De PVV noemt het thema "deradicalisering" niet expliciet en heeft geen beleid gericht op het voorkomen of tegengaan van radicalisering via sociale, educatieve of preventieve programma’s. In plaats daarvan kiest de partij voor een harde repressieve lijn: het verbieden van bepaalde organisaties, het strafbaar stellen van uitingen, en het uitzetten of zwaarder straffen van (vermeend) geradicaliseerde personen. De nadruk ligt volledig op uitsluiting, verbod en straf, niet op dialoog, preventie of re-integratie.
De PVV ziet radicalisering vooral als een probleem van bepaalde groepen en organisaties, en kiest voor een aanpak gericht op verbod, uitsluiting en zware straffen in plaats van deradicalisering of preventie. De partij adresseert het probleem niet als een sociaal-maatschappelijk vraagstuk, maar als een veiligheidsdreiging die met harde hand bestreden moet worden.
“Extinction Rebellion, Antifa en pro-Hamasgroepen als terreurorganisaties aanmerken en verbieden”
“Leuzen als From the river to the sea strafbaar stellen”
“De Moslimbroederschap wordt verboden”
“Levenslange gevangenisstraf voor veroordeelde terroristen”
“Zerotolerance voor straattuig; waar nodig het leger inzetten tegen straatterroristen”
De PVV verwerpt impliciet elk beleid gericht op deradicalisering, re-integratie of sociale preventie. In plaats daarvan wordt gekozen voor uitzetting, uitsluiting en het schrappen van voorzieningen voor groepen die als risico worden gezien.
“Afschaffing dagprogramma’s/knutselclubjes; geen spelcomputers, televisie of roken in de cel”
“Vreemdelingen (waaronder statushouders) worden na veroordeling voor één misdrijf – na het uitzitten van de straf en intrekking van de verblijfsstatus – direct uitgezet”
“Asielzoekers die overlast veroorzaken of crimineel zijn, worden direct uit de asielprocedure gezet en gaan het land uit; als het een minderjarige asielzoeker betreft, gaan ook de ouders en andere minderjarige gezinsleden eruit”
De PVV koppelt radicalisering aan islamitische religieuze uitingen en stelt voor deze te verbieden of te beperken, in plaats van te investeren in dialoog of deradicalisering binnen deze gemeenschappen.
“Verbod op islamitisch onderwijs”
“Verbod op gezichtsbedekkende kleding en gebruik van het Arabisch en andere niet-westerse talen bij demonstraties”
“Verbod op de islamitische gebedsoproep”
“Verbod op het dragen van islamitische hoofddoekjes in alle overheidsgebouwen inclusief de Staten-Generaal”
BBB ziet radicalisering vooral als gevolg van falende integratie, buitenlandse invloeden en het ontstaan van parallelle gemeenschappen, met name binnen islamitische groepen. Hun belangrijkste voorstellen zijn strengere integratie-eisen, het verbieden van haatpredikers en nieuwe islamitische scholen, en het direct aanpakken van schadelijke praktijken en buitenlandse beïnvloeding. De partij legt de nadruk op het beschermen van de democratische rechtsstaat en het tegengaan van radicalisering via strikte handhaving en inburgering.
BBB stelt dat falende integratie de voedingsbodem is voor radicalisering en wil daarom strengere eisen stellen aan inburgering, taalbeheersing en het naleven van Nederlandse waarden. Migranten die niet integreren of de regels niet naleven, lopen het risico op uitsluiting of sancties. Dit beleid is gericht op het voorkomen van parallelle gemeenschappen en het tegengaan van radicalisering aan de bron.
“Falende integratie is de voedingsbodem voor radicalisering. Daarom richten we ons op mensen die oprecht willen meedoen. Aanvaarden van de regels van onze democratische rechtsstaat is wezenlijk. Op de naleving daarvan gaan we strikter toezien.”
“Als migranten onze wetten, tradities en gebruiken afwijzen of niet naleven, ontstaat het risico van parallelle gemeenschappen en groeit de kans op radicalisering.”
“We gaan veel strenger toezien op het beheersen van de Nederlandse taal. Migranten dienen een verplichte taalcursus te volgen en minimaal B1niveau te behalen.”
BBB wil radicalisering tegengaan door buitenlandse invloeden en haatzaaiende religieuze leiders te weren, en door het oprichten van nieuwe islamitische scholen te verbieden. De partij ziet deze factoren als directe aanjagers van radicalisering en antiwesterse opvattingen.
“Haatpredikers uit het buitenland ontzeggen we de toegang tot ons land.”
“Met het oog op de grote problemen bij islamitische scholen vanwege gebrekkige integratie, buitenlandse invloeden, onderwijskwaliteit, radicalisering en anti westerse opvattingen moet er een stop komen op nieuwe islamitische scholen.”
“Daarom willen we verregaande maatregelen tegen ongewenste buitenlandse beïnvloeding en inmenging, bijvoorbeeld via Koranscholen of moskeeën.”
BBB koppelt radicalisering aan schadelijke praktijken zoals eergerelateerd geweld, vrouwenbesnijdenis en uithuwelijking, en wil deze streng aanpakken binnen zowel het integratie- als het strafrecht. De partij ziet deze praktijken als uitingen van extremisme die bijdragen aan radicalisering.
“De invloeden vanuit de extremistisch islamitische hoek nemen toe tegen vrouwen in ons land. Eergerelateerd geweld, vrouwenbesnijdenis en uithuwelijking nemen al jaren toe. Hier willen we een speciale aanpak in zowel het inburgerings en integratietraject als in het strafrecht.”
BBB is kritisch op de inzet van aparte functies en programma’s rond radicalisering in het onderwijs en wil deze stoppen. De partij vindt dat de focus moet liggen op lesgeven en niet op beleidsmatige of procesmatige aanpakken van radicalisering binnen het onderwijs.
“Dit betekent in ieder geval een stop op actieprogramma’s, beleids stukken en kwaliteitscontroleurs.”
JA21 ziet radicalisering, met name vanuit de radicale islam, als een groot gevaar voor de Nederlandse samenleving en kiest voor een harde, repressieve aanpak boven deradicaliseringstrajecten. De partij wil buitenlandse financiering van moskeeën verbieden, instellingen sluiten die aanzetten tot geweld, en terroristen het Nederlanderschap ontnemen en uitzetten. Preventieve of sociale deradicaliseringsprogramma’s worden niet genoemd; de focus ligt volledig op uitsluiting, toezicht en repressie.
JA21 wil de bron van radicalisering aanpakken door buitenlandse financiering van moskeeën te verbieden en instellingen te sluiten waar tot geweld wordt aangezet. Dit beleid is gericht op het voorkomen van radicalisering door het wegnemen van externe invloeden en het sluiten van plekken waar radicale ideeën verspreid worden.
“De bron van radicalisering wegnemen: verbieden van buitenlandse financiering van moskeeën, sluiten van instellingen waar wordt aangezet tot geweld waaronder bijvoorbeeld bepaalde moskeeën en informele islamitische onderwijsinstellingen.”
“Streng toezicht op informele islamitische onderwijsinstellingen”
In plaats van deradicaliseringstrajecten kiest JA21 voor het ontnemen van het Nederlanderschap en uitzetting van terroristen, ook als dit tot staatloosheid leidt. De partij wil geen IS-vrouwen en -kinderen terughalen en steunt berechting van uitgereisde terroristen in de regio.
“Standaard denaturalisering en uitzetting van terroristen met een dubbele nationaliteit.”
“Ook denaturalisatie van uitgereisde terroristen indien hierdoor staatloosheid ontstaat.”
“Geen IS-vrouwen en -kinderen terughalen.”
“Steun voor berechting van uitgereisde ‘Nederlandse’ terroristen in de regio.”
JA21 wil voorkomen dat radicale predikers Nederland binnenkomen door een zwarte lijst op te stellen en hen de toegang te ontzeggen. Dit is bedoeld om de verspreiding van radicale ideeën van buitenaf te blokkeren.
“Zwarte lijst met islamitische geweldspredikers: toegang tot Nederland ontzeggen op grond van de openbare orde.”
De partij kiest voor een repressieve aanpak door fors te investeren in inlichtingen- en veiligheidsdiensten, in plaats van sociale of preventieve deradicaliseringsprogramma’s.
“Fors investeren in inlichtingen- en veiligheidsdiensten.”
BVNL kiest niet voor traditionele deradicaliseringsprogramma’s, maar stelt harde repressieve maatregelen voor tegen radicale stromingen, met name gericht op islamitisch extremisme. De partij wil salafisme en jihadisme volledig verbieden, religieuze uitingen in de publieke ruimte beperken en religieuze invloed op overheidsbeleid uitsluiten. Preventieve of sociale deradicalisering wordt niet genoemd; de nadruk ligt op verbod, uitsluiting en straf.
BVNL ziet radicale islamitische stromingen als een directe bedreiging voor de Nederlandse samenleving en wil deze daarom volledig verbieden. Dit is een repressieve benadering die gericht is op het uitsluiten van extremistische invloeden, in plaats van op sociale of preventieve deradicalisering.
“Salafisme en jihad - in alle vormen - moeten verboden worden in Nederland.”
De partij wil religieuze invloed en zichtbaarheid in de publieke sfeer minimaliseren, als onderdeel van het tegengaan van radicalisering en het beschermen van de seculiere staat. Dit betreft zowel islamitische als andere religieuze uitingen.
BVNL gelooft niet in bestaande instituties of adviesraden die zich bezighouden met racisme, discriminatie of (indirect) deradicalisering, en wil deze opheffen. De partij ziet deze als politiek gemotiveerd en ineffectief.
NSC ziet radicalisering en terrorisme als een blijvende dreiging en wil vooral inzetten op permanente alertheid, het strafbaar stellen van het verheerlijken van terrorisme, en het doorbreken van online echokamers. Concrete deradicaliseringsprogramma’s of sociale interventies worden niet genoemd; de nadruk ligt op repressie, preventie via onderwijs, en het versterken van bewaking en beveiliging.
NSC wil het verheerlijken van terrorisme expliciet strafbaar maken om zo radicalisering en de dreiging van terrorisme te beperken. Dit is een juridische en repressieve maatregel die gericht is op het tegengaan van extremistische uitingen en het voorkomen van verdere radicalisering.
“Het verheerlijken van terrorisme wordt strafbaar.”
De partij erkent het gevaar van online radicalisering en wil daarom online echokamers doorbreken. Dit is bedoeld om te voorkomen dat mensen in extremistische denkpatronen blijven hangen en zo verder radicaliseren.
“Online echokamers moeten worden doorbroken.”
NSC wil het stelsel voor het bewaken en beveiligen van personen en objecten versterken, met specifieke aandacht voor de dreiging tegen Joodse personen en objecten. Dit is vooral een veiligheidsmaatregel, bedoeld om de gevolgen van radicalisering en terrorisme te beperken.
“Het stelsel voor het bewaken en beveiligen van personen en objecten moet worden versterkt.”
Hoewel niet expliciet als deradicalisering benoemd, ziet NSC onderwijs in mediawijsheid en het tegengaan van polarisatie als een manier om radicalisering te voorkomen. Dit is een meer preventieve, maatschappelijke benadering.
De Partij voor de Dieren noemt "deradicalisering" niet expliciet, maar positioneert zich duidelijk tegen repressieve en stigmatiserende maatregelen die vreedzaam protest en activisme als extremisme of radicalisering framen. Hun focus ligt op het beschermen van grondrechten, het tegengaan van discriminatie en het voorkomen van maatschappelijke uitsluiting als voedingsbodem voor radicalisering. Concrete voorstellen zijn het schrappen van vage anti-terrorismewetgeving en het waarborgen van het demonstratierecht.
De PvdD verzet zich tegen wetgeving die het verheerlijken van terrorisme strafbaar stelt vanwege de risico’s op inperking van vrijheid van meningsuiting en het criminaliseren van vreedzaam protest. Zij zien dergelijke wetten als ineffectief voor deradicalisering en juist als risico voor verdere polarisatie.
“Het Wetsvoorstel strafbaarstelling verheerlijken van terrorisme en openbare steunbetuiging aan terroristische organisaties wordt ingetrokken, omdat de vage definities de vrijheid van meningsuiting ernstig beperken en ruimte scheppen voor politieke vervolging van vreedzame demonstranten en activisten.”
De partij wijst het framen van activisten en demonstranten als extremisten af en benadrukt het belang van het adresseren van onderliggende maatschappelijke oorzaken in plaats van repressie. Dit is relevant voor deradicalisering omdat stigmatisering en uitsluiting juist kunnen bijdragen aan radicalisering.
“Het is het directe gevolg van een ophitspolitiek waarin demonstranten worden weggezet als extremisten, en de politie wordt aangemoedigd harder op te treden.”
“De Partij voor de Dieren wijst extremisme- en terrorismeverheerlijking en alle geweld resoluut af. Het is aan de rechter om geweld te veroordelen en te bestraffen, nooit aan de politiek.”
De PvdD ziet het voorkomen van maatschappelijke uitsluiting, discriminatie en ongelijkheid als cruciaal om radicalisering te voorkomen. Zij pleiten voor structurele investeringen in kansen, inclusie en het tegengaan van discriminatie.
“Het voorkomen van criminaliteit wordt een prioriteit. Er wordt daarom geïnvesteerd in kansengelijkheid en aandacht voor de oorzaken van criminaliteit. Lokale overheden krijgen meer budget voor gerichte ondersteuning aan ouders met kinderen die dreigen af te glijden, bij voorkeur door professionals in wie de jongeren in kwestie zich kunnen herkennen.”
“De overheid treedt daadkrachtig op tegen alle vormen van discriminatie op basis van (vermeende) afkomst, etniciteit, seksuele geaardheid, gender, religie of levensovertuiging, handicap, leeftijd of politieke overtuiging.”
De SGP ziet radicalisering als een bedreiging voor de veiligheid en samenhang van de samenleving, met bijzondere aandacht voor zowel islamitische als seculier-liberale radicalisering. Hun beleid richt zich op een stevige, repressieve aanpak van radicalisering en terrorisme, met nadruk op preventie, informatie-uitwisseling en het versterken van veiligheidsdiensten. De partij pleit voor alertheid op radicalisering in verschillende ideologische stromingen en wil concrete maatregelen zoals betere gegevensdeling, strengere wetgeving en het uitrusten van taskforces.
De SGP kiest voor een harde, repressieve aanpak van radicalisering, vooral gericht op islamitisch extremisme en problematisch gedrag. Ze willen dat veiligheidsdiensten, politie en taskforces beter samenwerken, informatie delen en voldoende middelen krijgen om radicalisering vroegtijdig te signaleren en aan te pakken. Het doel is het voorkomen van aanslagen en het beschermen van de samenleving tegen extremistische invloeden.
“De taskforce problematisch gedrag wordt verder toegerust en bindt de strijd aan met radicaal of gewelddadig salafisme en andere vormen van duistere inmenging en ongewenste beïnvloeding.”
“Informatie van wijkagenten over radicalisering mag niet blijven liggen. Gegevensdeling en samenwerking binnen de politie en met binnenlandse en buitenlandse diensten is cruciaal.”
“Veiligheidsdiensten moeten aanslagen voorkomen en digitaal verkeer van terroristen tijdig onderscheppen. Hun financiering moet meerjarig vastliggen om schommelingen in aanpak en beleid te voorkomen.”
De SGP benadrukt dat radicalisering niet alleen uit islamitische hoek komt, maar ook uit seculier-liberale bewegingen. De partij vindt dat de overheid alert moet zijn op radicalisering vanuit verschillende ideologische stromingen en niet moet wegkijken voor de risico’s die dit oplevert voor integratie en samenhang.
“De overheid mag de ogen echter niet sluiten voor de risico’s die kunnen ontstaan voor integratie en radicalisering. De overheid moet alert zijn op radicalisering in zowel de seculier-liberale als de islamitische beweging.”
De SGP wil voorkomen dat het demonstratierecht wordt gebruikt als dekmantel voor radicalisering of opruiing. Ze pleiten voor duidelijke regels en snelle handhaving bij overtredingen om te voorkomen dat demonstraties uitmonden in radicale acties.
“Het demonstratierecht mag nooit misbruikt worden voor radicalisering of opruiing.”
De SP noemt het begrip "deradicalisering" niet expliciet en heeft geen uitgewerkt beleid onder deze term. Wel zet de partij in op het bestrijden van haat, fascisme en polarisatie door sociale ongelijkheid, discriminatie en haatzaaien aan te pakken, en door emancipatie en verbinding te bevorderen. Concrete voorstellen richten zich op het tegengaan van haatberichten, het bestrijden van fascisme en het versterken van sociale cohesie als preventie tegen radicalisering.
De SP wil de verspreiding van haatberichten en nepnieuws op sociale media tegengaan, omdat deze bijdragen aan polarisatie en mogelijk radicalisering. De partij ziet techbedrijven als medeverantwoordelijk voor het aanjagen van haat en wil hun invloed beperken.
“Stop de aangestuurde verspreiding van haatberichten en nepnieuws. Sociale media zijn een belangrijk onderdeel van ons leven geworden, maar mogen geen vrijplaatsen zijn voor bedreigingen en intimidatie.”
De SP ziet de opkomst van fascistische en antirechtenbewegingen als een bedreiging voor de samenleving en wil deze actief bestrijden. Dit wordt gezien als noodzakelijk om de rechten van gemarginaliseerde groepen te beschermen en verdere radicalisering te voorkomen.
“Fascisme moet bestreden worden. We zien op verschillende plekken in de wereld de opkomst van organisaties en bewegingen die fascistische kenmerken hebben.”
“De geldstromen binnen de antirechtenbeweging moeten worden blootgelegd en de organisaties die hierachter zitten moeten worden bestreden.”
De SP gelooft dat het versterken van sociale cohesie, het tegengaan van segregatie en het bevorderen van inclusieve scholen en buurten bijdraagt aan het voorkomen van radicalisering. Door mensen te verbinden en ongelijkheid te bestrijden, wordt de voedingsbodem voor extremisme verkleind.
“Door mensen juist te verbinden in buurten, verenigingen en scholen kunnen we samen leven. Met respect voor elkaar kunnen we breken met de verdeeldheid die politici bewust zaaien.”
“We bestrijden de tweedeling en segregatie op school en in de buurt, bijvoorbeeld door woningen te bouwen in verschillende prijsklassen.”
De VVD ziet radicalisering, zowel politiek als religieus, als een directe bedreiging voor de vrije samenleving en wil deze krachtig tegengaan. De partij kiest voor een harde, juridische aanpak: het verbieden van organisaties die radicale of antidemocratische ideologieën verspreiden, het snel verwijderen van terroristische content online, en het delen van informatie tussen instanties om radicalisering te voorkomen. Preventieve deradicaliseringsprogramma’s of sociale interventies worden nauwelijks genoemd; de focus ligt op repressie en uitsluiting.
De VVD wil organisaties die radicalisering bevorderen of antidemocratische ideologieën verspreiden, verbieden en hun subsidies stopzetten. Dit geldt voor zowel religieuze als politieke stromingen die de democratische rechtsstaat ondermijnen. De partij ziet het juridisch verbieden van deze organisaties als essentieel om de samenleving te beschermen tegen extremisme.
“De VVD wil dat de overheid alle juridische ruimte benut, en waar nodig verruimt, om organisaties die een radicale, antidemocratische ideologie verspreiden te kunnen verbieden.”
“Organisaties die terrorisme verheerlijken worden verboden.”
“We introduceren een bestuurlijk verbod op ondermijnende organisaties en passen artikel 2:20 van het Burgerlijk Wetboek aan. Zo wordt het naar Duits voorbeeld sneller mogelijk een vereniging of organisatie zoals Samidoun, de PFLP en andere antirechtsstatelijke, anti-LHBTIQ+ en antisemitische organisaties te ontbinden en verboden te verklaren.”
De VVD wil voorkomen dat jongeren online radicaliseren door strengere handhaving en snelle verwijdering van terroristische of strafbare content. Platforms die niet snel genoeg optreden, riskeren hogere boetes. De partij ziet online radicalisering als een groeiend probleem dat vraagt om directe en harde maatregelen.
“Om te voorkomen dat jongeren online radicaliseren, wordt er strakker online gehandhaafd. Terroristische en andere strafbare content dient altijd binnen één uur na een bevel van de toezichthouder offline te zijn gehaald. Platforms die hier niet aan voldoen krijgen hogere boetes.”
Om radicalisering en mogelijke aanslagen te voorkomen, wil de VVD dat alle relevante informatie tussen politie, gemeenten, zorginstellingen en gevangenissen tijdig gedeeld kan worden. Dit moet het mogelijk maken om sneller in te grijpen bij signalen van radicalisering.
“We moeten daarom blijven inzetten op het uitwisselen van relevante informatie tussen politie, gemeenten, zorginstellingen en gevangenissen. Alle relevante informatie moet tijdig kunnen worden gedeeld om (online) radicalisering tegen te gaan en aanslagen te voorkomen.”
Het CDA benadrukt het belang van een weerbare samenleving en rechtsstaat om radicalisering en extremisme te voorkomen. Hun beleid richt zich vooral op het hard optreden tegen organisaties die zich afkeren van de Nederlandse rechtsstaat, het tegengaan van parallelle samenlevingen, en het weren van haatpredikers. Concrete voorstellen zijn gericht op het versterken van de weerbaarheid van de samenleving en het voorkomen van extremistische invloeden.
Het CDA wil organisaties die zich afkeren van de Nederlandse rechtsstaat streng aanpakken en uitingen van parallelle samenlevingen tegengaan. Dit beleid is bedoeld om te voorkomen dat extremistische ideeën wortel schieten en om de samenleving te beschermen tegen radicalisering.
“In die gevallen waarin organisaties zich afkeren van de Nederlandse rechtsstaat, treden we hard op. Samenleving en rechtsstaat moeten weerbaar zijn tegen excessen zoals rechts- en linksextremisme, ultraconservatisme, jihadistisch terrorisme en islamitisch extremisme en statelijke factoren zoals Rusland.”
“We bestrijden uitingsvormen van een parallelle samenleving, zoals religieuze huwelijken zonder voorafgaand burgerlijk huwelijk. Haatpredikers zijn niet welkom in Nederland.”
Het CDA wil buitenlandse invloed op religieuze en maatschappelijke organisaties tegengaan door transparantie te eisen en financiering uit onvrije landen te verbieden, tenzij volledige toetsing plaatsvindt. Dit moet voorkomen dat radicale ideeën via buitenlandse geldstromen in Nederland verspreid worden.
“We introduceren een wettelijke meldplicht voor buitenlandse giften aan stichtingen en religieuze instellingen, met verplichte publicatie van donateurs, bedragen en bestedingsdoelen.”
“We stellen een verbod in op buitenlandse financiering van maatschappelijke of religieuze instellingen uit landen die op de Freedom House-lijst als onvrij staan, tenzij volledige transparantie en toetsing vooraf plaatsvinden.”
De ChristenUnie benoemt radicalisering en extremisme als bedreigingen voor de democratische rechtsorde, maar werkt nauwelijks concrete voorstellen uit voor deradicalisering. Hun focus ligt vooral op het tegengaan van buitenlandse beïnvloeding, het verbieden van organisaties met extremistische invloeden, en het berechten van jihadstrijders. Specifiek beleid voor deradicalisering, zoals preventieprogramma’s of re-integratie, wordt niet expliciet genoemd.
De ChristenUnie wil organisaties die door onvrije (met name islamitische) landen worden gefinancierd en extremistische invloeden verspreiden, verbieden. Dit moet voorkomen dat radicale netwerken wortel schieten in Nederland en zo bijdragen aan het voorkomen van radicalisering.
“We streven er naar organisaties die dergelijke invloed uitoefenen te verbieden. Vaak zijn deze organisaties in andere landen om deze reden al verboden.”
Om radicalisering en ongewenste beïnvloeding te voorkomen, wil de ChristenUnie geldstromen uit onvrije landen naar Nederlandse religieuze instellingen en onderwijsinstellingen aan banden leggen.
“Om dit tegen te gaan leggen we geldstromen uit onvrije landen aan banden.”
De ChristenUnie pleit voor de berechting van IS-strijders, bij voorkeur internationaal en in de regio waar zij hun misdaden hebben gepleegd, om zo recht te doen en hernieuwde radicalisering te voorkomen.
“De ChristenUnie spant zich in voor de berechting van jihadstrijders, bij voorkeur internationaal en in de regio waar zij hun misdaden hebben gepleegd.”
D66 noemt het thema "deradicalisering" niet expliciet in het verkiezingsprogramma en doet geen concrete, onderscheidende voorstellen die direct op deradicalisering gericht zijn. Wel zet D66 in op het voorkomen van haat, discriminatie en uitsluiting, en investeert het in preventie en samenwerking tussen zorg en veiligheid om polarisatie en extremisme te voorkomen. Specifieke beleidsmaatregelen of programma’s voor deradicalisering ontbreken.
D66 richt zich op het voorkomen van haat, discriminatie en geweld, onder meer door te investeren in gespecialiseerde rechercheurs, betere training bij de politie en wijkgerichte aanpakken. Dit beleid is indirect relevant voor deradicalisering, omdat het inzet op het voorkomen van maatschappelijke spanningen en het bieden van perspectief aan jongeren.
“Haat en geweld tegen mensen vanwege hun geloof, afkomst, seksuele oriëntatie of genderidentiteit neemt toe. Dat moet stoppen. We investeren in gespecialiseerde rechercheurs, betere training bij de politie en diversiteitsnetwerken, zoals Roze in Blauw, het Joods Politienetwerk en het Landelijk Caribisch Netwerk.”
“Preventie is de beste bescherming. Jongeren moeten kansen zien in plaats van de verleiding van het snelle criminele geld. Daarom investeren we in wijkgerichte aanpakken waarin veiligheid, zorg, werk, onderwijs en wonen samenkomen.”
D66 wil dat mensen met onbegrepen of onveilig gedrag vooral zorg krijgen in plaats van straf, en stimuleert samenwerking tussen zorg en veiligheid. Dit kan bijdragen aan het vroegtijdig signaleren en voorkomen van radicalisering, maar wordt niet expliciet als deradicaliseringsbeleid gepresenteerd.
“Mensen met onbegrepen of onveilig gedrag hebben meestal geen politie nodig, maar zorg. We zorgen voor nauwe samenwerking tussen zorg en veiligheid. Het delen van gegevens wordt mogelijk, met goede waarborgen.”
Volt noemt "deradicalisering" niet expliciet in haar verkiezingsprogramma en heeft geen afzonderlijk, concreet beleid of standpunt hierover. Wel zet Volt in op het bestrijden van extremisme, polarisatie en discriminatie door te investeren in inclusie, antidiscriminatie en het versterken van democratische waarden, maar zonder specifieke deradicaliseringsmaatregelen of -programma’s te benoemen.
Volt adresseert extremisme en polarisatie als bedreigingen voor de democratie, maar werkt dit niet uit tot een concreet deradicaliseringsbeleid of -programma. De partij focust op inclusie, antidiscriminatie en het tegengaan van polarisatie als bredere maatschappelijke strategieën.
“En in Nederland zetten rechtsextremisme en polarisatie onze democratie onder druk. Waar andere partijen kiezen voor verdeeldheid, kiezen wij voor verbinding.”
“Iedereen moet zich veilig voelen, thuis, online en op straat. Toch nemen georganiseerde misdaad, drugscriminaliteit, extremisme, cyberaanvallen en geweld tegen vrouwen toe.”
DENK ziet deradicalisering als een belangrijk onderdeel van de bestrijding van rechts-extremisme en het vergroten van veiligheid in Nederland. Hun belangrijkste voorstel is het opzetten van een Nationaal Programma Aanpak Rechts-extremisme, waarin deradicalisering expliciet wordt genoemd naast preventie en handhaving. De partij legt de nadruk op het voorkomen van radicalisering vanuit extreemrechtse hoek, met een focus op structurele en preventieve maatregelen.
DENK pleit voor een nationaal programma dat zich specifiek richt op het tegengaan van rechts-extremisme, waarbij deradicalisering een van de centrale pijlers is. Hiermee wil de partij voorkomen dat extreemrechtse ideeën wortel schieten en uitgroeien tot gewelddadig extremisme, door zowel preventieve als repressieve maatregelen te combineren.
“Er moet een Nationaal Programma Aanpak Rechts-extremisme komen, gericht op preventie, handhaving en deradicalisering.”
GroenLinks-PvdA ziet het voorkomen van radicalisering en extremisme, vooral onder jongeren, als essentieel voor een veilige en inclusieve samenleving. De partij wil investeren in vroegtijdige signalering, preventie en het bieden van perspectief aan jongeren die dreigen af te glijden. Daarbij wordt nadrukkelijk ingezet op het tegengaan van haat, discriminatie en het versterken van positieve preventieprogramma’s.
GroenLinks-PvdA richt zich op het voorkomen van radicalisering en extremisme door te investeren in preventie, met speciale aandacht voor jongeren. De partij wil professionals beter toerusten om signalen van ronseling en uitbuiting vroegtijdig te herkennen en jongeren tijdig te bereiken met hulp en perspectief. Dit beleid is bedoeld om te voorkomen dat jongeren afglijden naar extremistische denkbeelden of netwerken.
“We investeren in het voorkomen van radicalisering en extremisme, in het bijzonder onder jongeren. Daarbij pakken we antisemitisme, moslimhaat, racisme en lhbti+ en vrouwenhaat aan, zie hoofdstuk ‘Democratie, rechtsstaat en gelijke rechten’. We versterken signalering in het onderwijs, op sociale media en in de wijk. Jongeren die dreigen af te glijden, worden tijdig bereikt met hulp, perspectief en stevig tegenwicht.”
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma