BVNL is tegen het verplicht besteden van 0,7% van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI) aan internationale hulp en ontwikkelingssamenwerking. Zij willen deze uitgaven fors schrappen als onderdeel van hun streven naar een kleinere overheid en het verminderen van overheidsuitgaven, en stellen voor om internationale hulp niet langer als kerntaak van de overheid te zien.
BVNL beschouwt internationale hulp niet als een kerntaak van de overheid en wil deze uitgaven fors verminderen of schrappen. Dit is onderdeel van hun bredere doel om de overheidsuitgaven met minstens 35% te verlagen en de overheid te verkleinen. Het verplicht uitgeven van 0,7% BNI aan ontwikkelingssamenwerking wordt hiermee expliciet verworpen.
“BVNL stelt zich ten doel om binnen twee regeerperiodes de rijksoverheidsuitgaven met ten minste 35% te verminderen, primair door het schrappen van subsidies, adviesorganen, overheidsreclame, klimaatbeleid, internationale hulp en niet-kerntaken.”
BVNL wil betalingen aan internationale organisaties zoals de EU en VN opschorten zolang er geen transparantie en democratische controle is. Dit impliceert dat zij tegen automatische, vaste afdrachten zoals de 0,7% BNI-norm zijn.
De ChristenUnie wil de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking terugdraaien en Nederland weer laten voldoen aan de internationale norm van 0,7% van het bruto nationaal inkomen (BNI) voor ontwikkelingssamenwerking. Ze koppelen deze norm expliciet aan het ODA-budget en willen dat minstens de helft van het budget naar de armste landen gaat, met een focus op structurele verbetering van leefomstandigheden.
De ChristenUnie vindt het onacceptabel dat er is bezuinigd op hulp aan de allerarmsten en wil dat Nederland weer voldoet aan de internationale afspraak om 0,7% van het BNI te besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Dit moet structureel worden vastgelegd door de BNI-koppeling te handhaven, met een duidelijke prioriteit voor de armste landen en beperking van het wegschrijven van asielkosten op het ODA-budget.
“Nederland groeit weer toe naar de internationale norm om 0,7% van het bruto nationaal inkomen (bni) uit te geven aan ontwikkelingssamenwerking en handhaaft de aloude bni-koppeling.”
“Het is een grove schande dat het laatste kabinet miljarden bezuinigde op hulp aan de allerarmsten. Deze bezuiniging draaien we terug.”
“We willen een maximering van de toerekening van asielkosten aan het ODA-budget. We besteden minstens 50% van het ontwikkelingsbudget aan verbetering van de leefomstandigheden en het bestrijden van ziekten in landen met de grootste armoede en achterstanden.”
DENK wil dat Nederland de internationale norm van 0,7% van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI) aan ontwikkelingssamenwerking besteedt. Ze pleiten voor het herstellen van deze BNI-koppeling, het terugdraaien van bezuinigingen op ontwikkelingshulp en het beschermen van het ontwikkelingsbudget tegen andere uitgaven zoals asielopvang. Hiermee wil DENK internationale solidariteit versterken en bijdragen aan armoedebestrijding wereldwijd.
DENK vindt dat Nederland als welvarend land een verantwoordelijkheid heeft om andere landen te ondersteunen en wil daarom de BNI-koppeling voor ontwikkelingshulp herstellen. Dit betekent dat het budget voor ontwikkelingssamenwerking weer proportioneel meegroeit met de economie, waarmee DENK zich expliciet uitspreekt voor het halen van de 0,7% BNI-norm. Dit standpunt adresseert het probleem van afnemende internationale solidariteit en bezuinigingen op ontwikkelingshulp.
DENK wil voorkomen dat het ontwikkelingshulpbudget (ODA) wordt gebruikt voor binnenlandse uitgaven zoals asielopvang. Dit standpunt benadrukt dat het volledige budget daadwerkelijk ten goede moet komen aan internationale armoedebestrijding en mondiale stabiliteit, en niet mag worden aangewend voor andere doeleinden.
“DENK is tegen financiering van de asielopvang met het ontwikkelingshulpbudget (ODA). Deze middelen moeten beschikbaar blijven voor internationale armoedebestrijding en om de mondiale stabiliteit te beschermen.”
BBB wijst het vaste internationale doel van 0,7% van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI) voor ontwikkelingssamenwerking af en wil de uitgaven aan ontwikkelingshulp aanzienlijk verminderen. De partij kiest voor een nuchtere, doelgerichte inzet van hulp, gericht op directe noodhulp en regionale stabiliteit, waarbij Nederlandse belangen en zichtbare resultaten centraal staan.
BBB verwerpt het internationale streefpercentage van 0,7% BNI voor ontwikkelingssamenwerking en wil de uitgaven aan ontwikkelingshulp fors terugschroeven. De partij vindt dat middelen vooral nodig zijn voor binnenlandse prioriteiten zoals zorg, woningbouw en veiligheid, en wil ontwikkelingshulp beperken tot directe, toetsbare en tijdelijke hulp die aantoonbaar bijdraagt aan Nederlandse belangen en stabiliteit in de regio.
“BBB wil daarom de uitgaven aan ontwikkelingshulp aanzienlijk verminderen. Nederland blijft solidair, maar hulp moet gericht, tijdelijk en toetsbaar zijn. We focussen op directe noodhulp en ondersteuning in de regio’s zelf, in plaats van grootschalige overdrachten aan multilaterale instellingen zonder zichtbare resultaten.”
“Burgers ervaren dagelijks hoe hard middelen nodig zijn voor woningbouw, zorg, veiligheid en bestaanszekerheid. BBB kiest er daarom voor het hulpprogramma te verkleinen en scherper te richten op de belangen van Nederland en concrete resultaten.”
Het CDA wil de internationale norm van 0,7% van het bruto nationaal inkomen (BNI) besteden aan ontwikkelingssamenwerking en streeft ernaar deze norm in fases te herstellen. Ze benadrukken dat deze middelen effectief moeten worden ingezet en dat de toerekening van eerstejaars asielopvang aan het ontwikkelingsbudget gemaximeerd blijft tot 10%.
Het CDA onderschrijft de internationale afspraak om 0,7% van het BNI aan ontwikkelingssamenwerking te besteden en wil hier in stappen naartoe werken. Dit wordt gezien als een morele en internationale verplichting, die bijdraagt aan armoedebestrijding, stabiliteit en het tegengaan van migratie en radicalisering.
“Wij zijn voorstander van de norm van 0,7 procent bbp voor ontwikkelingssamenwerking, conform internationale afspraak, en zetten stappen in fases naar het herstel van deze norm.”
“Ook blijft de toerekening van eerstejaarsasielopvang gemaximeerd tot 10 procent van het ontwikkelingsbudget zodat dit...”
GroenLinks-PvdA wil het budget voor ontwikkelingssamenwerking structureel verhogen naar minimaal 0,7% van het bruto nationaal inkomen (BNI), in lijn met internationale afspraken. Klimaatfinanciering en ecosysteemherstel komen daar bovenop, en het ontwikkelingsbudget wordt losgekoppeld van asielopvang. Hiermee onderstrepen ze hun inzet voor internationale solidariteit en stabiliteit.
GroenLinks-PvdA stelt expliciet dat Nederland ten minste 0,7% van het BNI aan ontwikkelingssamenwerking moet besteden, conform internationale normen. Dit percentage wordt als ondergrens gezien, waarbij klimaatfinanciering en ecosysteemherstel extra worden begroot. Het doel is om internationale solidariteit te waarborgen en het budget te beschermen tegen binnenlandse verschuivingen, zoals asielopvang.
“Daarom besteden we ten minste 0,7% van ons bruto nationaal inkomen aan ontwikkelingssamenwerking. Uitgaven voor klimaatfinanciering en herstel van ecosystemen komen daar volgens internationale afspraak bovenop. Het budget voor ontwikkelingssamenwerking wordt losgekoppeld van fluctuaties van het budget voor asielopvang.”
“We investeren in het welzijn van anderen vanuit solidariteit én voor ons belang bij internationale stabiliteit. Daarom besteden we ten minste 0,7% van ons bruto nationaal inkomen”
JA21 wijst het traditionele streven af om 0,7% van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI) aan ontwikkelingssamenwerking te besteden. In plaats daarvan wil de partij deze uitgaven fors verlagen en ontwikkelingshulp beperken tot noodhulp en projecten die aantoonbaar in het Nederlands belang zijn. JA21 kiest voor een strikte focus op nationale belangen en begrotingsdiscipline.
JA21 verwerpt de internationale norm om 0,7% van het BNI aan ontwikkelingssamenwerking te besteden. De partij vindt deze uitgaven te hoog en wil ontwikkelingshulp beperken tot noodhulp en projecten die direct het Nederlands belang dienen. Dit standpunt wordt gemotiveerd door de wens tot begrotingsdiscipline en het beperken van niet-kernuitgaven.
De PVV is fel tegen het uitgeven van 0,7% van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI) aan ontwikkelingshulp en wil deze uitgaven volledig stopzetten. Hun belangrijkste voorstel is om te stoppen met alle ontwikkelingshulp en de vrijgekomen miljarden in Nederland te besteden, met als kernvisie dat het geld van Nederlandse belastingbetalers aan Nederlanders zelf moet worden besteed.
De PVV wil volledig stoppen met het uitgeven van 0,7% van het BNI aan ontwikkelingshulp, omdat zij dit zien als verspilling van belastinggeld dat beter aan Nederlandse burgers kan worden besteed. De partij stelt dat Nederland te veel geld uitgeeft aan het buitenland, terwijl veel Nederlanders moeite hebben om rond te komen. Dit standpunt adresseert direct de internationale norm van 0,7% BNI voor ontwikkelingssamenwerking.
De Partij voor de Dieren (PvdD) pleit ervoor dat Nederland minimaal 0,7% van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI) besteedt aan ontwikkelingssamenwerking, in lijn met internationale afspraken. Ze willen dat deze norm wettelijk wordt vastgelegd en dat het geld daadwerkelijk ten goede komt aan armoedebestrijding en mondiale rechtvaardigheid, niet aan nationale belangen.
De PvdD vindt dat Nederland zich moet houden aan de internationale afspraak om minimaal 0,7% van het BNI te besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Dit moet wettelijk worden vastgelegd om te voorkomen dat het budget afhankelijk is van politieke willekeur. De partij benadrukt dat deze middelen daadwerkelijk moeten worden ingezet voor mondiale armoedebestrijding en niet voor binnenlandse uitgaven of migratiebeheersing.
“Nederland besteedt minimaal 0,7% van het bruto nationaal inkomen (BNI) aan ontwikkelingssamenwerking, conform internationale afspraken. Dit wordt wettelijk vastgelegd.”
“Ontwikkelingsgeld wordt niet gebruikt voor nationale belangen, zoals het opvangen van asielzoekers in Nederland of het sluiten van migratiedeals.”
BIJ1 wil het budget voor internationale armoedebestrijding verhogen tot 1% van het Bruto Nationaal Product (BNP), waarmee ze het huidige internationale streefcijfer van 0,7% BNI (Bruto Nationaal Inkomen) ruim willen overtreffen. Ze leggen de nadruk op mensenrechten en het behalen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) als kern van hun internationale beleid. De selectie van landen die hulp ontvangen, wordt gebaseerd op noodzaak en de toegevoegde waarde van Nederlandse steun.
BIJ1 vindt het huidige internationale streefcijfer van 0,7% BNI voor ontwikkelingssamenwerking onvoldoende en pleit voor een verhoging naar 1% van het BNP. Hiermee willen ze een ambitieuzer en rechtvaardiger internationaal beleid voeren, gericht op mensenrechten en het behalen van de SDG’s. De selectie van landen gebeurt op basis van daadwerkelijke noodzaak en behoefte.
“Het budget voor internationaal armoede bestrijden, maken we hoger tot 1% van het Bruto Nationaal Product (BNP). Mensenrechten beschermen en wereldwijd de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) halen, staat centraal in onze wetten en regels voor het buitenland. De selectie van landen die we internationaal helpen, bepalen we op basis van noodzaak en behoefte in de landen zelf, en de toegevoegde waarde van de Nederlandse steun.”
D66 wil het budget voor ontwikkelingssamenwerking weer verhogen naar 0,7% van het bruto binnenlands product (bbp), waarmee Nederland voldoet aan de internationale norm. Ze willen dat deze middelen daadwerkelijk worden ingezet voor internationale armoedebestrijding en niet voor andere doelen zoals asielopvang, en richten zich op langdurige investeringen met duidelijke keuzes en impact.
D66 streeft ernaar het budget voor ontwikkelingssamenwerking weer op het internationaal afgesproken niveau van 0,7% van het bbp te brengen. Dit is bedoeld om de impact van Nederlandse ontwikkelingshulp te vergroten en bij te dragen aan internationale armoedebestrijding, met speciale aandacht voor langdurige investeringen en de rechten van vrouwen.
“We zetten een significante stap naar herstel van het budget naar 0,7% van het bbp. De kosten voor eerstejaars asielzoekers worden zo min mogelijk betaald uit het budget van ontwikkelingssamenwerking aangezien dit budget bestemd is voor internationale armoedebestrijding.”
FVD wijst de besteding van 0,7% van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI) aan ontwikkelingshulp expliciet af en wil dat belastinggeld niet langer naar structurele hulpprojecten in het buitenland gaat. In plaats daarvan beperkt FVD zich tot noodhulp bij rampen en vindt dat ontwikkelingshulp geen taak is van de overheid, maar een individuele keuze. Het programma pleit voor het volledig schrappen van structurele ontwikkelingshulp en het beëindigen van de 0,7% BNI-norm.
FVD verwerpt het idee dat Nederland 0,7% van het BNI aan ontwikkelingshulp moet besteden en stelt dat dit geen taak is van de overheid. Alleen bij acute rampen is noodhulp acceptabel; structurele hulp wordt beëindigd. De partij vindt dat belastinggeld niet naar eindeloze hulpprojecten in verre landen hoort te vloeien en dat burgers zelf mogen kiezen of ze goede doelen steunen.
“Ontwikkelingshulp is evenmin een taak van de Nederlandse overheid. Het staat iedere Nederlander vanzelfsprekend vrij om zelf een goed doel naar keuze te steunen, maar belastinggeld hoort niet naar eindeloze hulpprojecten in verre landen te vloeien. Wij beperken ons tot noodhulp bij rampen...”
De SP vindt dat Nederland uit internationale solidariteit minimaal 0,7% van het bruto nationaal inkomen (BNI) moet besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Dit geld moet direct ten goede komen aan mensen in ontwikkelingslanden, gericht op democratisering, mensenrechten, armoedebestrijding en het terugdringen van migratie.
De SP stelt dat Nederland als welvarend land een eerlijke bijdrage moet leveren aan ontwikkelingssamenwerking door hier minimaal 0,7% van het BNI aan te besteden. Dit bedrag moet daadwerkelijk worden ingezet voor het verbeteren van de levensomstandigheden in ontwikkelingslanden, met aandacht voor democratisering, mensenrechten, onderwijs, zorg en infrastructuur, en het tegengaan van armoede en migratie.
“Daarom moet Nederland minstens 0,7 procent van het BNI uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking. Ontwikkelingssamenwerking moet ten goede komen aan mensen in ontwikkelingslanden: voor democratisering en vredesopbouw, voor het ondersteunen van de werkende klasse, voor mensen en vrouwenrechten, voor het ondersteunen van mensen met een beperking, voor onderwijs, voor zorg, voor infrastructuur en een eerlijke economie. Daarmee worden tevens de armoede en de migratie teruggedrongen.”
Volt wil structureel minimaal 0,7% van het bruto binnenlands product (bbp) investeren in kunst, cultuur en media, waarmee zij aansluiting zoeken bij het Europese gemiddelde. Dit voorstel is concreet en gericht op het versterken van de culturele sector, met als doel een positieve impact op samenleving, welzijn en economie.
Volt kiest ervoor om de investeringen in kunst, cultuur en media structureel te verhogen naar minimaal 0,7% van het bbp, in lijn met het Europese gemiddelde. Hiermee wil Volt de sector meer zekerheid en toekomstperspectief bieden, de positieve maatschappelijke impact vergroten en bijdragen aan een eerlijker en toegankelijker subsidiestelsel.
“Daarom investeren we in deze sectoren gezamenlijk minimaal 0,7% van het bruto binnenlandse product (bbp). Dit is in lijn met het Europese gemiddelde.”
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma
Niet expliciet genoemd in verkiezingsprogramma