BBB wil een Nationale Investeringsbank (NIB) oprichten die overheidsgeld koppelt aan landelijke en regionale projecten, met als doel innovatie, infrastructuur en het mkb te versterken. De partij ziet de NIB als alternatief voor bestaande, versnipperde fondsen en wil zo investeringen in brede welvaart, strategische autonomie en regionale economieën versnellen. BBB benadrukt dat deze koppeling van publieke middelen aan projecten Nederland minder afhankelijk maakt van buitenlandse kapitaalstromen en de energietransitie en landbouwtransitie kan versnellen.
BBB pleit voor de oprichting van een Nationale Investeringsbank die het vermogen van de overheid direct koppelt aan landelijke en regionale projecten. Hiermee wil de partij versnippering tegengaan, innovatie stimuleren en de regionale economie versterken. De NIB moet bestaande fondsen vervangen, cofinanciering met marktpartijen mogelijk maken en bijdragen aan strategische doelen zoals energietransitie, landbouwtransitie en minder afhankelijkheid van buitenlands kapitaal.
“De oprichting van een Nationale Investeringsbank onderzoeken die: Vermogen van de overheid koppelt aan landelijke en regionale projecten; Investeert in mkb, innovatie en infrastructuur; Marktpartijen cofinanciert via garantstellingen en leningen; De rol overneemt van de huidige gefragmenteerde en niet goed werkende fondsen zoals het Groeifonds en InvestNL die daarmee kunnen worden opgeheven.”
“De investeringen van de Nationale Investeringsbank sluiten indien mogelijk ook aan bij de defensieclausule van het Stabiliteits en Groeipact (SGP). Een Nationale Investeringsbank versterkt de regionale economie, maakt Nederland minder afhankelijk van buitenlandse kapitaalstromen en versnelt de energietransitie en landbouwtransitie zonder bureaucratie.”
“We onderzoeken de oprichting van een Nationale Investeringsbank (NIB) in Nederland. Deze NIB krijgt een duidelijke taak in het beschikbaar stellen van risicodragend kapitaal voor innovatieve bedrijven in deeptech, agrotech, energietechniek en industriële toepassingen die bijdragen aan strategische autonomie en werkgelegenheid in de maakindustrie in Nederland.”
“Investeren via een Nationale Investeringsbank. We stimuleren innovatie door nationale investeringen, BBB wil hiervoor de oprichting van een Nationale Investeringsbank onderzoeken.”
JA21 koppelt meerdere investeringsvoorstellen expliciet aan een percentage van het bruto binnenlands product (BBP), vooral op het gebied van infrastructuur, woningbouw en openbaar vervoer. De partij pleit voor structurele extra investeringen van 0,5% van het BBP in vervanging en renovatie van infrastructuur en woningbouw, en voor 0,04% van het BBP extra in het openbaar vervoer om verschraling tegen te gaan. Hiermee wil JA21 voorspelbaarheid, continuïteit en economische groei waarborgen.
JA21 stelt dat de komende jaren grote vervangings- en renovatieopgaven in infrastructuur en woningbouw alleen haalbaar zijn met een structurele koppeling aan het BBP. Dit moet zorgen voor voorspelbare, voldoende financiering en het op peil houden van de Nederlandse economie en leefbaarheid.
Om verschraling van het openbaar vervoer te voorkomen en het aanbod op peil te houden, wil JA21 jaarlijks 0,04% van het BBP extra investeren. Dit is bedoeld om de bereikbaarheid en kwaliteit van het OV, vooral buiten de Randstad, te waarborgen.
Het CDA wil de koppeling tussen investeringen en het bruto nationaal inkomen (bni) versterken door investeringen in brede welvaart en innovatie steviger te verankeren in het begrotingsbeleid. Ze stellen voor om investeringen met een onrendabele maatschappelijke top te evalueren op hun bijdrage aan brede welvaart en pleiten voor een investeringsvriendelijker begrotingsstelsel.
Het CDA ziet kansen om investeringen die niet direct renderen, maar wel bijdragen aan brede welvaart, beter te waarderen en zichtbaar te maken in de begroting. Hiermee willen ze ruimte creëren voor een meer investeringsgericht begrotingsstelsel, waarbij de impact op het bni en brede welvaart centraal staat.
“We evalueren hoe binnen de Maatschappelijke Kosten Batenanalyse kan worden gekeken naar welke investeringen met een onrendabele maatschappelijke top in de toekomst brede welvaart kunnen opleveren.”
“zodat ook het profijt van de investering op de begroting zichtbaar wordt. Zo bedden we investeringen steviger in in het begrotingsbeleid. Op de lange termijn kan dit de weg vrijmaken voor een meer investeringsvriendelijk begrotingsstelsel.”
D66 koppelt haar investerings- en innovatiebeleid expliciet aan het bruto binnenlands product (bni) door te streven naar een vast percentage van het bni voor onderzoek en ontwikkeling. Daarnaast wil D66 een Nationale Investeringsbank oprichten om grote transities te financieren, waarbij het Nationaal Groeifonds wordt geïntegreerd. De partij ziet deze koppeling als een manier om structureel te investeren in technologische vooruitgang en maatschappelijke missies.
D66 wil structureel 3% van het bruto binnenlands product (bni) besteden aan onderzoek en ontwikkeling, in lijn met de Lissabon-doelstelling. Hiermee beoogt de partij innovatie te stimuleren en de kenniseconomie te versterken, zodat Nederland concurrerend en toekomstbestendig blijft.
“We werken toe naar de Lissabon-overeenkomst van 3% van het bruto binnenlands product naar onderzoek en ontwikkeling.”
D66 stelt voor een Nationale Investeringsbank op te richten met meer middelen en een breed mandaat, waarin het Nationaal Groeifonds wordt opgenomen. Deze bank moet grootschalige investeringen mogelijk maken in onder andere technologie, innovatie en verduurzaming, waarmee de economische groei en maatschappelijke vooruitgang worden gekoppeld aan structurele investeringen.
“We willen een Nationale Investeringsbank voor grote transities. Deze publieke instelling krijgt meer middelen en een breed mandaat. Het Nationaal Groeifonds, dat we hervormen, wordt onderdeel van de Nationale Investeringsbank.”
DENK wil de koppeling tussen het budget voor ontwikkelingshulp en het Bruto Nationaal Inkomen (BNI) herstellen, zodat de hoogte van de hulp meegroeit met de Nederlandse economie. Ze keren zich tegen het gebruik van ontwikkelingshulpbudgetten voor asielopvang en willen dat deze middelen uitsluitend worden ingezet voor internationale armoedebestrijding en mondiale stabiliteit.
DENK vindt dat Nederland als welvarend land een verantwoordelijkheid heeft om ontwikkelingslanden te ondersteunen, en dat het budget voor ontwikkelingshulp daarom proportioneel moet meegroeien met de economische groei. Door de BNI-koppeling te herstellen, willen ze voorkomen dat ontwikkelingshulp afhankelijk wordt van politieke willekeur en bezuinigingen.
“De BNI-koppeling voor ontwikkelingshulp wordt hersteld zodat de hoeveelheid ontwikkelingshulp proportioneel blijft aan de economische groei.”
DENK is tegen het inzetten van ontwikkelingshulpbudgetten voor binnenlandse asielopvang. Zij vinden dat deze middelen uitsluitend moeten worden gebruikt voor internationale armoedebestrijding en mondiale stabiliteit.
“DENK is tegen financiering van de asielopvang met het ontwikkelingshulpbudget (ODA). Deze middelen moeten beschikbaar blijven voor internationale armoedebestrijding en om de mondiale stabiliteit te beschermen.”
FVD is fel tegen het koppelen van beleid of uitgaven aan het bruto nationaal inkomen (bni), zoals bij internationale klimaat- of ontwikkelingsdoelen vaak gebeurt. Zij verwerpen expliciet de bni-koppeling voor klimaatbeleid en willen dat Nederland zich hieraan onttrekt, omdat zij deze koppeling als kostbaar, zinloos en nadelig voor de Nederlandse welvaart beschouwen.
FVD verzet zich tegen het principe dat Nederland klimaatuitgaven of -doelen koppelt aan het bruto nationaal inkomen. Zij zien dit als een onzinnige en dure verplichting die ten koste gaat van de Nederlandse burger en economie. FVD wil deze koppeling schrappen en het geld teruggeven aan de bevolking.
“We schrappen de koppeling van klimaatbeleid aan het bni (bruto nationaal inkomen), zodat Nederland niet langer verplicht is om miljarden te besteden aan internationale klimaatdoelen.”
“We stoppen alle klimaatplannen en de €1.000 miljard die we daarmee besparen (omgerekend €230.000 per huishouden) geven we terug aan de hardwerkende Nederlander in de vorm van lastenverlichting.”
De SP wil dat Nederland minimaal 0,7% van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI) besteedt aan ontwikkelingssamenwerking. Dit bedrag moet direct ten goede komen aan mensen in ontwikkelingslanden, gericht op democratisering, armoedebestrijding en mensenrechten.
De SP koppelt het budget voor ontwikkelingssamenwerking expliciet aan het BNI en wil dat Nederland zich houdt aan de internationale norm van minimaal 0,7%. De partij benadrukt dat deze middelen daadwerkelijk moeten worden ingezet voor structurele verbetering van levensomstandigheden in ontwikkelingslanden, met aandacht voor democratie, rechten en armoedebestrijding.
“Daarom moet Nederland minstens 0,7 procent van het BNI uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking.”
“Ontwikkelingssamenwerking moet ten goede komen aan mensen in ontwikkelingslanden: voor democratisering en vredesopbouw, voor het ondersteunen van de werkende klasse, voor mensen en vrouwenrechten, voor het ondersteunen van mensen met een beperking, voor onderwijs, voor zorg, voor infrastructuur en een eerlijke economie.”
De VVD koppelt haar economische beleid expliciet aan de omvang van het bruto nationaal inkomen (bni) door te streven naar een verhoging van investeringen in onderzoek en ontwikkeling tot minimaal 3% van de economie. Dit moet innovatie en economische groei stimuleren, waarbij overheid en bedrijfsleven samen optrekken. De partij ziet deze bni-koppeling als een manier om Nederland concurrerend en toekomstbestendig te houden.
De VVD wil dat de investeringen in onderzoek en ontwikkeling stijgen naar minimaal 3% van het bni, omdat dit innovatie en economische groei aanjaagt. De partij stelt dat elke euro overheidsinvestering leidt tot extra private investeringen, en dat deze gezamenlijke inspanning noodzakelijk is om Nederland concurrerend te houden.
BIJ1 wil tarieven voor autogebruik, zoals parkeervergunningen, verkeersboetes en belastingen, afhankelijk maken van het inkomen en vermogen van burgers (BNI-koppeling). Dit betekent dat hogere inkomens meer betalen, terwijl mensen met lagere inkomens worden ontzien. Het doel is sociale rechtvaardigheid te bevorderen en tegelijkertijd vervuiling, onveiligheid en ruimtegebruik door auto’s te verminderen.
BIJ1 stelt voor om tarieven voor autogebruik progressief te maken op basis van het inkomen en vermogen van de gebruiker. Hiermee wil de partij de lasten eerlijker verdelen, zodat mensen met een lager inkomen niet onevenredig worden geraakt door kosten voor autogebruik, terwijl hogere inkomens juist meer bijdragen. Dit beleid is bedoeld om sociale ongelijkheid te verminderen en het autogebruik terug te dringen.
“Tarieven voor autogebruik, zoals een parkeervergunning, verkeersboetes en belasting worden afhankelijk van iemands inkomen en vermogen. Hogere inkomens betalen flink hogere tarieven dan nu. Dit zorgt voor minder auto’s op de weg en daarmee minder vervuiling, onveiligheid en ruimtegebruik. Terwijl we mensen met lagere inkomens ontzien.”
De PVV wil de koppeling van de Nederlandse uitgaven aan het bruto nationaal inkomen (bni) afschaffen, met name bij internationale verplichtingen zoals ontwikkelingshulp en afdrachten aan de Europese Unie. De partij vindt het onwenselijk dat uitgaven automatisch meestijgen met de groei van de economie en wil deze koppeling loslaten om meer grip te krijgen op de hoogte van deze uitgaven. Zo wil de PVV structureel minder geld naar het buitenland laten gaan en meer geld in Nederland besteden.
De PVV is tegen het automatisch koppelen van uitgaven aan het bni, omdat dit leidt tot steeds hogere afdrachten aan bijvoorbeeld ontwikkelingshulp en de EU, zonder directe controle of nut. De partij wil deze koppeling loslaten om te voorkomen dat uitgaven automatisch meestijgen met de economische groei, en zo meer geld in Nederland houden.
“De bni-koppeling bij ontwikkelingshulp en de EU-afdracht wordt losgelaten.”
De Partij voor de Dieren koppelt expliciet een vast percentage van het bruto binnenlands product (BBP) aan de bestrijding van de klimaat- en natuurcrisis. Zij willen wettelijk vastleggen dat 5% van het BBP structureel hiervoor wordt ingezet, waarmee ze een radicale en concrete financiële prioritering maken voor klimaat- en natuurbeleid. Dit voorstel onderscheidt zich door de directe koppeling van nationale welvaart aan ecologische investeringen.
De PvdD wil dat Nederland wettelijk vastlegt dat jaarlijks 5% van het BBP wordt besteed aan het bestrijden van de klimaat- en natuurcrisis. Hiermee bepleiten ze een structurele, substantiële financiële inzet die niet afhankelijk is van politieke willekeur, maar direct gekoppeld is aan de omvang van de economie. Dit moet zorgen voor een samenhangende en ambitieuze aanpak van klimaatverandering en natuurverlies.
“We leggen wettelijk vast dat 5% van het BBP naar het bestrijden van de klimaat- en natuurcrisis gaat.”
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma