- en kindzorg in ontwikkelingslanden, het voorkomen van femicide, en het tegengaan van mensenhandel en seksuele uitbuiting. Tegelijkertijd wijst de partij internationale abortusrechten expliciet af als onderdeel van vrouwenrechten.
De ChristenUnie wil de positie van vrouwen internationaal versterken door te investeren in eerstelijnsgezondheidszorg, met speciale aandacht voor vrouwen, jongeren en kinderen. Ze zijn tegen ontwikkelingsprogramma’s die abortus bevorderen, maar steunen preventie van ongewenste zwangerschappen en goede moeder- en kindzorg.
“We zetten in op de verbetering van de eerstelijnsgezondheidszorg, in het bijzonder voor vrouwen, jongeren en kinderen. We stoppen met ontwikkelingsprogramma’s die abortus bevorderen. We geven voorlichting over en preventie van ongewenste zwangerschappen en seksueel overdraagbare aandoeningen. We ondersteunen goede, toegankelijke moeder- en kindzorg.”
De partij erkent het probleem van femicide en huiselijk geweld in Nederland en wil leren van andere landen om femicide te voorkomen, waarmee ze impliciet internationale vrouwenrechten op het gebied van bescherming tegen geweld erkennen.
“We leren van de aanpak uit andere landen om femicide te voorkomen.”
De ChristenUnie zet zich in voor internationale samenwerking om mensenhandel en seksuele uitbuiting, waaronder die van vrouwen en meisjes, te bestrijden. Ze pleiten voor betere grensoverschrijdende opsporing en hulpverlening aan slachtoffers.
“Wetgeving ter bestrijding van mensenhandel en uitbuiting wordt – om te beginnen binnen de EU – beter op elkaar afgestemd en grensoverschrijdende opsporing wordt versterkt.”
De ChristenUnie verwerpt het idee dat abortus een mensenrecht is en wil niet dat de Nederlandse abortuspraktijk internationaal wordt uitgedragen.
“Abortus is geen mensenrecht. De Nederlandse abortuspraktijk, bijvoorbeeld de beschikbaarheid van abortuspillen, wordt niet naar het buitenland geëxporteerd.”
De SP zet zich internationaal in voor de bescherming en bevordering van vrouwenrechten, met nadruk op het bestrijden van geweld tegen vrouwen en het ondersteunen van emancipatie wereldwijd. Ze willen ontwikkelingssamenwerking expliciet inzetten voor vrouwenrechten en pleiten voor een actieve rol van Nederland en Europa tegen internationale campagnes die vrouwenrechten ondermijnen. Concrete beleidsvoorstellen zijn onder meer het opnemen van vrouwenrechten in ontwikkelingssamenwerking en het centraal stellen van emancipatie in buitenlands beleid.
De SP vindt dat ontwikkelingssamenwerking expliciet moet bijdragen aan de versterking van vrouwenrechten wereldwijd. Dit wordt gezien als een essentieel onderdeel van internationale solidariteit en het terugdringen van armoede en ongelijkheid.
“Ontwikkelingssamenwerking moet ten goede komen aan mensen in ontwikkelingslanden: voor democratisering en vredesopbouw, voor het ondersteunen van de werkende klasse, voor mensen en vrouwenrechten, voor het ondersteunen van mensen met een beperking, voor onderwijs, voor zorg, voor infrastructuur en een eerlijke economie.”
De SP signaleert dat wereldwijd radicaalrechtse en conservatieve groeperingen vrouwenrechten aanvallen. Nederland en Europa moeten zich hier krachtig tegen verzetten en emancipatie van gemarginaliseerde groepen centraal stellen in het buitenlandbeleid.
“Radicaalrechtse en conservatieve groeperingen voeren een mondiale campagne tegen vrouwenrechten, seksuele rechten, de rechten van LHBTIQA+personen, de rechten van de werkende klasse en hun vertegenwoordigers. Nederland en Europa moeten zich vol inzetten voor de emancipatie van gemarginaliseerde groepen.”
De SP wil dat het bevorderen van emancipatie en mensenrechten, waaronder vrouwenrechten, altijd centraal staat in het Nederlandse buitenlandbeleid en handelsverdragen.
BBB erkent het belang van vrouwenrechten, maar benadert deze vooral vanuit het perspectief van bescherming tegen schadelijke praktijken en geweld, met nadruk op problemen die volgens hen samenhangen met extremistische invloeden. Concrete voorstellen richten zich op strengere aanpak van eergerelateerd geweld, vrouwenbesnijdenis en uithuwelijking, en het waarborgen van vrijheid en veiligheid voor vrouwen in Nederland. Internationale vrouwenrechten als zodanig worden niet expliciet als uitgangspunt genoemd; de focus ligt op nationale bescherming en integratie.
BBB wil schadelijke praktijken zoals eergerelateerd geweld, vrouwenbesnijdenis en uithuwelijking krachtig aanpakken, vooral waar deze samenhangen met extremistische islamitische invloeden. Dit wordt gezien als noodzakelijk om vrouwen in Nederland te beschermen tegen internationale en culturele praktijken die hun rechten schenden.
“De invloeden vanuit de extremistisch islamitische hoek nemen toe tegen vrouwen in ons land. Eergerelateerd geweld, vrouwenbesnijdenis en uithuwelijking nemen al jaren toe. Hier willen we een speciale aanpak in zowel het inburgerings en integratietraject als in het strafrecht.”
BBB benadrukt dat vrouwen zich vrij en veilig moeten kunnen bewegen in Nederland, ongeacht kleding of woonplaats, en noemt de toename van intimidatie, geweld en femicide als urgente problemen. De partij koppelt deze problematiek aan bredere maatschappelijke spanningen en pleit voor bescherming van vrouwenrechten binnen de nationale context.
“In Nederland horen vrouwen zich vrij te kunnen bewegen, ongeacht wat ze dragen of waar ze wonen. Toch neemt het aantal meldingen van intimidatie en geweld tegen vrouwen toe. Femicide (het doden van vrouwen omdat ze vrouw zijn) is een groeiend probleem. Dat kunnen, willen en mogen we niet negeren.”
BBB erkent abortus als belangrijk vrouwenrecht, maar wil dat er zorgvuldig met dit recht wordt omgegaan en extra aandacht voor preventie van ongewenste zwangerschap.
“Abortus is een belangrijk recht en moet veilig en toegankelijk zijn voor vrouwen, maar er moet niet lichtzinnig mee omgegaan worden. Hierbij vinden we ook het ongeboren leven belangrijk. Daarom willen we dat er zorgvuldig gekeken wordt naar de termijnen en nieuwe ontwikkelingen.”
GroenLinks-PvdA stelt internationale vrouwenrechten centraal in haar buitenlandbeleid en ontwikkelingssamenwerking. De partij wil vrouwenrechtenbewegingen wereldwijd actief steunen en neemt de mensenrechten van vrouwen als toetssteen voor handelsverdragen, asielbeleid en ontwikkelingssamenwerking. Daarnaast pleit GroenLinks-PvdA voor een feministisch buitenlandbeleid en benadrukt zij het belang van deelname van vrouwen aan vredesonderhandelingen en wederopbouw.
GroenLinks-PvdA kiest ervoor om vrouwenrechten niet alleen nationaal, maar ook internationaal te bevorderen door vrouwenrechtenbewegingen te steunen en vrouwenrechten als maatstaf te nemen bij internationale samenwerking. Dit betekent dat handelsverdragen, asielbeleid en ontwikkelingssamenwerking worden getoetst op hun impact op vrouwenrechten. De partij ziet dit als essentieel voor internationale solidariteit en gelijke rechten.
“We steunen vrouwenrechtenbewegingen wereldwijd en nemen mensenrechten van vrouwen als toetssteen voor handelsverdragen, asielbeleid en ontwikkelingssamenwerking.”
GroenLinks-PvdA pleit expliciet voor een feministisch buitenlandbeleid en benadrukt het belang van vrouwen en gemarginaliseerde groepen in internationale vredesprocessen. De partij ziet deelname van vrouwen aan vredesonderhandelingen en wederopbouw als cruciaal voor duurzame vrede en inclusiviteit.
NSC erkent internationale vrouwenrechten vooral door zich uit te spreken tegen praktijken als huwelijksdwang, genitale verminking en eerwraak, en door te pleiten voor strafrechtelijke vervolging van daders. Daarnaast zet de partij zich in voor de bescherming van vrouwen tegen huiselijk geweld en femicide in Nederland, met specifieke aandacht voor strafbaarstelling van psychisch geweld. Concrete internationale beleidsvoorstellen of expliciete inzet voor vrouwenrechten buiten Nederland ontbreken vrijwel volledig.
NSC wil een einde maken aan schadelijke praktijken zoals huwelijksdwang, genitale verminking en eerwraak, die vaak vrouwen en meisjes treffen. De partij ziet deze praktijken als strijdig met Nederlandse waarden en wil daders strafrechtelijk vervolgen, waarmee ze impliciet aansluiting zoeken bij internationale vrouwenrechtenverdragen.
“We accepteren geen praktijken die haaks staan op onze waarden en vrijheden, zoals huwelijksdwang, genitale verminking, eerwraak, lijfstraffen binnen de opvoeding of polygamie. Om een einde te maken aan deze praktijken in Nederland en om meisjes en jonge vrouwen te beschermen bieden we voorlichting, hulp en gaan we daders strafrechtelijk vervolgen.”
NSC erkent femicide als een structureel probleem en wil slachtoffers van huiselijk geweld beter beschermen, onder meer door aparte strafbaarstelling van psychisch geweld. Hoewel dit primair nationaal beleid is, sluit het aan bij internationale normen voor vrouwenrechten.
“Femicide is geen incident, maar een structureel maatschappelijk probleem dat zichtbaar moet worden gemaakt en moet worden aangepakt.”
“Er komt daarom een aparte strafbaarstelling voor het plegen van psychisch geweld, zodat handelingen voorafgaand aan femicide, maar ook ander psychisch geweld als homo-conversiehandelingen, effectief aangepakt kunnen worden.”
De Partij voor de Dieren (PvdD) zet zich in voor de strikte naleving en versterking van internationale vrouwenrechten, zowel nationaal als in het buitenland. Ze willen dat Nederland internationale vrouwenrechtenverdragen volledig respecteert, bedrijven verplicht tot mensenrechten in hun ketens, en extra aandacht geeft aan de bescherming van vrouwen en meisjes in conflictgebieden en bij grondstoffendelving. De partij koppelt vrouwenrechten expliciet aan internationale verdragen, mensenrechtenbeleid en concrete sancties tegen schenders.
PvdD wil dat Nederland internationale vrouwenrechtenverdragen strikt naleeft en nationale wetgeving hierop aanpast. Dit moet discriminatie tegengaan en gelijke rechten voor vrouwen waarborgen, in lijn met internationale verplichtingen.
“Mensenrechtenverdragen zoals het Kinderrechtenverdrag, Vrouwenrechtenverdrag en het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap worden strikt nageleefd. Alle wet- en regelgeving wordt in lijn gebracht met deze verdragen, zodat alle mensen gelijke rechten krijgen en onnodige regeldruk, bewijslast en uitsluiting worden voorkomen.”
De partij wil dat bedrijven wettelijk verplicht worden om mensenrechten, waaronder vrouwenrechten, te respecteren in hun internationale ketens. Er komt extra aandacht voor de negatieve impact van grondstoffendelving op vrouwen en meisjes in ontwikkelingslanden.
“De delving van grondstoffen ontwricht lokale gemeenschappen, wat met name ten koste gaat van dieren en kwetsbare groepen zoals vrouwen en kinderen. Lokale gemeenschappen krijgen een centrale rol in de besluitvorming en profiteren mee in de baten van de projecten.”
PvdD pleit voor harde sancties tegen landen en personen die zich schuldig maken aan ernstige schendingen van vrouwenrechten, zoals in Iran, en wil dat Nederland zich internationaal uitspreekt en optreedt.
“We pleiten voor hardere sancties tegen de mensen die in Iran verantwoordelijk zijn voor het gruwelijk mishandelen en doden van vrouwen, demonstranten en andere onschuldige burgers.”
Forum voor Democratie (FVD) noemt "internationale vrouwenrechten" niet expliciet in haar verkiezingsprogramma en heeft geen concrete voorstellen die specifiek gericht zijn op de bevordering of bescherming van internationale vrouwenrechten. Het programma focust op het terugdraaien van internationale verdragen en het stellen van nationale wetgeving boven internationale afspraken, waarmee ook internationale vrouwenrechtenverdragen hun directe werking in Nederland zouden verliezen.
FVD wil dat internationale verdragen, waaronder mogelijk verdragen over vrouwenrechten, niet langer automatisch boven de Nederlandse wet staan. Dit betekent dat internationale vrouwenrechtenverdragen niet meer rechtstreeks afdwingbaar zijn in Nederland, tenzij het parlement deze omzet in nationale wetgeving. De partij ziet internationale afspraken als een beperking van de nationale democratische beleidsvrijheid.
“We schrappen de artikelen 93 en 94 van de Grondwet, en zetten daarmee het monistisch stelsel om in een dualistisch stelsel, zoals in Duitsland en de Verenigde Staten. Internationale verdragen worden hierdoor pas geldig nadat ze door het Nederlandse parlement zijn omgezet in een nationale wet.”
“We beëindigen de directe werking van internationaal recht in het Nederlandse stelsel, zodat verdragen niet langer automatisch boven onze nationale wetten staan en rechters onze nationale wetten daar ook niet langer aan kunnen ‘toetsen’.”
BVNL benoemt internationale vrouwenrechten nauwelijks expliciet in haar verkiezingsprogramma. Het enige concrete standpunt dat direct raakt aan internationale vrouwenrechten betreft het streng bestraffen van vrouwenbesnijdenis, inclusief het naar het buitenland brengen van slachtoffers. Verder ontbreken substantiële voorstellen of visies over bredere internationale vrouwenrechten.
BVNL wil vrouwenbesnijdenis hard aanpakken en stelt een minimale gevangenisstraf in voor betrokkenen, ook als de besnijdenis in het buitenland plaatsvindt. Dit standpunt adresseert een specifiek internationaal vrouwenrecht door te voorkomen dat meisjes en vrouwen slachtoffer worden van deze praktijk, ongeacht waar deze plaatsvindt.
“Op meewerken aan vrouwenbesnijdenissen, in de breedste zin des woords, komt een minimale onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 jaar. Daaronder wordt tevens begrepen het naar het buitenland brengen van het slachtoffer. Elke betrokkene met een dubbele verblijfstitel verliest de Nederlandse.”
DENK benoemt internationale mensenrechten als uitgangspunt in het buitenlandbeleid, maar noemt internationale vrouwenrechten niet expliciet of concreet. Het programma bevat geen specifieke voorstellen of maatregelen gericht op de bevordering of bescherming van vrouwenrechten wereldwijd. De partij legt de nadruk op algemene mensenrechten en de bescherming van onderdrukte groepen, zonder vrouwenrechten als aparte prioriteit te behandelen.
DENK pleit voor het beschermen van mensenrechten in het buitenlandbeleid, maar zonder specifieke aandacht voor vrouwenrechten. De partij noemt het belang van het beschermen van onderdrukte groepen, maar werkt dit niet uit naar concrete acties voor vrouwenrechten internationaal.
“Nederland moet bijzondere aandacht geven aan mensenrechten in het buitenlandbeleid. Wij willen dat Nederland zich inzet om de rechten van onderdrukte groepen te beschermen.”
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma