De PVV stelt assimilatie centraal door te eisen dat nieuwkomers zich volledig aanpassen aan de Nederlandse taal, cultuur en waarden, en door het ontmoedigen van behoud van eigen (met name islamitische) identiteit. Concreet wil de partij naturalisatie pas na 15 jaar legaal verblijf, een verbod op dubbele nationaliteit, het verplicht spreken van Nederlands voor toegang tot sociale voorzieningen, en een verbod op islamitisch onderwijs. De PVV koppelt assimilatie aan het tegengaan van segregatie en het beschermen van de Nederlandse samenleving tegen wat zij als onverenigbare culturen beschouwt.
De PVV wil dat vreemdelingen pas na een zeer lange periode in aanmerking komen voor het Nederlanderschap en dubbele nationaliteit wordt uitgesloten. Dit moet ervoor zorgen dat nieuwkomers zich volledig committeren aan Nederland en niet loyaal blijven aan een ander land of cultuur.
De partij koppelt toegang tot sociale voorzieningen en onderwijs aan het beheersen van de Nederlandse taal en het actief uitdragen van Nederlandse waarden. Wie niet assimileert, wordt uitgesloten van bijstand en andere rechten.
De PVV ziet islamitisch onderwijs en zichtbare religieuze uitingen als obstakels voor assimilatie en wil deze verbieden om culturele segregatie tegen te gaan en de Nederlandse identiteit te beschermen.
De partij stimuleert vrijwillige remigratie van mensen die zich niet willen assimileren en sluit terugkeer naar Nederland uit, om zo de samenleving homogener te maken.
“De PVV stelt een vrijwillige remigratieregeling in. Wie dit land wil verlaten, krijgt die kans. Geen vertrekpremie, geen beloning, geen douceurtje – maar een vliegticket (enkele reis), bagagehulp en snelle administratieve afhandeling. Voorwaarde is dat men afstand doet van het Nederlanderschap, voorgoed vertrekt en niet meer terugkomt.”
De PVV koppelt verblijfsrecht direct aan gedrag en assimilatie: bij misdragingen of het niet naleven van assimilatie-eisen volgt directe uitzetting of intrekking van verblijfsstatus.
“Vreemdelingen (waaronder statushouders) worden na veroordeling voor één misdrijf – na het uitzitten van de straf en intrekking van de verblijfsstatus – direct uitgezet”
“Statushouders die frauderen (zoals illegale onderverhuur), op vakantie gaan naar het land van herkomst of werk of een woning weigeren, raken direct hun verblijfsvergunning kwijt”
De SGP verwacht van nieuwkomers en mensen met een migratieachtergrond een sterke mate van aanpassing aan de Nederlandse samenleving, waarbij het leren van de Nederlandse taal, kennis van cultuur en historie, en het onderschrijven van nationale waarden centraal staan. De partij stelt strenge eisen aan inburgering, naturalisatie en deelname aan de samenleving, met nadruk op eigen verantwoordelijkheid en het voorkomen van integratieproblemen. Assimilatie wordt gezien als noodzakelijk om sociale samenhang te behouden en gevoelens van vervreemding tegen te gaan.
De SGP wil dat nieuwkomers en mensen met een migratieachtergrond zich actief aanpassen door de Nederlandse taal te leren, kennis te nemen van nationale symbolen en cultuur, en verantwoordelijkheid te nemen voor hun integratie. Dit wordt als essentieel gezien om desintegratie en vervreemding te voorkomen.
“Van nieuwkomers mag verwacht worden dat ze zich aanpassen en zo snel mogelijk Nederlands leren en spreken. Daarnaast is meedoen dé sleutel tot een succesvolle integratie.”
“Er komt onder andere een taal- en inburgeringsplicht voor mensen met een migratieachtergrond van de tweede en derde generatie, als ze nog onvoldoende Nederlands kunnen spreken.”
“Inburgering dient in ieder geval te leiden tot een basale beheersing van de Nederlandse taal, maar ook tot kennis van historische gebeurtenissen, nationale symbolen (zoals ons volkslied en koningshuis), ons cultureel erfgoed en de manier waarop wij in een rechtsstaat samenleven.”
“De termijn voor naturalisatie wordt verlengd naar tien jaar en de taaleis gaat omhoog naar B1-niveau.”
De SGP wil bij toelating van migranten en asielzoekers nadrukkelijk rekening houden met culturele en religieuze afstand tot de Nederlandse samenleving, om integratieproblemen te voorkomen en sociale samenhang te waarborgen.
“Bij toelating moeten cultuur en religie een grotere rol gaan spelen. We bouwen immers aan een samenleving die een gemeenschap wil zijn, geen los zand.”
“Bij toelating van (arbeids)migranten wordt allereerst gekeken naar werving van Nederlanders en Nederlandstaligen in het buitenland, vervolgens naar mensen met zo min mogelijk culturele afstand tot de Nederlandse samenleving.”
“Het moet mogelijk worden culturele en religieuze achtergrond mee te laten wegen bij asielaanvragen, om integratieproblemen zoveel mogelijk te voorkomen.”
De SGP benadrukt dat assimilatie niet betekent dat nieuwkomers progressief-seculiere waarden zoals abortus of het homohuwelijk moeten omarmen; de nadruk ligt op nationale en christelijke waarden.
Het CDA legt bij "assimilatie" de nadruk op verplichte inburgering, taalverwerving en actieve deelname aan de samenleving voor nieuwkomers, met een sterke focus op het leren van de Nederlandse taal en het naleven van wetten en regels. De partij stelt concrete verplichtingen aan statushouders, arbeidsmigranten en hun kinderen, en legt verantwoordelijkheid bij zowel nieuwkomers als werkgevers en gemeenten. Het doel is dat nieuwkomers zo snel mogelijk volwaardig meedoen, waarbij taal, werk en ouderbetrokkenheid centraal staan.
Het CDA ziet beheersing van de Nederlandse taal en verplichte inburgering als essentiële voorwaarden voor succesvolle assimilatie. Nieuwkomers moeten binnen drie jaar Nederlands spreken en schrijven, en inburgeringsonderwijs is verplicht op straffe van verlies van status. Ook arbeidsmigranten en hun kinderen krijgen verplichte taaltrajecten en educatie.
“Inburgeringsplichtigen spreken en schrijven binnen maximaal drie jaar de Nederlandse taal.”
“Voor alle statushouders is het inburgeringsonderwijs verplicht, in het uiterste geval op straffe van verlies van hun status.”
“Arbeidsmigranten die hier langdurig verblijven, volgen een verplicht taaltraject dat is toegespitst op werk en deelnemen in de samenleving. De werkgever is hiervoor verantwoordelijk.”
“We verplichten voor- en vroegschoolse educatie voor kinderen van statushouders die nog inburgeringsplichtig zijn, zodat jonge kinderen niet met een taalachterstand op school hoeven te beginnen en de ouders kunnen inburgeren.”
Naast taalverwerving verwacht het CDA dat nieuwkomers zich actief inspannen om te integreren, de Nederlandse wetten en regels naleven en deelnemen aan werk of vrijwilligerswerk. Gemeenten en maatschappelijke organisaties krijgen een rol in het begeleiden en controleren van deze processen.
“Aan nieuwkomers is het de taak – zoals aan alle inwoners van Nederland – om vorm en inhoud te geven aan het democratisch burgerschap. Om zich aan onze wetten en regels te houden, zich actief in te spannen om te integreren en Nederlands te leren.”
“Elke statushouder is verplicht in te burgeren en actief mee te doen in de samenleving. Dat kan via taallessen, vrijwilligerswerk en betaald werk.”
“We versterken de samenwerking met migrantenorganisaties, kerken en moskeeën zodat zij mede de verantwoordelijkheid dragen voor een succesvolle integratie van nieuwkomers.”
Het CDA wil voorkomen dat kinderen van nieuwkomers met een achterstand beginnen en stimuleert ouderbetrokkenheid bij het onderwijs, als onderdeel van het assimilatieproces.
“We willen ouderbetrokkenheid van nieuwkomers stimuleren bij het onderwijs.”
DENK verwerpt het idee van verplichte assimilatie en kiest expliciet voor een samenleving waarin diversiteit wordt gewaardeerd en gelijkwaardigheid centraal staat. In plaats van nieuwkomers te dwingen hun achtergrond op te geven, pleit DENK voor inclusie, cultuursensitiviteit en het recht om de eigen identiteit te behouden. Concrete voorstellen zijn onder meer het stimuleren van meertaligheid, cultuursensitief onderwijs en begeleiding bij inburgering zonder assimilatie-eis.
DENK verzet zich tegen het idee dat nieuwkomers zich volledig moeten aanpassen aan de dominante cultuur. In plaats daarvan benadrukt de partij het belang van een pluriforme samenleving waarin ruimte is voor verschillende identiteiten en achtergronden. Assimilatie wordt gezien als een vorm van uitsluiting; DENK kiest voor inclusie en gelijkwaardigheid.
“DENK wil het meest ambitieuze maatregelenpakket ooit om te zorgen voor de gelijke kansen van iedereen.”
“Nederland is van ons allemaal! ... Wij zijn het schild voor iedereen in Nederland die te kampen heeft met uitsluiting.”
“Het onderwijs moet een afspiegeling zijn van onze samenleving en bijdragen aan samenleven in gelijkwaardigheid.”
In plaats van assimilatie via eenzijdige taal- en cultuurvereisten, wil DENK dat het onderwijs recht doet aan de diversiteit van de samenleving. Dit betekent aandacht voor verschillende talen, culturen en geschiedenissen, en het stimuleren van meertaligheid.
“Meertaligheid stimuleren, door het aanbieden van lessen in veel gesproken talen in Nederland zoals het Turks, Marokkaans Arabisch en Pools.”
“Meer aandacht in het curriculum voor koloniaal verleden, slavernijverleden, migratiegeschiedenis en burgerschap, zodat onderwijs recht doet aan de volle diversiteit van onze samenleving.”
“Binnen de zorgopleidingen wordt cultuursensitieve en inclusieve zorg een uitgangspunt voor iedereen.”
DENK pleit voor een mensgerichte en ondersteunende inburgering, waarbij nieuwkomers niet hoeven te assimileren maar juist worden geholpen om hun plek te vinden met behoud van hun eigen identiteit.
“De inburgeraar wordt actief ontzorgd. Veel nieuwkomers verdwalen in het systeem. DENK wil dat elke inburgeraar wordt ondersteund met een persoonlijke begeleider die meeloopt van dag één tot afronding van het traject.”
“Meer geld voor inburgering. Gemeenten krijgen structureel meer middelen om kleinschalige, taalrijke en mensgerichte trajecten in te kopen.”
De VVD stelt assimilatie centraal als voorwaarde voor volwaardige deelname aan de Nederlandse samenleving. Zij willen dat nieuwkomers zich actief aanpassen aan Nederlandse taal, cultuur en waarden, met strengere eisen voor naturalisatie, huisvesting en sociale voorzieningen. De partij koppelt het verkrijgen van rechten expliciet aan het onderschrijven en naleven van Nederlandse normen, waarbij niet willen meedoen consequenties heeft.
De VVD vindt dat het spreken van Nederlands en het onderschrijven van Nederlandse waarden essentieel zijn voor assimilatie. Zij willen de taaleisen voor naturalisatie verhogen en toegang tot huisvesting en rechten afhankelijk maken van actieve aanpassing en acceptatie van de Nederlandse cultuur.
“De Nederlandse taal spreken is cruciaal om vol mee te doen in onze samenleving. Daarom moet iedereen die Nederlander wil worden dat kunnen. Het is onacceptabel dat migranten die onvoldoende Nederlands spreken Nederlander mogen worden. Daarom willen wij de taaleis voor naturalisatie verhogen naar het basisniveau voor de werkvloer.”
“Toegang tot de Nederlandse samenleving alleen bij onderschrijving van Nederlandse cultuur en waarden: Statushouders die op azc’s verblijven komen pas in aanmerking voor andere vormen van huisvesting op het moment dat zij zowel in woord als in daad achter de Nederlandse waarden staan. Hierop wordt vooraf actief en intensief getoetst.”
“Mensen die in Nederland komen wonen genieten van de vrijheid en kansen die ons land biedt. Daarbij hoort in een liberale samenleving ook de verantwoordelijkheid om die kansen te pakken en je aan te passen aan onze normen en waarden.”
De VVD maakt een duidelijk onderscheid tussen mensen die willen meedoen en zij die dat niet willen. Wie zich niet aanpast of de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat niet onderschrijft, krijgt geen toegang tot rechten of voorzieningen.
“Mensen die hier wonen en volop willen meedoen, vinden ons aan hun kant – ongeacht hun afkomst. Niet mee kunnen doen is een probleem dat we graag helpen oplossen. Maar niet mee willen doen, accepteren we nooit.”
“Mensen die zich beroepen op cultuur, religie of het verheerlijken van een ander regime, met hun rug naar onze samenleving staan, niet willen meedoen of zelfs anderen onderdrukken. Dan vinden zij ons tegenover zich.”
“Mensen die de uitgangspunten van onze democratische rechtsstaat niet onderschrijven, krijgen geen toegang tot de Nederlandse samenleving.”
De VVD koppelt toegang tot uitkeringen en huisvesting aan het voldoen aan assimilatie-eisen, zoals het leren van de taal en het accepteren van werk.
“Statushouders aan het werk, niet aan de kant: Integreren is meedoen. De VVD wil dat elke statushouder direct bij het krijgen van huisvesting een leerwerkplek of startbaan krijgt aangeboden en accepteert, in plaats van direct een uitkering.”
“We korten mensen op de uitkering die geen Nederlands spreken en dit niet willen leren. Statushouders die niet komen opdagen bij de taalles of verzuimen naar examens te komen moeten een boete betalen of worden gekort op de uitkering, naast het feit dat ze daarmee niet inburgeren en dus niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking komen.”
De ChristenUnie kiest nadrukkelijk voor integratie boven assimilatie: nieuwkomers moeten de Nederlandse taal leren en de kernwaarden van de samenleving respecteren, maar behouden hun eigen identiteit. De partij stelt duidelijke eisen aan participatie, taalbeheersing en het onderschrijven van Nederlandse waarden, zonder volledige culturele aanpassing te eisen. Concrete voorstellen zijn verplichte taallessen, participatieverklaring en voorwaarden aan naturalisatie en gezinshereniging.
De ChristenUnie vindt het essentieel dat nieuwkomers de Nederlandse taal leren en actief deelnemen aan de samenleving. Dit wordt gezien als voorwaarde voor succesvolle integratie, niet als eis tot volledige assimilatie. De nadruk ligt op participatie en het respecteren van Nederlandse waarden, niet op het opgeven van de eigen cultuur.
“Voor succesvolle integratie is beheersing van de Nederlandse taal en het onderschrijven van de participatieverklaring essentieel. Integratie vraagt van mensen dat ze niet alleen fysiek, maar ook mentaal verhuizen. Niet alleen onze taal leren, maar ook onze waarden leren kennen en respecteren.”
“Het beheersen van de Nederlandse taal, ook door arbeidsmigranten, is daarbij essentieel.”
“De herenigde gezinsleden moeten zich inpassen in de Nederlandse samenleving en Nederland mag hier eisen aan stellen.”
De partij stelt dat het Nederlanderschap niet vanzelfsprekend is na verblijf, maar dat een actieve bijdrage en het onderschrijven van grondwettelijke waarden vereist zijn. Dit is een duidelijke voorwaarde voor volledige juridische en maatschappelijke inbedding, zonder te spreken van culturele assimilatie.
“Het recht op bescherming leidt niet automatisch na een aantal jaar tot het recht op Nederlanderschap. Daarbij zijn we mild voor hen die wel willen, maar niet kunnen.”
“We verwachten van alle Nederlanders een actieve bijdrage aan de maatschappij. Het spreken van het Nederlands en het onderschrijven van de waarden zoals vastgelegd in de grondwet is daarvoor randvoorwaarde.”
De ChristenUnie benadrukt dat integratie een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van overheid, samenleving en nieuwkomers. Er wordt geen volledige assimilatie geëist, maar wel het aanvaarden van de Nederlandse samenleving en haar kernwaarden.
“Integratie draait niet alleen om economische bijdrage, maar vooral om het aanvaarden van de Nederlandse samenleving, inclusief onze taal, grondwettelijke bepalingen (o.a. vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid, respect voor minderheden), geschiedenis, en christelijke wortels van ons land.”
“Iedereen die mee wil doen, hoort erbij. De stelling laat zich echter ook omkeren: wie erbij wil horen, moet meedoen.”
FVD verwerpt het idee van assimilatie als oplossing voor integratieproblemen en kiest in plaats daarvan voor het actief stimuleren van remigratie van migranten die volgens hen niet integreren. Hun beleid richt zich op het ontmoedigen van blijvend verblijf en het beperken van naturalisatie, met als doel de Nederlandse cultuur en sociale cohesie te beschermen.
FVD stelt dat assimilatie van grote groepen migranten niet haalbaar is en pleit daarom voor het actief ondersteunen van remigratie voor mensen die niet integreren. Zij zien blijvende culturele verschillen en gebrekkige integratie als een structureel probleem dat niet door assimilatie kan worden opgelost.
“Er zijn miljoenen mensen naar Nederland gekomen die vaak niet of nauwelijks integreren. Zij leven in eigen gemeenschappen, spreken de taal slecht en voelen zich weinig verbonden met onze samenleving.”
“Een migratiesaldo van nul zou dit probleem niet oplossen, want de groepen die al hier zijn en niet aarden, blijven structureel veel kosten en spanningen veroorzaken.”
“Daarom is het niet genoeg om de instroom te stoppen: we moeten ook inzetten op remigratie. Wij willen mensen die hier niet aarden actief ondersteunen bij hun terugkeer.”
“We bieden migranten en hun kinderen en kleinkinderen remigratiebeurzen en begeleiding door coaches aan, zodat terugkeer naar hun landen van herkomst haalbaar en aantrekkelijk wordt.”
FVD wil naturalisatie vrijwel onmogelijk maken en verblijfsvergunningen uitsluitend tijdelijk verstrekken, om blijvende vestiging en assimilatie te ontmoedigen. Alleen migranten die aantoonbaar bijdragen en cultureel compatibel zijn, mogen tijdelijk blijven.
“We verstrekken tien jaar lang geen nieuwe Nederlandse paspoorten, behalve aan huwelijkspartners en kinderen geboren uit Nederlandse ouders, zodat nationaliteit weer waarde krijgt.”
“We schaffen de permanente verblijfsvergunning af. Mensen die een tijdelijke verblijfsvergunning verkrijgen moeten iedere vijf jaar hun nut en noodzaak voor de Nederlandse samenleving bewijzen.”
“We introduceren een streng gereguleerd Green-Card-model voor tijdelijke werkvergunningen, zodat alleen economisch waardevolle migranten - die cultureel compatibel zijn - tijdelijk kunnen bijdragen zonder uitzicht op naturalisatie.”
NSC legt sterk de nadruk op integratie van nieuwkomers in de Nederlandse samenleving, met een duidelijke verwachting dat zij de Nederlandse taal beheersen en de kernwaarden van de democratische rechtsstaat omarmen. Concrete voorstellen zijn onder meer het aanscherpen van de taaleis naar B1-niveau, het direct aanbieden van werk of participatietrajecten aan statushouders, en het expliciet verankeren van de Nederlandse identiteit en taal in de maatschappij. Assimilatie wordt vooral gezien als het actief deelnemen aan en bijdragen aan de Nederlandse gemeenschap, met nadruk op taal, werk en gedeelde waarden.
NSC vindt het essentieel dat nieuwkomers de Nederlandse taal beheersen en de principes van de democratische rechtsstaat begrijpen en omarmen. Dit wordt gezien als voorwaarde voor succesvolle integratie en deelname aan de samenleving, en als bescherming van sociale samenhang en de Nederlandse identiteit.
“Nieuwkomers moeten goed ingeburgerd zijn in de Nederlandse samenleving en de principes van onze democratische rechtsstaat begrijpen en omarmen. Hiervoor is het essentieel dat nieuwkomers de Nederlandse taal beheersen. We willen de taaleis voor nieuwkomers aanscherpen naar B1-niveau.”
“Het moet voor nieuwkomers en Nederlanders duidelijk zijn wat het betekent om Nederlands staatsburger te zijn: waarden omarmen, de taal spreken, rechten én plichten kennen.”
“We zijn daarom kritisch op ontwikkelingen waarbij de Nederlandse taal naar de achtergrond verdwijnt. Daarom komen we met maatregelen om het Nederlands op straat, op de werkvloer, in de klas en collegezaal weer gangbaar te maken.”
Werk wordt door NSC gezien als een cruciale factor voor succesvolle integratie en zelfredzaamheid. Statushouders moeten direct na inschrijving bij de gemeente aan het werk of deelnemen aan een verplicht participatietraject, waarbij het combineren van werk en inburgeringstrajecten wordt vergemakkelijkt.
“Statushouders krijgen bij inschrijving in de gemeente direct een baan of verplicht participatietraject aangeboden zodat ze kunnen meedoen in de samenleving, zelfredzaam worden en integreren. Het wordt makkelijker om werken te combineren met het volgen van een inburgeringstraject.”
“Inburgering op de werkplek moet het uitgangspunt zijn.”
NSC wil de Nederlandse identiteit expliciet verankeren in de maatschappij en verwacht dat iedereen, ongeacht achtergrond, zich onderdeel voelt van de gemeenschap en bijdraagt aan sociale samenhang. Assimilatie wordt hier gekoppeld aan het actief delen van taal, tradities en waarden.
“Daarom wil Nieuw Sociaal Contract de Nederlandse identiteit uitdrukkelijk verankeren in onze maatschappij. Of iemand hier geboren is, later is gekomen of tijdelijk verblijft, we verwachten dat iedereen zich onderdeel voelt van de samenleving en eraan bijdraagt.”
“Bijdragen aan het grote geheel is niet vrijblijvend, maar noodzakelijk voor een stabiel en sociaal Nederland.”
BBB stelt duidelijke eisen aan assimilatie van migranten: het respecteren van Nederlandse waarden, wetten en cultuur is essentieel, en beheersing van de Nederlandse taal is verplicht. Migranten moeten actief deelnemen aan de samenleving via werk, opleiding of vrijwilligerswerk, en wie niet meedoet of de regels niet accepteert, wordt gekort op uitkeringen of krijgt geen verblijfsrecht. Assimilatie wordt gezien als voorwaarde voor definitieve toelating en het voorkomen van parallelle gemeenschappen en radicalisering.
BBB vindt dat succesvolle assimilatie begint bij het accepteren van de Nederlandse democratische rechtsstaat, cultuur en identiteit. Migranten die deze niet respecteren, lopen het risico te vervreemden van de samenleving en parallelle gemeenschappen te vormen, wat volgens BBB radicalisering in de hand werkt.
“Samenleven in Nederland begint bij het respecteren van onze waarden, normen, wetten en omgangsvormen. Dat veronderstelt erkenning van de Nederlandse cultuur en identiteit, die in elke regio een eigen invulling kent.”
“Als migranten onze wetten, tradities en gebruiken afwijzen of niet naleven, ontstaat het risico van parallelle gemeenschappen en groeit de kans op radicalisering.”
BBB stelt beheersing van de Nederlandse taal als harde eis voor assimilatie. Migranten moeten minimaal B1-niveau halen en krijgen geen overheidscommunicatie meer in hun moedertaal, om integratie te versnellen.
“We gaan veel strenger toezien op het beheersen van de Nederlandse taal. Migranten dienen een verplichte taalcursus te volgen en minimaal B1-niveau te behalen.”
“Geen Arabische of Turkse folders van de overheid meer door de brievenbus. Want anders leren deze migranten al helemaal geen Nederlands. We stoppen met overheidscommunicatie in andere talen dan het Nederlands, Fries, Engels of streektalen.”
BBB eist dat nieuwkomers binnen een jaar actief bijdragen aan de samenleving via werk, opleiding of vrijwilligerswerk. Wie weigert, wordt financieel gekort.
“Nieuwkomers moeten een bijdrage leveren aan ons land. Binnen een jaar volgt iemand een opleiding, doet vrijwilligerswerk of heeft een betaalde baan. Wie dat weigert, wordt gekort op uitkeringen en toeslagen.”
BBB wil dat asielzoekers pas naar Nederland mogen komen als ze een inburgeringscursus succesvol hebben afgerond, waarmee assimilatie een voorwaarde wordt voor definitieve toelating.
“Zodra de asielaanvraag, die buiten de EU-grenzen wordt gedaan, voorlopig is goedgekeurd, start de asielzoeker met een inburgeringscursus. Pas als die is behaald, wordt de aanvraag definitief goedgekeurd en mag de migrant naar Nederland komen.”
BVNL vindt dat immigranten zich volledig moeten aanpassen aan de Nederlandse samenleving, waarbij het leren van de taal, het overnemen van Nederlandse normen en waarden, en economische zelfredzaamheid centraal staan. Assimilatie wordt als voorwaarde gezien voor toegang tot burgerschap, sociale voorzieningen en een permanent verblijf. Wie niet wil of kan assimileren, verliest rechten of wordt uitgezet.
BVNL stelt dat immigranten die in Nederland blijven, zich moeten aanpassen door de Nederlandse taal te leren, te werken en de Nederlandse kernwaarden te omarmen. Assimilatie is een harde eis voor burgerschap, toegang tot sociale voorzieningen en het verkrijgen van een woning. Niet voldoen aan deze eisen leidt tot verlies van verblijfsrecht of uitzetting.
“Immigranten die al in Nederland zijn passen zich aan. Dat betekent dat zij de Nederlandse taal leren en bijdragen aan de samenleving. Iedereen die kan werken, werkt. De Nederlandse taal leren is een vereiste voor een woning of een uitkering.”
“Het aanvragen van een Nederlands paspoort kan pas na 10 jaar, in plaats van na 5 jaar.”
“Immigranten die zich blijvend willen vestigen in Nederland, en kunnen werken maar dit weigeren, en die niet financieel redzaam zijn, worden Nederland uitgezet en verliezen elk zicht op het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit.”
BVNL benadrukt dat de Nederlandse identiteit, cultuur en kernwaarden centraal moeten staan en actief moeten worden overgedragen, onder andere via het onderwijs. Assimilatie wordt gezien als noodzakelijk om de Nederlandse samenleving en haar waarden te beschermen tegen verwatering door andere culturen.
“De Nederlandse identiteit, cultuur, burgerschap en daarbij horende kernwaarden moeten worden doorgegeven in het onderwijs.”
“Onze vrije normen en waarden moeten koste wat kost behouden blijven. Een sterke, harmonieuze samenleving heeft immers gedeelde waarden als basis.”
“Wij verzetten ons tegen cultuurrelativisme, identiteitsdenken en het afbreken van nationale trots.”
GroenLinks-PvdA kiest nadrukkelijk voor snelle integratie van nieuwkomers in de Nederlandse samenleving, maar verwerpt verplichte assimilatie. De partij legt de nadruk op het leren van de Nederlandse taal, het opbouwen van contacten tussen nieuwkomers en lokale bewoners, en het respecteren van verschillende achtergronden en gewoonten. Assimilatie als doel wordt niet genoemd; het beleid richt zich op participatie en wederzijds begrip.
GroenLinks-PvdA wil dat nieuwkomers snel kunnen deelnemen aan de samenleving, met nadruk op taalonderwijs en contact met lokale bewoners, maar zonder dat zij hun eigen achtergrond hoeven op te geven. Het doel is participatie en wederzijds begrip, niet het volledig overnemen van Nederlandse normen ten koste van de eigen identiteit.
“We stimuleren daarnaast dat nieuwkomers en lokale bewoners elkaars achtergrond en gewoonten leren kennen.”
“Snelle integratie. Mensen moeten al tijdens hun asielprocedure kunnen deelnemen aan de Nederlandse samenleving.”
De partij ziet het leren van de Nederlandse taal en toegang tot werk als essentiële middelen voor integratie, niet als instrumenten voor assimilatie. Taalonderwijs blijft beschikbaar, ook als het verplichte traject is afgerond, en werk wordt gezien als een manier om mee te doen in de samenleving.
“We investeren in zinvolle dagbesteding en zelfontplooiing door snellere toegang tot taalonderwijs.”
“Wij willen dat taallessen ook na ontheffing worden aangeboden.”
“Asielzoekers die meer dan zes maanden in de procedure zitten, moeten aan het werk kunnen.”
Hoewel de partij diversiteit en inclusie benadrukt, wordt expliciet gesteld dat ondermijning van Nederlandse waarden via bijvoorbeeld weekendscholen wordt aangepakt. Dit is geen pleidooi voor assimilatie, maar wel voor het bewaken van fundamentele normen.
“Helaas zijn er te veel voorbeelden van weekendscholen waar les wordt gegeven op een manier die indruist tegen Nederlandse waarden en normen. Waar dit gebeurt pakken we dit aan.”
JA21 stelt assimilatie centraal in haar visie op immigratie: nieuwkomers moeten zich volledig aanpassen aan de Nederlandse wetten, normen, waarden en cultuur. De partij wil strengere eisen voor naturalisatie, een langere verblijfsduur, en het actief tegengaan van parallelle samenlevingen. Alleen wie bereid is de Nederlandse cultuur te omarmen, kan volgens JA21 volwaardig deel uitmaken van de samenleving.
JA21 vindt dat beheersing van de taal en basiskennis niet volstaan; nieuwkomers moeten actief de Nederlandse cultuur en waarden omarmen. De partij wil de eisen voor naturalisatie fors aanscherpen, onder meer door een langere verblijfsduur en het kunnen weigeren van naturalisatie bij een vermoeden van onverenigbare ideologieën.
“De eisen voor het inburgeringsexamen dienen daarom aangescherpt te worden met een nadrukkelijke focus op het integratiepotentieel. Enkel beheersing van de Nederlandse taal en basiskennis over ons land zijn niet voldoende. Wie Nederlander wil worden, moet bereid zijn onze wetten, normen, waarden en cultuur te omarmen.”
“De eisen voor naturalisatie aanscherpen: pas na minstens tien jaar rechtmatig verblijf.”
“Meer juridische ruimte creëren om naturalisatie af te wijzen bij een gegrond vermoeden van een ideologie die haaks staat op onze manier van leven of het streven naar een parallelle samenleving...”
JA21 stelt dat de Nederlandse (Westerse) cultuur leidend moet zijn en dat er geen ruimte is voor het ontstaan van parallelle samenlevingen. De partij wijst multiculturele concessies af en benadrukt dat de Westerse cultuur moet prevaleren, vooral waar deze botst met andere culturen zoals de islamitische.
“De Nederlandse cultuur moet de leidende cultuur in onze samenleving zijn en blijven. De multiculturele samenleving, voor zover hij ooit heeft bestaan, functioneert zeer moeizaam. Waar culturen botsen, in de praktijk vaak onze vrije Westerse cultuur en de islamitische cultuur, dan prevaleert de Westerse en is er geen ruimte voor concessies.”
“Ongecontroleerde immigratie in combinatie met vrijblijvend - of zelfs volkomen ontbrekend - integratiebeleid, heeft geleid tot het ontstaan van parallelle samenlevingen, het onherkenbaar veranderen van wijken in onze steden en een Nederlandse cultuur die steeds verder onder druk komt te staan.”
JA21 wil actief inzetten op remigratie als integratie niet slaagt. Dit betekent het (her)invoeren van remigratie-uitkeringen om terugkeer te stimuleren voor wie niet integreert.
“Bevorderen van remigratie bij mislukte integratie: (her)invoering van remigratie-uitkeringen.”
De SP verwerpt verplichte assimilatie, maar stelt duidelijke eisen aan integratie: nieuwkomers moeten de Nederlandse taal leren en gedeelde normen en waarden respecteren. De partij ziet integratie als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, bedrijven en kennisinstellingen, met nadruk op het leren van de taal en het bevorderen van sociale samenhang. Assimilatie in de zin van volledige opgave van eigen cultuur wordt niet geëist; het gaat om deelname aan de samenleving op basis van gedeelde basiswaarden.
De SP vindt dat integratie draait om het leren van de Nederlandse taal en het respecteren van grondwettelijke vrijheden en plichten, niet om volledige assimilatie. De overheid moet hierin het voortouw nemen, zodat nieuwkomers kunnen deelnemen aan de samenleving en tweedeling wordt voorkomen.
“Wanneer migranten in Nederland mogen (ver)blijven is het van het grootste belang dat zij integreren. Dat is zowel een recht als een plicht. Als je in Nederland mag blijven wonen, dan hoor je ook bij onze samenleving. Om verschillen te overbruggen, je buren te leren kennen of om elkaar aan te spreken, moet je dezelfde taal spreken.”
“Naast taal moet er bij de inburgering aandacht zijn voor de vrijheden en de grondwettelijke rechten en plichten die we in ons land kennen.”
“Meedoen in de samenleving door de taal te leren. Verschillen ga je nooit overbruggen en gemeenschappen ga je nooit bouwen als we niet dezelfde taal spreken met elkaar.”
De SP verzet zich tegen het overlaten van integratie aan particuliere instellingen en vindt dat de overheid verantwoordelijk moet zijn voor taallessen en begeleiding, zodat integratie niet afhankelijk is van individuele zelfredzaamheid of commerciële belangen.
“Integratie van migranten en vluchtelingen moet weer een kerntaak van de overheid worden. Het overlaten van deze verantwoordelijkheid aan particuliere instellingen heeft geleid tot hoge kosten en slechte resultaten.”
“Het is onrealistisch om te verwachten dat mensen die kampen met taalachterstanden en een gebrek aan kennis van het systeem hebben om dit zelf kunnen regelen.”
De SP wil segregatie tegengaan door gemengde scholen en buurten te stimuleren, zodat nieuwkomers niet geïsoleerd raken en integratie in de praktijk wordt bevorderd.
“We bestrijden de tweedeling en segregatie op school en in de buurt, bijvoorbeeld door woningen te bouwen in verschillende prijsklassen. In rijkere gemeenten en buurten wordt ook voldoende ruimte gemaakt voor de huisvesting van nieuwkomers.”
BIJ1 verwerpt het idee van eenzijdige assimilatie en pleit voor een samenleving waarin sociale cohesie ontstaat door wederzijdse verbinding en gelijkwaardigheid, niet door het eisen van aanpassing van ‘de ander’. Ze willen de inburgeringstoets afschaffen en benadrukken dat inclusie en diversiteit de norm moeten zijn, waarbij migranten niet hoeven te assimileren maar volwaardig kunnen deelnemen zonder hun identiteit te verliezen.
BIJ1 stelt dat het eisen van assimilatie – het verwachten dat alleen ‘de ander’ zich aanpast – onrechtvaardig is en sociale uitsluiting in de hand werkt. In plaats daarvan moet sociale cohesie ontstaan door wederzijdse bereidheid tot verbinding en het erkennen van diversiteit als verrijking voor de samenleving.
“De aanpassing mag niet enkel van ‘de ander’ worden verwacht; sociale cohesie is geen eenrichtingsverkeer en ontstaat niet door uitsluiting, maar door verbinding – door de bereidheid van mensen met een verschillende achtergrond om elkaar te ontmoeten en samen te bouwen aan een rechtvaardige toekomst.”
“Wij verzetten ons tegen het denken in termen van ‘wij’ en ‘zij’. De aanpassing mag niet enkel van ‘de ander’ worden verwacht; sociale cohesie is geen eenrichtingsverkeer en ontstaat niet door uitsluiting,”
BIJ1 is expliciet tegen het verplicht stellen van assimilatie via inburgeringstoetsen. Ze willen deze toets afschaffen om te voorkomen dat migranten gedwongen worden hun eigen identiteit op te geven als voorwaarde voor deelname aan de samenleving.
“De inburgeringstoets wordt afgeschaft.”
In plaats van assimilatie als doel, wil BIJ1 dat inclusie en diversiteit de standaard zijn in onderwijs, cultuur en media. Dit betekent dat instellingen een afspiegeling moeten zijn van de samenleving en ruimte moeten bieden aan verschillende perspectieven, zonder dat minderheden zich hoeven aan te passen aan een dominante cultuur.
Volt verwerpt het idee van verplichte assimilatie en kiest expliciet voor een inclusieve benadering waarbij nieuwkomers vanaf dag één volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving, met behoud van hun eigen identiteit. De partij zet in op toegankelijke taalonderwijs, snelle toegang tot werk en het benutten van talenten van migranten, zonder eisen tot culturele aanpassing of het opgeven van de eigen achtergrond. Volt benadrukt gelijkwaardigheid, participatie en het bestrijden van discriminatie als kern van hun visie op integratie.
Volt ziet integratie als het mogelijk maken van volwaardige deelname aan de samenleving, niet als het eisen van assimilatie of het opgeven van de eigen identiteit. De partij richt zich op het benutten van de talenten en vaardigheden van nieuwkomers, snelle toegang tot werk en taalonderwijs, en het creëren van een samenleving waarin iedereen zich thuis kan voelen. Assimilatie wordt niet als doel gesteld; Volt kiest voor gelijkwaardigheid en inclusie.
“Wij geloven dat alle nieuwkomers het recht toekomt om op een zinvolle manier deel te nemen aan de samenleving. Nederland kan hun vaardigheden, talenten, ervaringen en ideeën inzetten en hen zo in staat stellen een onafhankelijk leven op te bouwen en een bijdrage te leveren aan onze samenleving.”
“Samenleven betekent investeren. In elkaar en in een samenleving waarin iedereen zich thuis voelt, ongeacht wie je bent of waar je vandaan komt.”
“We lossen de achterstanden in de basisregistratie personen op en bieden toegankelijk taalonderwijs inclusief gebarentaal aan aan alle asielzoekers. zo kunnen vluchtelingen die wachten op een status vanaf dag één meedoen in de samenleving door middel van betaald werk, vrijwilligerswerk of andere activiteiten.”
Volt stelt dat integratie alleen kan slagen in een samenleving die actief racisme, discriminatie en uitsluiting bestrijdt. De partij pleit voor structurele maatregelen in onderwijs en beleid om gelijkwaardigheid te waarborgen en nieuwkomers niet te dwingen tot assimilatie, maar juist te beschermen in hun diversiteit.
De Partij voor de Dieren verwerpt assimilatie als eis voor nieuwkomers en kiest expliciet voor een inclusieve benadering waarbij vluchtelingen en migranten snel en volledig moeten kunnen deelnemen aan de samenleving, zonder hun eigen identiteit te hoeven opgeven. De partij legt de nadruk op integratie, acceptatie door de samenleving, en het bestrijden van discriminatie, met concrete voorstellen voor begeleiding, taalcursussen en gelijke toegang tot voorzieningen.
De PvdD vindt dat nieuwkomers niet hoeven te assimileren, maar juist snel en volledig moeten kunnen participeren in de maatschappij, met behoud van hun eigen identiteit. Het beleid richt zich op integratie, begeleiding en acceptatie, niet op het opleggen van culturele aanpassing of het opgeven van eigen achtergrond.
“Zodra mensen een verblijfsvergunning krijgen, moeten ze snel en volledig mee kunnen doen in de maatschappij.”
“De Partij voor de Dieren wil investeren in de opvang en integratie van vluchtelingen in Nederland én investeren in de acceptatie van nieuwkomers onder de Nederlandse bevolking.”
Om participatie te bevorderen, stelt de PvdD voor om vluchtelingen en migranten te ondersteunen met begeleiding, taalcursussen, zorg en onderwijs, en discriminatie actief te bestrijden. Dit beleid is expliciet inclusief en gericht op het wegnemen van drempels, niet op het afdwingen van assimilatie.
“Mensen die verblijven in een vluchtelingenopvang kunnen zich voortaan ontplooien en hebben recht op goede begeleiding, taalcursussen, zorg en onderwijs.”
“Nederland zorgt ervoor dat de rechten van migranten worden gewaarborgd, pakt discriminatie op het gebied van werk, huisvesting en gezondheidszorg aan en gaat xenofobie jegens migranten tegen.”
D66 verwerpt het idee van eenzijdige assimilatie en kiest voor een integratiebeleid waarin zowel nieuwkomers als de ontvangende samenleving verantwoordelijkheid dragen. De partij benadrukt het belang van meedoen vanaf dag één, met nadruk op taal, werk en onderwijs, maar zonder te eisen dat nieuwkomers hun eigen achtergrond opgeven.
D66 ziet integratie niet als een proces van volledige aanpassing (assimilatie) aan de dominante cultuur, maar als een gezamenlijke inspanning van nieuwkomers én de samenleving. Het doel is dat nieuwkomers vanaf het begin kunnen deelnemen, waarbij inzet wordt gevraagd van beide kanten, en ruimte blijft voor behoud van eigen identiteit.
“Daarom kiest D66 voor integratiebeleid dat meer is dan eenrichtingsverkeer of een taalcursus. We vragen inzet van de nieuwkomers en van de ontvangende samenleving.”
“Nieuwkomers die in Nederland verblijven, moeten vanaf het begin kunnen meedoen. Dat geldt zeker voor kansrijke asielzoekers en voor mensen die een status hebben gekregen.”
D66 wil dat nieuwkomers direct kunnen deelnemen aan de samenleving door het leren van de taal, toegang tot werk en onderwijs. Dit is geen eis tot assimilatie, maar een praktische voorwaarde voor volwaardige participatie en wederzijds begrip.
“We stellen mensen in staat om vanaf dag één mee te doen aan onze samenleving. We maken taal, onderwijs en werk vanaf dag één mogelijk. D66 wil dat kansrijke asielzoekers verplicht Nederlands leren, mogen werken en de kans krijgen om een opleiding te volgen die aansluit bij de ervaring die mensen eerder hebben opgedaan.”
50PLUS koppelt het verwerven van het Nederlanderschap expliciet aan het beheersen van de Nederlandse taal en benadrukt dat nieuwe Nederlanders niet alleen rechten, maar ook plichten hebben. Assimilatie wordt vooral gezien als het voldoen aan taalvereisten en het naleven van maatschappelijke verplichtingen, zonder verdergaande eisen of culturele aanpassingsdruk.
50PLUS stelt als harde eis dat nieuwe Nederlanders de Nederlandse taal moeten beheersen om in aanmerking te komen voor het Nederlanderschap. Dit wordt gepresenteerd als een noodzakelijke voorwaarde voor succesvolle integratie en deelname aan de samenleving, waarmee de partij inzet op een minimale vorm van assimilatie gericht op taalvaardigheid.
“Voorwaarde om Nederlander te worden is dat men de Nederlandse taal beheerst.”
Naast rechten benadrukt 50PLUS dat nieuwe Nederlanders plichten hebben, waarmee de partij aangeeft dat assimilatie niet alleen een kwestie van rechten verkrijgen is, maar ook van het naleven van maatschappelijke verplichtingen. Dit standpunt onderstreept het belang van wederkerigheid in het integratieproces.
“Nieuwe Nederlanders hebben behalve rechten ook plichten.”